Home

Verordening (EEG) nr. 1898/80 van de Commissie van 9 juli 1980 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2572/78 betreffende de aanvragen om bijstand uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie, ten behoeve van projecten voor de sector kustvisserij als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1852/78

Verordening (EEG) nr. 1898/80 van de Commissie van 9 juli 1980 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2572/78 betreffende de aanvragen om bijstand uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie, ten behoeve van projecten voor de sector kustvisserij als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1852/78

VERORDENING (EEG) Nr. 1898/80 VAN DE COMMISSIE van 9 juli 1980 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2572/78 betreffende de aanvragen om bijstand uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdeling Oriëntatie, ten behoeve van projecten voor de sector kustvisserij als bedoeld in Verordening (EEG) nr. 1852/78

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1852/78 van de Raad van 25 juli 1978 over een tussentijdse gemeenschappelijke actie voor de herstructurering van de kustvisserij (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1713/80 (2), met name op artikel 11,

Overwegende dat, in het kader van deze tussentijdse gemeenschappelijke actie, het noodzakelijk is gebleken projecten die betrekking hebben op de modernisering of de ombouw van bestaande vissersvaartuigen eveneens in overweging te nemen;

Overwegende dat in de bijlagen van Verordening (EEG) nr. 2572/78 van de Commissie (3) is vermeld welke gegevens en stukken de aanvragen om bijstand moeten bevatten ; dat het derhalve noodzakelijk is deze bijlagen aan te passen door daarin de gegevens op te nemen die nodig zijn voor het onderzoek van de projecten betreffende de modernisering of de ombouw van vissersvaartuigen en het bovendien dienstig is bepaalde wijzigingen in de bijlagen aan te brengen om deze beter hanteerbaar te maken;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor de visserijstructuur,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De bijlagen van Verordening (EEG) nr. 2572/78 worden vervangen door de bijlagen bij deze verordening.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 9 juli 1980.

Voor de Commissie

Finn GUNDELACH

Vice-Voorzitter (1)PB nr. L 211 van 1.8.1978, blz. 30. (2)PB nr. L 167 van 1.7.1980, blz. 50. (3)PB nr. L 308 van 1.11.1978, blz. 19.

BIJLAGE A

EERSTE GEDEELTE

>PIC FILE= "T0015237"> >PIC FILE= "T0015238">

>PIC FILE= "T0015239">

>PIC FILE= "T0015240">

>PIC FILE= "T0015241">

>PIC FILE= "T0015242">

>PIC FILE= "T0015243">

>PIC FILE= "T0015244">

BIJLAGE B SCHEMA VAN DE AANVRAAG (1)

1. Korte beschrijving van het project (ten hoogste één bladzijde)

2. Aanvrager (2) 2.1. Belangrijkste activiteiten van de aanvrager.

2.2. Banden van de aanvrager met de begunstigde van het project.

2.3. De volgende stukken moeten worden bijgevoegd: - statuten,

- uittreksel uit het register.

3. Begunstigde (artikel 10, lid 1) 3.1. Aard en omvang van de belangrijkste activiteiten van de begunstigde.

3.2. Eventuele band van de begunstigde met een erkende producentenorganisatie of iedere andere organisatie op het niveau van de produktie.

3.3. Geografisch gebied waarover de economische activiteit van de begunstigde zich uitstrekt.

3.4. Financiële positie (de formulieren B 4 en B 5 aan het einde van deze bijlage invullen en de daarin gevraagde stukken bijvoegen).

3.5. De volgende stukken moeten worden bijgevoegd (indien de begunstigde een rechtspersoon is): - statuten,

- uittreksel uit het register.

4. Voorgenomen actie 4.1. Beschrijving van de huidige situatie en algemene beschrijving van de geplande uitrustingen of installaties, van de wijze waarop zij zullen worden gebruikt en van de behoefte waarin zij voorzien (formulieren B 1 en B 2 voor vissersvaartuigen en formulier B 3 voor de aquacultuur).

4.2. Uitvoerige technische beschrijving van de voorgenomen uitrustingen of werkzaamheden en, voor de aquacultuur, beschrijving van de kweektechnieken die worden toegepast. Voor de projecten betreffende de modernisering of de ombouw van vissersvaartuigen dient een beschrijving te worden gegeven van de staat der installaties welke worden gemoderniseerd of omgebouwd, vóór en na de uitvoering der werken.

4.3. Globale raming van de totale kosten van de werkzaamheden (onder vermelding van de gegevens waarop de berekening is gebaseerd en van de datum waarop de ramingen zijn gemaakt ; de hierop betrekking hebbende bewijsstukken moeten worden bijgevoegd). Voor de projecten betreffende de nieuwbouw van vissersvaartuigen : gelieve, voor volgende posten, de kosten (volgens offerte) afzonderlijk aan te geven: 1. de koelinstallatie;

2. de elektronische uitrusting;

3. het voorstuwingsmechanisme (motor, schroef, straalbuis ...);

4. het vistuig.

4.4. Programma voor de voorgenomen acties of werkzaamheden: - specificatie en tijdschema,

- wijze van uitvoering. (1)Bij de opstelling van de aanvraag wordt de aanvrager/begunstigde verzocht de volgorde van de punten als vermeld in bijlage B na te leven. (2)Moet slechts worden ingevuld wanneer de aanvrager niet tevens begunstigde is.

4.5. Verwacht effect op technisch en op sociaal-economisch vlak, met name ten aanzien van de inkomens, de werkgelegenheid en de veiligheid van de betrokken arbeidskrachten.

4.6. Rentabiliteit van de investeringen en verwachte jaarlijke nettowinst in de eerste drie bedrijfsjaren (formulieren B 6 en B 7).

