Home

Richtlijn 84/532/EEG van de Raad van 17 september 1984 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake gemeenschappelijke bepalingen voor bouwmaterieel en bouwmachines

Richtlijn 84/532/EEG van de Raad van 17 september 1984 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake gemeenschappelijke bepalingen voor bouwmaterieel en bouwmachines

++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 17 september 1984

betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake gemeenschappelijke bepalingen voor bouwmaterieel en bouwmachines

( 84/532/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 100 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ) ,

Overwegende dat in de Lid-Staten het bouwmaterieel en de bouwmachines bepaalde technische karakteristieken moeten bezitten die zijn vastgesteld in dwingende voorschriften ; dat deze voorschriften van Lid-Staat tot Lid-Staat verschillen en daardoor een belemmering vormen voor de handel binnen de Gemeenschap ;

Overwegende dat deze belemmeringen voor de totstandbrenging en de werking van de gemeenschappelijke markt kunnen worden beperkt en zelfs opgeheven , indien door alle Lid-Staten dezelfde voorschriften , hetzij ter aanvulling , hetzij ter vervanging van hun huidige wetgevingen worden aangenomen ;

Overwegende dat de voorschriften van deze richtlijn van toepassing zijn op bouwmaterieel en bouwmachines ; dat deze voorschriften hoofdzakelijk ten doel hebben de bescherming van het milieu tegen geluidshinder alsmede de arbeidsveiligheid , met uitzondering van die welke rechtstreeks verband houdt met heftoestellen , te garanderen ; dat bijgevolg voor hefmaterieel op het bouwterrein eventueel andere bijzondere voorschriften zullen worden opgesteld ;

Overwegende dat een controle op de naleving van deze technische voorschriften noodzakelijk is met het oog op de doeltreffende bescherming van gebruikers en derden ; dat de bestaande controleprocedures van Lid-Staat tot Lid-Staat verschillen ; dat ten einde het vrije verkeer van bouwmaterieel en bouwmachines binnen de gemeenschappelijke markt tot stand te brengen en veelvuldige controles te vermijden , die evenzovele belemmeringen voor dit vrije verkeer van het materieel en de machines vormen , het wenselijk is een wederzijdse erkenning tussen de Lid-Staten van de controleverrichtingen in te voeren ;

Overwegende dat het ter vergemakkelijking van deze wederzijdse erkenning van de controles met name wenselijk is geschikte administratieve procedures in te stellen die voorafgaan aan het op de markt brengen van deze machines , te weten : EEG-typegoedkeuring , EEG-typeonderzoek , EEG-keuring en EEG-fabrikantenverklaring ; dat de criteria die in aanmerking moeten worden genomen bij de aanwijzing van de met het EEG-typeonderzoek belaste erkende instanties dienen te worden geharmoniseerd ;

Overwegende dat de nationale wetgevingen in de sector bouwmaterieel en bouwmachines betrekking hebben op talrijke categorieën materieel en machines voor zeer uiteenlopende gebruiksdoeleinden ; dat het wenselijk is in deze richtlijn algemene bepalingen vast te stellen die met name betrekking hebben op de procedures van de EEG-typegoedkeuring , het EEG-typeonderzoek , de EEG-keuring en de EEG-fabrikantenverklaring ; dat bijzondere richtlijnen voor elke categorie bouwmaterieel of bouwmachines voorschriften vaststellen voor de technische uitvoering , de controle van dit bouwmaterieel en deze bouwmachines en eventueel de voorwaarden waaronder de communautaire technische voorschriften in de plaats komen van de reeds bestaande nationale voorschriften ;

Overwegende dat deze richtlijn het bepaalde van Richtlijn 70/156/EEG van de Raad van 6 februari 1970 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangers daarvan ( 4 ) , laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 80/1267/EEG ( 5 ) , onverlet laat ;

Overwegende dat het niet uitgesloten moet worden geacht dat bouwmaterieel of bouwmachines op de markt worden gebracht die , hoewel zij aan de voorschriften van de desbetreffende bijzondere richtlijnen voldoen , de gezondheid of de veiligheid in gevaar brengen ; dat derhalve een procedure dient te worden vastgesteld ten einde dit gevaar te ondervangen ;

Overwegende dat de vooruitgang van de techniek een snelle aanpassing van de technische voorschriften der richtlijnen voor bouwmaterieel en bouwmachines vereist ; dat men , om de tenuitvoerlegging van de daartoe benodigde maatregelen te vergemakkelijken , dient te voorzien in een procedure waarbij een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand wordt gebracht in een comité voor de aanpassing aan de technische vooruitgang van de richtlijnen voor de opheffing van de technische belemmeringen voor het intracommunautaire handelsverkeer in bouwmaterieel en bouwmachines ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

HOOFDSTUK I

Definities

Artikel 1

1 . Onder " materieel " in de zin van deze richtlijn wordt verstaan bouwmaterieel , -uitrustingen , -installaties en -machines of hun onderdelen , die , volgens het type constructie , dienen om werkzaamheden op civieltechnische werken en bouwterreinen te verrichten zonder hoofdzakelijk bestemd te zijn voor het vervoer van goederen of personen .

