Home

Verordening (EEG) nr. 251/78 van de Commissie van 7 februari 1978 betreffende de indeling van goederen onder post nr. 58.10 van het gemeenschappelijk douanetarief

Verordening (EEG) nr. 251/78 van de Commissie van 7 februari 1978 betreffende de indeling van goederen onder post nr. 58.10 van het gemeenschappelijk douanetarief

++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 251/78 VAN DE COMMISSIE

van 7 februari 1978

betreffende de indeling van goederen onder post nr . 58.10 van het gemeenschappelijk douanetarief

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 97/69 van de Raad van 16 januari 1969 betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen voor de uniforme toepassing van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 280/77 ( 2 ) , inzonderheid op artikel 3 ,

Overwegende dat bepalingen noodzakelijk zijn om een uniforme toepassing van de nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief te verzekeren inzake de indeling van borduurwerk met platte steek , aan het stuk of in banden , met geschulpte of gekartelde randen welke een gevolg zijn van het uitsnijden dat een integrerend deel uitmaakt van het fabricageproces van dit soort borduurwerk ;

Overwegende dat in het gemeenschappelijk douanetarief dat als bijlage is opgenomen bij Verordening ( EEG ) nr . 950/68 van de Raad van 28 juni 1968 ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2560/77 ( 4 ) onder post 58.10 " borduurwerk , aan het stuk , in banden of in de vorm van motieven " en onder post 62.05 " andere geconfectioneerde artikelen van weefsel " worden genoemd ;

Overwegende dat voor de indeling van het onderhavige borduurwerk beide bovengenoemde posten in aanmerking kunnen worden genomen ; dat evenwel indien dit borduurwerk beantwoordt aan de omschrijving van post nr . 58.10 het , overeenkomstig het bepaalde in aantekening 2 a ) op hoofdstuk 62 , onder die post en niet onder post nr . 62.05 dient te worden ingedeeld ;

Overwegende dat de schulp - of kartelvorm van dit borduurwerk in de betrokken beroepskringen als normaal beschouwd wordt voor borduurwerk aan het stuk of in banden ; dat het onderhavige borduurwerk verkregen wordt tijdens het normale door de industrie toegepaste fabricageproces waarbij een breed stuk weefsel langs elk geborduurd motief wordt afgesneden , als gevolg waarvan het tegenoverliggende gedeelte van het grondweefsel eveneens op regelmatige wijze gekarteld of geschulpt is ; dat deze gekartelde of geschulpte uitsnijdingen derhalve een rechtstreeks gevolg zijn van de wijze van vervaardigen van het borduurwerk aan het stuk of in banden en dat hiermede niet wordt beoogd daaraan een andere definitieve vorm dan rechthoekig of vierkant te geven ;

Overwegende dat voorts het hierbedoelde borduurwerk met geschulpte of gekartelde rand beschouwd moet worden als een produkt dat een geringere bewerking heeft ondergaan dan het borduurwerk dat volgens het gemeenschappelijk douanetarief onder post nr . 58.10 valt ; dat volgens aantekening 5 op hoofdstuk 58 oplegwerk en inlegwerk ( applicatiewerk ) , verkregen door opnaaien of door innaaien van pailletten , van kralen of van motieven van textiel of van andere stoffen mede als borduurwerk bedoeld bij post nr . 58.10 worden aangemerkt ;

Overwegende dat in deze omstandigheden het onderhavige borduurwerk niet gelijkgesteld kan worden met de " geconfectioneerde artikelen " in de zin van aantekening 6 a ) op afdeling XI ; dat het derhalve niet kan vallen onder post nr . 62.05 , doch onder post nr . 58.10 dient te worden ingedeeld ;

Overwegende dat de bepalingen van deze verordening in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Borduurwerk met platte steek , aan het stuk of in banden , met geschulpte of gekartelde randen , dient in het gemeenschappelijk douanetarief te worden ingedeeld onder post nr . :

58.10 Borduurwerk , aan het stuk , in banden of in de vorm van motieven .

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de 21e dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 7 februari 1978 .

Voor de Commissie

Etienne DAVIGNON

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . L 14 van 21 . 1 . 1969 , blz . 1 .

( 2 ) PB nr . L 40 van 11 . 2 . 1977 , blz . 1 .

( 3 ) PB nr . L 172 van 22 . 7 . 1968 , blz . 1 .

( 4 ) PB nr . L 303 van 28 . 11 . 1977 , blz . 1 .