5. Financieringsplan 5.1. Formulier B 8 invullen.

5.2. In welke mate en op welke wijze dragen de begunstigden de financiële lasten van de uitvoering van het project (bij voorbeeld : afschrijving, rente en andere kosten)?

5.3. Gewenste spreiding bij de uitbetaling van de gevraagde bijstand.

>PIC FILE= "T0015245">

>PIC FILE= "T0015246">

>PIC FILE= "T0015248">

>PIC FILE= "T0015249">

>PIC FILE= "T0015250">

>PIC FILE= "T0015251">

>PIC FILE= "T0015252">

>PIC FILE= "T0015253">

>PIC FILE= "T0015254">

TOELICHTINGEN EN AANWIJZINGEN VOOR HET INVULLEN VAN DE AANVRAGEN

Voorafgaande opmerkingen

Verordening (EEG) nr. 2572/78 heeft ten doel op een zo juist mogelijke wijze de inlichtingen te omschrijven die de Commissie nodig heeft om zich, op basis van de in Verordening (EEG) nr. 1852/78 vastgestelde voorwaarden en criteria, uit te spreken over de aanvragen om bijstand.

Om tot een nauwkeurige aangifte te komen, een vlot onderzoek van de aanvragen mogelijk te maken en de gegevens te kunnen vergelijken, wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van formulieren.

Gezien de grote verscheidenheid van sectoren, rechtsvormen en situaties is het uiteraard niet mogelijk om in alle bijzonderheden van elk individueel geval te voorzien.

Het kan derhalve voorkomen dat bepaalde rubrieken ontbreken of dat een of andere bijzondere situatie niet volledig onder een of verschillende rubrieken kan worden uiteengezet. In dat geval moet, op een afzonderlijk vel, worden toegelicht waarom niet op sommige vragen kan worden geantwoord. Indien de aanvrager zulks nodig acht, kan hij bij elk formulier aanvullende inlichtingen voegen om meer bijzonderheden met betrekking tot zijn situatie of zijn aanvraag mede te delen.

BIJLAGE A

Algemene aanwijzingen

a) Alleen de rubrieken 2 t/m 4.7.2 van het eerste gedeelte moeten door de aanvrager worden ingevuld. Het rechtervak van elke bladzijde niet invullen.

b) Het aantal lettertekens (inclusief de spaties) per rubriek mag niet groter zijn dan het beschikbare aantal vakjes op het formulier. Gebruik eventueel afkortingen (bij voorbeeld : COOP, NV, enz.). Eén letterteken per vakje.

c) Bij het invullen van de gegevens moet in het eerste vakje links van de betrokken rubriek worden begonnen, behalve voor getallen.

d) Bedragen: >PIC FILE= "T0015255">

Toelichtingen per rubriek (1)

EERSTE GEDEELTE

2. Aanvrager

Moet slechts worden ingevuld indien de aanvrager niet één van de begunstigden is.

3. Begunstigde

Indien er verschillende begunstigden zijn, moeten de gegevens van rubriek 3 voor elk van hen worden medegedeeld. Indien er meer dan vier begunstigden zijn, dient een vertegenwoordiger te worden aangewezen en moeten eveneens voor hem de gegevens van deze rubriek worden medegedeeld. (1)De nummers van de paragrafen komen overeen met die van de rubrieken op het formulier. De in deze bijlage bedoelde artikelen zijn die van Verordening (EEG) nr. 1852/78. 3.1. Omlijn het juiste antwoord.

3.7. De bedrijfsactiviteit van de begunstigde moet in het kort worden omschreven. Geef daarbij de aard van de produktie, de nevenactiviteiten en de bestemming van de produkten aan.

3.8. Bij voorbeeld : natuurlijk persoon, rechtspersoon (vennootschap, coöperatie, producentenorganisatie).

3.9. Deelnemers in het kapitaal wier aandeel minder dan 20 % bedraagt, hoeven niet te worden vermeld.

4. Algemene beschrijving van het project 4.1. Deze paragraaf hoeft niet te worden ingevuld.

4.2. Elk project moet onder één van de drie volgende categorieën vallen : vissersvaartuigen nieuwbouw of aankoop ; vissersvaartuigen modernisering of ombouw ; aquacultuur. Schrap de categorie die niet in aanmerking komt.

4.3. Geef maand en jaar aan. >PIC FILE= "T0015256">

Omlijn het juiste antwoord voor de bevestiging.

Voor de projecten betreffende nieuwbouw of aankoop van vaartuigen dient de datum van indienstneming als datum van aanvang der werken te worden beschouwd.

4.7. Oorsprong : Rijk ; provincie.

Aard : kapitaalsubsidie, goedkope lening, rentesubsidie, enz.

Steunbedrag : moet alleen worden vermeld indien het een kapitaalsubsidie betreft.

Indien door meer dan twee instanties steun wordt toegekend, moet een inlegvel worden bijgevoegd. De toewijzing van de steun moet door de bevoegde instanties worden bevestigd vóór de aanvraag bij de Commissie wordt ingediend.

TWEEDE GEDEELTE

Door de Lid-Staat verstrekte gegevens

5. Vermeldt de nummers die de diensten van het Fonds aan de projecten hebben gegeven. Indien er meer dan vier aanvragen zijn, moeten de overige onderdanen op de bladzijde worden vermeld. Vermeldt eveneens de projecten waarvoor de begunstigde als mede-eigenaar, aandeelhouder of lid een bijstand heeft gekregen.

6. Indien er verschillende organen zijn, moeten voor elk van hen de gegevens van rubriek 6 worden verstrekt.

BIJLAGE B

Toelichtingen bij de formulieren B 1 t/m B 8

1. Elke aanvraag om bijstand heeft betrekking op één project, dat investeringen op één of verschillende plaatsen van uitvoering omvat en waarvan de financiële lasten door één of verschillende begunstigden worden gedragen.

