Home

Verordening (EEG) nr. 3033/79 van de Raad van 28 december 1979 tot vaststelling van bepaalde tussentijdse maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren

Verordening (EEG) nr. 3033/79 van de Raad van 28 december 1979 tot vaststelling van bepaalde tussentijdse maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden, van toepassing op vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren

++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 3033/79 VAN DE RAAD

van 28 december 1979

tot vaststelling van bepaalde tussentijdse maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden , van toepassing op vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 103 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Overwegende dat de Raad op 3 november 1976 een aantal resoluties inzake bepaalde externe en interne aspecten van het gemeenschappelijk visserijbeleid heeft aangenomen ;

Overwegende dat de Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen over een kaderovereenkomst inzake visserij onderhandeld hebben ;

Overwegende dat de Commissie de overeenkomst ter goedkeuring aan de Raad heeft voorgelegd ;

Overwegende dat visvangst door Noorse vaartuigen in de visserijzone van de Gemeenschap tot en met 31 december 1979 is toegestaan krachtens Verordening ( EEG ) nr . 587/79 van de Raad van 26 maart 1979 tot vaststelling van bepaalde maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden , van toepassing op vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren ( 1 ) , gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 2227/79 ( 2 ) ;

Overwegende dat het overleg tussen de Gemeenschap en Noorwegen enerzijds en tussen de Gemeenschap , Noorwegen en Zweden anderzijds , omtrent hun wederzijdse visrechten voor 1980 en het beheer van zekere gemeenschappelijke visbestanden in Skagerrak en Kattegat , niet zo tijdig kon worden afgerond dat voor 31 december 1979 een definitieve regeling betreffende de visserij door Noorse vaartuigen in de visserijzone van de Gemeenschap in overeenstemming met de conclusies van het overleg kon worden vastgesteld ;

Overwegende dat in de overeenkomst van 19 december 1966 tussen Denemarken , Noorwegen en Zweden inzake de onderlinge verlening van visrechten in het Skagerrak en het Kattegat is bepaald dat elke partij de vaartuigen van de andere partijen visrechten verleent in haar visserijzone in het Skagerrak en een gedeelte van het Kattegat tot 4 zeemijl gemeten van de basislijnen ;

Overwegende dat in de visserijovereenkomst van 1964 tussen het Verenigd Koninkrijk en Noorwegen is bepaald dat Noorse vaartuigen mogen vissen op hondshaai en reuzehaai in bepaalde gebieden tussen 6 en 12 zeemijl gemeten van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk ;

Overwegende dat het ten einde een onderbreking van de wederzijdse visserijactiviteiten van de vaartuigen van beide partijen in de visserijzone van de andere te voorkomen noodzakelijk is dat de Gemeenschap voor 1 januari 1980 een tussentijdse regeling vaststelt waarbij het aan Noorse vaartuigen toegestaan wordt te vissen in de visserijzone van de Gemeenschap vanaf 1 januari 1980 tot het ogenblik waarop een definitieve regeling voor 1980 in werking treedt ;

Overwegende dat voor de inachtneming van deze termijn , deze maatregelen als interimmaatregelen moeten worden vastgesteld op de grondslag van artikel 103 van het Verdrag ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Vaartuigen die de vlag van Noorwegen voeren , mogen in de periode van 1 januari tot en met 31 maart 1980 in de 200-mijlszone van de Lid-Staten in de Noordzee , het Skagerrak , het Kattegat , de Oostzee , de Labradorzee , de Davis Strait , de Baffin Bay en de Atlantische Oceaan benoorden 43 * 00' noorderbreedte overeenkomstig het bepaalde in deze verordening vissen op de in bijlage I vermelde soorten binnen de in die bijlage vastgestelde geografische en kwantitatieve grenzen .

