Home

Verordening (EEG) nr. 905/83 van de Raad van 18 april 1983 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2940/81 houdende instelling van een definitief anti-dumpingrecht op p-xyleen (paraxyleen) van oorsprong uit Puerto Rico, de Verenigde Staten van Amerika en de Amerikaanse Maagdeneilanden

Verordening (EEG) nr. 905/83 van de Raad van 18 april 1983 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2940/81 houdende instelling van een definitief anti-dumpingrecht op p-xyleen (paraxyleen) van oorsprong uit Puerto Rico, de Verenigde Staten van Amerika en de Amerikaanse Maagdeneilanden

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 905/83 VAN DE RAAD

van 18 april 1983

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2940/81 houdende instelling van een definitief anti-dumpingrecht op p-xyleen (paraxyleen) van oorsprong uit Puerto Rico, de Verenigde Staten van Amerika en de Amerikaanse Maagdeneilanden

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3017/79 van de Raad van 20 december 1979 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1580/82 (2), inzonderheid op artikel 12,

Gezien het voorstel dat de Commissie heeft ingediend na overleg in het kader van het in bovengenoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité,

Overwegende dat de Raad bij Verordening (EEG) nr. 2940/81 (3) een definitief anti-dumpingrecht van 14,70 % heeft ingesteld op de invoer van p-xyleen van post ex 29.01 D I b) van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomende met NIMEXE-code 29.01-67, van oorsprong uit Puerto Rico, de Verenigde Staten van Amerika en de Amerikaanse Maagdeneilanden; dat het recht voor de Sun Petroleum Products Company 6,14 % bedroeg en voor de Shell Chemical Company 2,37 %; dat zes exporteurs werden uitgezonderd van het recht, aangezien zij vrijwillig verbintenissen hebben aangeboden om hun prijzen te verhogen tot een niveau waarop geen sprake meer was van dumping;

Overwegende dat deze verordening vervolgens werd gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3644/81 (4) waarbij nog een bedrijf van het recht werd vrijgesteld, aangezien het vrijwillig had aangeboden om de gedurende de periode van onderzoek vastgestelde normale waarde in acht te nemen;

Overwegende dat de Commissie sindsdien verzoeken heeft ontvangen van drie andere bedrijven uit de Verenigde Staten om de rechten, voor zover die op hen van toepassing zijn, te wijzigen;

Overwegende dat, aangezien genoemde verzoeken voldoende bewijsmateriaal bevatten om een herziening van de procedure te rechtvaardigen, de Commissie door een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (5) een herziening van het definitieve anti-dumpingrecht op de invoer van p-xyleen van oorsprong uit Puerto Rico, de Verenigde Staten van Amerika en de Amerikaanse Maagdeneilanden heeft aangekondigd en op het niveau van de Gemeenschap met een onderzoek is begonnen;

Overwegende dat de Commissie de haar bekende betrokken exporteurs en importeurs, alsmede de vertegenwoordigers van het uitvoerende land en de indieners van de klacht hiervan officieel op de hoogte heeft gesteld;

Overwegende dat de Commissie de rechtstreeks betrokken partijen in de gelegenheid heeft gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en mondeling toe te lichten;

Overwegende dat sommige van de betrokken exporteurs en enkele importeurs van deze gelegenheid hebben gebruik gemaakt om schriftelijk en mondeling opmerkingen in te dienen; dat echter verschillende handelaars en distributeurs niet hebben gereageerd op het verzoek van de Commissie om hun standpunt bekend te maken;

Overwegende dat de Commissie met het oog op de herzieningsprocedure alle inlichtingen die zij nodig achtte heeft ingewonnen en geverifieerd en ter plaatse een onderzoek heeft ingesteld bij:

- producenten uit de Gemeenschap:

ICI, Wilton,

Total Chimie, Parijs,

Veba OEl, Gelsenkirchen,

Shell Chemical, Londen;

- exporteurs:

