Home

Richtlijn 84/535/EEG van de Raad van 17 september 1984 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het toelaatbare geluidsvermogensniveau van aggregaten voor laswerk

Richtlijn 84/535/EEG van de Raad van 17 september 1984 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het toelaatbare geluidsvermogensniveau van aggregaten voor laswerk

++++

RICHTLIJN VAN DE RAAD

van 17 september 1984

betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het toelaatbare geluidsvermogensniveau van aggregaten voor laswerk

( 84/535/EEG )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 100 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ) ,

Overwegende dat in de actieprogramma's van de Europese Gemeenschappen inzake het milieu van 1973 en 1977 ( 4 ) nadrukkelijk wordt gewezen op het belang van het probleem van de geluidshinder en in het bijzonder op de noodzaak van maatregelen tegen de meest hinderlijke geluidsbronnen ;

Overwegende dat een verschil tussen de bepalingen betreffende de beperking van het niveau van het geluid dat wordt uitgestraald door aggregaten voor laswerk die in de verschillende Lid-Staten reeds van toepassing zijn of nog worden uitgewerkt , tot ongelijke concurrentievoorwaarden leidt en daardoor een directe invloed op de werking van de gemeenschappelijke markt heeft ; dat op dit gebied derhalve dient te worden overgegaan tot de onderlinge aanpassing van de wetgevingen , zoals bedoeld in artikel 100 van het Verdrag ;

Overwegende dat in Richtlijn 84/532/EEG van de Raad van 17 september 1984 betreffende de onderlingen aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake gemeenschappelijke bepalingen voor bouwmaterieel en bouwmachines ( 5 ) onder meer de procedure is bepaald van het EEG-typeonderzoek ; dat overeenkomstig de richtlijn de geharmoniseerde voorschriften moeten worden vastgesteld waaraan elke categorie materieel moet voldoen ;

Overwegende dat in Richtlijn 79/113/EEG van de Raad van 19 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake het bepalen van het geluid dat door bouwterreinmachines en bouwterreinmaterieel word uitgestraald ( 6 ) , zoals gewijzigd bij Richtlijn 81/1051/EEG ( 7 ) , met name de methode is vastgesteld die moet worden gebruikt om de criteria betreffende het geluidsniveau van aggregaten voor laswerk vast te stellen ;

Overwegende dat het in verband met de invloed van het door aggregaten voor laswerk uitgestraalde geluid op het omringende milieu en meer in het bijzonder op het welzijn en de gezondheid van de mens , noodzakelijk is het toelaatbare geluidsvermogensniveau van aggregaten voor laswerk geleidelijk aanzienlijk te verminderen ;

Overwegende dat het ten einde de overlast te beperken die wordt veroorzaakt door het luchtgeluid dat wordt uitgestraald door aggregaten voor laswerk , gewenst is het gebruik van aggregaten voor laswerk in bepaalde als bijzonder gevoelig beschouwde zones te kunnen reglementeren ;

Overwegende dat de technische voorschriften snel moeten worden aangepast aan de vooruitgang van de techniek ; dat daartoe de procedure bedoeld in artikel 5 van Richtlijn 79/113/EEG moet worden toegepast ,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD :

Artikel 1

1 . Deze richtlijn heeft betrekking op het toelaatbare geluidsvermogensniveau van aggregaten voor laswerk welke dienen voor civieltechnische en bouwwerkzaamheden .

2 . Zij is een bijzondere richtlijn in de zin van artikel 3 , lid 2 , van Richtlijn 84/532/EEG , hierna te noemen " kaderrichtlijn " .

Artikel 2

In de zin van deze richtlijn wordt onder aggregaat voor laswerk verstaan ieder toestel met een op rotatie berustende werking dat een lasstroom afgeeft .

Artikel 3

1 . De erkende instanties verlenen de verklaring van EEG-typeonderzoek voor elk type aggregaat voor laswerk waarvan het geluidsvermogensniveau van het luchtgeluid , gemeten onder de omstandigheden beschreven in de bijlage bij Richtlijn 79/113/EEG , zoals gewijzigd bij bijlage I van deze richtlijn , het toelaatbare geluidsvermogensniveau aangegeven in de hierna volgende tabel , niet overschrijdt :

Maximale nominale lasstroom * Toelaatbaar geluidsvermogensniveau in dB ( A ) /1 pW vanaf *

* 18 maanden na de kennisgeving van de richtlijn * 5 jaar na de kennisgeving van de richtlijn *

kleiner dan of gelijk aan 200 A * 104 * 101 *

groter dan 200 A * 101 * 100 *

2 . Elke aanvraag om een verklaring van EEG-typeonderzoek met betrekking tot het toelaatbare geluidsvermogensniveau van een type aggregaat voor laswerk moet vergezeld gaan van een inlichtingenformulier waarvan het model in bijlage II is opgenomen .

