Verordening (EEG) nr. 1428/83 van de Commissie van 2 juni 1983 tot toepassing van een bijzondere interventiemaatregel in de Bondsrepubliek Duitsland en in Frankrijk voor zachte tarwe van bakkwaliteit aan het einde van het verkoopseizoen 1982/1983
Verordening (EEG) nr. 1428/83 van de Commissie van 2 juni 1983 tot toepassing van een bijzondere interventiemaatregel in de Bondsrepubliek Duitsland en in Frankrijk voor zachte tarwe van bakkwaliteit aan het einde van het verkoopseizoen 1982/1983
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 1428/83 VAN DE COMMISSIE
van 2 juni 1983
tot toepassing van een bijzondere interventiemaatregel in de Bondsrepubliek Duitsland en in Frankrijk voor zachte tarwe van bakkwaliteit aan het einde van het verkoopseizoen 1982/1983
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 2727/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1451/82 (2), en met name op artikel 8, lid 4, eerste alinea,
Overwegende dat er in bepaalde gebieden van de Bondsrepubliek Duitsland en Frankrijk bezorgdheid bestaat betreffende de vastheid van de markt voor zachte tarwe van bakkwaliteit aan het einde van het verkoopseizoen ten opzichte van de referentieprijs; dat er bijgevolg, overeenkomstig het bepaalde in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2727/75, aan het einde van het verkoopseizoen 1982/1983 in de betrokken gebieden moet worden voorzien in de toepassing van bijzondere interventiemaatregelen in de vorm van aankoop van hoeveelheden zachte tarwe van minimumbakkwaliteit; dat deze aankoop moet worden beperkt tot de hoeveelheden die nodig zijn om te verzekeren dat de markt voor zachte tarwe van bakkwaliteit wordt ondersteund op het niveau van de prijs voor de minimumkwaliteit in de gebieden waar dit steunniveau, gezien de markttendens, niet wordt bereikt of dreigt niet te worden bereikt; dat er voor de overwogen maatregel derhalve een kwantitatieve en een geografische grens moeten worden vastgesteld;
Overwegende dat deze aankoop dient plaats te vinden onder de voorwaarden die zijn omschreven in de artikelen 1 en 2 van Verordening (EEG) nr. 2738/75 van de Raad van 29 oktober 1975 tot vaststelling van de algemene interventievoorschriften in de sector granen (3);
Overwegende dat er voor de bepaling van de kwaliteit van de betrokken tarwe moet worden verwezen naar Verordening (EEG) nr. 2062/81 van de Commissie van 15 juli 1981 houdende vaststelling van de methode ter bepaling van de minimumbakwaarde van zachte tarwe (4) en Verordening (EEG) nr. 1629/77 van de Commissie van 20 juli 1977 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de bijzondere interventiemaatregelen ter ondersteuning van de marktontwikkeling voor zachte tarwe van bakkwaliteit (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1837/82 (6);
Overwegende dat er aan het einde van het verkoopseizoen 1982/1983 zal zijn voldaan aan de voorwaarden vermeld in Verordening (EEG) nr. 1629/77;
Overwegende dat de maatregel ten doel heeft de markt voor zachte tarwe te ondersteunen op het niveau van de referentieprijs die geldt voor het betrokken verkoopseizoen; dat aan deze prijs vanaf 1 september negen maandelijkse verhogingen worden toegevoegd; dat er ten einde het effect van de voorgenomen maatregel te waarborgen en te voorkomen dat de hoeveelheden waarop de maatregel betrekking heeft, naar het verkoopseizoen 1983/1984 worden overgebracht voor de effectieve opslag van de betrokken tarwe tijdens de maand juni 1983 eveneens een forfaitaire en een dagelijkse vergoeding moeten worden toegekend;
Overwegende dat het Comité van beheer voor granen geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, lid 3, en artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1629/77 kopen het Duitse en het Franse interventiebureau, met inachtneming van de in lid 2 vastgestelde maximumhoeveelheden, de hoeveelheden zachte tarwe van minimumbakkwaliteit als bepaald in Verordening (EEG) nr. 2062/81, die hun in de maand juni 1983 in de hieronder genoemde gebieden van de Bondsrepubliek Duitsland en Frankrijk worden aangeboden:
a) Bondsrepubliek Duitsland:
- Schleswig-Holstein
- Hessen
- Niedersachsen
- Rheinland-Pfalz
- Nordrhein-Westfalen
- Bayern.
b) Frankrijk:
- Indre
- Cher
- Nièvre
- Yonne
- Aube
- Cote d'or
- Haute Marne
- Marne
- Oise
- Aisne
- Somme
- Eure-et-Loir
- Loiret
- Loir-et-Cher
- Seine-et-Marne.
2. De hoeveelheden zachte tarwe van bakkwaliteit die op grond van deze verordening voor interventie kunnen worden aangeboden, worden beperkt tot
- 300 000 ton voor de Bondsrepubliek Duitsland,
- 400 000 ton voor Frankrijk.
3. De prijs die moet worden betaald is de voor het verkoopseizoen 1982/1983 vastgestelde referentieprijs, verhoogd met negen maandelijkse verhogingen en verminderd met 10,40 Ecu/ton.
De levering van de aangeboden hoeveelheden moet uiterlijk op 30 juni 1983 plaatsvinden. Een dagelijkse vergoeding van 0,082 Ecu/ton wordt betaald vanaf 1 juni tot, naar gelang van het geval, de datum van levering of van overname.
De betrokken interventiebureaus verdelen de bovengenoemde hoeveelheden, op basis van de marktsituatie en de verwachte ontwikkeling ervan, over de betrokken gebieden. Zij waarborgen bovendien de gelijke toegang van de gegadigden.
4. De aankoop vindt overeenkomstig de in de artikelen 1 en 2 van Verordening (EEG) nr. 2738/75 vastgestelde voorwaarden plaats in de interventiecentra voor zachte tarwe van de in lid 1 genoemde gebieden.
Artikel 2
De betrokken interventiebureaus stellen zo nodig aanvullende procedures en voorwaarden voor de overneming vast, die verenigbaar zijn met de bepalingen van deze verordening.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 1 juni 1983.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 2 juni 1983.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 1.
(2) PB nr. L 164 van 14. 6. 1982, blz. 1.
(3) PB nr. L 281 van 1. 11. 1975, blz. 49.
(4) PB nr. L 201 van 22. 7. 1981, blz. 6.
(5) PB nr. L 181 van 21. 7. 1977, blz. 26.
(6) PB nr. L 202 van 9. 7. 1982, blz. 28.