2 . De bij lid 1 toegestane visserij mag slechts worden uitgeoefend in de gedeelten van de visserijzone van 200 mijl zeewaarts van 12 zeemijl vanaf de basislijnen vanwaar de territoriale zeeën van de Lid-Staten worden gemeten , met de volgende uitzonderingen :

a ) vissen in het Skagerrak is toegestaan zeewaarts van 4 zeemijl vanaf de basislijnen van Denemarken ;

b ) vissen op hondshaai en reuzenhaai is toegestaan in de gebieden als omschreven in bijlage II .

3 . In afwijking van lid 1 zijn onvermijdelijke bijvangsten van een soort waarvoor in een zone geen quotum is vastgesteld , toegestaan binnen de grenzen vastgesteld in de instandhoudingsmaatregelen die in de betrokken zone gelden .

4 . Bijvangsten in een bepaalde zone van een soort waarvoor in die zone een quotum is vastgesteld worden van dat quotum afgetrokken .

Artikel 2

1 . Vaartuigen die vissen in het kader van de in artikel 1 vastgestelde quotaregeling dienen zich te houden aan de instandhoudings - en controlemaatregelen en aan alle overige voorschriften inzake de uitoefening van de visserij in de in dat artikel bedoelde zones .

2 . De in lid 1 bedoelde vaartuigen dienen een logboek bij te houden waarin de in bijlage III genoemde gegevens moeten worden opgenomen .

3 . De in lid 1 bedoelde vaartuigen dienen met uitzondering van die welke vissen in de ICES-afdeling IIIa , de Commissie de in bijlage IV genoemde informatie te verstrekken . Deze gegevens dienen te worden medegedeeld overeenkomstig de voorschriften van deze bijlage .

4 . De registratieletters en de registratienummers van de in lid 1 bedoelde vaartuigen dienen duidelijk op beide zijden van de boeg van het vaartuig te zijn aangebracht .

Artikel 3

1 . Vissen in ICES-afdeling XIV en in de NAFO-subzone 1 in het kader van de in artikel 1 vastgestelde quotaregeling is slechts toegestaan indien er een door de Commissie namens de Gemeenschap afgegeven vergunning aan boord is en de in de vergunning vermelde voorwaarden in acht worden genomen .

2 . De vergunningen voor de in lid 1 bedoelde visserij moeten zodanig worden afgegeven dat het aantal vergunningen niet meer bedraagt dan 13 voor het vissen op zwarte heilbor en roodbaars en niet meer dan 26 voor het vissen op Noorse garnaal .

3 . Elke vergunning is slechts geldig voor één vaartuig . Indien verschillende vaartuigen vissen , moet ieder vaartuig in het bezit zijn van een vergunning .

4 . Vergunningen kunnen worden geannuleerd met het oog op de afgifte van nieuwe vergunningen . De annulering gaat in op de datum waarop de vergunning bij de Commissie is ingeleverd .

5 . De vergunningen afgegeven krachtens Verordening ( EEG ) nr . 587/79 en die op 31 december 1979 geldig zijn , blijven geldig uiterlijk tot en met 31 januari 1980 indien de Noorse autoriteiten daarom verzoeken .

Artikel 4

Bij het indienen van een aanvraag voor een vergunning bij de Commissie dienen de volgende inlichtingen te worden verstrekt :

a ) naam van het vaartuig ;

b ) registratienummer ;

c ) op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en identificatienummers ;

d ) haven van registratie ;

e ) naam en adres van de eigenaar of huurder ;

f ) brutotonnage en lengte over alles ;

g ) motorvermogen ;

h ) oproepnummer en radiofrequentie ;

i ) vismethode waarvan gebruik zal worden gemaakt ;

j ) zone waarin zal worden gevist ;

k ) vissoorten waarop zal worden gevist ;

l ) periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd .

Artikel 5

Vissen op blauwe leng , leng , lom , zwarte heilbot , heilbot en roodbaars in het kader van de in artikel 1 bedoelde quotaregeling is slechts toegestaan met beuglijnen .

Artikel 6

Het gebruik van trawlnetten en ringzegens voor de vangst van pelagische soorten is verboden van zaterdag te 24 uur tot zondag te 24 uur in het Skagerrak .

