84/1/Euratom, EEG: Besluit van de Raad van 22 december 1983 tot vaststelling van een onderzoekprogramma, uit te voeren door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en voor de Europese Economische Gemeenschap (1984-1987)
84/1/Euratom, EEG: Besluit van de Raad van 22 december 1983 tot vaststelling van een onderzoekprogramma, uit te voeren door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en voor de Europese Economische Gemeenschap (1984-1987)
*****
BESLUIT VAN DE RAAD
van 22 december 1983
tot vaststelling van een onderzoekprogramma, uit te voeren door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek voor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en voor de Europese Economische Gemeenschap (1984-1987)
(84/1/Euratom, EEG)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, inzonderheid op artikel 7,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 235,
Gezien het voorstel van de Commissie (1), ingediend na raadpleging van het Wetenschappelijk en Technisch Comité omtrent de werkzaamheden op het gebied van kernenergie,
Gezien het advies van het Europese Parlement (2),
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),
Overwegende dat in het kader van het gemeenschappelijk beleid op het gebied van wetenschap en technologie het meerjarenprogramma voor onderzoek een van de voornaamste middelen vormt waardoor de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie kan bijdragen tot de veiligheid en de ontwikkeling van kernenergie en tot de verwerving en verspreiding van kennis op het gebied van kernenergie;
Overwegende dat artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap deze Gemeenschap onder meer als taak oplegt het bevorderen van een harmonische ontwikkeling der economische activiteit binnen de gehele Gemeenschap, van een gestadige en evenwichtige expansie en van een grotere stabiliteit; dat de doeleinden van de daarop gerichte activiteit der Gemeenschap zijn omschreven in artikel 3 van dat Verdrag;
Overwegende dat de niet-nucleaire werkzaamheden waarin dit besluit voorziet noodzakelijk blijken voor het bereiken van deze doeleinden;
Overwegende dat de Raad op 14 januari 1974 een resolutie heeft aangenomen betreffende de cooerdinatie van de nationale beleidsregels en de omschrijving van de acties van communautair belang op het gebied van wetenschap en technologie (4);
Overwegende dat het programma is opgesteld overeenkomstig de resolutie van de Raad van 17 december 1970 betreffende de wijze van vaststellen van onderzoek- en onderwijsprogramma's (5);
Overwegende dat in artikel 3 van Besluit 77/488/EEG, Euratom (6) en Besluit 80/317/EEG, Euratom (7) wordt bepaald dat het programma in de loop van het derde jaar zal worden herzien;
Overwegende dat het van belang is om het gemeenschappelijk beleid op het gebied van wetenschap en technologie nader te omschrijven en te gieten in de vorm van meerjarenkaderprogramma's, waarin alle op basis van de drie Verdragen verrichte of nog te verrichten werkzaamheden op wetenschappelijk en technisch gebied zijn ondergebracht; dat de Raad dit belang heeft bevestigd in zijn resolutie van 25 juli
1983 inzake kaderprogramma's voor communautaire activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en demonstratie, alsmede inzake een eerste kaderprogramma 1984-1987 (1);
Overwegende dat het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (GCO) een centrale rol moet blijven spelen in het onderzoekbeleid van de Gemeenschap en moet doorgaan met de werkzaamheden van gemeenschappelijk belang, terwijl het peil van de voor de periode 1984-1987 aan te wenden middelen gelijk zal blijven aan het huidige niveau;
Overwegende, meer in het algemeen, dat het geheel van het programma van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek in overeenstemming dient te zijn met de conclusies van de Raad van 10 maart 1983,
BESLUIT:
Artikel 1
Het in bijlage A opgenomen onderzoekprogramma, hierna »programma" te noemen, wordt vastgesteld voor een periode van vier jaar, te rekenen vanaf 1 januari 1984.
Artikel 2
Het bedrag van de betalingsverplichtingen, dat noodzakelijk wordt geacht voor de uitvoering van het programma, beloopt 700 miljoen Ecu, met inbegrip van de uitgaven voor een personeelsbestand van 2 260 personen. De indicatieve verdeling van dit bedrag, waarvan ongeveer 400 miljoen Ecu voor personeelsuitgaven en 300 miljoen Ecu voor de overige uitgaven bestemd zijn, is weergegeven in bijlage B.
