Verordening (EEG) nr. 2131/79 van de Commissie van 28 september 1979 houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 649/78 betreffende de afzet tegen verlaagde prijs van interventieboter bestemd voor onmiddellijk verbruik in de vorm van boterconcentraat
Verordening (EEG) nr. 2131/79 van de Commissie van 28 september 1979 houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 649/78 betreffende de afzet tegen verlaagde prijs van interventieboter bestemd voor onmiddellijk verbruik in de vorm van boterconcentraat
++++
VERORDENING ( EEG ) Nr . 2131/79 VAN DE COMMISSIE
van 28 september 1979
houdende vierde wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 649/78 betreffende de afzet tegen verlaagde prijs van interventieboter bestemd voor onmiddellijk verbruik in de vorm van boterconcentraat
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,
Gelet op Verordening ( EEG ) nr . 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1761/78 ( 2 ) , en met name op artikel 6 , lid 7 ,
Overwegende dat in artikel 1 , lid 2 , tweede streepje , van Verordening ( EEG ) nr . 649/78 van de Commissie ( 3 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 131/79 ( 4 ) , is bepaald dat voor de omrekening van de verwerkte hoeveelheden room in boterequivalent de coëfficiënt 1,25 moet worden toegepast ; dat het uit een oogpunt van harmonisatie dienstig is de in de nieuwe bepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 685/69 van de Commissie ( 5 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 632/79 ( 6 ) , vastgestelde coëfficiënt 1,20 te gebruiken ;
Overwegende dat het ten aanzien van het bij Verordening ( EEG ) nr . 649/78 vastgestelde controlestelsel om ervoor te zorgen dat de boter niet aan haar bestemming wordt onttrokken , nodig is sommige bepalingen aan te passen ten einde deze in overeenstemming te brengen met de onlangs voor andere bijzondere afzetmaatregelen vastgestelde bepalingen , rekening houdend met de door de Lid-Staten toegepaste controlemaatregelen en de ter zake opgedane ervaring ; dat met name moet worden voorzien in een controle van de handelsdocumenten en de voorraadboekhouding van de betrokken bedrijven ;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten ,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
Verordening ( EEG ) nr . 649/78 wordt als volgt gewijzigd :
1 . In artikel 1 , lid 2 , tweede streepje , wordt de coëfficiënt " 1,25 " vervangen door de coëfficiënt " 1,20 " .
2 . Lid 2 van artikel 4 wordt lid 3 en onderstaand lid 2 wordt ingevoegd :
" 2 . De toestemming wordt gegeven aan de bedrijven die over adequate technische installaties , alsmede administratieve en boekhoudkundige middelen beschikken om de in deze verordening vervatte bepalingen ten uitvoer te leggen . De toestemming wordt ingetrokken indien deze waarborgen niet meer bestaan ; zij kan worden ingetrokken wanneer is geconstateerd dat het betrokken bedrijf niet heeft voldaan aan een verplichting die uit deze verordening voortvloeit . " .
3 . Artikel 7 wordt gelezen :
" Artikel 7
Bij de in artikel 5 bedoelde verwerking in verpakking zorgt de betrokken Lid-Staat ten minste één maal per dag voor een controle ter plaatse . Bij gebruik van room moet het vetgehalte van de verwerkte room worden gecontroleerd . " .
4 . Aan artikel 8 wordt een vierde lid toegevoegd luidende als volgt :
" 4 . De in artikel 7 bedoelde controle wordt aangevuld met een grondige en onaangekondigde controle van de handelsdocumenten en van de in lid 1 bedoelde voorraadboekhouding . " .
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 28 september 1979 .
Voor de Commissie
Finn GUNDELACH
Vice-Voorzitter
( 1 ) PB nr . L 148 van 28 . 6 . 1968 , blz . 13 .
( 2 ) PB nr . L 204 van 28 . 7 . 1978 , blz . 6 .
( 3 ) PB nr . L 86 van 1 . 4 . 1978 , blz . 33 .
( 4 ) PB nr . L 19 van 26 . 1 . 1979 , blz . 19 .
( 5 ) PB nr . L 90 van 15 . 4 . 1969 , blz . 12 .
( 6 ) PB nr . L 79 van 31 . 3 . 1979 , blz . 77 .