De betrokken formulieren bevatten: - economische en technische inlichtingen welke het belang van het project voor de betrokken sector aangeven (B 1, B 2 en eventueel B 3);

- financiële inlichtingen ter beoordeling van: - de huidige situatie van de begunstigde (B 4 en B 5),

- de rentabiliteit van het project (B 6) en van het bedrijf (B 7),

- de financiering van het project (B 8).

2. Het formulier B 8 moet in de nationale munteenheid worden ingevuld.

De bedragen op de formulieren B 4, B 5, B 6 en B 7 moeten in duizendtallen en in nationale munteenheid worden ingevuld.

B 1 - Huidige situatie van de begunstigde (projecten betreffende vissersvaartuigen)

Op dit formulier moeten de inlichtingen worden vermeld op basis waarvan de huidige en de toekomstige viscapaciteit van de vloot van de begunstigde kan worden bepaald.

In de tabellen A en B moeten worden vermeld in de kolommen: 2: de naam van het vaartuig of, bij ontstentenis daarvan, het inschrijvingsnummer ervan (tabel A), de naam en de stad van de betrokken scheepswerf (tabel B);

3: de aard van het vaartuig, met gebruikmaking van de onderstaande code (voor de polyvalente vaartuigen twee of verschillende codes aangeven): >PIC FILE= "T0015409">

4: het bouwjaar (tabel A) : vermeldt het jaar waarin het vaartuig in het register van de vissersvaartuigen is ingeschreven,

het bouwmateriaal (tabel B) : vermeldt of het vaartuig is gemaakt van staal, hout, kunststof of van ander materiaal;

5: de lengte : vermeldt in meter de lengte over alles (loa) en de lengte tussen de loodlijnen (ltl);

6: de tonnemaat : geeft de brutoregisterton aan : vermeldt de waterverplaatsing (m3) indien de brutoregisterton niet bekend is;

7: het motorvermogen : vermeldt het vermogen van de hoofdmotor (pk of kW);

8: het aantal bemanningsleden : vermeldt het gemiddelde aantaal bemanningsleden inclusief de gezagvoerder;

9: de thuishaven van waaruit de visvangst met het betrokken vaartuig gewoonlijk wordt bedreven;

10: de bestemming van het vaartuig : vermeldt welke bestemming in de komende vijf jaar waarschijnlijk aan het vaartuig zal worden gegeven: - visserij : AP,

- uit de vaart nemen voor afbraak : RD (jaar),

- andere activiteiten dan de visserij of verkoop buiten de Gemeenschap : RA (jaar).

B 2 - Verwachte activiteit (vissersvaartuigen)

1. In tabel I moet de verwachte activiteit worden aangegeven voor de vaartuigen waarvoor bijstand van het EOGFL is aangevraagd.

In de kolom "Vissoorten waarop zal worden gevist" moeten de belangrijkste soorten worden vermeld, namelijk de soorten waarvan jaarlijks meer dan 20 % van de totale aanvoer zal worden gevangen.

In de kolom "Vangstperiode" moeten aan de hand van de cijfers 1 t/m 12 de maanden worden aangegeven waarin zal worden gevist (voorbeeld : juni-september : 6-9).

In de kolom "Visserijzones" moeten de ICES-afdelingen of ICNAF-zones worden aangegeven of, voor andere zeegebieden, de afdeling volgens de benaming van de bevoegde internationale organisatie.

Voorbeeld : VII b, c (West-Ierland) of ICNAF II (West-Groenland).

In de kolom "Aanvoerhaven" moet de naam worden vermeld van de haven waar de vis waarschijnlijk zal worden aangevoerd.

2. In tabel II moeten per vissoort de verwachte jaarlijkse vangsten worden aangegeven. Voor de voornaamste soorten moet de waarde van deze vangsten worden geraamd ten einde de rentabiliteit van het betrokken project te kunnen bepalen.

B 3 - Huidige situatie van de begunstigde (aquacultuur)

Voor iedere kweekinstallatie van de begunstigde moet een formulier worden ingevuld. Onder kweekinstallatie wordt elke produktie-eenheid verstaan die over de nodige structuur beschikt om als een autonome produktie-eenheid te kunnen functioneren.

Schrap op formulier B 3 de alinea's die niet van toepassing zijn.

B 4 - Verkorte balansen

(De sub a), b), c), d) en e) gegeven aanwijzingen gelden ook voor formulier B 5)

a) Wanneer een nieuwe onderneming wordt opgericht, moeten voor elke begunstigde, rechtspersoon en vennoot in de nieuwe onderneming die een aandeel van 20 % of meer heeft in het kapitaal dan wel 4/16 of meer van de participaties in zijn bezit heeft, de formulieren B 4 en B 5 worden ingediend waarop de balansen en winst- en verliesrekeningen zijn samengevat.

b) Indien de begunstigde deel uitmaakt van een groep ondernemingen moeten de formulieren B 4 en B 5 eveneens voor het gehele concern worden ingevuld en moet een afschrift van de geconsolideerde gegevens van het concern over elk van de laatste drie boekjaren worden bijgevoegd.

Geef door middel van een kruisje in het desbetreffende vak aan of de balans betrekking heeft op een onderneming (A) dan wel op een concern (B) (geconsolideerde balans).

c) De drie kolommen van het formulier moeten worden ingevuld, waarbij de cijfers over het laatste boekjaar (volledig afgesloten boekjaar bij de indiening van de aanvraag) moeten worden vermeld in de rechterkolom. Elke regel moet worden ingevuld, ook als het bedrag nul is (aangeven door een streepje of een nul).