Artikel 3
De voor personeelsuitgaven bestemde kredieten worden jaarlijks in het kader van de begrotingsprocedure bijgesteld, overeenkomstig de besluiten van de Raad inzake bezoldigingen. Voor de andere uitgaven evalueert de raad van beheer van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek elk jaar de financiële behoeften van het programma; zijn verslag wordt aan de Raad voorgelegd in het kader van de begrotingsprocedure. Indien de raad van beheer na de eerste programmajaren constateert dat bepaalde factoren de voortzetting van het programma tot aan het einde van zijn looptijd onmogelijk hebben gemaakt of dat dit programma aanzienlijk moet worden gewijzigd, legt de Commissie tijdens het derde programmajaar de kwestie aan de Raad voor, opdat deze kan besluiten tot herziening van het programma, dan wel tot het starten met een nieuw meerjarenprogramma.
Artikel 4
Zodra de Raad de desbetreffende verordening heeft vastgesteld, worden afvloeiingsmaatregelen ten uitvoer gelegd ter vernieuwing van de deskundigheid en ter verjonging van het personeel. Voor de duur van het programma worden de kosten van tenuitvoerlegging van deze maatregelen opgenomen in de raming van de totale kosten van het programma.
Artikel 5
Gedurende het derde jaar wordt het programma heronderzocht, naar aanleiding waarvan de Raad volgens de passende procedure een besluit betreffende een daaropvolgend vierjarenprogramma kan nemen.
Artikel 6
De kennis die wordt verkregen bij de tenuitvoerlegging van de niet-nucleaire gedeelten van het programma wordt verspreid overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2380/74 van de Raad van 17 september 1974 tot vaststelling van de regels voor de verspreiding van kennis betreffende onderzoekprogramma's van de Europese Economische Gemeenschap (2).
Artikel 7
De Commissie draagt, daarin bijgestaan door de raad van beheer van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek, zorg voor de uitvoering van het programma en doet daartoe een beroep op de diensten van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek.
Artikel 8
Alvorens het voorstel voor een volgend meerjarenprogramma in te dienen legt de Commissie aan de Raad en het Parlement een door onafhankelijke deskundigen opgestelde kritische studie voor van de programma's die door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek in uitvoering zijn genomen.
In deze studie wordt een kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling van de onderzoekresultaten opgenomen.
De Commissie stelt tevens elk jaar voor de Raad en het Parlement een verslag over de uitvoering van het programma op.
Gedaan te Brussel, 22 december 1983.
Voor de
De Voorzitter
C. VAITSOS
(1) PB nr. C 311 van 16. 11. 1983, blz. 5.
(2) PB nr. C 307 van 14. 11. 1983, blz. 116.
(3) PB nr. C 341 van 19. 12. 1983, blz. 9.
(4) PB nr. C 7 van 29. 1. 1974, blz. 2.
(5) PB nr. L 16 van 20. 1. 1971, blz. 13.
(6) PB nr. L 200 van 8. 8. 1977, blz. 4.
(7) PB nr. L 72 van 18. 3. 1980, blz. 11.
(1) PB nr. C 208 van 4. 8. 1983, blz. 1.
(2) PB nr. L 255 van 20. 9. 1974, blz. 1.
BIJLAGE A
ONDERZOEKPROGRAMMA (1984-1987) VAN HET GEMEENSCHAPPELIJK CENTRUM VOOR ONDERZOEK
ONDERZOEKPROGRAMMA INDUSTRIËLE TECHNOLOGIEËN
Nucleaire metingen en referentiematerialen
- nucleaire metingen
- referentiematerialen
Hoge-temperatuurmaterialen
- studies met betrekking tot staalsoorten en legeringen
- studies met betrekking tot subcomponenten
- studies met betrekking tot keramische materialen
- databank voor hoge-temperatuurmaterialen
- informatiecentrum voor hoge-temperatuurmaterialen
ONDERZOEKPROGRAMMA KERNFUSIE
Fusietechnologie en -veiligheid
- reactorstudies
- kweekmanteltechnologie
- studie met betrekking tot constructiematerialen
- risico-evaluatie
- studies inzake een tritiumlaboratorium
ONDERZOEKPROGRAMMA KERNSPLIJTING
Reactorveiligheid
- betrouwbaarheid en risico-evaluatie
- deugdelijkheid van componenten en systemen voor licht-waterreactoren
- bestudering van abnormaal gedrag van koelsystemen in de kern van licht-waterreactoren
- bestudering van ernstig beschadigde splijtstof
- modellering van ongevallen in snelle reactoren
- bestudering van materiaaleigenschappen en van het gedrag van constructies in snelle reactoren
