84/20/EEG: Beschikking van de Commissie van 22 december 1983 tot machtiging van het Verenigd Koninkrijk om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
84/20/EEG: Beschikking van de Commissie van 22 december 1983 tot machtiging van het Verenigd Koninkrijk om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken (Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 22 december 1983
tot machtiging van het Verenigd Koninkrijk om de handel in zaaizaad van bepaalde rassen van landbouwgewassen te beperken
(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)
(84/20/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 70/457/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 80/1141/EEG (2), en met name op artikel 15, leden 2, 3 en 7,
Gezien het door het Verenigd Koninkrijk gedane verzoek,
Overwegende dat krachtens artikel 15, lid 1, van voornoemde richtlijn zaaizaad en pootgoed van rassen die in 1981 in ten minste één Lid-Staat officieel zijn toegelaten en overigens aan de in dezelfde richtlijn vastgestelde voorwaarden voldoen, na 31 december 1983 in de Gemeenschap aan geen enkele handelsbeperking ten aanzien van het ras meer zijn onderworpen;
Overwegende evenwel dat in artikel 15, lid 2, van voornoemde richtlijn is bepaald dat een Lid-Staat die daarom verzoekt, kan worden gemachtigd de handel in zaaizaad en pootgoed van bepaalde rassen te verbieden;
Overwegende dat het Verenigd Koninkrijk voor een aantal rassen van verschillende gewassen om een dergelijke machtiging heeft verzocht;
Overwegende dat de in in deze beschikking genoemde rassen in het Verenigd Koninkrijk aan officiële onderzoeken te velde zijn onderworpen;
Overwegende dat voor de rassen Barcota (roodzwenkgras), Brenda, Crown en Sommora (Engels raaigras) aan de hand van de dossiers inzake de onderzoekresultaten kan worden geconstateerd dat genoemde rassen in het Verenigd Koninkrijk volgens de nationale voorschriften met betrekking tot de toelating van de rassen in het Verenigd Koninkrijk, die op grond van de vigerende communautaire bepalingen van toepassing zijn, niet onderscheidbaar is van andere in dit land toegelaten rassen (artikel 15, lid 3, sub a), eerste geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat voor het ras Inca (gekruist raaigras) aan de hand van de dossiers inzake de onderzoekresultaten kan worden geconstateerd dat genoemd ras in het Verenigd Koninkrijk volgens de nationale voorschriften met betrekking tot de toelating van de rassen in het Verenigd Koninkrijk, die op grond van de vigerende communautaire bepalingen van toepassing zijn, niet voldoende homogeen is voor wat een aantal eigenschappen betreft (artikel 15, lid 3, sub a), derde geval, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat derhalve in alle opzichten moet worden voldaan aan het verzoek van het Verenigd Koninkrijk betreffende deze rassen;
Overwegende dat voor de overige rassen het verzoek momenteel door de Commissie grondig wordt onderzocht; dat het onderzoek voor de rassen Bravo en Julia (suikerbiet), Center (roodzwenkgras), Montreal (Italiaans raaigras), Kerem (Engels raaigras) en Roland (gerst) niet kan worden afgesloten binnen de in artikel 15, lid 1, van voornoemde richtlijn bedoelde termijn;
Overwegende dat het derhalve dienstig lijkt de betrokken termijn voor het Verenigd Koninkrijk zodanig te verlengen dat de aanvraag voor de betrokken rassen volledig kan worden onderzocht (artikel 15, lid 7, van voornoemde richtlijn);
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
Het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd om op zijn hele grondgebied de handel te verbieden in zaaizaad van de onderstaande rassen, vermeld in de gemeenschappelijke rassenlijst voor landbouwgewassen van 1984:
Groenvoedergewassen:
1. Festuca rubra L.,
Barcota.
2. Lolium perenne L.,
Brenda,
Crown,
Sommora.
3. Lolium × hybridum Hausskn.,
Inca.
Artikel 2
De in artikel 1 bedoelde machtiging zal worden ingetrokken zodra wordt geconstateerd dat de voorwaarden voor de verlening ervan niet meer zijn vervuld.
Artikel 3
Het Verenigd Koninkrijk deelt de Commissie mede vanaf welke datum en op welke wijze het van de in artikel 1 bedoelde machtiging gebruik maakt. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis.
Artikel 4
Voor de onderstaande rassen wordt de in artikel 15, lid 1, van Richtlijn 70/457/EEG bedoelde termijn, die op 31 december 1983 afloopt, voor het Verenigd Koninkrijk verlengd tot en met 31 maart 1984:
I. Suikerbiet:
Beta vulgaris L.,
Bravo,
Julia.
II. Groenvoedergewassen:
1. Festuca rubra L.,
Center.
2. Lolium multiflorum Lam.,
Montreal.
3. Lolium perenne L,
Kerem.
III. Granen:
Hordeum vulgare L.,
Roland.
Artikel 5
Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk.
Gedaan te Brussel, 22 december 1983.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 225 van 12. 10. 1970, blz. 1.
(2) PB nr. L 341 van 16. 12. 1980, blz. 27.