Vermeldt de maand waarin het boekjaar eindigt op de stippellijn boven de kolommen. Indien de rekeningen over het laatste boekjaar voorlopig zijn, moet dit onderaan het formulier worden aangegeven, en moet de eventueel gecontroleerde, volledige balans, samen met een nieuw bijgewerkt formulier B 4 zo spoedig mogelijk worden toegestuurd. Indien een van de betrokken drie boekjaren niet uit twaalf maanden bestaat, moet het aantal maanden van het desbetreffende boekjaar onderaan het formulier worden aangegeven.

d) De definitieve rekeningen en de gecontroleerde rekeningen over de laatste drie boekjaren dienen als basis voor de tabel. Geef door middel van een kruisje in het desbetreffende vak in de rechterbovenhoek van het formulier aan of het rekeningen voor belastingdoeleinden (I) of andere rekeningen (II) betreft dan wel of de rekeningen gebruikt worden voor verschillende doeleinden (I en II). Wanneer het om "andere rekeningen" (II) gaat, moet onderaan het formulier de aard van deze rekeningen aangegeven worden.

c) Formulier B 4 moet voor elk van de betrokken drie boekjaren vergezeld gaan van één afschrift van de jaarrekeningen, welke de balans, de winst- en verliesrekening en de toelichting dienen te bevatten.

4.0. De oprichtingskosten : voor zover zij krachtens de nationale wetgeving als activa mogen worden geboekt en voor zover zij in de bijgevoegde rekeningen zijn opgevoerd.

4.1. Immateriële duurzame activa : boekwaarde van octrooien, patenten, licenties, handelsmerken, goodwill en research- en ontwikkelingskosten, voor zover zij krachtens de nationale wetgeving als activa mogen worden geboekt.

Bedrijfsgebouwen- en terreinen : boekwaarde na aftrek van de afschrijvingen. Geef aan of als grondslag dient de historische kostprijs (H) (uitgaven voor aanschaf en bouw van de betrokken vaste activa, samengevoegd en gewaardeerd op basis van de kosten op het moment van de verwerving), dan wel de huidige vervangingswaarde (V) door de letter welke niet van toepassing is door te halen.

Andere onroerende activa:

omvat: 1. meerderheidsbelangen in of vorderingen op gelieerde ondernemingen;

2. deelnemingen handelsinvesteringen;

3. effecten welke gelden als vaste activa.

4.2. Liquide middelen : omvat eveneens eigen aandelen.

4.4. Gestort kapitaal : boekwaarde van het gestort maatschappelijk kapitaal.

Winst- en verliesrekening : in het geval van verlies aangeven (-).

4.6. Schulden op lange en middellange termijn : schulden met een looptijd van meer den één jaar.

Aanvullende inlichtingen : (eventueel).

Verzekerde waarde : bedrag door verzekering gedekt.

B 5 - Verkorte winst- en verliesrekeningen

(Algemene aanwijzingen : zie sub a), b), c), d) en e) van de toelichtingen bij formulier B 4).

5.1.1. De netto-omzet omvat de opbrengsten uit verkoop van produkten en goederen en uit de diensten, die tot de normale bedrijfsactiviteiten van de begunstigde behoren, na aftrek van eventuele rabatten en kortingen en van waarde- en andere belastingen die rechtstreeks met de omzet verband houden. Vermeldt onder deze rubriek vermeerderingen en verminderingen van de voorraad eindprodukten en van het onder handen zijnde werk.

NB : Distributie- en verkoopkosten niet aftrekken.

5.1.2. Werk voor eigen rekening waardoor de waarde van de vaste activa van de onderneming is verhoogd.

5.1.3. Alle andere opbrengsten dan de bovenbedoelde, voor zover zij voortvloeien uit de exploitatie van de onderneming en uit verhuur en royalty's.

5.3. Rekening houden met de wijzigingen in de voorraad grond- en hulpstoffen.

5.5.3. Omvat alle andere kosten dan de bovenbedoelde, voor zover zij rechtstreeks verband houden met de exploitatie van de onderneming.

NB : Rentelasten en afschrijvingen mogen niet in deze post worden opgenomen.

5.7.1. Geef aan of als grondslag dient de historische kostprijs (H) dan wel de huidige vervangingswaarde (V).

5.9. Omvat met name de renten en inkomsten uit aandelen.

5.11. Alle belangrijke gegevens moeten op een afzonderlijke bladzijde worden opgegeven.

B 6 - Geraamde winst- en verliesrekening, naar plaats van de investering

Dit formulier moet afzonderlijk voor iedere plaats van de investering worden ingevuld.

De kolommen moeten van links naar rechts worden ingevuld, te beginnen met het eerste boekjaar van de verwezenlijking van het project.

Vul het formulier in aan de hand van de toelichtingen bij formulier B 5.

Bij ingebruikneming van een nieuw bedrijf moet onderaan de bladzijde de verwachte economische levensduur van de investeringen (eventueel op te splitsen naar investeringscategorie) worden aangegeven.

Voor een project waarbij het gaat om rationalisatie van een reeds bestaande produktie-eenheid, is het van belang te weten wat de voor- en nadelen van de investering zijn. Het formulier moet het effect van de investering voor het gehele bedrijf aantonen in de vorm van bijkomende winsten (positieve posten) of verliezen (negatieve posten). Een toeneming van de waarde van de verkoop evenals een vermindering van de personeelskosten gelden als positief, terwijl een toeneming van deze kosten als negatief zal gelden. Men komt daardoor tot een bedrijfsoverschot of bedrijfstekort veroorzaakt door de investering zelf.

Plaats bij het invullen van het formulier, naar gelang van het geval, (+) of (-) voor elk overgenomen bedrag (laat de inflatie buiten beschouwing).

