Verordening (EEG) nr. 2158/81 van de Commissie van 29 juli 1981 tot derde wijziging van Verordening (EEG) nr. 1629/77 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere interventiemaatregelen ter ondersteuning van de marktontwikkeling voor zachte tarwe van bakkwaliteit
Verordening (EEG) nr. 2158/81 van de Commissie van 29 juli 1981 tot derde wijziging van Verordening (EEG) nr. 1629/77 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere interventiemaatregelen ter ondersteuning van de marktontwikkeling voor zachte tarwe van bakkwaliteit
VERORDENING (EEG) Nr. 2158/81 VAN DE COMMISSIE van 29 juli 1981 tot derde wijziging van Verordening (EEG) nr. 1629/77 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere interventiemaatregelen ter ondersteuning van de marktontwikkeling voor zachte tarwe van bakkwaliteit
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1949/81 (2), en met name op artikel 8, lid 4,
Overwegende dat de Raad bij Verordening (EEG) nr. 1950/81 van 13 juli 1981 (3) de in de graansector geldende prijzen voor het verkoopseizoen 1981/1982 heeft vastgesteld ; dat in het kader van deze maatregelen de referentieprijs voor zachte tarwe van bakkwaliteit is vastgesteld overeenkomstig artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2727/75 ; dat derhalve moet worden besloten tot wijziging van het bepaalde in artikel 5, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1629/77 (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1543/79 (5), dat van toepassing is op bijzondere interventiemaatregelen in de vorm van aankoop tegen een referentieprijs die in afwijking van bovengenoemde bepaling van Verordening (EEG) nr. 2727/75 is vastgesteld voor een minimumbakkwaliteit;
Overwegende dat, voor het geval dat bijzondere interventiemaatregelen worden genomen in de vorm van aankoop van zachte tarwe die aan de minimumeisen inzake bakkwaliteit voldoet voor het verkoopseizoen 1981/1982 overeenkomstig de door de Raad uitgedrukte wens het steunniveau voor deze kwaliteit moet worden vastgesteld op het niveau van de referentieprijs verminderd met 7,88 Ecu per ton;
Overwegende dat het Comité van beheer voor granen geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 1629/77 wordt gewijzigd als volgt: 1. Artikel 4, punt 2, wordt gelezen:
"2. Sluiting van een identieke opslagovereenkomst als die bedoeld sub 1, waarin evenwel wordt bepaald dat het interventiebureau het recht heeft om na afloop van de overeenkomst de volledige partij of een gedeelte daarvan aan te kopen tegen de referentieprijs, aangepast overeenkomstig het bepaalde in punt 3. Het interventiebureau wordt gemachtigd overeenkomstig de procedure van artikel 26 van Verordening (EEG) nr. 2727/75 het hierboven bedoelde recht uit te oefenen.".
2. Artikel 4, punt 3, wordt gelezen:
"3. Aankoop door het interventiebureau tegen de referentieprijs, eventueel met toepassing van de in artikel 5, leden 3 tot en met 5, bedoelde toeslagen en kortingen. Wanneer evenwel in het kader van een bijzondere interventiemaatregel tarwe wordt aangekocht die aan de minimumeisen inzake bakkwaliteit voldoet, wordt de in artikel 3, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2727/75 bedoelde referentieprijs voor het verkoopseizoen 1981/1982 verminderd met 7,88 Ecu per ton.".
3. Artikel 5, lid 1, wordt gelezen:
"1. Wanneer de bijzondere interventiemaatregel de vorm heeft van aankoop als bedoeld in artikel 4, punt 3, gelden de in artikel 2, lid 3, en de artikelen 3, 4 en 5 van Verordening (EEG) nr. 1569/77 (1) vastgestelde procedures en voorwaarden voor de overneming van granen door de interventiebureaus.
Een ieder die homogene partijen van ten minste 80 ton zachte tarwe van bakkwaliteit in voorraad heeft, is gemachtigd dit graan aan het interventiebureau aan te bieden. De interventiebureaus mogen evenwel een hogere minimumhoeveelheid vaststellen.
(1) PB nr. L 174 van 14.7.1977, blz. 15.". 4. In artikel 5, lid 3, wordt de tweede alinea geschrapt.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 1 augustus 1981. (1) PB nr. L 281 van 1.11.1975, blz. 1. (2) PB nr. L 198 van 20.7.1981, blz. 2. (3) PB nr. L 198 van 20.7.1981, blz. 3. (4) PB nr. L 181 van 21.7.1977, blz. 26. (5) PB nr. L 187 van 25.7.1979, blz. 7.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 29 juli 1981.
Voor de Commissie
De Voorzitter
Gaston THORN