78/668/EEG: Besluit van de Raad van 25 juli 1978 betreffende een onderzoekprogramma van de Europese Economische Gemeenschap inzake prognoses en beoordeling op het gebied van wetenschap en technologie (1978-1982)
78/668/EEG: Besluit van de Raad van 25 juli 1978 betreffende een onderzoekprogramma van de Europese Economische Gemeenschap inzake prognoses en beoordeling op het gebied van wetenschap en technologie (1978-1982)
++++
BESLUIT VAN DE RAAD
van 25 juli 1978
betreffende een onderzoekprogramma van de Europese Economische Gemeenschap inzake prognoses en beoordeling op het gebied van wetenschap en technologie ( 1978 - 1982 )
( 78/668/EEG )
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op de artikelen 2 en 235 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ,
Gezien het advies van het Europese Parlement ( 1 ) ,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 2 ) ,
Overwegende dat onderzoek - en ontwikkelingswerkzaamheden een belangrijk aandeel kunnen hebben in het verwezenlijken van de doelstellingen van de Gemeenschap op lange termijn ;
Overwegende dat de Raad met zijn resolutie van 14 januari 1974 ( 3 ) zijn goedkeuring heeft gehecht aan een actieprogramma van de Europese Gemeenschappen betreffende prognoses , beoordeling en methodologie , dat een noodzakelijk gegeven vormt voor de omschrijving van de actie op lange termijn van de Gemeenschap en dat een technisch hulpmiddel betekent voor de toekomstige beslissingen van de communautaire Instellingen op wetenschappelijk en technologisch gebied ;
Overwegende dat in de studie onder de naam " Europa over 30 jaar " wordt gewezen op het nut en de noodzaak van lange-termijnprognoses voor de oriëntering van het beleid en de besluiten van de Gemeenschap ;
Overwegende dat de Raad er in genoemde resolutie akte van heeft genomen dat de Commissie in een nabije toekomst , op basis van de studie " Europa over 30 jaar " , voornemens is concrete voorstellen in te dienen ;
Overwegende dat het wenselijk is dat , in plaats van een communautair prognose-instituut op te richten zoals in de studie " Europa over 30 jaar " wordt voorgesteld , de Gemeenschap tijdens een proefperiode van vijf jaar verdere ervaring opdoet ;
Overwegende dat op nationaal en internationaal niveau uitvoerige onderzoekwerkzaamheden op het gebied van prognoses en beoordeling van technologie worden verricht , maar dat deze momenteel niet voldoende door de Gemeenschap worden benut en dat zij evenmin op haar specifieke problemen zijn afgestemd ;
Overwegende dat de Raad in zijn resolutie van 14 januari 1974 betreffende de coordinatie van de nationale beleidsregels en de omschrijving van de acties van communautair belang op het gebied van wetenschap en technologie ( 4 ) de Commissie en de Raad heeft belast om deze coordinatie geleidelijk tot stand te brengen met bijstand van het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek ( CREST ) ;
Overwegende dat de Lid-Staten , in het kader van de voorschriften en procedures die op hun nationale programma's van toepassing zijn , dienen te streven naar coordinatie van het onderzoek , uitgevoerd door de op het gebied van prognoses en beoordeling gespecialiseerde researchinstellingen en -instituten ;
Overwegende dat het noodzakelijk is dat de Commissie in staat wordt gesteld om met het oog op mogelijke ontwikkelingen op lange termijn prioritaire gebieden voor acties van de Gemeenschap inzake onderzoek en ontwikkeling vast te stellen en om de effecten op lange termijn van onderzoek en ontwikkeling op de sociale en economische evolutie van de Gemeenschap te bepalen ;
Overwegende dat het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek een advies over het voorstel van de Commissie heeft uitgebracht ,
BESLUIT :
Artikel 1
Er wordt een onderzoekprogramma van de Europese Economische Gemeenschap inzake prognoses en beoordeling op het gebied van wetenschap en technologie vastgesteld , zoals dat is omschreven in de bijlage . De duur van het programma is vijf jaar .
Artikel 2
Het maximumbedrag van de betalingsverplichtingen en de maximale personeelssterkte voor de uitvoering van het in artikel 1 bedoelde programma worden vastgesteld op respectievelijk 4,4 miljoen Europese rekeneenheden en 10 tijdelijke functionarissen in de zin van artikel 2 , sub a ) , van de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen , vastgesteld bij Verordening ( EEG , Euratom , EGKS ) nr . 259/68 ( 5 ) en laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( Euratom , EGKS , EEG ) nr . 914/78 ( 6 ) . De Europese rekeneenheid is omschreven in het huidige Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting der Europese Gemeenschappen .