B 7 - Geraamde winst- en verliesrekening van het hele bedrijf

Verwezen wordt naar de toelichtingen bij formulier B 5.

Alleen in te vullen voor de eerste drie boekjaren na de verwezenlijking van het project, in constante prijzen (laat de inflatie buiten beschouwing).

Evenals B 6, vormt dit formulier een prognose die is vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens bij de opstelling van de aanvraag.

Het spreekt vanzelf dat deze raming, hoe gedetailleerd ook, een relatief karakter heeft en slechts bij benadering de waarschijnlijke ontwikkeling van het bedrijf aangeeft.

B 8 - Financieringsplan van het project

Het financieringsplan moet alle investeringen dekken waarvoor bijstand is aangevraagd.

Het bedrag sub 8.5 komt overeen met het in bijlage A, eerste gedeelte, sub 4.5 aangegeven bedrag.

Indien het project betrekking heeft op verschillende economische eenheden (subprojecten) waarvoor aparte aanvragen kunnen worden ingediend, moet een formulier voor het financieringsplan voor het gehele project en per subproject worden ingevuld.

BIJLAGE A

EERSTE GEDEELTE

>PIC FILE= "T0015237"> >PIC FILE= "T0015238">

>PIC FILE= "T0015239">

>PIC FILE= "T0015240">

>PIC FILE= "T0015241">

>PIC FILE= "T0015242">

>PIC FILE= "T0015243">

>PIC FILE= "T0015244">

BIJLAGE B SCHEMA VAN DE AANVRAAG (1)

1. Korte beschrijving van het project (ten hoogste één bladzijde)

2. Aanvrager (2) 2.1. Belangrijkste activiteiten van de aanvrager.

2.2. Banden van de aanvrager met de begunstigde van het project.

2.3. De volgende stukken moeten worden bijgevoegd: - statuten,

- uittreksel uit het register.

3. Begunstigde (artikel 10, lid 1) 3.1. Aard en omvang van de belangrijkste activiteiten van de begunstigde.

3.2. Eventuele band van de begunstigde met een erkende producentenorganisatie of iedere andere organisatie op het niveau van de produktie.

3.3. Geografisch gebied waarover de economische activiteit van de begunstigde zich uitstrekt.

3.4. Financiële positie (de formulieren B 4 en B 5 aan het einde van deze bijlage invullen en de daarin gevraagde stukken bijvoegen).

3.5. De volgende stukken moeten worden bijgevoegd (indien de begunstigde een rechtspersoon is): - statuten,

- uittreksel uit het register.

4. Voorgenomen actie 4.1. Beschrijving van de huidige situatie en algemene beschrijving van de geplande uitrustingen of installaties, van de wijze waarop zij zullen worden gebruikt en van de behoefte waarin zij voorzien (formulieren B 1 en B 2 voor vissersvaartuigen en formulier B 3 voor de aquacultuur).

4.2. Uitvoerige technische beschrijving van de voorgenomen uitrustingen of werkzaamheden en, voor de aquacultuur, beschrijving van de kweektechnieken die worden toegepast. Voor de projecten betreffende de modernisering of de ombouw van vissersvaartuigen dient een beschrijving te worden gegeven van de staat der installaties welke worden gemoderniseerd of omgebouwd, vóór en na de uitvoering der werken.

4.3. Globale raming van de totale kosten van de werkzaamheden (onder vermelding van de gegevens waarop de berekening is gebaseerd en van de datum waarop de ramingen zijn gemaakt ; de hierop betrekking hebbende bewijsstukken moeten worden bijgevoegd). Voor de projecten betreffende de nieuwbouw van vissersvaartuigen : gelieve, voor volgende posten, de kosten (volgens offerte) afzonderlijk aan te geven: 1. de koelinstallatie;

2. de elektronische uitrusting;

3. het voorstuwingsmechanisme (motor, schroef, straalbuis ...);

4. het vistuig.

4.4. Programma voor de voorgenomen acties of werkzaamheden: - specificatie en tijdschema,

- wijze van uitvoering. (1)Bij de opstelling van de aanvraag wordt de aanvrager/begunstigde verzocht de volgorde van de punten als vermeld in bijlage B na te leven. (2)Moet slechts worden ingevuld wanneer de aanvrager niet tevens begunstigde is.

4.5. Verwacht effect op technisch en op sociaal-economisch vlak, met name ten aanzien van de inkomens, de werkgelegenheid en de veiligheid van de betrokken arbeidskrachten.

4.6. Rentabiliteit van de investeringen en verwachte jaarlijke nettowinst in de eerste drie bedrijfsjaren (formulieren B 6 en B 7).

5. Financieringsplan 5.1. Formulier B 8 invullen.

5.2. In welke mate en op welke wijze dragen de begunstigden de financiële lasten van de uitvoering van het project (bij voorbeeld : afschrijving, rente en andere kosten)?

5.3. Gewenste spreiding bij de uitbetaling van de gevraagde bijstand.

>PIC FILE= "T0015245">

>PIC FILE= "T0015246">

>PIC FILE= "T0015248">

>PIC FILE= "T0015249">

>PIC FILE= "T0015250">

>PIC FILE= "T0015251">

>PIC FILE= "T0015252">

>PIC FILE= "T0015253">

>PIC FILE= "T0015254">

TOELICHTINGEN EN AANWIJZINGEN VOOR HET INVULLEN VAN DE AANVRAGEN

Voorafgaande opmerkingen

Verordening (EEG) nr. 2572/78 heeft ten doel op een zo juist mogelijke wijze de inlichtingen te omschrijven die de Commissie nodig heeft om zich, op basis van de in Verordening (EEG) nr. 1852/78 vastgestelde voorwaarden en criteria, uit te spreken over de aanvragen om bijstand.

