Home

Verordening (EEG) nr. 3393/80 van de Raad van 8 december 1980 betreffende de sluiting van het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Oostenrijk in verband met de toetreding van de Helleense Republiek tot de Gemeenschap

Verordening (EEG) nr. 3393/80 van de Raad van 8 december 1980 betreffende de sluiting van het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Oostenrijk in verband met de toetreding van de Helleense Republiek tot de Gemeenschap

VERORDENING (EEG) Nr. 3393/80 VAN DE RAAD van 8 december 1980 betreffende de sluiting van het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Oostenrijk in verband met de toetreding van de Helleense Republiek tot de Gemeenschap

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat het Aanvullend Protocol bij de op 22 juli 1972 te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Oostenrijk (1) dient te worden goedgekeurd ten einde rekening te houden met de toetreding van de Helleense Republiek tot de Gemeenschap,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Oostenrijk in verband met de toetreding van de Helleense Republiek tot de Gemeenschap wordt namens de Gemeenschap goedgekeurd.

De tekst van het Protocol is als bijlage aan deze verordening gehecht.

Artikel 2

De Voorzitter van de Raad verricht de kennisgeving bedoeld in artikel 13 van het Aanvullend Protocol (2).

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 8 december 1980.

Voor de Raad

De Voorzitter

C. NEY

(1) PB nr. L 300 van 31.12.1972, blz. 2. (2) De datum van inwerkingtreding van het Protocol zal door het Secretariaat-generaal van de Raad in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen worden bekendgemaakt.

AANVULLEND PROTOCOL bij de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Oostenrijk in verband met de toetreding van de Helleense Republiek tot de Gemeenschap

DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP,

enerzijds, en

DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,

anderzijds,

GEZIEN de toetreding, op 1 januari 1981, van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen,

GELET OP de op 22 juli 1972 te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Oostenrijk, hierna te noemen "de Overeenkomst",

HEBBEN BESLOTEN om in gemeenschappelijk overleg de aanpassingen en overgangsmaatregelen met betrekking tot de Overeenkomst in verband met de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap vast te stellen

EN DIT PROTOCOL TE SLUITEN:

TITEL I Aanpassingen

Artikel 1

Van de Overeenkomst wordt een tekst in de Griekse taal opgesteld die evenzeer authentiek is als de oorspronkelijke teksten. Het Gemengd Comité keurt de Griekse tekst goed.

Artikel 2

1. Ten aanzien van alle onder de hoofdstukken 48 en 49 van het gemeenschappelijk douanetarief vallende produkten van oorsprong uit Oostenrijk die niet in de lijst van bijlage I zijn opgenomen past de Helleense Republiek de bepalingen toe als neergelegd in de in artikel 1, lid 3, van Protocol nr. 1 van de in de Overeenkomst opgenomen tabel.

2. Oostenrijk past de bepalingen van artikel 4, lid 1, van Protocol nr. 1 van de Overeenkomst toe op alle onder dit lid vallende produkten uit Griekenland.

Artikel 3

1. Het indicatieve maximum dat de Europese Economische Gemeenschap in overeenstemming met de bepalingen van Protocol nr. 1 van de Overeenkomst met ingang van 1 januari 1981 toepast op de invoer van goederen van oorsprong uit Oostenrijk, omvat: - de indicatieve maxima voortvloeiende uit de toepassing van de in Protocol nr. 1 van de Overeenkomst neergelegde voorschriften en

- bovendien voor 1981 de in bijlage III vermelde maxima ; voor elk van de volgende jaren worden deze maxima met 5 % verhoogd.

2. Wanneer voor de betrokken goederen de in bijlage III genoemde omvang van de invoer in Griekenland is bereikt, kan de Helleense Republiek tot het eind van het kalenderjaar wederom de invoerrechten heffen welke door dat land op dat moment ten opzichte van derde landen worden toegepast.

TITEL II Overgangsmaatregelen

Artikel 4

Voor de in bijlage I genoemde produkten schaft de Helleense Republiek geleidelijk de invoerrechten op produkten van oorsprong uit Oostenrijk af volgens het onderstaande tijdschema: - op 1 januari 1981 wordt elk recht verlaagd tot 90 % van het basisrecht;

- op 1 januari 1982 wordt elk recht verlaagd tot 80 % van het basisrecht;

- de volgende vier verlagingen, telkens met 20 %, vinden plaats op: - 1 januari 1983,

- 1 januari 1984,

- 1 januari 1985,

- 1 januari 1986.

Artikel 5

1. Voor de in bijlage I genoemde produkten is het basisrecht waarop de in artikel 4 bedoelde achtereenvolgende verlagingen moeten worden toegepast, voor elk produkt het door de Helleense Republiek ten opzichte van Oostenrijk op 1 juli 1980 werkelijk toegepaste recht.