2 . Deze richtlijn is enkel van toepassing op de in lid 1 omschreven uitrustingen voor civieltechnische werken en bouwterreinen , waarvoor gedetailleerde toepassingsbepalingen in de in artikel 3 bedoelde bijzondere richtlijnen zijn omschreven .

3 . Uitgesloten van de werkingssfeer van deze richtlijn zijn landbouw - en bosbouwtrekkers , alsmede hefmaterieel .

Artikel 2

In deze richtlijn wordt verstaan onder :

" EEG-typegoedkeuring " , de procedure waarbij een Lid-Staat na proefnemingen constateert en verklaart dat een type materieel als bedoeld in artikel 1 voldoet aan de bij deze richtlijn en de desbetreffende bijzondere richtlijnen geharmoniseerde voorschriften .

" EEG-typeonderzoek " , de procedure waarbij een door een Lid-Staat hiertoe erkende instantie na proefnemingen constateert en verklaart dat een type materieel voldoet aan de bij deze richtlijn en de desbetreffende bijzondere richtlijnen geharmoniseerde voorschriften .

" EEG-keuring " , de procedure waarbij een Lid-Staat na proefnemingen verklaart dat elk materieel afzonderlijk voldoet aan de bij deze richtlijn en de desbetreffende bijzondere richtlijnen geharmoniseerde voorschriften .

" EEG-fabrikantenverklaring " , de procedure waarbij de fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde op eigen verantwoordelijkheid verklaart dat een bepaald materieel voldoet aan de bij deze richtlijn en de desbetreffende bijzondere richtlijnen geharmoniseerde voorschriften .

Artikel 3

1 . Voor al het materieel worden in richtlijnen van algemene aard de geharmoniseerde voorschriften vastgesteld , met name die betreffende de arbeidsveiligheid en de methode voor de meting van het niveau van het door het materieel uitgestraalde geluid .

2 . De bijzondere richtlijnen stellen voor de categorieën van materieel waarop zij betrekking hebben , de technische voorschriften voor de uitvoering en werking vast en bepalen bovendien welke van de in artikel 2 bedoelde procedures van toepassing is of zijn .

HOOFDSTUK II

EEG-typegoedkeuring

Artikel 4

1 . De EEG-typegoedkeuring vormt , indien deze in een bijzondere richtlijn is voorgeschreven , een voorafgaande voorwaarde voor het op de markt brengen , het in gebruik nemen en het gebruik van materieel .

2 . De Lid-Staten verlenen op aanvraag van de fabrikant of van diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde de EEG-typegoedkeuring voor ieder type materieel dat voldoet aan de voorschriften die zijn vastgelegd in deze richtlijn en de desbetreffende bijzondere richtlijn .

3 . Voor een zelfde type materieel mag de aanvraag om EEG-typegoedkeuring slechts in één Lid-Staat worden ingediend .

4 . De EEG-typegoedkeuring wordt door de Lid-Staten verleend , geweigerd , geschorst of ingetrokken overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en in bijlage I .

5 . Voor de proefnemingen in het kader van de EEG-typegoedkeuring kan de Lid-Staat zich laten bijstaan door een of meer laboratoria .

Artikel 5

1 . Indien de conclusies van de in bijlage I , punt 2 , bedoelde proefnemingen bevredigend zijn , stelt de Lid-Staat die deze proefnemingen heeft verricht , een verklaring van EEG-typegoedkeuring op , waarvan aan de aanvrager kennis wordt gegeven .

Aan de verklaring van EEG-typegoedkeuring kunnen de in de bijzondere richtlijnen opgenomen voorwaarden verbonden worden .

2 . Het model van de verklaring van EEG-typegoedkeuring staat in bijlage III .

3 . Aan de verklaring van EEG-typegoedkeuring zijn de voorwaarden en eventueel een beperking van de geldigheidsduur verbonden waarin door de bijzondere richtlijnen kan worden voorzien .

Artikel 6

1 . De Lid-Staat die de EEG-typegoedkeuring heeft verleend , treft de nodige maatregelen om , zo nodig in samenwerking met de overige Lid-Staten , erop toe te zien dat het produkt in overeenstemming is met het goedgekeurde type .

2 . De bijzonderheden van de in het vorige lid bedoelde maatregelen worden vastgesteld in de bijzondere richtlijnen . Hierin kan worden voorzien in controle door middel van steekproeven .