Artikel 7

De bevoegde instanties van de Lid-Staten treffen de nodige maatregelen met inbegrip van de regelmatige inspectie van de vaartuigen ten einde de uitvoering van deze verordening te verzekeren .

Artikel 3

Indien een overtreding naar behoren is geconstateerd , delen de Lid-Staten aan de Commissie onverwijld de naam van het betrokken vaartuig en de eventueel getroffen maatregelen mede .

Artikel 9

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Zij is van toepassing tot en met 31 maart 1980 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 28 december 1979 .

Voor de Raad

De Voorzitter

B . LENIHAN

( 1 ) PB nr . L 81 van 31 . 3 . 1979 , blz . 9 .

( 2 ) PB nr . L 257 van 12 . 10 . 1979 , blz . 3 .

BIJLAGE I

Vangstquota

Soort * Gebied waarin mag worden gevist * Hoeveelheid ( ton ) *

Makreel * ICES IV en Skagerrak * 10 000 *

* ICES VI a ) ( 1 ) + VII d ) , e ) , f ) , h ) * 22 000 *

Horsmakreel * ICES IV , VI a ) , VII d ) , e ) , f ) , h ) * 2 500 *

Sprot * ICES IV * 53 000 *

* Skagerrak ( 2 ) * 6 000 ( 2 ) *

Kabeljauw * ICES IV * 3 000 *

* Skagerrak ( 2 ) * 250 ( 3 ) *

Schelvis * ICES IV * 1 500 *

* Skagerrak ( 2 ) * 200 ( 3 ) *

Koolvis * ICES IV en Skagerrak ( 2 ) * 6 000 *

Wijting * ICES IV * 1 700 *

* Skagerrak ( 2 ) * 200 ( 3 ) *

Schol * ICES IV * 500 *

* Skagerrak ( 2 ) * 100 ( 3 ) *

Zandspiering , kever/blauwe wijting * ICES IV * 25 000 ( 4 ) *

Blauwe wijting * ICES II , VI a ) ( 2 ) , VI b ) , VII ( 5 ) , XIV * 62 000 *

Leng , blauwe leng en lom * ICES IV , VI , VII * 10 000 *

Hondshaai * ICES IV , VI , VII * 6 200 ( 6 ) *

Reuzenhaai ( 7 ) * ICES IV , VI , VII * 400 ( 6 ) *

Haringhaai * ICES IV , VI , VII * 500 *

Noorse garnaal * NAFO 1 ( 8 ) * 1 250 *

( Pandalus borealis ) * ICES XIV * 1 250 ( 9 ) *

Zwarte heilbot en roodbaars * NAFO 1 , ICES XIV * 900 *

Heilbot * NAFO 1 , ICES XIV * 100 *

Andere soorten * ICES IV * 2 500 *

( 1 ) Ten noorden van 56 * 30' noorderbreedte .

( 2 ) In het westen begrensd door een lijn van de vuurtoren van Hanstholm tot de vuurtoren van Lindesnes en in het zuiden door een lijn van de vuurtoren van Skagen naar de vuurtoren van Tistlarna en vandaar naar de dichtstbijgelegen kust van Zweden .

( 3 ) Te verminderen met de hoeveelheden die zijn gevangen buiten de visserijzone van de EEG .

( 4 ) Waarvan de hoeveelheid zandspiering niet meer mag bedragen dan 25 000 ton en de hoeveelheid kever en blauwe wijting te zamen niet meer dan 20 000 ton .

( 5 ) Ten westen van 12 * westerlengte .

( 6 ) Dit quotum is exclusief de vangsten in de gebieden als vermeld in bijlage II .

( 7 ) Reuzenhaaielever .

( 8 ) Ten zuiden van 68 * noorderbreedte .

( 9 ) Uitsluitend visserij voor onderzoekdoeleinden .