2. Wat betreft lucifers die onder post 36.06 van het gemeenschappelijk douanetarief vallen, bedraagt het basisrecht evenwel 17,2 % ad valorem.

Artikel 6

1. Voor de in bijlage I genoemde produkten schaft de Helleense Republiek geleidelijk de heffingen van gelijke werking als invoerrechten op produkten van oorsprong uit Oostenrijk af volgens het onderstaande tijdschema: - op 1 januari 1981 wordt elke heffing verlaagd tot 90 % van het basisbedrag;

- op 1 januari 1982 wordt elke heffing verlaagd tot 80 % van het basisbedrag;

- de volgende vier verlagingen, telkens met 20 %, vinden plaats op: - 1 januari 1983,

- 1 januari 1984,

- 1 januari 1985,

- 1 januari 1986.

2. Het basisbedrag waarop de in lid 1 bedoelde achtereenvolgende verlagingen moeten worden toegepast, is voor elk produkt het bedrag dat door de Helleense Republiek op 31 december 1980 ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling wordt toegepast.

3. Elke heffing van gelijke werking als een invoerrecht die met ingang van 1 januari 1979 in het handelsverkeer tussen Griekenland en Oostenrijk werd ingesteld, wordt per 1 januari 1981 afgeschaft.

Artikel 7

Indien de Helleense Republiek invoerrechten of heffingen van gelijke werking op uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling ingevoerde produkten in een sneller tempo dan het vastgestelde tijdschema der verlagingen schorst of verlaagt, zal de Helleense Republiek die rechten of heffingen van gelijke werking eveneens ten aanzien van produkten van oorsprong uit Oostenrijk met hetzelfde percentage schorsen of verlagen.

Artikel 8

1. Het variabele element dat de Helleense Republiek overeenkomstig artikel 1 van Protocol nr. 2 van de Overeenkomst mag toepassen op de in tabel I van dat Protocol genoemde produkten van oorsprong uit Oostenrijk, wordt aangepast met het in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap in haar huidige samenstelling en Griekenland toegepaste compenserende bedrag.

2. Ten aanzien van de produkten die in tabel I van Protocol nr. 2 van de Overeenkomst alsmede in bijlage I bij dit Protocol worden vermeld, schaft de Helleense Republiek, overeenkomstig het in artikel 4 vermelde tijdschema, het verschil af tussen: - het vaste element van het door de Helleense Republiek bij toetreding toe te passen recht, en

- het recht (zonder het variabele element) als vermeld in de laatste kolom van tabel I van Protocol nr. 2.

Artikel 9

1. De Helleense Republiek kan tot en met 31 december 1985 kwantitatieve beperkingen op de in bijlage II bij dit Protocol genoemde produkten van oorsprong uit Oostenrijk handhaven.

2. De in lid 1 bedoelde beperkingen nemen de vorm aan van globale contingenten die ook zullen worden geopend voor de invoer van oorsprong uit Finland, IJsland, Noorwegen, Zweden en Zwitserland.

De globale contingenten voor 1981 zijn in bijlage II opgenomen.

3. De geleidelijke verhoging van de in lid 2 bedoelde contingenten bedraagt ten minste 25 % aan het begin van elk jaar voor contingenten uitgedrukt in Europese rekeneenheden (ERE) en ten minste 20 % aan het begin van elk jaar voor contingenten uitgedrukt in hoeveelheden. Die verhogingen worden aan elk contingent toegevoegd en de volgende verhoging wordt berekend op basis van het aldus verkregen totaal.

Wanneer een contingent zowel in hoeveelheid als in waarde wordt uitgedrukt, zal het in hoeveelheid uitgedrukte quotum met ten minste 20 % per jaar stijgen en het in waarde uitgedrukte quotum met ten minste 25 % per jaar, terwijl de daarop volgende quota elk jaar op basis van het voorafgaande quotum plus de verhoging worden berekend.

Wat betreft touringcars, autobussen en andere motorvoertuigen van onderverdeling ex 87.02 A I van het gemeenschappelijk douanetarief, wordt het in hoeveelheid uitgedrukte quotum verhoogd met 15 % per jaar en het in waarde uitgedrukte quotum met 20 % per jaar.

4. Wanneer men heeft vastgesteld dat de invoer in Griekenland van een in bijlage II genoemd produkt gedurende twee opeenvolgende jaren minder is geweest dan 90 % van het contingent, zal de Helleense Republiek de invoer van dat produkt van oorsprong uit Oostenrijk en uit de in lid 2 genoemde landen liberaliseren indien het betrokken produkt op dat moment ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling is geliberaliseerd.