Artikel 7

1 . Indien een Lid-Staat die een EEG-typegoedkeuring heeft verleend , constateert dat enkele exemplaren van een materieel waarvan het type is goedgekeurd , niet met dit type overeenkomen , schorst hij de EEG-typegoedkeuring of trekt hij deze in .

2 . De EEG-typegoedkeuring kan echter worden gehandhaafd wanneer de geconstateerde verschillen zeer gering zijn , geen wezenlijke verandering betekenen van het ontwerp van het materieel en in elk geval de veiligheid van personen en de bescherming van het milieu niet in het gedrang brengen ; in dat geval verzoekt de Lid-Staat de fabrikant zijn produkten zo spoedig mogelijk aan te passen . De Lid-Staat moet de EEG-typegoedkeuring intrekken indien de fabrikant aan dat verzoek geen gevolg geeft .

3 . De Lid-Staat die een EEG-typegoedkeuring heeft verleend , moet deze eveneens intrekken indien hij constateert dat die typegoedkeuring niet had mogen worden verleend .

4 . Indien bedoelde Lid-Staat door een andere Lid-Staat in kennis wordt gesteld van het bestaan van één der gevallen bedoeld in de leden 1 , 2 en 3 , neemt hij , na overleg met deze Staat , eveneens de in die leden bedoelde maatregelen .

5 . Indien de wenselijkheid van of de verplichting tot intrekking een punt van geschil vormt tussen de bevoegde instanties van de Lid-Staat die de EEG-typegoedkeuring heeft verleend en die van een andere Lid-Staat , wordt de Commissie op de hoogte gehouden . Voor zover nodig pleegt zij het passende overleg om een oplossing te bereiken .

6 . De intrekking van een EEG-typegoedkeuring kan slechts geschieden door de Lid-Staat die de goedkeuring heeft verleend ; deze brengt de overige Lid-Staten en de Commissie hiervan onmiddellijk op de hoogte .

HOOFDSTUK III

EEG-typeonderzoek

Artikel 8

1 . Het EEG-typeonderzoek vormt , indien het in een bijzondere richtlijn is voorgeschreven , een voorafgaande voorwaarde voor het op de markt brengen , het in gebruik nemen en het gebruik van materieel .

2 . Het EEG-typeonderzoek wordt verricht door de daartoe door de Lid-Staten erkende instanties .

Artikel 9

1 . De erkende instanties die door de Lid-Staten zijn belast met het EEG-typeonderzoek overeenkomstig de voorschriften van artikel 10 , moeten voldoen aan de minimumcriteria bepaald in bijlage II .

Het feit dat een instantie aan deze minimumcriteria beantwoordt , verplicht een Lid-Staat niet tot erkenning van die instantie .

2 . Als een Lid-Staat een instantie of instanties heeft erkend voor het verrichten van het EEG-typeonderzoek , doet hij aan de andere Lid-Staten en aan de Commissie de lijst van deze instantie(s ) toekomen . Hij stelt de andere Lid-Staten en de Commissie ook in kennis van elke latere wijziging van deze lijst .

Artikel 10

1 . De in artikel 9 bedoelde erkende instanties geven op aanvraag van de fabrikant of van diens in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde de verklaring van EEG-typeonderzoek af voor ieder type materieel dat voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn en van de desbetreffende bijzondere richtlijn en waarvoor de fabrikant zich ertoe heeft verbonden dat hij zich zal voegen naar de in de bijzondere richtlijnen vastgestelde voorwaarden .

2 . Voor een zelfde type materieel mag de aanvraag om een EEG-typeonderzoek slechts bij één der erkende instanties worden ingediend .

3 . De verklaring van EEG-typeonderzoek wordt door de erkende instanties afgegeven , geweigerd , geschorst of ingetrokken overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en in bijlage I .

Artikel 11

1 . De verklaring van EEG-typeonderzoek wordt opgesteld volgens het model in bijlage III .

2 . Aan de verklaring van EEG-typeonderzoek zijn de voorwaarden en eventueel een beperking van de geldigheidsduur verbonden waarin door de bijzondere richtlijnen kan worden voorzien .

Artikel 12

1 . De erkende instantie die de verklaring van EEG-typeonderzoek heeft afgegeven treft de nodige maatregelen om erop toe te zien dat het produkt in overeenstemming is met het onderzochte type .

2 . De bijzonderheden van de in het vorige lid bedoelde maatregelen worden vastgesteld in de bijzondere richtlijnen . Hierin kan worden voorzien in controle door middel van steekproeven .

