Home

Verordening (EEG) nr. 45/81 van de Raad van 1 januari 1981 houdende algemene regels betreffende de elementen ter bescherming van de verwerkende industrie in de sector granen en rijst en tot vaststelling van genoemde elementen voor Griekenland

Verordening (EEG) nr. 45/81 van de Raad van 1 januari 1981 houdende algemene regels betreffende de elementen ter bescherming van de verwerkende industrie in de sector granen en rijst en tot vaststelling van genoemde elementen voor Griekenland

VERORDENING (EEG) Nr. 45/81 VAN DE RAAD van 1 januari 1981 houdende algemene regels betreffende de elementen ter bescherming van de verwerkende industrie in de sector granen en rijst en tot vaststelling van genoemde elementen voor Griekenland

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op de Toetredingsakte van 1979, inzonderheid op artikel 72, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat volgens artikel 66, lid 2, van de Toetredingsakte het bedrag van het element ter bescherming van de verwerkende industrie in Griekenland voor de produkten die vallen onder Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1870/80 (2), en Verordening (EEG) nr. 1418/76 van de Raad van 21 juni 1976 houdende een gemeenschappelijke ordening van de rijstmarkt (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1871/80 (4), moet worden vastgesteld door uit de bescherming bij invoer uit derde landen die Griekenland op 1 januari 1979 toepaste, het element of de elementen ter bescherming van deze industrie te lichten;

Overwegende dat het, ten einde over een volledig overzicht van de elementen ter bescherming van de verwerkende industrie in het kader van de uitgebreide Gemeenschap te beschikken, wenselijk is de elementen die dienen ter bescherming van de industrie van de Gemeenschap van de Negen en die van toepassing zijn op de invoer uit Griekenland opnieuw bekend te maken, te zamen met de door Griekenland toe te passen elementen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De in artikel 66 van de Toetredingsakte bedoelde elementen ter bescherming van de verwerkende industrie voor de onder de Verordeningen (EEG) nr. 2727/75 en (EEG) nr. 1418/76 vallende produkten, hierna "vaste elementen" genoemd, die worden geheven bij invoer uit Griekenland in de Gemeenschap van de Negen en bij invoer uit de Gemeenschap van de Negen in Griekenland, of die voor Griekenland in de belasting bij invoer uit derde landen het communautaire beschermingselement vervangen, worden al naar het geval vastgesteld of opnieuw bekendgemaakt in de bijlage.

2. Onverminderd de toepassing van artikel 64, punt 4, van de Toetredingsakte, zijn de in lid 1 bedoelde vaste elementen voor de onder Verordening (EEG) nr. 2727/75 vallende produkten geldig tot en met 31 juli 1981 en die voor de onder Verordening (EEG) nr. 1418/76 vallende produkten tot en met 31 augustus 1981.

3. Voor de daarop volgende verkoopseizoenen:

- bepaalt Griekenland, wat betreft de invoer uit derde landen, de in lid 1 bedoelde vaste elementen, die volgens artikel 64, punt 2, sub a), en artikel 66, lid 3, van de Toetredingsakte worden aangepast,

In geval van wijziging of schorsing van het communautaire vaste element dat van toepassing is bij invoer uit derde landen, wijzigt of schorst Griekenland gelijktijdig zijn voor de invoer uit derde landen geldende vaste basiselement in de verhouding die voortvloeit uit de toepassing van het bepaalde in artikel 64, punt 2, sub a), van de Toetredingsakte;

- bepaalt de Commissie, wat betreft het intracommunautaire handelsverkeer, de in lid 1 bedoelde vaste elementen, die volgens artikel 64, punt 1, en artikel 66, lid 3, van de Toetredingsakte worden aangepast, waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de krachtens artikel 64, punt 4, van de Toetredingsakte verleende machtigingen.

Artikel 2

De uitvoeringsbepalingen van deze verordening worden, zo nodig, vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 2727/75 en artikel 27 van Verordening (EEG) nr. 1418/76.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1981.

(1) PB nr. L 281 van 1.11.1975, blz. 1. (2) PB nr. L 184 van 17.7.1980, blz. 1. (3) PB nr. L 166 van 25.6.1976, blz. 1. (4) PB nr. L 184 van 17.7.1980, blz. 4.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 1 januari 1981.

Voor de Raad

De Voorzitter

D.F. VAN DER MEI

BIJLAGE

>PIC FILE= "T0020122">

>PIC FILE= "T0020123">

>PIC FILE= "T0020124">

>PIC FILE= "T0020125">

>PIC FILE= "T0020126">