BIJLAGE II

Zone tussen 6 en 12 mijl gemeten van de basislijnen van de territoriale zee van het Verenigd Koninkrijk

a ) Vissen op hondshaai : de gebieden die zich uitstrekken van een lijn vlak ten westen van Ard an Rumair ( North Uist ) noordwaarts naar een lijn vlak ten oosten van Start Point ( Orkney ) met inbegrip van de gebieden rond de Flannan Islands , de Shetland Islands en Fair Isle en de voor de kust gelegen eilanden van de St . Kilda Groep , North Rona en Sulisker , Sule Skerry en Stack Skerry ;

b ) Vissen op reuzenhaai : dezelfde gebieden als voor hondshaai en ook het gebied tussen een lijn vlak ten westen van de Mull of Oa ( Islay ) en een lijn vlak ten westen van Ard an Runair .

BIJLAGE III

1 . De volgende gegevens dienen na iedere trek in het logboek te worden genoteerd bij het vissen in de visserijzone van 200 zeemijl voor de kusten van de Lid-Staten van de Gemeenschap , waarop uitsluitend de communautaire visserijregeling van toepassing is :

1.1 . Gevangen hoeveelheid van elke soort ( in kg )

1.2 . Datum en tijdstip waarop de trek heeft plaatsgevonden

1.3 . Geografische positie waarin de vangsten zijn gedaan

1.4 . Gebruikte vismethode .

2 . Het volgende logboek moet worden gebruikt bij het vissen in de zone onder gezamenlijk beheer van de Gemeenschap en Canada in statistische zone 0 + 1 van de NAFO .

EUROPESE GEMEENSCHAPPEN - LOGBOEK VOOR DE VISSERIJ IN NAFO-ZONE 0 + 1

Naam van het vaartuig

Identificatienummer ...

Nummer communautaire vergunning ...

Nummer Canadese vergunning ...

Datum * Positie om 12.00 uur ( GMT ) *

Dag * Maand * Jaar * Breedtegraad * Lengtegraad * NAFO-afdeling 09 *

... * ... * ... * ... N * ... W * ... *

Begin trek ( GMT ) * Einde trek ( GMT ) * Vistijd ( uren ) * Diepte ( meter ) * Positie aan het begin van de trek * Type vistuig * Aantal binnengehaalde netten of lijnen * Maas wijdte * Vangst per soort ( in kilogram - afgerond gewicht ) *

* * * * Breedtegraad * Lengtegraad * NAFO-afd . * * * * * Kabeljauw ( 101 ) * Roodbaars ( 103 ) * Zwarte heilbot ( 118 ) * Heilbot ( 120 ) * Roundnose Grenadier ( 168 ) * Zeewolf ( 188 ) * Lodde ( 340 ) * Garnaal ( 639 ) * * *

* * * * * * * * * * gehouden * * * * * * * * * * *

* * * * * * * * * * overboord * * * * * * * * * * *

Subtotaal voor de visdag * gehouden * * * * * * * * * * *

* overboord * * * * * * * * * * *

Totaal voor de visreis * gehouden * * * * * * * * * * *

* overboord * * * * * * * * * * *

Vandaag verwerkt voor menselijke consumptie ( levend gewicht in kg ) * * * * * * * * * * *

Vandaag verwerkt voor industriële doeleinden ( levend gewicht in kg ) * * * * * * * * * * *

TOTAAL * * * * * * * * * * *

Opmerkingen ...

Handtekening van de kapitein ...

BIJLAGE IV

1 . De volgende inlichtingen moeten aan de Commissie worden verstrekt volgens het onderstaande tijdschema :

1.1 . Bij het binnenvaren van het vaartuig :

1.1.1 . in de visserijzones van 200 zeemijl langs de kusten van de Lid-Staten van de Gemeenschap , die onder de jurisdictie van deze Lid-Staten op het gebied van de visserij vallen ;

en

1.1.2 . in het gedeelte van de subzones 0 en 1 als omschreven in de overeenkomst inzake de toekomstige multilaterale samenwerking aangaande de visserij in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan dat valt onder de jurisdictie van Denemarken of Canada :

a ) de in punt 1.4 aangegeven elementen ;

b ) gewicht ( in kg ) van de hoeveelheden in het ruim , per vissoort ;

c ) tijdstip en NAFO-subzone of ICES-afdeling waarin de gezagvoerder voorziet met het vissen te beginnen .