Artikel 13

1 . Indien een erkende instantie constateert dat enkele exemplaren van een materieel niet overeenstemmen met het type waarvoor zij een verklaring van EEG-typeonderzoek heeft afgegeven , verzoekt zij de houder van de verklaring om binnen een door haar bepaalde termijn zijn produktie in overeenstemming met het type te brengen er schorst zij eventueel de verklaring . In voorkomend geval wordt in de desbetreffende bijzondere richtlijn het aantal exemplaren vastgesteld dat voldoende wordt geacht om ingrijpen van de erkende instantie te rechtvaardigen . Indien de fabrikant niet binnen de gestelde termijn op dit verzoek ingaat , wordt de verklaring door de erkende instantie geschorst of ingetrokken .

2 . De erkende instantie trekt de door haar afgegeven verklaring van EEG-typeonderzoek in , indien blijkt dat deze verklaring niet had mogen worden afgegeven .

3 . De erkende instantie schorst de verklaring of trekt deze in wanneer de houder ervan zijn in artikel 10 bedoelde verbintenissen ten opzichte van de erkende instantie niet nakomt .

Artikel 14

1 . De Lid-Staten zien erop toe dat de erkende instanties hun bovengenoemde taken op een juiste wijze vervullen .

Daartoe verplichten zij de erkende instanties met passende maatregelen om zich te allen tijde te onderwerpen aan een controle door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat die hen heeft aangewezen .

2 . De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen opdat de aanvrager of de persoon aan wie de verklaring van EEG-typeonderzoek is afgegeven beroep kan instellen tegen de beslissingen van de erkende instantie met betrekking tot de weigering , de intrekking of de schorsing van de verklaring van EEG-typeonderzoek .

3 . Indien een Lid-Staat constateert dat een door hem aangewezen instantie haar in de artikelen 10 en 13 genoemde taken niet op een juiste wijze vervult , neemt de Lid-Staat ten aanzien van deze instantie alle passende maatregelen .

4 . De Lid-Staat trekt de erkenning van een door hem aangewezen instantie in elk geval in wanneer hij constateert dat deze instantie niet meer voldoet aan de in bijlage II vastgestelde minimumcriteria of zich niet voegt naar de door de Lid-Staat gestelde voorwaarden .

5 . Indien een Lid-Staat de erkenning van een instantie die niet meer voldoet aan de minimumcriteria niet intrekt , kan elke andere Lid-Staat de Commissie daarvan in kennis stellen . Deze treft de passende maatregelen die tot een oplossing kunnen leiden .

Artikel 15

1 . De Lid-Staat die de erkenning van een instantie intrekt , neemt alle passende maatregelen voor de continuïteit van de vervulling van de verplichtingen en taken die voortvloeien uit afgifte , voor de intrekking van de erkenning , van verklaringen van EEG-typeonderzoek door deze instantie .

2 . De Lid-Staat moet alle door deze instantie voor de intrekking van de erkenning afgegeven verklaringen nietig verklaren voor zover deze ten onrechte zijn afgegeven .

Artikel 16

1 . Indien in een Lid-Staat één van de in artikel 13 genoemde gevallen wordt geconstateerd , stellen de bevoegde autoriteiten van deze Lid-Staat waarin de verklaring is afgegeven , hiervan in kennis .

2 . De bevoegde autoriteiten van deze laatste Lid-Staat verplichten de betrokken erkende instantie de in artikel 13 vastgestelde maatregelen te nemen .

3 . In geval van een geschil tussen de Lid-Staat waarin een verklaring van EEG-typeonderzoek is afgegeven en een andere Lid-Staat , wordt de Commissie op de hoogte gesteld en neemt zij de passende maatregelen .

HOOFDSTUK IV

EEG-keuring en EEG-fabrikantenverklaring

Artikel 17

1 . In de bijzondere richtlijnen bedoeld in artikel 3 , lid 2 , waarin de EEG-keuring of de EEG-fabrikantenverklaring wordt voorgeschreven , wordt de te volgen procedure bepaald .

2 . In het geval van een fabrikantenverklaring zien de Lid-Staten erop toe dat de fabricage overeenstemt met de voorschriften van de bijzondere richtlijnen .

HOOFDSTUK V

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 18

1 . De fabrikant of zijn in de Gemeenschap gevestigde gemachtigde geeft voor elk exemplaar van een type materieel dat is gebouwd overeenkomstig de geharmoniseerde voorschriften , alsmede het goedgekeurde of onderzochte type , een EEG-certificaat van overeenstemming af , waarvan het model in bijlage IV is opgenomen .

2 . Wanneer een bijzondere richtlijn dat voorschrijft , plaatst de fabrikant op het materieel het merkteken vergezeld van de in deze bijzondere richtlijn vermelde aanwijzingen .

3 . De kosten verbonden met de toepassing van de door een bijzondere richtlijn voorgeschreven procedure komen ten laste van de aanvrager .