Arco Chemical Co., Philadelphia, Pennsylvania,

Exxon Chemical Co., Darien, Connecticut,

Hercofina, Wilmington, North Carolina,

Koch Chemical Co., Wichita, Kansas,

Phillips Petroleum Chemicals, Overijse, namens International Petroleum Sales Inc., Panama en Phillips Paraxylene Inc., Puerto Rico,

Sun Refining and Marketing Co. en Sunoco Overseas Inc., Philadelphia, Pennsylvania,

Tenneco Oil, Houston, Texas;

dat Amoco Chemicals Corporation en Pecten Chemicals Inc., een dochtermaatschappij van Shell Oil Company, eveneens gegevens aan de diensten van de Commissie te Brussel hebben verstrekt;

Overwegende dat de Commissie het laatste kwartaal van 1981 en de eerste drie kwartalen van 1982 als relevante periode van onderzoek heeft geselecteerd;

Overwegende dat de normale waarden werden vastgesteld door de gewogen gemiddelde kwartaalprijs van de respectieve binnenlandse verkopen van de betrokken bedrijven te nemen; dat deze prijzen per kwartaal schommelden en over het algemeen in het derde kwartaal van 1982 daalden tot niveaus die iets lager lagen dan die welke bij het voorgaande onderzoek werden vastgesteld;

Overwegende dat de Commissie, met betrekking tot het vaststellen van de rentabiliteit van de binnenlandse verkopen, voldoende bewijsmateriaal ontving om aan te nemen dat bij de verkopen over het algemeen geen verlies werd geleden;

Overwegende dat de prijs bij uitvoer werd vastgesteld op grond van de werkelijk voor de in de periode van onderzoek naar de Gemeenschap uitgevoerde produkten betaalde of te betalen prijs;

Overwegende dat de Commissie, bij het vergelijken van de normale waarde met de uitvoerprijs, waar nodig rekening hield met verschillen die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van de prijzen, zoals verschillen in kosten voor vervoer, lading, overlading en lossen en bijkomende kosten; dat al deze vergelijkingen plaatsvonden in het fob-stadium;

Overwegende dat uit het bovenstaande onderzoek van de feiten bleek dat de bedrijven die na het eerste onderzoek verbintenissen hadden aangeboden, die verbintenissen zijn nagekomen en niet naar de Gemeenschap hebben uitgevoerd tegen lagere prijzen dan de normale waarde op hun binnenlandse markt en derhalve geen nieuwe dumping hebben toegepast; dat Shell Chemical Company in de periode van onderzoek niet heeft uitgevoerd; dat de drie bedrijven die om de herziening hadden verzocht, Hercofina, Koch Chemical Company en Sun Refining and Marketing Company, die tijdens het eerste onderzoek niet hadden uitgevoerd, in de Gemeenschap geen dumping hebben toegepast in de periode waarop de herziening betrekking heeft, met uitzondering van een onbelangrijke zending van Hercofina;

Overwegende dat de Commissie van mening is dat het voor de exporteurs die niet op de vragenlijst van de Commissie hebben geantwoord, en zich evenmin op andere wijze in de loop van het herzieningsonderzoek hebben bekendgemaakt en die naar schatting 41 % van de betrokken uitvoer voor hun rekening nemen, een beloning voor weigering tot medewerking zou zijn indien werd aangenomen dat de dumpingmarge voor deze exporteurs lager zou zijn dan de dumpingmarge van 14,7 % die ingevolge het eerste onderzoek voor hen was vastgesteld;

Overwegende dat de Commissie met betrekking tot de schade geen nieuw bewijsmateriaal heeft ontvangen dat verandering kan brengen in haar standpunt dat voor het opheffen van de schade en het voorkomen van herhaling de toepassing van het bestaande recht en het handhaven van de prijsverbintenissen nog steeds nodig zijn; dat de nerveuze prijsbewegingen van de laatste kwartalen en de voortdurend zwakke stemming op de markten van de Gemeenschap en de Verenigde Staten erop kunnen duiden dat een opheffing van het bestaande definitieve recht of intrekking van de verbintenissen ertoe kunnen leiden dat de betrokken exporteurs hun overschotten naar de Gemeenschap uitvoeren, waardoor de situatie voor de bedrijfstak van de Gemeenschap zou verslechteren;

