83/126/EEG: Besluit van de Commissie van 30 maart 1983 tot beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie, van oorsprong uit Japan
83/126/EEG: Besluit van de Commissie van 30 maart 1983 tot beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie, van oorsprong uit Japan
*****
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 30 maart 1983
tot beëindiging van de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie, van oorsprong uit Japan
(83/126/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 3017/79 van de Raad van 20 december 1979 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1580/82 (2), inzonderheid op artikel 9,
Na overleg in het kader van het in genoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité,
Overwegende dat er in december 1982 bij de Commissie een klacht werd ingediend uitgaande van de Vereniging van ondernemingen betrokken bij het systeem »Video 2000" namens vrijwel de gehele industrie van video tape-recorders in de Gemeenschap;
Overwegende dat de klacht voldoende bewijsmateriaal bevatte betreffende het aanwezig zijn van dumping en de daaruit voortvloeiende schade; dat de Commissie, door een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (3) de inleiding van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie, van post 92.11 B van het gemeenschappelijk douanetarief, NIMEXE-code 92.11-80, van oorsprong uit Japan, heeft bekendgemaakt;
Overwegende dat de Commissie het onderzoek begon door van de betrokken partijen inlichtingen in te winnen ten einde dumping en schade te kunnen beoordelen;
Overwegende dat de Commissie op 18 maart 1983 door de indiener van de klacht ervan op de hoogte werd gebracht dat, gelet op de inwerkingstelling van de eenzijdige beslissing van de Japanse overheid om in 1983 en 1984 de uitvoer van toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie uit Japan naar de Europese Economische Gemeenschap te matigen en een systeem van bodemprijzen voor de uitvoer in te stellen, de klacht werd ingetrokken;
Overwegende dat, onder deze omstandigheden, het voortzetten van de procedure inzake deze produkten van oorsprong uit Japan niet in het belang van de Gemeenschap is en beschermende maatregelen thans niet noodzakelijk zijn;
Overwegende dat het daarom dienstig is de procedure inzake de invoer van toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie van oorsprong uit Japan te beeïndigen,
BESLUIT:
Enig artikel
De anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van toestellen voor het opnemen of het weergeven van geluid en beelden voor televisie, van oorsprong uit Japan, wordt beëindigd.
Gedaan te Brussel, 30 maart 1983.
Voor de Commissie
Wilhelm HAFERKAMP
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 339 van 31. 12. 1979, blz. 1.
(2) PB nr. L 178 van 14. 6. 1982, blz. 2.
(3) PB nr. C 338 van 24. 12. 1982, blz. 27.