HOOFDSTUK VI

Geharmoniseerde technische voorschriften

Artikel 19

1 . De Lid-Staten mogen het op de markt brengen , het in gebruik nemen of het gebruik , onder voorbehoud van de voorwaarden van lid 4 en van bijzondere richtlijnen , van materieel dat beantwoordt aan de voorschriften van deze richtlijn en de desbetreffende bijzondere richtlijnen niet verbieden , weigeren of beperken om redenen in verband met de constructie of de werking ervan , in de zin van de desbetreffende bijzondere richtlijnen , en in verband met de controle daarop .

2 . De Lid-Staten nemen alle dienstige maatregelen opdat hun bevoegde administratieve instanties aan het in artikel 18 bedoelde certificaat van overeenstemming en , voor zover in de bijzondere richtlijnen voorgeschreven , aan het op het materieel aangebracht zijn van een overeenstemmingsmerkteken , het vermoeden verbinden dat aan de bepalingen van het vorige lid is voldaan .

3 . De Lid-Staten kunnen eisen dat op hun grondgebied bij het aanbod en bij het ter beschikking van de gebruiker stellen dit certificaat eveneens in hun nationale taal of talen wordt opgesteld .

4 . Voor zover de gebruiksvoorwaarden niet onderworpen zijn aan communautaire bepalingen , blijven zij onderworpen aan de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van het land van bestemming ; met name wat de geluidsimmissies betreft , kan het gebruik van materiaal in geografisch welbepaalde zones worden beperkt .

De nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen , wat de gebruiksvoorwaarden betreft , mogen niet leiden tot discriminaties bij het gebruik van in andere Staten vervaardigd materieel als bedoeld in deze richtlijn .

Artikel 20

1 . Indien een Lid-Staat op de grondslag van een uitvoerige motivering constateert dat materieel , hoewel het voldoet aan de voorschriften van deze richtlijn en de desbetreffende bijzondere richtlijnen , gevaar oplevert voor de veiligheid of de gezondheid , kan deze Staat het op de markt brengen en het gebruik van dit materieel op zijn grondgebied voorlopig verbieden of aan bijzondere voorwaarden onderwerpen . Hij stelt hiervan onmiddellijk de overige Lid-Staten en de Commissie in kennis onder opgave van de motieven van zijn besluit .

2 . Binnen een termijn van zes weken pleegt de Commissie overleg met de betrokken Lid-Staten ; zij brengt vervolgens onverwijld advies uit en treft de passende maatregelen .

3 . Indien de Commissie van oordeel is dat er in deze richtlijn of in de desbetreffende bijzondere richtlijnen technische aanpassingen moeten worden aangebracht , worden deze aanpassingen door de Commissie of door de Raad vastgesteld volgens de procedure van artikel 24 ; in dat geval kan de Lid-Staat die vrijwaringsmaatregelen heeft getroffen , deze handhaven totdat genoemde aanpassingen van kracht worden .

Artikel 21

1 . Bij het ontwerp en de wijze van vervaardiging van een type materieel mag in specifieke gevallen van sommige bepalingen van de bijzondere richtlijnen worden afgeweken zonder dat dit type materieel daardoor niet meer voor het bepaalde in artikel 19 in aanmerking komt , indien de aangebrachte veranderingen bedoeld zijn om op het gebied van de veiligheid of de gezondheid een op zijn minst even hoog niveau van bescherming te verkrijgen .

2 . In elke bijzondere richtlijn wordt uitdrukkelijk vermeld van welke bepalingen aldus mag worden afgeweken of van welke bepalingen niet mag worden afgeweken .

3 . Wanneer een verzoek om te mogen afwijken wordt ingewilligd , is de volgende procedure van toepassing :

a ) De Lid-Staat zendt - rechtstreeks in het geval van een EEG-typegoedkeuringsprocedure , of zijdelings via de door hem aangewezen erkende instantie in het geval van een EEG-typeonderzoeksprocedure - de documenten met de beschrijving van het type materieel en de bescheiden ter staving van het verzoek om van een bepaling te mogen afwijken , met name de resultaten van de eventueel verrichte proeven , aan de Commissie . Deze zendt er een afschrift van aan de andere Lid-Staten , die vier maanden , te rekenen vanaf deze mededeling , de tijd hebben om aan de betrokken Lid-Staat kenbaar te maken of zij al dan niet akkoord gaan , of te verlangen dat het Comité bedoeld in artikel 23 om advies wordt gevraagd . Van iedere mededeling wordt een afschrift aan de Commissie gezonden ; deze gehele briefwisseling is vertrouwelijk .

b ) Wanneer geen enkele Lid-Staat voor het verstrijken van de sub a ) bedoelde termijn kenbaar heeft gemaakt dat hij niet akkoord gaat of om inschakeling van het Comité heeft gevraagd , kan de Commissie het Comité bijeenroepen of de Lid-Staat machtigen om de gevraagde afwijking toe te staan of te doen toestaan en licht zij de andere Lid-Staten hierover in .

c ) Wanneer een Lid-Staat voor het verstrijken van de vastgestelde termijn geen antwoord heeft gegeven , wordt ervan uitgegaan dat deze Lid-Staat akkoord gaat .

d ) In het tegengestelde geval neemt de Commissie een besluit over het verzoek om te mogen afwijken , na het advies van het in artikel 23 bedoelde Comité te hebben ingewonnen .

e ) Deze documenten worden ingediend in een officiële taal van de Staat van bestemming of , in bijzondere gevallen , in een andere door deze Staat aanvaarde taal .