5. Indien de Helleense Republiek de invoer van een in bijlage II genoemd produkt uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling liberaliseert of een contingent verhoogt boven het minimumpercentage dat ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling wordt toegepast, zal de Helleense Republiek de invoer van dat produkt van oorsprong uit Oostenrijk eveneens liberaliseren of het globale contingent naar evenredigheid verhogen.

6. Ten aanzien van invoervergunningen voor de in bijlage II genoemde produkten van oorsprong uit Oostenrijk past de Helleense Republiek dezelfde administratieve regels en procedures toe als die welke zij toepast op de invoer van deze produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in haar huidige samenstelling, met uitzondering van het contingent voor meststoffen van de posten 31.02 en 31.03 en de onderverdelingen 31.05 A I, II en IV van het gemeenschappelijk douanetarief waarop de Helleense Republiek de regels en procedures in verband met de exclusieve handelsrechten kan toepassen.

Artikel 10

1. De in Griekenland op 31 december 1980 geldende zekerheidstelling bij invoer en contante betaling met betrekking tot de invoer van produkten van oorsprong uit Oostenrijk worden geleidelijk over een periode van drie jaar, te rekenen van 1 januari 1981, afgeschaft.

De bedragen van de zekerheidstelling bij invoer en contante betaling worden volgens onderstaand tijdschema verlaagd: - 1 januari 1981 : 25 %,

- 1 januari 1982 : 25 %,

- 1 januari 1983 : 25 %,

- 1 januari 1984 : 25 %.

2. Indien de Helleense Republiek ten opzichte van de Gemeenschap in haar huidige samenstelling de bedragen van de zekerheidstelling bij invoer of contante betaling sneller verlaagt dan volgens het in lid 1 vastgestelde tijdschema, past de Helleense Republiek dezelfde verlaging toe op de invoer van produkten van oorsprong uit Oostenrijk.

TITEL III Algemene en slotbepalingen

Artikel 11

Het Gemengd Comité brengt alle wijzigingen aan die met betrekking tot de regels inzake de oorsprong noodzakelijk mochten zijn als gevolg van de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen.

Artikel 12

De hieraan gehechte bijlagen vormen een integrerend deel van dit Protocol. Dit Protocol vormt een integrerend deel van de Overeenkomst.

Artikel 13

Dit Protocol wordt door Partijen bij de Overeenkomst volgens hun eigen procedures goedgekeurd. Het treedt in werking op 1 januari 1981, mits de Partijen bij de Overeenkomst elkaar voor die datum hebben kennisgegeven dat de te dien einde noodzakelijke procedures zijn voltooid. Na die datum treedt het Protocol in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op die kennisgeving.

Artikel 14

Dit Protocol is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Udfærdiget i Bruxelles, den otteogtyvende november nitten hundrede og firs.

Geschehen zu Brüssel am achtundzwanzigsten November neunzehnhundertachtzig. >PIC FILE= "T0017033">

Done at Brussels on the twenty-eighth day of November in the year one thousand nine hundred and eighty.

Fait à Bruxelles, le vingt-huit novembre mil neuf cent quatre-vingt.

Fatto a Bruxelles, addì ventotto novembre millenovecentoottanta.

Gedaan te Brussel, de achtentwintigste november negentienhonderd tachtig.

For Rådet for De europæiske Fællesskaber

Für den Rat der Europäischen Gemeinschaften >PIC FILE= "T0017034">

For the Council of the European Communities

Pour le Conseil des Communautés européennes

Per il Consiglio delle Comunità europee

Voor de Raad van de Europese Gemeenschappen >PIC FILE= "T0017035">

For republikken Østrig

Für die Republik Österreich >PIC FILE= "T0017036">

For the Republic of Austria

Pour la république d'Autriche

Per la Repubblica d'Austria

Voor de Republiek Oostenrijk >PIC FILE= "T0017037">

BIJLAGE I Lijst bedoeld in artikel 4

>PIC FILE= "T0017038"> >PIC FILE= "T0017039">

>PIC FILE= "T0017040">

>PIC FILE= "T0017041">

>PIC FILE= "T0017042">

>PIC FILE= "T0017043">

>PIC FILE= "T0017044">

>PIC FILE= "T0017045">

>PIC FILE= "T0017046">

>PIC FILE= "T0017047">

>PIC FILE= "T0017048">

>PIC FILE= "T0017049">

>PIC FILE= "T0017050">

>PIC FILE= "T0017051">

>PIC FILE= "T0017052">

>PIC FILE= "T0017053">

BIJLAGE II

>PIC FILE= "T0017054""PIC FILE= "T0017055">

>PIC FILE= "T0017056">

>PIC FILE= "T0017057">

BIJLAGE III Verhoging van de gemeenschappelijke maxima Oostenrijk

>PIC FILE= "T0017058">