Home

84/408/EEG: Besluit van de Commissie van 16 augustus 1984 tot aanvaarding van een verbintenis in verband met de heropende anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van kopersulfaat, van oorsprong uit Tsjechoslowakije, en tot beëindiging van die procedure

84/408/EEG: Besluit van de Commissie van 16 augustus 1984 tot aanvaarding van een verbintenis in verband met de heropende anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van kopersulfaat, van oorsprong uit Tsjechoslowakije, en tot beëindiging van die procedure

*****

BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 16 augustus 1984

tot aanvaarding van een verbintenis in verband met de heropende anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van kopersulfaat, van oorsprong uit Tsjechoslowakije, en tot beëindiging van die procedure

(84/408/EEG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2176/84 van de Raad van 23 juli 1984 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Economische Gemeenschap (1), inzonderheid op de artikelen 10 en 14,

Na overleg in het kader van het in genoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. Procedure

(1) In oktober 1983 aanvaardde de Commissie het aanbod van een prijsverbintenis van een Tsjechoslowaakse exporteur van kopersulfaat, Chemapol (2). In februari 1984 ontving de Commissie een verzoek van de autoriteiten van een Lid-Staat, het Verenigd Koninkrijk, om heropening van de procedure, aangezien door belangrijk gewijzigde omstandigheden met betrekking tot de produktiekosten, de Tsjechoslowaakse verbintenis achterhaald zou zijn, met het gevolg dat bij de invoer van kopersulfaat uit Tsjechoslowakije opnieuw dumping zou worden toegepast en ernstige schade worden berokkend aan de bedrijfstak van de Gemeenschap. De Commissie kondigde derhalve door een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (3) de heropening van een anti-dumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van kopersulfaat van post ex 28.38 A II van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomende met NIMEXE-code 23.38-27, van oorsprong uit Tsjechoslowakije, aan en begon een nieuw onderzoek.

(2) De Commissie heeft de naar haar weten belanghebbende exporteurs en importeurs en de producenten in de Gemeenschap hiervan officieel in kennis gesteld en de rechtstreeks betrokken partijen in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en een verzoek in te dienen om te worden gehoord.

De betrokken exporteur, enige importeurs en alle bekende communautaire producenten hebben hun standpunt schriftelijk medegedeeld en de betrokken exporteur is desgevraagd gehoord.

Er werden geen opmerkingen ingediend namens afnemers of verwerkers van het produkt in de Gemeenschap.

De Commissie ontving desgevraagd gedetailleerde schriftelijke opmerkingen van communautaire producenten, de betrokken exporteur en enkele importeurs, en verifieerde de daarin vervatte gegevens voor zover dit noodzakelijk werd geacht.

Het dumpingonderzoek had betrekking op de periode vanaf de aanvaarding van de betrokken verbintenis, dat wil zeggen van oktober 1983 tot en met maart 1984.

B. Normale waarde

(3) Ten einde vast te stellen of opnieuw dumping werd toegepast bij de invoer van kopersulfaat uit Tsjechoslowakije diende de Commissie rekening te houden met het feit dat dit land een land zonder markteconomie is; de Commissie diende derhalve haar vaststellingen te baseren op de normale waarde in een land met markteconomie. In dit verband had de bedrijfstak in de Gemeenschap voor de procedure met betrekking tot de invoer van het betrokken produkt uit Bulgarije, Hongarije, Polen en Spanje, waarvan de inleiding is medegedeeld in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (1) na de inleiding van de onderhavige heropende procedure, de Spaanse markt voorgesteld. Door de betrokken partijen werd hiertegen geen bezwaar gemaakt.

(4) Op grond van de beschikbare gegevens stelde de Commissie vast dat er geen buitengewone verschillen zijn tussen de methoden en schaal van produktie in Spanje en het betrokken exportland. Na een onderzoek ten kantore van de Spaanse producent, Industrias Quimicas del Vallés te Barcelona, stelde de Commissie eveneens vast dat de prijsniveaus in een redelijke verhouding tot de produktiekosten staan.

De Commissie is derhalve tot de slotsom gekomen dat het passend en niet onredelijk is om de normale waarde te bepalen op grond van de binnenlandse prijzen in Spanje. De aldus vastgestelde normale waarde bleek aanzienlijk hoger dan die vastgesteld bij het vorige onderzoek, waarbij de meest significante factor was geweest de uitwerking op de prijzen van de verhoging met ongeveeer 20 % van de koperkosten, die ongeveer 70 % van de produktiekosten van kopersulfaat uitmaken.

C. Prijs bij uitvoer

(5) De prijzen bij uitvoer worden bepaald op grond van de prijzen die werkelijk zijn betaald of moeten worden betaald voor de voor uitvoer naar de Gemeenschap verkochte produkten.

D. Vergelijking

(6) Bij het vergelijken van de normale waarde met de exportprijzen hield de Commissie, zo nodig, rekening met verschillen die van invloed zijn op de vergelijkbaarheid van de prijzen. De beschikbare gegevens inzake Tsjechoslowaakse prijzen hebben betrekking op het niveau cif-grens Gemeenschap en dienovereenkomstig werd aan de Spaanse binnenlandse prijs af-fabriek een element voor vervoer en daarmee verwante kosten toegevoegd, ten einde een juiste vergelijking mogelijk te maken.