4 . Wanneer een verklaring door de fabrikant zelf is afgegeven , kan ter uitvoering van het bepaalde in lid 1 slechts van de voorschriften van de richtlijn worden afgeweken , indien een erkende instantie de fabrikant heeft bevestigd dat de overwogen afwijking de veiligheid niet in gevaar brengt .

Alvorens deze afwijking toe te staan licht de erkende instantie de andere erkende instanties in . Indien een van deze instanties zich binnen een termijn van twee maanden tegen de afwijking verzet , wordt de Commissie ingeschakeld via een Lid-Staat . De Commissie probeert het geschil op te lossen . Zo nodig roept zij het Comité van artikel 23 bijeen en neemt zij een besluit na het advies van dit Comité te hebben ingewonnen .

HOOFDSTUK VII

Aanpassing van de richtlijnen aan de technische vooruitgang

Artikel 22

De wijzigingen die noodzakelijk zijn om :

- de bijlagen van deze richtlijn ,

- de bepalingen van de in artikel 3 bedoelde bijzondere richtlijnen , welke uitdrukkelijk in elk van die richtlijnen zullen worden aangegeven ,

aan de technische vooruitgang aan te passen , worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 24 .

Artikel 23

1 . Er wordt een Comité voor de aanpassing aan de technische vooruitgang van de richtlijnen voor de opheffing van de technische handelsbelemmeringen in de sector bouwmaterieel en bouwmachines opgericht , hierna te noemen " het Comité " , dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie .

2 . Het Comité stelt zijn reglement van orde op .

Artikel 24

1 . In de gevallen waarin wordt verwezen naar de in dit artikel omschreven procedure , leidt de voorzitter deze procedure bij het Comité in , hetzij op eigen initiatief , hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat .

2 . De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie van het betrokken vraagstuk . Het spreekt zich uit met een meerderheid van vijfenveertig stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De voorzitter neemt geen deel aan de stemming .

3 . a ) De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

b ) Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies , doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de te nemen maatregelen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

c ) Indien na verloop van een termijn van drie maanden , te rekenen vanaf de indiening van het voorstel bij de Raad , deze geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld .

HOOFDSTUK VIII

Algemene en slotbepalingen

Artikel 25

Elke ter uitvoering van deze richtlijn of van de bijzondere richtlijnen genomen beslissing van een Lid-Staat of van een erkende instantie houdende weigering van een EEG-typegoedkeuring , van een EEG-typeonderzoek of van een EEG-keuring , schorsing of intrekking van een verklaring van EEG-typegoedkeuring of van EEG-typeonderzoek , dan wel verbod om een type materieel of materieel op de markt te brengen , in gebruik te nemen of te gebruiken , moet naar behoren worden gemotiveerd . Deze beslissing wordt zo spoedig mogelijk ter kennis gebracht van de belanghebbende onder opgave van de krachtens de geldende wettelijke voorschriften van die Lid-Staat openstaande rechtsmiddelen en van de termijnen waarbinnen deze rechtsmiddelen moeten worden aangewend .

Artikel 26

1 . De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om binnen achttien maanden na kennisgeving van deze richtlijn ( 6 ) aan het bepaalde in deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

2 . De Lid-Staten dragen er zorg voor dat de tekst van de bepalingen van intern recht die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen , ter kennis van de Commissie wordt gebracht .

Artikel 27

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 17 september 1984 .

Voor de Raad

De Voorzitter

P . BARRY

( 1 ) PB nr . C 82 van 14 . 4 . 1975 , blz . 91 .

( 2 ) PB nr . C 76 van 7 . 4 . 1975 , blz . 37 .

( 3 ) PB nr . C 263 van 17 . 11 . 1975 , blz . 42 .

( 4 ) PB nr . L 42 van 23 . 2 . 1970 , blz . 1 .

( 5 ) PB nr . L 375 van 31 . 12 . 1980 , blz . 34 .

( 6 ) Van deze richtlijn is op 26 september 1984 kennis gegeven aan de Lid-Staten .

