Verordening (EEG) nr. 1103/83 van de Commissie van 5 mei 1983 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2103/77 houdende uitvoeringsbepalingen voor de aankoop door de interventiebureaus van suiker vervaardigd uit suikerbieten of suikerriet geoogst in de Gemeenschap
Verordening (EEG) nr. 1103/83 van de Commissie van 5 mei 1983 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2103/77 houdende uitvoeringsbepalingen voor de aankoop door de interventiebureaus van suiker vervaardigd uit suikerbieten of suikerriet geoogst in de Gemeenschap
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 1103/83 VAN DE COMMISSIE
van 5 mei 1983
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2103/77 houdende uitvoeringsbepalingen voor de aankoop door de interventiebureaus van suiker vervaardigd uit suikerbieten of suikerriet geoogst in de Gemeenschap
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 606/82 (2), en met name op artikel 9, lid 6,
Overwegende dat de uitvoeringsbepalingen betreffende de interventie door aankoop die zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 2103/77 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 446/83 (4), moeten worden aangevuld inzonderheid ten aanzien van het rendement dat in aanmerking moet worden genomen voor de voorlopige betaling van de aankoopprijs van ruwe suiker die voor interventie wordt aangeboden;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor suiker,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 2103/77 wordt als volgt gewijzigd:
1. Aan artikel 1, lid 2, wordt de volgende tekst toegevoegd:
»c) voor een totale hoeveelheid van ten hoogste vijftigmaal de dagelijkse uitslagcapaciteit voor onverpakte suiker welke de aanvrager zich verbindt aan het betreffende interventiebureau bij de overneming ter beschikking te zullen stellen, zulks wanneer het een silo of een opslagplaats voor losse opslag van ruwe suiker betreft.".
2. Aan artikel 15, lid 1, wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:
»Het bedrag van de in de vorige alinea bedoelde voorlopige betaling wordt voor ruwe suiker berekend uitgaande van een forfaitair rendement van 92 %.".
3. Artikel 15, lid 3, eerste alinea, wordt gelezen:
»3. Het interventiebureau gaat over tot de definitieve betaling van de koopprijs zodra de definitieve resultaten bekend zijn van de verificatie van het gewicht en van de analyses van de in artikel 18 bedoelde monsters. Eventuele verpakkingskosten worden betaald na constatering van de staat van de zakken bij overneming.".
4. Aan artikel 18 wordt het volgende vierde lid toegevoegd:
»4. Wanneer, na toepassing van lid 1, tussen de contracterende partijen een geschil rijst over het rendement van de gekochte ruwe suiker, wordt door het in lid 1 bedoelde laboratorium een arbitrageanalyse uitgevoerd. In dat geval wordt het rekenkundig gemiddelde berekend van enerzijds de uitkomst van de arbitrageanalyse en anderzijds die van de uitkomst van de analyse - van de koper of van de verkoper - die het dichtst bij de uitkomst van de arbitrageanalyse ligt. Dit gemiddelde geldt voor de bepaling van het rendement van de betrokken ruwe suiker. Indien de uitkomst van de arbitrageanalyse precies in het midden ligt tussen de uitkomsten van de analyses die koper en verkoper hebben laten uitvoeren, geldt de uitkomst van de arbitrageanalyse als het rendement van de betrokken ruwe suiker.
De kosten verbonden aan de arbitrageanalyse worden gedragen door de contracterende partij die de krachtens lid 1 uitgevoerde analyses heeft betwist.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 5 mei 1983.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 177 van 1. 7. 1981, blz. 4.
(2) PB nr. L 74 van 18. 3. 1982, blz. 1.
(3) PB nr. L 246 van 27. 9. 1977, blz. 12.
(4) PB nr. L 53 van 26. 2. 1983, blz. 25.