E. Marges

(7) Uit het bovenbedoelde onderzoek van de feiten blijkt dat de Tsjechoslowaakse exportprijzen, met inachtneming van de voorwaarden van de prijsverbintenis, beneden de normale waarde lagen als vastgesteld voor de betrokken periode. De dumpingmarge, dit wil zeggen het verschil tussen de exportprijzen en de normale waarde, bedroeg op een gewogen gemiddelde basis 37 %.

F. Schade

(8) Met betrekking tot de door de invoer met dumping veroorzaakte schade blijkt uit het de Commissie ter beschikking staande bewijsmateriaal, dat de invoer in de Gemeenschap uit Tsjechoslowakije van kopersulfaat toenam van 1 077 ton in 1981 tot 3 014 ton in 1983, hetgeen een stijging van het marktaandeel van het uitvoerende land van ongeveer 3 tot 10,5 % in dezelfde periode tot gevolg had. In de zes maanden na de aanvaarding van de bedoelde verbintenis, dat wil zeggen van oktober 1983 tot en met maart 1984, bedroeg de invoer van het Tsjechoslowaakse produkt in de Europese Economische Gemeenschap, waarin het verbruik in deze periode relatief stabiel was, 2 100 ton, hetgeen een verhoging op jaarbasis van bijna 40 % voor 1983 betekent.

(9) De verkoopprijzen van deze invoer lagen in de periode van onderzoek tot 22 % beneden de prijs van de producenten van de Gemeenschap en lagen beneden die welke nodig zijn om de kosten van de communautaire producenten te dekken en een redelijke winst te geven. In sommige gevallen zouden deze verkoopprijzen zelfs niet voldoende zijn geweest om de grondstofkosten van de communautaire producenten te dekken.

Hoewel deze verkoopprijzen sinds het vorige onderzoek zijn verhoogd, bleef de onderbieding aanzienlijk omdat de producenten in de Gemeenschap het noodzakelijk hadden gevonden hun prijzen te verhogen in verband met de gestegen koperkosten, hun belangrijkste grondstof.

(10) De Commissie heeft geen reden om aan te nemen dat de gevolgen voor de bedrijfstak van de Gemeenschap van deze hogere omvang van invoer met dumping van minder betekenis was dan ten tijde van de instelling van de anti-dumpingmaatregelen onmiddellijk voorafgaande aan de onderhavige referentieperiode. De aanzienlijke toeneming van invoer met dumping en de prijzen waartegen deze voor verkoop in de

Gemeenschap werden aangeboden, hebben de Commissie derhalve tot de conclusie gebracht dat de schade als gevolg van de invoer met dumping van kopersulfaat, van oorsprong uit Tsechoslowakije, voor de betrokken bedrijfstak in de Gemeenschap aanzienlijk moet worden geacht.

G. Belang van de Gemeenschap

(11) Gezien de bijzonder ernstige moeilijkheden waarvoor de bedrijfstak in de Gemeenschap staat is de Commissie tot de slotsom gekomen dat het in het belang van de Gemeenschap is maatregelen te nemen.

H. Verbintenissen

(12) De betrokken exporteur werd in kennis gesteld van de belangrijkste resultaten van het onderzoek en heeft dienaangaande zijn opmerkingen kenbaar gemaakt. Vervolgens werd door Chemapol een gewijzigde verbintenis met betrekking tot de uitvoer van kopersulfaat naar de Gemeenschap aangeboden.

De genoemde verbintenis komt neer op een verhoging van de prijzen bij uitvoer naar de Gemeenschap tot het niveau dat de Commissie, gezien, enerzijds, de verkoopprijs die nodig is om producenten in de Gemeenschap een passende winst te geven en, anderzijds, de inkoopprijs van de importeurs in de Gemeenschap en hun kosten- en winstmarge, noodzakelijk acht om de schade op te heffen. Deze verhoging overschrijdt niet de bij het onderzoek vastgestelde dumpingmarge.

Onder deze omstandigheden wordt de aangeboden gewijzigde verbintenis aanvaardbaar geacht en de procedure kan derhalve worden beëindigd zonder instelling van anti-dumpingrechten.

In het Raadgevend Comité werd hiertegen geen bezwaar gemaakt,

BESLUIT:

Artikel 1

De verbintenis die door Chemapol, Praag, Tsjechoslowakije, werd aangeboden in verband met de anti-dumpingprocedure betreffende de invoer van kopersulfaat vallende onder post ex 28.38 A II van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomende met NIMEXE-code 28.38-27, van oorsprong uit Tsjechoslowakije, wordt aanvaard.

Artikel 2

De in artikel 1 bedoelde heropende anti-dumpingprocedure wordt beëindigd.

Gedaan te Brussel, 16 augustus 1984.

Voor de Commissie

Étienne DAVIGNON

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 201 van 30. 7. 1984, blz. 1.

(2) PB nr. L 281 van 13. 10. 1983, blz. 22.

(3) PB nr. C 55 van 28. 2. 1984, blz. 2.

(1) PB nr. C 90 van 31. 3. 1984, blz. 2.