Artikel 3
De Commissie wordt belast met de tenuitvoerlegging van het programma . Zij wordt hierin bijgestaan door een Raadgevend Comité inzake programmabeheer dat door de Commissie dient te worden ingesteld overeenkomstig de resolutie van de Raad van 18 juli 1977 ( 7 ) .
Artikel 4
Aan het eind van het vierde jaar beoordeelt de Commissie het resultaat van het programma en brengt zij de Raad en het Europese Parlement daarover verslag uit .
Artikel 5
De verspreiding van de kennis die bij de tenuitvoerlegging van het programma wordt vergaard , geschiedt overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 2380/74 ( 8 ) .
Artikel 6
Dit besluit wordt van kracht op de dag volgende op die van zijn bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .
Gedaan te Brussel , 25 juli 1978 .
Voor de Raad
De Voorzitter
K . von DOHNANYI
( 1 ) PB nr . C 299 van 12 . 12 . 1977 , blz . 41 .
( 2 ) PB nr . C 59 van 8 . 3 . 1978 , blz . 19 .
( 3 ) PB nr . C 7 van 29 . 1 . 1974 , blz . 7 .
( 4 ) PB nr . C 7 van 29 . 1 . 1974 , blz . 2 .
( 5 ) PB nr . L 56 van 4 . 3 . 1968 , blz . 1 .
( 6 ) PB nr . L 119 van 3 . 5 . 1978 , blz . 8 .
( 7 ) PB nr . C 192 van 11 . 8 . 1977 , blz . 1 .
( 8 ) PB nr . L 255 van 20 . 9 . 1974 , blz . 1 .
BIJLAGE
Onderzoekprogramma van de Europese Economische Gemeenschap inzake prognoses en beoordeling op het gebied van wetenschap en technologie
( 1978 - 1982 )
( Werkzaamheden onder contract )
1 . Hoofddoel van het onderzoekprogramma is bij te dragen tot de omschrijving van de doelstellingen en prioriteiten op lange termijn van de Gemeenschap inzake onderzoek en ontwikkeling en daarmede tot de ontwikkeling van een samenhangend beleid op lange termijn op het gebied van wetenschap en technologie .
2 . De werkzaamheden dienen te worden geconcentreerd op de volgende drie prioritaire gebieden : voorziening met hulpbronnen op lange termijn , technische en structurele wijzigingen op lange termijn alsmede sociale veranderingen op lange termijn .
3 . Ter verwezenlijking van het sub 1 genoemde doel dient het programma binnen de drie sub 2 genoemde prioritaire gebieden drie hoofdactiviteiten te omvatten :
a ) analyse van de bestaande onderzoekwerkzaamheden inzake prognoses en beoordeling binnen en buiten de Gemeenschap met het oog op het bepalen van het belang ervan voor de ontwikkeling van het beleid van de Gemeenschap inzake wetenschap en technologie ;
b ) opsporen van de mogelijkheden , problemen en potentiële conflicten die een weerslag kunnen hebben op de ontwikkeling van de Gemeenschap op lange termijn en voorstellen van alternatieve beleidslijnen voor de acties inzake onderzoek en ontwikkeling van de Gemeenschap , ten einde de mogelijkheden te realiseren en de moeilijkheden op te lossen . Het onderzoek moet gericht zijn op specifieke problemen in verband met de praktische behoeften van de communautaire Instellingen en van de Regeringen der Lid-Staten ; de keuze van de problemen dient te geschieden aan de hand van passende criteria . Zo dient men slechts de huidige problemen of problemen op lange termijn te behandelen die voor Europa van belang zijn en elders niet grondig worden bestudeerd , die een intersectorieel of multidisciplinair karakter hebben en waarvan de oplossing een bijdrage levert tot de ontwikkeling van het algemene beleid van de Gemeenschap inzake wetenschap en technologie . Er dient ook bijzondere aandacht te worden besteed aan het aanpassen en verbeteren van de prognosemethodiek ;
c ) oprichting , in samenwerking met de Lid-Staten , van een systeem ad hoc voor samenwerking tussen gespecialiseerde researchgroepen binnen de Gemeenschap , en bijgevolg totstandbrenging van een reeks communautaire prognosenetten . De netten dienen zo soepel en informeel mogelijk te functioneren en te worden ingesteld en aangepast met het oog op het specifieke vraagstuk dat wordt bestudeerd . Zij dienen enerzijds een actieve bijdrage tot het programma te leveren en anderzijds de coordinatie te stimuleren door het uitwisselen van gegevens en onderzoekers tussen de deelnemende centra .