Om tot een nauwkeurige aangifte te komen, een vlot onderzoek van de aanvragen mogelijk te maken en de gegevens te kunnen vergelijken, wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van formulieren.

Gezien de grote verscheidenheid van sectoren, rechtsvormen en situaties is het uiteraard niet mogelijk om in alle bijzonderheden van elk individueel geval te voorzien.

Het kan derhalve voorkomen dat bepaalde rubrieken ontbreken of dat een of andere bijzondere situatie niet volledig onder een of verschillende rubrieken kan worden uiteengezet. In dat geval moet, op een afzonderlijk vel, worden toegelicht waarom niet op sommige vragen kan worden geantwoord. Indien de aanvrager zulks nodig acht, kan hij bij elk formulier aanvullende inlichtingen voegen om meer bijzonderheden met betrekking tot zijn situatie of zijn aanvraag mede te delen.

BIJLAGE A

Algemene aanwijzingen

a) Alleen de rubrieken 2 t/m 4.7.2 van het eerste gedeelte moeten door de aanvrager worden ingevuld. Het rechtervak van elke bladzijde niet invullen.

b) Het aantal lettertekens (inclusief de spaties) per rubriek mag niet groter zijn dan het beschikbare aantal vakjes op het formulier. Gebruik eventueel afkortingen (bij voorbeeld : COOP, NV, enz.). Eén letterteken per vakje.

c) Bij het invullen van de gegevens moet in het eerste vakje links van de betrokken rubriek worden begonnen, behalve voor getallen.

d) Bedragen: >PIC FILE= "T0015255">

Toelichtingen per rubriek (1)

EERSTE GEDEELTE

2. Aanvrager

Moet slechts worden ingevuld indien de aanvrager niet één van de begunstigden is.

3. Begunstigde

Indien er verschillende begunstigden zijn, moeten de gegevens van rubriek 3 voor elk van hen worden medegedeeld. Indien er meer dan vier begunstigden zijn, dient een vertegenwoordiger te worden aangewezen en moeten eveneens voor hem de gegevens van deze rubriek worden medegedeeld. (1)De nummers van de paragrafen komen overeen met die van de rubrieken op het formulier. De in deze bijlage bedoelde artikelen zijn die van Verordening (EEG) nr. 1852/78. 3.1. Omlijn het juiste antwoord.

3.7. De bedrijfsactiviteit van de begunstigde moet in het kort worden omschreven. Geef daarbij de aard van de produktie, de nevenactiviteiten en de bestemming van de produkten aan.

3.8. Bij voorbeeld : natuurlijk persoon, rechtspersoon (vennootschap, coöperatie, producentenorganisatie).

3.9. Deelnemers in het kapitaal wier aandeel minder dan 20 % bedraagt, hoeven niet te worden vermeld.

4. Algemene beschrijving van het project 4.1. Deze paragraaf hoeft niet te worden ingevuld.

4.2. Elk project moet onder één van de drie volgende categorieën vallen : vissersvaartuigen nieuwbouw of aankoop ; vissersvaartuigen modernisering of ombouw ; aquacultuur. Schrap de categorie die niet in aanmerking komt.

4.3. Geef maand en jaar aan. >PIC FILE= "T0015256">

Omlijn het juiste antwoord voor de bevestiging.

Voor de projecten betreffende nieuwbouw of aankoop van vaartuigen dient de datum van indienstneming als datum van aanvang der werken te worden beschouwd.

4.7. Oorsprong : Rijk ; provincie.

Aard : kapitaalsubsidie, goedkope lening, rentesubsidie, enz.

Steunbedrag : moet alleen worden vermeld indien het een kapitaalsubsidie betreft.

Indien door meer dan twee instanties steun wordt toegekend, moet een inlegvel worden bijgevoegd. De toewijzing van de steun moet door de bevoegde instanties worden bevestigd vóór de aanvraag bij de Commissie wordt ingediend.

TWEEDE GEDEELTE

Door de Lid-Staat verstrekte gegevens

5. Vermeldt de nummers die de diensten van het Fonds aan de projecten hebben gegeven. Indien er meer dan vier aanvragen zijn, moeten de overige onderdanen op de bladzijde worden vermeld. Vermeldt eveneens de projecten waarvoor de begunstigde als mede-eigenaar, aandeelhouder of lid een bijstand heeft gekregen.

6. Indien er verschillende organen zijn, moeten voor elk van hen de gegevens van rubriek 6 worden verstrekt.

BIJLAGE B

Toelichtingen bij de formulieren B 1 t/m B 8

1. Elke aanvraag om bijstand heeft betrekking op één project, dat investeringen op één of verschillende plaatsen van uitvoering omvat en waarvan de financiële lasten door één of verschillende begunstigden worden gedragen.

De betrokken formulieren bevatten: - economische en technische inlichtingen welke het belang van het project voor de betrokken sector aangeven (B 1, B 2 en eventueel B 3);

- financiële inlichtingen ter beoordeling van: - de huidige situatie van de begunstigde (B 4 en B 5),

- de rentabiliteit van het project (B 6) en van het bedrijf (B 7),

- de financiering van het project (B 8).

2. Het formulier B 8 moet in de nationale munteenheid worden ingevuld.

De bedragen op de formulieren B 4, B 5, B 6 en B 7 moeten in duizendtallen en in nationale munteenheid worden ingevuld.

B 1 - Huidige situatie van de begunstigde (projecten betreffende vissersvaartuigen)

Op dit formulier moeten de inlichtingen worden vermeld op basis waarvan de huidige en de toekomstige viscapaciteit van de vloot van de begunstigde kan worden bepaald.