Wanneer de visserijactiviteiten ertoe nopen een bepaalde dag meer dan éénmaal de zones bedoeld in sub 1.1.1 en 1.1.2 binnen te varen , is een mededeling bij het eerste binnenvaren voldoende .

1.2 . Bij het verlaten van

1.2.1 . de sub 1.1.1 bedoelde zone :

a ) de in punt 1.4 aangegeven elementen ;

b ) gewicht ( in kg ) van de hoeveelheden in het ruim , per vissoort ;

c ) gewicht ( in kg ) van de sedert het vorige bericht gevangen vissoorten ;

d ) ICES-onderafdeling af NAFO-subzone waarin de vangsten zijn gedaan ;

e ) gewicht ( in kg ) van de hoeveelheden , per vissoort , die op andere vaartuigen zijn overgeladen sinds het vaartuig de zone is binnengevaren , onder vermelding van het vaartuig waarop de hoeveelheden zijn overgeladen ;

f ) gewicht ( in kg ) van de hoeveelheden , per vissoort , die in een haven van de Gemeenschap zijn aangevoerd sinds het vaartuig de zone is binnengevaren ;

1.2.2 . de sub 1.1.2 bedoelde zone na mededeling ten minste 48 uur voordat het vaartuig de zone verlaat : de inlichtingen bedoeld sub a ) , b ) , c ) , d ) , e ) , f ) ;

g ) gewicht ( in kg ) van de hoeveelheden , per vissoort , die sinds het vorige bericht overboord zijn gezet .

1.3 . Om de zeven dagen , te beginnen op de zevende dag nadat het vaartuig voor het eerst de zones bedoeld onder 1.1.1 en 1.1.2 is binnengevaren :

a ) de in punt 1.4 aangegeven elementen ;

b ) gewicht ( in kg ) van de sedert het vorige bericht gevangen hoeveelheden , per vissoort ;

c ) ICES-onderafdeling of NAFO-subzone waarin de vangsten zijn gedaan .

1.4 . a ) Naam , roepnaam , identificatienummers en -letters van het vaartuig en naam van de kapitein ;

b ) Nummer van de vergunning indien het schip met een vergunning vist ;

c ) Volgnummer van het bericht ;

d ) Aanduiding van de aard van het bericht ;

e ) Datum , uur en geografische positie van het vaartuig .

2.1 . De sub 1 bedoelde gegevens moeten aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen te Brussel ( telexadres 24189 FISEU-B ) worden medegedeeld via een van de sub 3 vermelde radiostations en wel in de sub 4 aangegeven vorm .

2.2 . Indien het bericht wegens overmacht niet door het vaartuig kan worden verzonden , mag het namens dat vaartuig door een ander vaartuig worden doorgezonden .

