84/428/EEG: Beschikking van de Commissie van 27 juni 1984 betreffende het voornemen van de Franse Regering regionale steun te verlenen aan een onderneming in de textielsector te La Chapelle-Saint-Luc (Aube) - Frankrijk (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
84/428/EEG: Beschikking van de Commissie van 27 juni 1984 betreffende het voornemen van de Franse Regering regionale steun te verlenen aan een onderneming in de textielsector te La Chapelle-Saint-Luc (Aube) - Frankrijk (Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 27 juni 1984
betreffende het voornemen van de Franse Regering regionale steun te verlenen aan een onderneming in de textielsector te La Chapelle-Saint-Luc (Aube) - Frankrijk
(Slechts de tekst in de Franse taal is authentiek)
(84/428/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en met name op artikel 93, lid 2, eerste alinea,
Na belanghebbenden overeenkomstig genoemd artikel te hebben aangemaand hun opmerkingen te maken en gezien deze opmerkingen,
Overwegende dat de Franse Regering bij telexbericht van 13 januari 1983 de Commissie in kennis heeft gesteld van haar voornemen een regionale ontwikkelingspremie toe te kennen aan een textielonderneming gevestigd te La Chapelle-Saint-Luc in het departement Aube; dat La Chapelle-Saint-Luc is gelegen buiten de in het Franse decreet nr. 76-325 van 14 april 1976 (1) afgebakende geografische zones die voor de regionale ontwikkelingspremie in aanmerking komen; dat genoemd decreet voorziet in de mogelijkheid om bij wijze van uitzondering premies toe te kennen buiten de vastgelegde zones ten behoeve van industriële programma's die bijdragen tot het oplossen van lokale bijzonder ernstige werkgelegenheidsproblemen;
Overwegende dat de Franse Regering voornemens is een premie van 948 000 Ffr. (ongeveer 139 500 Ecu) toe te kennen aan een project, waarvoor in totaal 31 600 000 Ffr. (ongeveer 4 650 000 Ecu) zal worden geïnvesteerd; dat het bedrag van de premie aldus bruto zou overeenkomen met 3 % van het investeringsbedrag;
Overwegende dat het project voorziet in het scheppen van 125 arbeidsplaatsen te La Chapelle-Saint-Luc; dat de activiteiten waarop het betrekking heeft de produktie van breiwerk voor volwassenen tot doel hebben;
Overwegende dat de Commissie het project voor de toekenning van die steun heeft bestudeerd in het kader van artikel 93, lid 3, van het Verdrag; dat zij met name de Franse autoriteiten gevraagd heeft naar de sociaal-economische motivering voor het bij wijze van uitzondering en afwijking toekennen van een regionale ontwikkelingspremie te La Chapelle-Saint-Luc;
Overwegende dat de Commissie de Franse autoriteiten bij telexbericht van 24 januari 1983 heeft verzocht haar mede te delen of nog andere staatssteun voor dit project werd overwogen; dat de Commissie in hetzelfde telexbericht eveneens heeft gevraagd naar andere gegevens zowel over het project zelf als over de regio van vestiging; dat de Franse Regering dit bericht op 4 maart 1983 heeft beantwoord;
Overwegende dat, in het kader van dit onderzoek en na bestudering van de door de Franse Regering verstrekte sociaal-economische motivering, de Commissie die steun niet heeft kunnen beschouwen als een uitzondering op de onverenigbaarheid van steunmaatregelen zoals bedoeld in artikel 92, lid 3, sub c), van het Verdrag; dat de Commissie derhalve bij brief van 20 april 1983 de in artikel 93, lid 2, van het Verdrag voorgeschreven procedure ten aanzien van dit project heeft ingeleid;
Overwegende dat met name de door de Franse Regering in haar telexbericht van 1 juli 1983 verstrekte opmerkingen geen elementen bevatten die met betrekking tot de regionale sociaal-economische situatie van La Chapelle-Saint-Luc het oordeel van de Commissie kunnen wijzigen;
Overwegende ten slotte dat drie van de andere geraadpleegde Lid-Staten de Commissie in hun antwoord steun hebben toegezegd inzake het inleiden van de procedure van artikel 93, lid 2, van het Verdrag;