BIJLAGE I

EEG-TYPEGOEDKEURING EN EEG-TYPEONDERZOEK

1 . AANVRAAG VOOR EEG-TYPEGOEDKEURING OF EEG-TYPEONDERZOEK

1.1 . De aanvraag en de correspondentie die daarop betrekking heeft , moeten zijn gesteld in een officiële taal van de Staat waar de aanvraag wordt ingediend , overeenkomstig de wetgeving van die Staat . Deze Lid-Staat c.q . de erkende instantie kan eisen dat ook de bijgevoegde documenten in die officiële taal zijn gesteld .

1.2 . De aanvraag moet bevatten :

- naam en adres van de fabrikant of van de firma , van zijn/haar gemachtigde of van de aanvrager , alsmede de plaats of de plaatsen waar het materieel wordt vervaardigd ;

- categorie materieel ;

- het beoogde gebruik ;

- de technische kenmerken ;

- de eventuele handelsbenaming of het type .

1.3 . De aanvraag moet vergezeld gaan van documenten in tweevoud met alle in de bijzondere richtlijn bedoelde inlichtingen en van een verklaring dat voor hetzelfde materieel geen andere aanvragen voor EEG-typegoedkeuring c.q . EEG-typeonderzoek is ingediend .

2 . PROEFNEMINGEN MET HET OOG OP DE EEG-TYPEGOEDKEURING OF HET EEG-TYPEONDERZOEK

De proefnemingen op materieel met het oog op de EEG-typegoedkeuring of het EEG-typeonderzoek geschieden overeenkomstig de voorschriften van de desbetreffende bijzondere richtlijn .

Er wordt een beproevingsrapport opgesteld overeenkomstig het model dat in de bijzondere richtlijn betreffende het materieel is weergegeven .

3 . VERKLARING VAN EEG-TYPEGOEDKEURING OF EEG-TYPEONDERZOEK

De in artikel 5 , respectievelijk artikel 10 bedoelde verklaring , waarvan het model in bijlage III staat , bevat de conclusies van de proefnemingen op het materieel en geeft de voorwaarden aan die eventueel aan de typegoedkeuring c.q . het typeonderzoek zijn verbonden . Zij moet vergezeld gaan van de beschrijvingen , tekeningen en eventueel foto's die voor de nauwkeurige identificatie van het materieel noodzakelijk zijn ; zo nodig wordt een toelichting op de werking van het materieel bijgevoegd .

4 . BEKENDMAKING VAN DE EEG-TYPEGOEDKEURING OF HET EEG-TYPEONDERZOEK

4.1 . De Commissie ziet erop toe dat significante uittreksels , met name de bijzondere voorwaarden , uit de verklaringen van EEG-typegoedkeuring of EEG-typeonderzoek worden bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

4.2 . Tegelijk met de kennisgeving aan belanghebbende zendt de Lid-Staat die de EEG-typegoedkeuring heeft verleend of de erkende instantie die het EEG-typeonderzoek heeft verricht , afschriften van de verklaring van EEG-typegoedkeuring aan de Commissie en aan de overige Lid-Staten , respectievelijk afschriften van de verklaring van EEG-typeonderzoek aan de Commissie en aan de overige erkende instanties . De overige Lid-Staten en erkende instanties kunnen tevens een afschrift van het definitieve technische dossier van het materieel en van de onderzoeks - en beproevingsrapporten verkrijgen .

De Commissie , de Lid-Staten en de erkende instanties die een afschrift van de definitieve technische bescheiden ontvangen , moeten garanderen dat de industriële eigendom en het beroepsgeheim worden geëerbiedigd .

4.3 . De intrekking van een EEG-typegoedkeuring of van een verklaring van EEG-typeonderzoek wordt bekendgemaakt volgens de procedure beschreven in punt 4.1 , respectievelijk 4.2 .

4.4 . De Lid-Staat die een EEG-typegoedkeuring weigert of de erkende instantie die een verklaring van EEG-typeonderzoek weigert , stelt de Commissie en de overige Lid-Staten , respectievelijk de overige erkende instanties hiervan in kennis .

BIJLAGE II

DOOR DE LID-STATEN IN ACHT TE NEMEN MINIMUMCRITERIA VOOR HET AANWIJZEN VAN DE ERKENDE INSTANTIES

1 . De instanties die worden belast met het onderzoek van het materieel dienen over voldoende gekwalificeerd personeel en over de nodige middelen te beschikken om de technische en administratieve taken op passende wijze te vervullen en dienen toegang te hebben tot de nodige apparatuur voor bijzondere onderzoekingen , als bepaald in de bijzondere richtlijnen .

2 . De instantie , de directeur en het personeel daarvan mogen niet de ontwerper , de fabrikant , de leverancier , de installateur van het materieel of de gemachtigde van een van deze personen zijn . Zij mogen noch rechtstreeks noch als gemachtigden optreden bij het ontwerpen , de bouw , de verkoop , de vertegenwoordiging of het onderhoud van dit materieel . Een eventuele uitwisseling van technische informatie tussen fabrikant en erkende instantie wordt door deze bepaling niet uitgesloten .

