Verordening (EEG) nr. 2640/82 van de Commissie van 30 september 1982 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1575/80 houdende uitvoeringsbepalingen van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 1430/79 van de Raad betreffende terugbetaling of kwijtschelding van in- of uitvoerrechten
Verordening (EEG) nr. 2640/82 van de Commissie van 30 september 1982 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1575/80 houdende uitvoeringsbepalingen van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 1430/79 van de Raad betreffende terugbetaling of kwijtschelding van in- of uitvoerrechten
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 2640/82 VAN DE COMMISSIE
van 30 september 1982
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1575/80 houdende uitvoeringsbepalingen van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 1430/79 van de Raad betreffende terugbetaling of kwijtschelding van in- of uitvoerrechten
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1430/79 van de Raad van 2 juli 1979 betreffende terugbetaling of kwijtschelding van in- of uitvoerrechten (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1672/82 (2), inzonderheid op artikel 25, lid 2,
Overwegende dat artikel 13, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1430/79 bepaalt dat tot terugbetaling of kwijtschelding van invoerrechten kan worden overgegaan in gevallen waarin deze terugbetaling of kwijtschelding niet kon worden toegestaan op grond van het bepaalde in de afdelingen B, C en D van genoemde verordening wegens het niet naleven door de betrokkene van procedureregels, mits ten genoegen van de bevoegde autoriteiten wordt aangetoond dat aan de andere voor het verlenen van terugbetaling of kwijtschelding gestelde voorwaarden is voldaan en dat de omstandigheden geen enkele nalatigheid of manipulatie van de zijde van de betrokkene inhouden;
Overwegende dat in artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1575/80 van de Commissie (3) de termijn is vastgelegd waarbinnen het verzoek om terugbetaling of kwijtschelding van de invoerrechten met toepassing van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 1430/79 moet worden ingediend; dat deze termijn thans op twaalf maanden is gesteld te rekenen vanaf de datum van boeking van genoemde rechten door de met de inning belaste autoriteit;
Overwegende dat de termijnen vastgesteld in de afdelingen B, C en D van Verordening (EEG) nr. 1430/79 voor het indienen van een verzoek om terugbetaling of kwijtschelding van de invoerrechten respectievelijk drie maanden, twaalf maanden en drie maanden bedragen te rekenen vanaf de datum van boeking van genoemde rechten door de met de inning belaste autoriteit;
Overwegende dat artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1575/80 dient te worden gewijzigd in dier voege dat de termijnen vastgesteld voor het indienen van een verzoek om terugbetaling of kwijtschelding van de invoerrechten met toepassing van artikel 13, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1430/79 dezelfde zijn als die welke vastgesteld zijn voor het indienen van een verzoek met toepassing van de afdelingen B, C en D daarvan; dat deze wijziging van toepassing moet zijn op de verzoeken om terugbetaling of kwijtschelding van invoerrechten, die sedert de inwerkingtreding, op 1 juli 1982, van Verordening (EEG) nr. 1672/82 zijn geboekt door de met de inning belaste autoriteit;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité douanevrijstellingen,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1575/80 wordt als volgt gelezen:
»Artikel 2
1. Met het oog op de toepassing van artikel 13, lid 1, van de basisverordening, moet het verzoek om terugbetaling of kwijtschelding van de invoerrechten bij het betrokken douanekantoor worden ingediend vóór het verstrijken van een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de datum van boeking van genoemde rechten door de met de inning belaste autoriteit.
2. Met het oog op de toepassing van artikel 13, lid 2, van de basisverordening moet het verzoek om terugbetaling of kwijtschelding van de invoerrechten bij het betrokken douanekantoor worden ingediend vóór het verstrijken van een termijn van:
- drie maanden als het verzoek een situatie betreft zoals bedoeld in afdeling B van de basisverordening;
- twaalf maanden als het verzoek een situatie betreft zoals bedoeld in afdeling C van de basisverordening;
- drie maanden als het verzoek een situatie betreft zoals bedoeld in afdeling D van de basisverordening.
Deze termijnen vangen aan op de datum van boeking van genoemde rechten door de met de inning belaste autoriteit.
3. De bevoegde autoriteiten kunnen evenwel een overschrijding van de in de leden 1 en 2 genoemde termijnen toestaan in naar behoren gemotiveerde uitzonderlijke gevallen.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing op de verzoeken om terugbetaling of kwijtschelding van invoerrechten die op of na 1 juli 1982 zijn geboekt.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 30 september 1982.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 175 van 12. 7. 1979, blz. 1.
(2) PB nr. L 186 van 30. 6. 1982, blz. 1.
(3) PB nr. L 161 van 26. 6. 1980, blz. 13.