3 . Naam van het radiostation * Oproepletters van het radiostation *

Skagen * OXP *

Blaavand * OXB *

Roenne * OYE *

Norddeich * DAF DAK *

* DAH DAL *

* DAI DAM *

* DAJ DAN *

Scheveningen * PCH *

Oostende * OST *

North Foreland * GNF *

Humber * GKZ *

Cullercoats * GCC *

Wick * GKR *

Oban * GNE *

Portpatrick * GPK *

Anglesey * GLV *

Ilfracombe * GIL *

Niton * GNI *

Stonehaven * GND *

Portshead * GKA *

* GKB *

* GKC *

Land's End * GLD *

Valentia * EJK *

Malin Head * EJM *

Boulogne * FFB *

Brest * FFU *

Saint-Nazaire * FFO *

Bordeaux-Arcachon * FFC *

Prins Christians Sund * OZN Central Godthaab *

Julianehaab * OXF Central Godthaab *

Godthaab * OXI Central Godthaab *

Holsteinsborg * OYS Central Godthaab *

Godhavn * OZM Central Godthaab *

Thorshavn * OXJ *

Velferdsstasjon Faeringerhamn * 22239 *

Bergen * LGN *

Farsund * LGZ *

Floroe * LGL *

Rogaland * LGQ *

Tjoeme * LGT *

Aalesund * LGA *

4 . Vorm van de berichten

De sub 1 bedoelde inlichtingen betreffende de visserijactiviteiten in de zones bedoeld sub 1.1.1 en 1.1.2 moeten onderstaande elementen bevatten en in onderstaande volgorde worden verstrekt :

- naam van het vaartuig ;

- roepnaam van het vaartuig ;

- op het vaartuig aangebrachte identificatieletters en -nummers ;

- volgnummer van het bericht voor de betrokken visreis ;

- aanduiding van de aard van het bericht aan de hand van de volgende code :

- bericht - bij binnenvaren van een van de zones bedoeld sub 1.1.1 en 1.1.2 : IN ,

- bericht - bij het verlaten van een van de zones bedoeld sub 1.1.1 en 1.1.2 : OUT ,

- wekelijks bericht : WKL ;

- geografische positie ;

- ICES-onderafdeling of NAFO sub-zone waarin de visserijactiviteit naar verwachting zal aanvangen ;

- datum waarop de visserijactiviteit naar verwachting zal aanvangen ;

- het gewicht ( in kg ) van de vangsten , per vissoort , die zich in de ruimen bevinden met gebruikmaking van de sub 5 opgenomen code ;

- ICES-onderafdeling of NAFO sub-zone waarin de vangsten zijn gedaan ;

- gewicht ( in kg ) van de hoeveelheden , per vissoort , die sinds het vorige bericht op andere vaartuigen zijn overgeladen ;

- naam en roepnaam van het vaartuig waarop deze hoeveelheden zijn overgeladen ;

- gewicht ( in kg ) van de hoeveelheden , per vissoort , die sinds het vorige bericht zijn aangevoerd in een haven van de Gemeenschap ;

- naam van de kapitein ;

- gewicht ( in kg ) van de hoeveelheden , per vissoort , die sinds het vorige bericht overboord zijn gezet met gebruikmaking van de sub 5 opgenomen code , uitsluitend in het geval van visserijactiviteiten in de sub 1.1.2 bedoelde zone .

5 . Code voor het mededelen van de sub 4 hierboven bedoelde hoeveelheden vis die zich aan boord bevinden :

- A : Noorse garnaal ( Pandalus borealis )

- B : Heek ( Merluccius merluccius )

- C : Zwarte heilbot ( Reinhardtius hippoglossoides )

- D : Kabeljauw ( Gadus morrhua )

- E : Schelvis ( Melanogrammus aeglefinus )

- F : Heilbot ( Hippoglossus hippoglossus )

- G : Makreel ( Scomber scombrus )

- H : Horsmakreel ( Trachurus trachurus )

- I : Roundnose Grenadier ( Coryphaenoides rupestris )

- J : Koolvis ( Pollachius virens )

- K : Wijting ( Merlangus merlangus )

- L : Haring ( Clupea harengus )

- M : Zandspiering ( Ammodytes sp . )

- N : Sprot ( Clupea sprattus )

- O : Schol ( Pleuronectes platessa )

- P : Kever ( Trisopterus esmarkii )

- Q : Leng ( Molva molva )

- R : Andere

- S : Garnaal ( Penaeidae )

- T : Ansjovis ( Engraulis encrassicholus )

- U : Noorse schelvis ( Sebastes sp . )

- V : Amerikaanse schol ( Hypoglossoides platessoides )

- W : Pijlinktvis ( Illex )

- X : Geelstaartmakreel ( Limanda Fetruginea )

- Y : Blauwe wijting ( Gadus poutassou )