Overwegende dat de door de Franse Regering voorgenomen steunverlening ten behoeve van de firma »X" te La Chapelle-Saint-Luc het handelsverkeer tussen Lid-Staten nadelig kan beïnvloeden en de concurrentie kan vervalsen of dreigt te vervalsen in de zin van artikel 92, lid 1, van het Verdrag door begunstiging van de firma »X" of van de produkten van de firma »X";
Overwegende dat volgens artikel 92, lid 1, van het Verdrag steunmaatregelen die de aldaar genoemde kenmerken bezitten in beginsel niet verenigbaar zijn met de gemeenschappelijke markt; dat uit de omschrijving in lid 3, sub a) en c), van datzelfde artikel van de uitzonderingen op die onverenigbaarheid, de enige in dit geval eventueel toepasselijke uitzonderingen aangezien het om steunmaatregelen van regionale strekking gaat, blijkt dat zij op het belang van de Gemeenschap en niet alleen op dat van de begunstigden van de steunmaatregel moeten zijn gericht; dat deze uitzonderingen strikt moeten worden geïnterpreteerd bij het onderzoek van alle regionaal of sectorieel gerichte steunprogramma's of van alle individuele toepassingen van algemene steunrgelingen; dat een uitzondering met name slechts dan mag worden toegestaan wanneer de Commissie kan vaststellen dat, zonder de steun, het vrije marktmechanisme op zichzelf niet voldoende zou zijn om te verkrijgen dat de begunstigden zouden handelen op een wijze die tot de verwezenlijking van een van de met die uitzonderingen beoogde doelstellingen bijdraagt;
Overwegende dat het toestaan van de bedoelde uitzonderingen voor steunmaatregelen die niet een dergelijke tegenprestatie behelzen, zou neerkomen op het ongunstig laten beïnvloeden van het handelsverkeer tussen de Lid-Staten en het laten vervalsen van de concurrentie zonder dat zulks op enigerlei wijze door het belang van de Gemeenschap wordt gerechtvaardigd en met het gevolg dat sommige Lid-Staten ten onrechte voordelen worden toegekend;
Overwegende dat, wanneer de Commissie steunmaatregelen met regionale strekking aan de hierboven omschreven beginselen toetst, zij zich ervan moet vergewissen dat er zich in de betrokken gebieden ten opzichte van de Gemeenschap in haar geheel voldoende ernstige moeilijkheden voordoen om de toekenning van steun en de omvang ervan te rechtvaardigen, en dat dus de steun voor de verwezenlijking van de in artikel 92, lid 3, sub a) en c), van het Verdrag omschreven doelstellingen noodzakelijk is; dat, indien zulks niet kan worden aangetoond, de steun vanzelfsprekend niet bijdraagt tot de verwezenlijking van de doelstellingen waarop de afwijkingen zijn gericht, maar in hoofdzaak dient om de betrokken ondernemingen te bevoordelen;
Overwegende dat, naar aanleiding van een mededeling van de Commissie betreffende de algemene steunregelingen met regionale strekking, de vertegenwoordigers van de Regeringen van de Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, in hun eerste resolutie van 20 oktober 1971 (1) hebben erkend dat de steun met regionale strekking, wanneer deze op juiste en oordeelkundige wijze wordt toegepast, een onmisbaar middel vormt voor de regionale ontwikkeling en de Lid-Staten in staat stelt een regionaal beleid te voeren dat is gericht op een meer evenwichtige groei van de verschillende gebieden van eenzelfde land en van de Gemeenschap; dat bijgevolg, en op grond van de met betrekking tot de cooerdinatie van de steun met regionale strekking geldende beginselen die tot doel hebben het gevaar voor overbieding te beperken, de Commissie, bij het beoordelen van de verenigbaarheid van de regionale steunmaatregelen met de bepalingen van artikel 92, lid 3, sub a) en c), van het Verdrag rekening moet houden zowel met de sociaal-economische situatie van de betrokken regio's in het communautaire kader als met de eventueel tussen de regio's van eenzelfde land bestaande ernstige verschillen;