Overwegende dat geen der betrokken partijen in de Gemeenschap heeft aangevoerd dat een verdere toepassing van de beschermende maatregelen tegen het belang van de Gemeenschap zou zijn; dat de Commissie, gezien de bijzonder ernstige moeilijkheden waarvoor de bedrijfstak van de Gemeenschap staat, tot de conclusie is gekomen dat het in het belang van de Gemeenschap is dat de definitieve maatregelen verder worden toegepast, in het bijzonder met het oog op het feit dat de exporteurs die aan het onderzoek van de Commissie hebben meegewerkt en vervolgens prijsverbintenissen hebben aangeboden, slechts 59 % van de uitvoer van de Verenigde Staten naar de Gemeenschap voor hun rekening nemen;

Overwegende dat uit de definitief vastgestelde feiten blijkt dat het in het belang van de Gemeenschap is om het bestaande definitieve anti-dumpingrecht op p-xyleen van oorsprong uit Puerto Rico, de Verenigde Staten van Amerika en de Amerikaanse Maagdeneilanden te handhaven;

Overwegende dat de betrokken exporteurs op de hoogte werden gesteld van de belangrijkste resultaten van het onderzoek en daarop hebben gereageerd; dat de bedrijven die bij de eerste procedure verbintenissen hebben aangeboden, deze vrijwillig wilden vernieuwen; dat Koch Chemical Company en Hercofina eveneens vrijwillig toezegden een minimumprijs voor hun uitvoer in acht te nemen;

Overwegende dat het gevolg van genoemde verbintenissen zou zijn dat de invoerprijzen worden gehandhaafd op een niveau waardoor schade wordt voorkomen; Overwegende dat de Raad derhalve heeft besloten dat de invoer van p-xyleen dat wordt uitgevoerd door Amoco Chemicals Corporation, Arco Chemical Co., Exxon Chemical Co., Hercofina, Koch Chemical Co., Phillips Paraxylene Inc., International Petroleum Sales Inc., Sunoco Overseas Inc. en Tenneco Oil van de toepassing van het recht dienen te worden uitgezonderd;

Overwegende dat Sun Refining and Marketing Company, opvolger van de Sun Petroleum Products Company weigerde vrijwillig verbintenissen aan te bieden om minimumprijzen bij uitvoer in acht te nemen en er derhalve geen reden is om dit bedrijf van de algemene toepassing van het recht uit te zonderen;

Overwegende dat de Shell Chemical Company geen p-xyleen meer produceert en derhalve de verwijzing naar deze maatschappij met betrekking tot de toepassing van het recht dient te vervallen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

De leden 2 en 3 van artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 2940/81 worden als volgt gelezen:

»2. Dit recht is niet van toepassing op p-xyleen uitgevoerd door:

- Amoco Chemicals Corporation,

- Arco Chemical Company,

- Exxon Chemical International Supply SA,

- Hercofina,

- Koch Chemical Co.,

- Phillips Paraxylene Inc. and International Petroleum Sales Inc., Panama, leden van de Phillips Petroleum Group,

- Sunoco Overseas Inc. and Sun International Inc.,

- Tenneco Oil Company.

3. Het recht bedraagt 14,70 % van de douanewaarde vastgesteld in overeenstemming met de bepalingen die gelden inzake douanerechten.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Luxemburg, 18 april 1983.

Voor de Raad

De Voorzitter

I. KIECHLE

(1) PB nr. L 339 van 31. 12. 1979, blz. 1.

(2) PB nr. L 178 van 22. 6. 1982, blz. 9.

(3) PB nr. L 296 van 15. 10. 1981, blz. 1.

(4) PB nr. L 364 van 19. 12. 1981, blz. 3.

(5) PB nr. C 124 van 15. 5. 1982, blz. 3.