- evaluatie van een triltafel
Beheer van radioactieve afvalstoffen
- beheer van afvalstoffen en splijtstofcyclus
- veiligheid van de opslag van radioactief afval in continentale geologische formaties
- uitvoerbaarheid en veiligheid van de opslag van afvalstoffen in de oceaanbodem
Garantie en beheer van splijtbaar materiaal
- methoden en apparatuur voor de bepaling van splijtbaar materiaal en voor opsluiting en bewaking
- verwerking, transmissie en evaluatie van garantiegegevens
- integratie van de technische werkzaamheden op garantiegebied
Splijtstof en actinidenonderzoek
- gebruikslimieten voor splijtstof
- gedrag van oxide-splijtstof bij vermogensovergangen en vrijkoming van splijtingsprodukten bij ernstige beschadiging
- veiligheid van de actinidencyclus
- actinidenonderzoek ONDERZOEKPROGRAMMA NIET-NUCLEAIRE ENERGIEVORMEN
Beproevingsmethoden voor zonne-energiesystemen
- fotovoltaïsche systemen
- warmteomzetting
Energiebeheer in de woning
- evaluatie van hybride systemen
- passieve technologieën
- energy audit
ONDERZOEKPROGRAMMA OP MILIEUGEBIED
Milieubescherming
- chemische produkten in het milieu
- milieukwaliteit
- energie en milieu
Toepassing van technieken voor teledetectie vanuit de ruimte
- landbouw en bodemgebruik
- zeebescherming
- natuurrampen
Industrieel risico
- ongevallenpreventie
- controle op en beheersing van ongevallen
ACTIVITEITEN VAN WETENSCHAPPELIJKE DIENSTEN
(aanvullend programma)
Exploitatie van de HFR-reactor
Eventueel: projecten van Europees belang (1)
(1) De tenuitvoerlegging van de conclusies van de Raad van 10 maart 1983 inzake projecten van Europees belang zal worden vervat in voorstellen die de Commissie te gepaster tijd zal indienen opdat de Raad in staat zal zijn voor het einde van het eerste semester van 1984 een besluit te nemen.
BIJLAGE B
INDICATIEVE VERDELING VAN PERSONEEL EN KREDIETEN
(Kredieten in miljoen Ecu)
1.2 // // // Programma's // Vastleggings- kredieten // // // Industriële technologieën // // - Nucleaire metingen en referentiematerialen // 64 // - Hoge temperatuurmaterialen // 28 // // // Totaal // 92 // // // Kernfusie // // Fusietechnologie en -veiligheid // 46,5 (1) // // // Totaal // 46,5 // // // Kernsplijting // // - Reactorveiligheid // 192 (2) // - Beheer van radioactieve afvalstoffen // 49 // - Garantie en beheer van splijtbaar materiaal // 45 // - Splijtstof en actinidenonderzoek // 66 // // // Totaal // 352 // // // Niet-nucleaire energievormen // // - Beproevingsmethoden voor zonne-energiesystemen // 22 // - Energiebeheer in de woning // 17 // // // Totaal // 39 // // // Milieu // // - Milieubescherming // 49 // - Toepassingen van technieken voor teledetectie vanuit de ruimte // 29 // - Industrieel risico // 21 // // // Totaal // 99 // // // Activiteiten van wetenschappelijke diensten // // Exploitatie van de HFR (aanvullend programma) // 59 (3) // // // Totaal // 59 // // // Specifieke kredieten voorzien voor projecten van Europees belang // 12,5 (4) // // // Totaal // 12,5 // // // Totaal programma 1984-1987 // 700 (5) // //
(1) Met inbegrip van een indicatief bedrag van 0,5 miljoen Ecu voor studies inzake een tritiumlaboratorium.
(2) Met inbegrip van een indicatief bedrag van 2,5 miljoen Ecu voor voortzetting van studies betreffende een triltafel van grote capaciteit.
(3) De financiële bijdragen van de Lid-Staten aan dit aanvullende programma zijn in de 700 miljoen Ecu begrepen; de verdeelsleutel is:
Exploitatie van de HFR-reactor:
- Duitsland: 50 %,
- Nederland: 50 %.
(4) De nadere bestemming van dit bedrag van 12,5 miljoen Ecu zal door de Raad worden vastgelegd.
(5) Het niet-gepland onderzoek wordt uitgevoerd binnen het totale niveau van de middelen van 700 miljoen Ecu. Als de jaarlijkse middelen die het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek ter beschikking heeft voor de uitvoering van het programma voldoende zijn om dergelijk verkennend, nog niet geïdentificeerd onderzoek uit te voeren, kan te dien einde een bedrag van niet meer dan 5 % van het totaal aan wetenschappelijke specifieke kredieten worden ingeschreven in hoofdstuk 100 van de begroting van het betreffende jaar.