Home

Richtlijn 82/622/EEG van de Commissie van 1 juli 1982 tot tweede aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 73/360/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake niet-automatische weegwerktuigen1

Richtlijn 82/622/EEG van de Commissie van 1 juli 1982 tot tweede aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 73/360/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake niet-automatische weegwerktuigen1

++++

RICHTLIJN VAN DE COMMISSIE

van 1 juli 1982

tot tweede aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 73/360/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake niet-automatische weegwerktuigen

( 82/622/EEG )

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

Gelet op Richtlijn 71/316/EEG van de Raad van 26 juli 1971 inzake de onderlingen aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten betreffende voor meetmiddelen en metrologische controlemethoden geldende algemene bepalingen ( 1 ) , laatstelijk gewijzigd bij de Akte van Toetreding van Griekenland , inzonderheid op artikel 17 ,

Overwegende dat sedert de opstelling en goedkeuring van Richtlijn 73/360/EEG ( 2 ) , laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 76/696/EEG van de Commissie ( 3 ) , nieuwe of meer geavanceerde weegwerktuigen werden ontwikkeld ; dat het bijgevolg , ten einde rekening te houden met de technische vooruitgang gewenst is de richtlijn te wijzigen ;

Overwegende dat de in deze richtlijn vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor de aanpassing aan de vooruitgang der techniek van de richtlijnen tot opheffing van technische handelsbelemmeringen in de sector der meetmiddelen ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

In de bijlage van Richtlijn 73/360/EEG worden de teksten van de punten 2.4.3 , 10.4.5 , 10.4.7 , 10.4.8 , 10.4.9 , 10.8.1.2 , 10.8.1.5 , 10.13.2.1.6 , 10.13.2.3.1 en 16.4.4 vervangen en worden de punten 10.13.2.1.10 en 11.5.1.3 toegevoegd overeenkomstig de bijlage bij deze richtlijn . De punten 10.13.2.2.3 en 12.3.1.7.2 komen te vervallen .

Artikel 2

De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om op 1 mei 1983 aan deze richtlijn te voldoen .

Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

Artikel 3

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 1 juli 1982 .

Voor de Commissie

Karl-Heinz NARJES

Lid van de Commissie

( 1 ) PB nr . L 202 van 6 . 9 . 1971 , blz . 1 .

( 2 ) PB nr . L 335 van 5 . 12 . 1973 , blz . 1 .

( 3 ) PB nr . L 236 van 27 . 8 . 1976 , blz . 26 .

BIJLAGE

2.4.3 . Bestendigheid

Vermogen van een weegwerktuig om , voor een zelfde last die verscheidene malen en onder praktisch identieke omstandigheden op de lastdrager wordt geplaatst , onderling overeenstemmende weegresultaten te geven ; systematische fouten worden daarbij buiten beschouwing gelaten .

10.4.5 . Kwaliteit van de afdruk

Onder normale gebruiksomstandigheden moeten de afgedrukte weegresultaten duidelijk en nagenoeg onuitwisbaar zijn .

10.4.7 . Namen of symbolen der meeteenheden

Aan de met behulp van weegwerktuigen met verdelingen in eenheden van massa verkregen weegresultaten moeten de desbetreffende namen of symbolen van de meeteenheden zijn toegevoegd , die zijn vermeld in hoofdstuk I van de bijlage van Richtlijn 80/181/EEG van de Raad van 20 december 1979 . Bij afdruk moet het weegresultaat , alsmede de naam of het symbool van de desbetreffende meeteenheid , door het weegwerktuig worden afgedrukt op het document dat voor de contracterende partijen is bestemd . De naam of het symbool van de meeteenheid moet achter elk weegresultaat of bovenaan de desbetreffende gedrukte kolom worden aangegeven .

10.4.8 . Begrenzing van het aanwijsbereik

10.4.8.1 . Weegwerktuigen met continue aanwijzing

De uitslag van het aanwijsorgaan moet door stuitnokken worden begrensd welke evenwel niet de beweging van dat orgaan voor de nul en voorbij het automatische aanwijsbereik mogen belemmeren binnen een niet van verdelingen voorzien bereik van ten minste 4 en ten hoogste 9 afleeseenheden .

Dit voorschrift is niet van toepassing op weegwerktuigen met ronde wijzerplaten en meermalen rondgaande wijzers .

10.4.8.2 . Weegwerktuigen met discontinue aanwijzing

Aanwijzing moet onmogelijk zijn boven het maximale weegvermogen vermeerderd met ten hoogste 9 afleeseenheden .

10.4.9 . Begrenzing van het afdrukbereik

Afdrukken moet onmogelijk zijn :

- boven het maximale weegvermogen vermeerderd met ten hoogste 9 afleeseenheden ,

- bij weegwerktuigen met automatische of half-automatische evenwichtsinstelling wanneer het weegwerktuig niet in stabiel evenwicht verkeert , of wanneer de evenwichtsstand niet door een schommelingsgemiddelde wordt bepaald .

De begrenzing van het aanwijsbereik en van het afdrukbereik moeten in ieder geval gelijk zijn .

10.8.1.2 . Nauwkeurigheid van de bediening

De tarrering moet kunnen geschieden met een nauwkeurigheid van ten minste een vierde van de kleinste ijkeenheid van het weegwerktuig . Bij niet-automatische tarra-inrichtingen met discontinue bediening moet de tarrering echter kunnen geschieden met een nauwkeurigheid van ten minste een halve afleeseenheid .

10.8.1.5 . Zichtbaarheid van het in werking zijn

Het in werking zijn van tarra-inrichtingen moet duidelijk zichtbaar zijn aangegeven indien de aanwijzing van het weegwerktuig voor tarrering :

- ten minste een halve afleeseenheid bedraagt voor wat betreft weegwerktuigen met continue aanwijzing ,

- geen nul bedraagt , voor wat betreft weegwerktuigen met discontinue aanwijzing .

10.13.2.1.6 . Vermelding van symbolen

Aan de aanwijzing en afdruk van de eindprijs en van de eenheidsprijs dient een gangbaar symbool van de munteenheid te zijn toegevoegd . Bij de eenheidsprijs moet tevens het symbool van de desbetreffende eenheid van massa zijn aangegeven .

De getallen en symbolen moeten door het weegwerktuig op de voor de contracterende partijen bestemde documenten worden afgedrukt .

De symbolen moeten achter elke eindprijs - of eenheidsprijsaanduiding , of bovenaan de desbetreffende gedrukte kolom zijn aangegeven .

10.13.2.1.10 . Waarde van de schaaldelen van de eindprijzen

Hiervoor gelden de nationale voorschriften .

10.13.2.3.1 . Discontinue aanwijzing en afdruk van de eindprijs

De aanwijs - en afdrukinrichtingen voor de eindprijs moeten ten minste vier decaden omvatten .

Bedraagt de eindprijs minder dan een eenheid , dan moet steeds de nul voor de komma worden aangegeven .

11.5.1.3 . Weegwerktuigen met half-automatische evenwichtsinstelling met gewichtendrager

Het automatische aanwijsbereik van deze weegwerktuigen moet van de vorm 1 maal 10n kg zijn ( waarbij n een positief of negatief geheel getal of nul is ) .

16.4.4 . Bestendigheid

De bestendigheidsproeven moeten worden uitgevoerd bij ten minste 3 verschillende belastingen tussen het minimale en het maximale weegvermogen , waarbij elke weging ten minste tienmaal moet worden herhaald . Na elke weging wordt het weegwerktuig weer op nul gezet . Tijdens deze proeven moet het weegwerktuig voldoen aan de voorschriften van punt 5 .