Verordening (EEG) nr. 1259/82 van de Commissie van 19 mei 1982 tot tweede wijziging van Verordening (EEG) nr. 1536/77 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de indeling van zaaigoed onder de posten 07.01 A I, 10.05 A, 10.06 A en 12.01 A van het gemeenschappelijk douanetarief
Verordening (EEG) nr. 1259/82 van de Commissie van 19 mei 1982 tot tweede wijziging van Verordening (EEG) nr. 1536/77 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de indeling van zaaigoed onder de posten 07.01 A I, 10.05 A, 10.06 A en 12.01 A van het gemeenschappelijk douanetarief
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 1259/82 VAN DE COMMISSIE
van 19 mei 1982
tot tweede wijziging van Verordening (EEG) nr. 1536/77 houdende vaststelling van de voorwaarden en bepalingen voor de indeling van zaaigoed onder de posten 07.01 A I, 10.05 A, 10.06 A en 12.01 A van het gemeenschappelijk douanetarief
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 97/69 van de Raad van 16 januari 1969 betreffende de maatregelen die moeten worden getroffen voor de uniforme toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief (1), laatstelijk gewijzigd bij de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek, inzonderheid op de artikelen 3 en 4,
Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 1536/77 van de Commissie (2), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3038/79 (3), de voorwaarden zijn vastgesteld voor de indeling van zaaigoed onder de posten 07.01 A I, 10.05 A, 10.06 A en 12.01 A van het gemeenschappelijk douanetarief;
Overwegende dat in de bijlage »gemeenschappelijk douanetarief" van Verordening (EEG) nr. 950/68 van de Raad (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1191/82 (5), spelt bestemd voor zaaidoeleinden wordt genoemd onder post 10.01 A; dat indeling onder deze post aan de door de bevoegde autoriteiten vast te stellen voorwaarden en bepalingen is onderworpen; dat, ten einde een uniforme toepassing van de Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief te borgen, deze voorwaarden en bepalingen dienen te worden vastgesteld;
Overwegende dat de Raad Richtlijn 66/402/EEG van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (6), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/561/EEG van 13 juli 1981 (7), heeft vastgesteld;
Overwegende dat in artikel 16 van die richtlijn is bepaald dat de Raad vaststelt of het in een derde land geoogste zaaigoed, dat dezelfde waarborgen biedt ten aanzien van de eigenschappen daarvan, alsmede van de toepassing van de maatregelen betreffende het onderzoek, de verzekering van de identiteit, de aanduiding en de controle, in dit opzicht gelijkwaardig is aan overeenkomstig zaaigoed dat in de Gemeenschap is geoogst en voldoet aan de bepalingen van de desbetreffende richtlijn;
Overwegende dat de Raad deze vaststellingen ten aanzien van bepaalde derde landen heeft verricht voor spelt, bestemd voor zaaidoeleinden, bij zijn zesde Beschikking 80/818/EEG van 15 juli 1980 betreffende de gelijkstelling van in derde landen voortgebracht zaaizaad (8), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 81/392/EEG van 12 mei 1981 (9), en bij zijn zesde Beschikking 80/817/EEG van 15 juli 1980 betreffende de gelijkstelling van in derde landen verrichte veldkeuringen van voor de voortbrenging van zaaizaad dienende gewassen (10), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 81/391/EEG van 12 mei 1981 (11);
Overwegende dat onder genoemde post, op grond van de omschrijving zelf, slechts produkten kunnen worden ingedeeld die de specifieke eigenschappen bezitten om als zaaigoed te kunnen worden gebruikt;
Overwegende dat door de Raad bepaalde specifieke eigenschappen werden vastgesteld op het ogenblik waarop het in bepaalde derde landen voortgebrachte zaaigoed werd gelijkgesteld met het in de Gemeenschap geoogste zaaigoed; dat het derhalve voor de hand ligt dat dezelfde eigenschappen als voorwaarde worden gesteld voor de indeling onder de desbetreffende post;
Overwegende dat hiervoor Verordening (EEG) nr. 1536/77, gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3038/79, dient te worden gewijzigd;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 1536/77 wordt gewijzigd als volgt:
1. In de titel: na »07.01 A I" invoegen »10.01 A."
2. Artikel 1 wordt als volgt gelezen:
»Artikel 1
De indeling van pootaardappelen, spelt, maïshybriden, rijst en oliehoudende zaden en vruchten onderscheidenlijk onder de posten:
1.2 // - 07.01 A I: // Pootaardappelen, // - 10.01 A: // Spelt, bestemd voor zaaidoeleinden, // - 10.05 A: // Maïshybriden, bestemd voor zaaidoeleinden, // - 10.06 A: // Rijst, bestemd voor zaaidoeleinden, // - 12.01 A: // Oliehoudende zaden en vruchten, ook indien gebroken, bestemd voor zaaidoeleinden
van het gemeenschappelijk douanetarief is aan de in de artikelen 2 tot en met 5 vastgestelde voorwaarden en bepalingen onderworpen.".
3. Artikel 3 wordt als volgt gelezen:
»Artikel 3
Maïshybriden, spelt en rijst, bestemd voor zaaidoeleinden, moeten voldoen aan de voorwaarden en bepalingen, vastgesteld op grond van artikel 16 van Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen, laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 81/561/EEG van 13 juli 1981.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 19 mei 1982.
Voor de Commissie
Karl-Heinz NARJES
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 14 van 21. 1. 1969, blz. 1.
(2) PB nr. L 171 van 9. 7. 1977, blz. 13.
(3) PB nr. L 341 van 31. 12. 1979, blz. 44.
(4) PB nr. L 172 van 22. 7. 1968, blz. 1.
(5) PB nr. L 140 van 20. 5. 1982, blz. 12.
(6) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2309/66.
(7) PB nr. L 203 van 23. 7. 1981, blz. 52.
(8) PB nr. L 240 van 12. 9. 1980, blz. 26.
(9) PB nr. L 150 van 6. 6. 1981, blz. 20.
(10) PB nr. L 240 van 12. 9. 1980, blz. 1.
(11) PB nr. L 150 van 6. 6. 1981, blz. 16.