3 . Het personeel dat wordt belast met het onderzoek van het materieel met het oog op de afgifte van de verklaring van EEG-typeonderzoek , dient deze taak uit te voeren met de hoogste mate van integriteit en technische bekwaamheid ; het dient vrij te zijn van elke pressie en beïnvloeding , met name van financiële aard , die zijn beoordeling of de uitslag van zijn werkzaamheden kan beïnvloeden , inzonderheid van de kant van personen of groepen van personen die bij de resultaten van het onderzoek belang hebben .

4 . Het personeel dat met de onderzoekingen wordt belast , dient :

- een goede technische en beroepsopleiding te hebben genoten ;

- een voldoende kennis te bezitten van de voorschriften betreffende de onderzoekingen die het verricht en voldoende ervaring met deze werkzaamheden te hebben ;

- de vereiste bekwaamheid te bezitten om op grond van de verrichte werkzaamheden processenverbaal en rapporten op te stellen .

5 . De onafhankelijkheid van het personeel dat met het onderzoek wordt belast , dient te zijn gewaarborgd . De bezoldiging van elke functionaris mag niet afhangen van het aantal controles dat hij verricht , noch van de uitslag daarvan .

6 . De instantie dient verzekerd te zijn tegen wettelijke aansprakelijkheid , tenzij deze wettelijke aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door de Staat wordt gedekt .

7 . Het personeel van de instantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alles wat bij de uitoefening van zijn taak in het kader van deze richtlijn en van de bijzondere richtlijnen of van enige andere bepaling van intern recht die daaraan uitvoering geeft te zijner kennis is gekomen ( behalve tegenover de bevoegde overheidsinstanties van de Staat die de instantie heeft aangewezen ) .

BIJLAGE III

MODEL

VERKLARING VAN EEG-TYPEGOEDKEURING OF VAN EEG-TYPEONDERZOEK VOOR EEN TYPE BOUWMATERIEEL , -UITRUSTING , -INSTALLATIE OF -MACHINE OF ONDERDELEN DAARVAN

Aanduiding van de bevoegde dienst of de erkende instantie ...

Verklaring van EEG-typegoedkeuring/EEG-typeonderzoek ( 1 ) ...

EEG-typegoedkeuringsnummer/nummer van het EEG-typeonderzoek ( 1 ) ...

1 . Categorie , type en fabrieks - of handelsmerk ...

2 . Naam en adres van de fabrikant ...

3 . Naam en adres van de houder van de verklaring ...

4 . Voor EEG-typegoedkeuring/EEG-typeonderzoek ( 1 ) aangeboden op ...

5 . Verklaring afgegeven krachtens het volgende voorschrift ...

6 . Keuringslaboratorium ...

7 . Datum en nummer van het laboratoriumrapport ...

8 . Datum van de EEG-typegoedkeuring/het EEG-typeonderzoek ( 1 ) ...

9 . Bij deze verklaring zijn de volgende stukken gevoegd , waarop het bovenstaande EEG-typegoedkeuringsnummer/nummer van het EEG-typeonderzoek ( 1 ) is vermeld ...

10 . Eventuele aanvullende opmerkingen ...

Gedaan te ... , op ...

... ( handtekening )

( 1 ) Doorhalen wat niet van toepassing is .

BIJLAGE IV

EEG-CERTIFICAAT VAN OVEREENSTEMMING VAN BOUWMATERIEEL , -UITRUSTING , -INSTALLATIES , -MACHINES OF ONDERDELEN DAARVAN MET EEN GOEDGEKEURD OF ONDERZOCHT TYPE

Ondergetekende : ... ( naam en voornaam )

verklaart dat het/de bouwmaterieel - -uitrusting - -installaties - -machineonderdelen - -machine ( 1 )

1 . Categorie ...

2 . Merk ...

3 . Type ...

4 . Nummer binnen de serie van het type materieel : ...

5 . Nummer binnen de serie van het type verkeerschassis wanneer dit van het materieel verschilt : ...

6 . Fabricagejaar : ...

is gefabriceerd in overeenstemming

- met het ( de ) goedgekeurde type(s ) ( in geval van EEG-typegoedkeuring ) ( 1 )

- met het ( de ) onderzochte type(s ) ( in geval van EEG-typeonderzoek ) ( 1 )

zoals in de volgende tabel aangegeven :

Bijzondere richtlijnen * In geval van EEG-typegoedkeuring ( 1 ) * In geval van EEG-Typeonderzoek ( 1 ) *

* Nr . * Datum * Lid-Staat * Nr . * Datum * Erkende instantie *

7 . Bijzondere bepalingen ...

Gedaan te ... , op ...

... ( handtekening )

... ( functie )

( 1 ) Doorhalen wat niet van toepassing is .