Home

Verordening (EEG) nr. 3024/78 van de Commissie van 21 december 1978 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2752/78 inzake de organisaties van olijfolieproducenten voor het verkoopseizoen 1978/1979

Verordening (EEG) nr. 3024/78 van de Commissie van 21 december 1978 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2752/78 inzake de organisaties van olijfolieproducenten voor het verkoopseizoen 1978/1979

++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 3024/78 VAN DE COMMISSIE

van 21 december 1978

houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 2752/78 inzake de organisaties van olijfolieproducenten voor het verkoopseizoen 1978/1979

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening nr . 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1562/78 ( 2 ) ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 2752/78 van de Raad van 23 november 1978 houdende bijzondere maatregelen voor het verkoopseizoen 1978/1979 inzake de organisaties van olijfolieproducenten ( 3 ) , en met name op artikel 1 , lid 4 , en artikel 2 , lid 2 ,

Overwegende dat de in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 2752/78 bedoelde organisaties van producenten van olijven en van olijfolie onder meer in staat dienen te zijn de produktie van een nader te bepalen percentage van hun leden te verifiëren ; dat dit percentage , met het oog op een goed beheer van de regeling voor de produktiesteun , zodanig moet worden vastgesteld dat tijdens het verkoopseizoen 1978/1979 een voldoende representatief aantal leden kan worden gecontroleerd , waarbij evenwel rekening wordt gehouden met de tijd die deze organisaties nodig hebben om deze controleregeling in te stellen ;

Overwegende dat de producentenorganisaties voorts een minimumaantal leden dienen te tellen of dat hun leden samen een minimumhoeveelheid olie dienen te produceren ; dat deze benedengrenzen zodanig moeten worden vastgesteld dat zij verenigbaar zijn met de controlemogelijkheden welke momenteel in elke olijfolieproducerende Lid-Staat bestaan ;

Overwegende dat overeenkomstig artikel 2 , lid 1 , van genoemde verordening het maximumpercentage dient te worden vastgesteld dat de producentenorganisaties ter dekking van de controlekosten van de steun kunnen inhouden ;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Het in artikel 1 , lid 2 , tweede streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 2752/78 bedoelde percentage wordt vastgesteld op 10 .

Artikel 2

Elke organisatie van producenten van olijven en van olijfolie als bedoeld in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 2752/78 moet :

- wanneer zij in Italië is opgericht , ten minste 25 000 producenten omvatten of een aantal leden omvatten die samen in de laatste drie verkoopseizoenen een gemiddelde olieproduktie van ten minste 13 000 ton per verkoopseizoen hebben gehad ;

- wanneer zij in Frankrijk is opgericht , ten minste 1 000 producenten omvatten of een aantal leden omvatten die samen in de bovenbedoelde periode een gemiddelde olieproduktie van ten minste 100 ton per verkoopseizoen hebben gehad .

Artikel 3

Het percentage van de produktiesteun dat de organisaties van producenten overeenkomstig de bepalingen van artikel 2 , lid 1 , van Verordening ( EEG ) nr . 2752/78 kunnen inhouden mag niet hoger zijn dan 2 .

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1979 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 21 december 1978 .

Voor de Commissie

Finn GUNDELACH

Vice-Voorzitter

( 1 ) PB nr . 172 van 30 . 9 . 1966 , blz . 3025/66 .

( 2 ) PB nr . L 185 van 7 . 7 . 1978 , blz . 1 .

( 3 ) PB nr . L 331 van 28 . 11 . 1978 , blz . 8 .