Overwegende dat uit de grondige sociaal-economische analyse van de toestand in de regio van La Chapelle-Saint-Luc blijkt dat de uitzonderingsbepaling van artikel 92, lid 3, sub a), van het Verdrag niet in aanmerking kan komen, omdat de regio niet wordt gekenmerkt door een abnormaal lage levensstandaard of ernstig gebrek aan werkgelegenheid; dat de Franse Regering dienaangaande nooit twijfel heeft laten bestaan, noch in haar oorspronkelijk project, noch in de opmerkingen die zij heeft gemaakt in het kader van bovengenoemde procedure van artikel 93, lid 2, van het Verdrag; dat bijgevolg alleen in overweging kan worden genomen de uitzondering omschreven in artikel 92, lid 3, sub c), van het Verdrag, waarbij wordt voorzien in de verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt van steunmaatregelen om de ontwikkeling van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken, mits de voorwaarden waaronder het handelsverkeer plaatsvindt daardoor niet zodanig worden veranderd dat het gemeenschappelijk belang wordt geschaad;
Overwegende dat de Commissie, voor het vaststellen van de verenigbaarheid met de gemeenschappelijke markt van de door de Franse Regering ten behoeve van de firma »X" voorgenomen steun, de hierboven omschreven beginselen heeft toegepast; dat aldus na de toestand in de betrokken regio in een communau
taire context te hebben onderzocht door vergelijking van het bruto interne produkt en van de werkgelegenheidssituatie in de betrokken regio met de overeenkomstige communautaire gemiddelden, de Commissie heeft getracht de mogelijke ongelijkheden op nationaal niveau tussen die regio en de andere regio's vast te stellen en de toekenning van regionale steun te rechtvaardigen; dat de Commissie daartoe is uitgegaan van een aantal indicatoren van de economische ontwikkeling en van de werkgelegenheidssituatie, te weten hoofdzakelijk het belastbaar inkomen, de werkloosheid, de ontwikkeling van de werkgelegenheid, de structuur van de economische activiteiten en de demografische factoren;
Overwegende dat het, in het kader van die methode, door een analyse van de activiteitenstructuur mogelijk was vast te stellen dat de verdeling van de activiteiten tussen de verschillende sectoren, ondanks een licht overwicht van de secundaire sector, bevredigend is;
Overwegende dat op grond van de analyse van de andere regionale indicatoren en de vergelijking ervan met die voor geheel Frankrijk kon worden vastgesteld dat de situatie van de betrokken regio nationaal gezien bevredigend is en geen ernstige structurele problemen vertoont;
Overwegende dat blijkens de opmerkingen van 1 juli 1983 de Franse Regering haar voornemen zal handhaven om het oorspronkelijk ter kennis van de Commissie gebrachte project volledig uit te voeren;
Overwegende dat de opmerkingen van de belanghebbende derden geen elementen bevatten welke het op grond van de hierboven omschreven sociaal-economische analyse gevormde oordeel van de Commissie over de situatie in de regio van La Chapelle-Saint-Luc kunnen wijzigen;
Overwegende dat het Franse steunproject derhalve niet in aanmerking komt voor toepassing van een van de in artikel 92, lid 3, van het Verdrag vervatte uitzonderingsbepalingen,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De Franse Republiek mag het door haar per telexbericht van 13 januari 1983 aan de Commissie medegedeelde voornemen om een regionale ontwikkelingspremie ten behoeve van investeringen te La Chapelle-Saint-Luc te verlenen voor het tot stand brengen van een produktie-eenheid van de firma »X" in de textielsector niet tot uitvoering brengen.
Artikel 2
Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek.
Gedaan te Brussel, 27 juni 1984.
Voor de Commissie
Étienne DAVIGNON
Vice-Voorzitter
(1) Journal Officiel de la République Française van 15 april 1976.
(1) PB nr. C 111 van 4. 11. 1971, blz. 1.