In de tabellen A en B moeten worden vermeld in de kolommen: 2: de naam van het vaartuig of, bij ontstentenis daarvan, het inschrijvingsnummer ervan (tabel A), de naam en de stad van de betrokken scheepswerf (tabel B);

3: de aard van het vaartuig, met gebruikmaking van de onderstaande code (voor de polyvalente vaartuigen twee of verschillende codes aangeven): >PIC FILE= "T0015409">

4: het bouwjaar (tabel A) : vermeldt het jaar waarin het vaartuig in het register van de vissersvaartuigen is ingeschreven,

het bouwmateriaal (tabel B) : vermeldt of het vaartuig is gemaakt van staal, hout, kunststof of van ander materiaal;

5: de lengte : vermeldt in meter de lengte over alles (loa) en de lengte tussen de loodlijnen (ltl);

6: de tonnemaat : geeft de brutoregisterton aan : vermeldt de waterverplaatsing (m3) indien de brutoregisterton niet bekend is;

7: het motorvermogen : vermeldt het vermogen van de hoofdmotor (pk of kW);

8: het aantal bemanningsleden : vermeldt het gemiddelde aantaal bemanningsleden inclusief de gezagvoerder;

9: de thuishaven van waaruit de visvangst met het betrokken vaartuig gewoonlijk wordt bedreven;

10: de bestemming van het vaartuig : vermeldt welke bestemming in de komende vijf jaar waarschijnlijk aan het vaartuig zal worden gegeven: - visserij : AP,

- uit de vaart nemen voor afbraak : RD (jaar),

- andere activiteiten dan de visserij of verkoop buiten de Gemeenschap : RA (jaar).

B 2 - Verwachte activiteit (vissersvaartuigen)

1. In tabel I moet de verwachte activiteit worden aangegeven voor de vaartuigen waarvoor bijstand van het EOGFL is aangevraagd.

In de kolom "Vissoorten waarop zal worden gevist" moeten de belangrijkste soorten worden vermeld, namelijk de soorten waarvan jaarlijks meer dan 20 % van de totale aanvoer zal worden gevangen.

In de kolom "Vangstperiode" moeten aan de hand van de cijfers 1 t/m 12 de maanden worden aangegeven waarin zal worden gevist (voorbeeld : juni-september : 6-9).

In de kolom "Visserijzones" moeten de ICES-afdelingen of ICNAF-zones worden aangegeven of, voor andere zeegebieden, de afdeling volgens de benaming van de bevoegde internationale organisatie.

Voorbeeld : VII b, c (West-Ierland) of ICNAF II (West-Groenland).

In de kolom "Aanvoerhaven" moet de naam worden vermeld van de haven waar de vis waarschijnlijk zal worden aangevoerd.

2. In tabel II moeten per vissoort de verwachte jaarlijkse vangsten worden aangegeven. Voor de voornaamste soorten moet de waarde van deze vangsten worden geraamd ten einde de rentabiliteit van het betrokken project te kunnen bepalen.

B 3 - Huidige situatie van de begunstigde (aquacultuur)

Voor iedere kweekinstallatie van de begunstigde moet een formulier worden ingevuld. Onder kweekinstallatie wordt elke produktie-eenheid verstaan die over de nodige structuur beschikt om als een autonome produktie-eenheid te kunnen functioneren.

Schrap op formulier B 3 de alinea's die niet van toepassing zijn.

B 4 - Verkorte balansen

(De sub a), b), c), d) en e) gegeven aanwijzingen gelden ook voor formulier B 5)

a) Wanneer een nieuwe onderneming wordt opgericht, moeten voor elke begunstigde, rechtspersoon en vennoot in de nieuwe onderneming die een aandeel van 20 % of meer heeft in het kapitaal dan wel 4/16 of meer van de participaties in zijn bezit heeft, de formulieren B 4 en B 5 worden ingediend waarop de balansen en winst- en verliesrekeningen zijn samengevat.

b) Indien de begunstigde deel uitmaakt van een groep ondernemingen moeten de formulieren B 4 en B 5 eveneens voor het gehele concern worden ingevuld en moet een afschrift van de geconsolideerde gegevens van het concern over elk van de laatste drie boekjaren worden bijgevoegd.

Geef door middel van een kruisje in het desbetreffende vak aan of de balans betrekking heeft op een onderneming (A) dan wel op een concern (B) (geconsolideerde balans).

c) De drie kolommen van het formulier moeten worden ingevuld, waarbij de cijfers over het laatste boekjaar (volledig afgesloten boekjaar bij de indiening van de aanvraag) moeten worden vermeld in de rechterkolom. Elke regel moet worden ingevuld, ook als het bedrag nul is (aangeven door een streepje of een nul).

Vermeldt de maand waarin het boekjaar eindigt op de stippellijn boven de kolommen. Indien de rekeningen over het laatste boekjaar voorlopig zijn, moet dit onderaan het formulier worden aangegeven, en moet de eventueel gecontroleerde, volledige balans, samen met een nieuw bijgewerkt formulier B 4 zo spoedig mogelijk worden toegestuurd. Indien een van de betrokken drie boekjaren niet uit twaalf maanden bestaat, moet het aantal maanden van het desbetreffende boekjaar onderaan het formulier worden aangegeven.

d) De definitieve rekeningen en de gecontroleerde rekeningen over de laatste drie boekjaren dienen als basis voor de tabel. Geef door middel van een kruisje in het desbetreffende vak in de rechterbovenhoek van het formulier aan of het rekeningen voor belastingdoeleinden (I) of andere rekeningen (II) betreft dan wel of de rekeningen gebruikt worden voor verschillende doeleinden (I en II). Wanneer het om "andere rekeningen" (II) gaat, moet onderaan het formulier de aard van deze rekeningen aangegeven worden.

c) Formulier B 4 moet voor elk van de betrokken drie boekjaren vergezeld gaan van één afschrift van de jaarrekeningen, welke de balans, de winst- en verliesrekening en de toelichting dienen te bevatten.

