Home

Verordening (EEG) nr. 1522/79 van de Commissie van 20 juli 1979 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2213/76 met betrekking tot de verkoop van magere-melkpoeder uit openbare opslag

Verordening (EEG) nr. 1522/79 van de Commissie van 20 juli 1979 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2213/76 met betrekking tot de verkoop van magere-melkpoeder uit openbare opslag

++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 1522/79 VAN DE COMMISSIE

van 20 juli 1979

tot wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 2213/76 met betrekking tot de verkoop van magere-melkpoeder uit openbare opslag

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1761/78 ( 2 ) , met name op artikel 7 , lid 5 ,

Overwegende dat in artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 2213/76 van de Commissie van 10 september 1976 met betrekking tot de verkoop van magere-melkpoeder uit openbare opslag ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 344/78 ( 4 ) , de opslagduur van het ten verkoop gestelde produkt wordt vastgesteld op ten minste 12 maanden ;

Overwegende dat het , gezien de ontwikkeling van de voorraden , aanbeveling verdient de opslagduur van het betrokken magere-melkpoeder tot 4 maanden te verminderen ;

Overwegende dat het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

In artikel 1 van Verordening ( EEG ) nr . 2213/76 wordt voor " 12 maanden " gelezen : " 4 maanden " .

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 20 juli 1979 .

Voor de Commissie

Finn GUNDELACH

Vice-Voorzitter

( 1 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 13 .

( 2 ) PB nr . L 204 van 28 . 7 . 1978 , blz . 6 .

( 3 ) PB nr . L 249 van 11 . 9 . 1976 , blz . 6 .

( 4 ) PB nr . L 49 van 21 . 2 . 1978 , blz . 8 .