4.0. De oprichtingskosten : voor zover zij krachtens de nationale wetgeving als activa mogen worden geboekt en voor zover zij in de bijgevoegde rekeningen zijn opgevoerd.

4.1. Immateriële duurzame activa : boekwaarde van octrooien, patenten, licenties, handelsmerken, goodwill en research- en ontwikkelingskosten, voor zover zij krachtens de nationale wetgeving als activa mogen worden geboekt.

Bedrijfsgebouwen- en terreinen : boekwaarde na aftrek van de afschrijvingen. Geef aan of als grondslag dient de historische kostprijs (H) (uitgaven voor aanschaf en bouw van de betrokken vaste activa, samengevoegd en gewaardeerd op basis van de kosten op het moment van de verwerving), dan wel de huidige vervangingswaarde (V) door de letter welke niet van toepassing is door te halen.

Andere onroerende activa:

omvat: 1. meerderheidsbelangen in of vorderingen op gelieerde ondernemingen;

2. deelnemingen handelsinvesteringen;

3. effecten welke gelden als vaste activa.

4.2. Liquide middelen : omvat eveneens eigen aandelen.

4.4. Gestort kapitaal : boekwaarde van het gestort maatschappelijk kapitaal.

Winst- en verliesrekening : in het geval van verlies aangeven (-).

4.6. Schulden op lange en middellange termijn : schulden met een looptijd van meer den één jaar.

Aanvullende inlichtingen : (eventueel).

Verzekerde waarde : bedrag door verzekering gedekt.

B 5 - Verkorte winst- en verliesrekeningen

(Algemene aanwijzingen : zie sub a), b), c), d) en e) van de toelichtingen bij formulier B 4).

5.1.1. De netto-omzet omvat de opbrengsten uit verkoop van produkten en goederen en uit de diensten, die tot de normale bedrijfsactiviteiten van de begunstigde behoren, na aftrek van eventuele rabatten en kortingen en van waarde- en andere belastingen die rechtstreeks met de omzet verband houden. Vermeldt onder deze rubriek vermeerderingen en verminderingen van de voorraad eindprodukten en van het onder handen zijnde werk.

NB : Distributie- en verkoopkosten niet aftrekken.

5.1.2. Werk voor eigen rekening waardoor de waarde van de vaste activa van de onderneming is verhoogd.

5.1.3. Alle andere opbrengsten dan de bovenbedoelde, voor zover zij voortvloeien uit de exploitatie van de onderneming en uit verhuur en royalty's.

5.3. Rekening houden met de wijzigingen in de voorraad grond- en hulpstoffen.

5.5.3. Omvat alle andere kosten dan de bovenbedoelde, voor zover zij rechtstreeks verband houden met de exploitatie van de onderneming.

NB : Rentelasten en afschrijvingen mogen niet in deze post worden opgenomen.

5.7.1. Geef aan of als grondslag dient de historische kostprijs (H) dan wel de huidige vervangingswaarde (V).

5.9. Omvat met name de renten en inkomsten uit aandelen.

5.11. Alle belangrijke gegevens moeten op een afzonderlijke bladzijde worden opgegeven.

B 6 - Geraamde winst- en verliesrekening, naar plaats van de investering

Dit formulier moet afzonderlijk voor iedere plaats van de investering worden ingevuld.

De kolommen moeten van links naar rechts worden ingevuld, te beginnen met het eerste boekjaar van de verwezenlijking van het project.

Vul het formulier in aan de hand van de toelichtingen bij formulier B 5.

Bij ingebruikneming van een nieuw bedrijf moet onderaan de bladzijde de verwachte economische levensduur van de investeringen (eventueel op te splitsen naar investeringscategorie) worden aangegeven.

Voor een project waarbij het gaat om rationalisatie van een reeds bestaande produktie-eenheid, is het van belang te weten wat de voor- en nadelen van de investering zijn. Het formulier moet het effect van de investering voor het gehele bedrijf aantonen in de vorm van bijkomende winsten (positieve posten) of verliezen (negatieve posten). Een toeneming van de waarde van de verkoop evenals een vermindering van de personeelskosten gelden als positief, terwijl een toeneming van deze kosten als negatief zal gelden. Men komt daardoor tot een bedrijfsoverschot of bedrijfstekort veroorzaakt door de investering zelf.

Plaats bij het invullen van het formulier, naar gelang van het geval, (+) of (-) voor elk overgenomen bedrag (laat de inflatie buiten beschouwing).

B 7 - Geraamde winst- en verliesrekening van het hele bedrijf

Verwezen wordt naar de toelichtingen bij formulier B 5.

Alleen in te vullen voor de eerste drie boekjaren na de verwezenlijking van het project, in constante prijzen (laat de inflatie buiten beschouwing).

Evenals B 6, vormt dit formulier een prognose die is vastgesteld op basis van de beschikbare gegevens bij de opstelling van de aanvraag.

Het spreekt vanzelf dat deze raming, hoe gedetailleerd ook, een relatief karakter heeft en slechts bij benadering de waarschijnlijke ontwikkeling van het bedrijf aangeeft.

B 8 - Financieringsplan van het project

Het financieringsplan moet alle investeringen dekken waarvoor bijstand is aangevraagd.

Het bedrag sub 8.5 komt overeen met het in bijlage A, eerste gedeelte, sub 4.5 aangegeven bedrag.

Indien het project betrekking heeft op verschillende economische eenheden (subprojecten) waarvoor aparte aanvragen kunnen worden ingediend, moet een formulier voor het financieringsplan voor het gehele project en per subproject worden ingevuld.