3 . Voor elke type aggregaat voor laswerk waarvoor de erkende instantie een verklaring afgeeft , vult zij alle rubrieken in van de verklaring van EEG-typeonderzoek waarvan het model in bijlage III bij de kaderrichtlijn is opgenomen .

4 . De geldigheidsduur van de verklaringen van EEG-typeonderzoek is beperkt tot vijf jaar . Hij kan worden verlengd met vijf jaar indien daartoe tijdens de twaalf maanden voor het verstrijken van de eerste periode van vijf jaar een verzoek is ingediend .

Na een periode van vijf jaar , gerekend vanaf de kennisgeving van de richtlijn , verliezen de verklaringen van EEG-typeonderzoek echter hun geldigheid , tenzij zij zijn afgegeven voor aggregaten voor laswerk die aan het op die datum in werking tredende maximumniveau voldoen .

5 . In afwijking van artikel 19 , lid 1 , van de kaderrichtlijn gelden voor een aggregaat voor laswerk voorzien van een certificaat van overeenstemming dat is opgesteld op grond van een verklaring van EEG-typeonderzoek betreffende de waarden van de eerste periode , de voordelen van dat artikel niet meer na een periode van vijfeneenhalf jaar volgende op de kennisgeving van de richtlijn ; de geldigheidsduur moet op de betrokken certificaten van overeenstemming zijn aangegeven .

6 . Voor elk aggregaat voor laswerk dat is gebouwd in overeenstemming met het type waarvoor een verklaring van EEG-typeonderzoek is afgegeven , worden op het certificaat van overeenstemming , waarvan het model in bijlage IV van de kaderrichtlijn is opgenomen , de kolommen betreffende de verklaring van EEG-typeonderzoek ingevuld door de fabrikant .

7 . Op elk aggregaat voor laswerk dat is gebouwd in overeenstemming met het type waarvoor een verklaring van EEG-typeonderzoek is afgegeven , moeten op duidelijk zichtbare en duurzame wijze een vermelding aangevende welk geluidsvermogensniveau in dB ( A ) ref . 1 pW , vastgesteld overeenkomstig bijlage I bij Richtlijn 79/113/EEG , als gewijzigd bij bijlage I van deze richtlijn , door de fabrikant wordt gegarandeerd , en het merkteken e ( epsilon ) voorkomen . Een model voor een dergelijke vermelding staat in bijlage III bij deze richtlijn .

Artikel 4

De Lid-Staten kunnen maatregelen aannemen om het gebruik van aggregaten voor laswerk in door hen als gevoelig beschouwde zones te reglementeren .

Artikel 5

De controle op de overeenstemming van de produkten met het onderzochte type , als bedoeld in artikel 12 van de kaderrichtlijn , geschiedt volgens de technische bepalingen van bijlage IV .

Artikel 6

De Raad besluit , binnen een termijn van achttien maanden , met eenparigheid van stemmen over het voorstel tot verlaging van de geluidsniveaus dat de Commissie zo spoedig mogelijk , en wel ten laatste vijf jaar na aanneming van deze richtlijn , zal indienen .

Artikel 7

Overeenkomstig de procedure van artikel 5 van Richtlijn 79/113/EEG worden vastgesteld :

- de technische bepalingen van bijlage IV voor de controle op de overeenstemming van de produkten met het onderzochte type ;

- de wijzigingen die noodzakelijk zijn om de voorschriften van de bijlagen aan te passen aan de technische vooruitgang .

Artikel 8

De Lid-Staten nemen alle dienstige maatregelen opdat de in artikel 2 omschreven aggregaten voor laswerk slechts in de handel kunnen worden gebracht indien zij voldoen aan de bepalingen van deze richtlijn en de kaderrichtlijn .

Artikel 9

1 . De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om bij het verstrijken van een termijn van achttien maanden gerekend vanaf de kennisgeving van deze richtlijn ( 8 ) aan deze richtlijn te voldoen . Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis .

2 . De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van alle bepalingen van intern recht mede , die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen .

Artikel 10

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten .

Gedaan te Brussel , 17 september 1984 .

Voor de Raad

De Voorzitter

P . BARRY

( 1 ) PB nr . C 54 van 8 . 3 . 1976 , blz . 63 .

( 2 ) PB nr . C 125 van 8 . 6 . 1976 , blz . 43 .

( 3 ) PB nr . C 197 van 23 . 8 . 1976 , blz . 11 .

( 4 ) PB nr . C 112 van 20 . 12 . 1973 , blz . 1 , en PB nr . C 139 van 13 . 6 . 1977 , blz . 1 .

( 5 ) Zie blz . 111 van dit Publikatieblad .

( 6 ) PB nr . L 33 van 8 . 2 . 1979 , blz . 15 .

( 7 ) PB nr . L 376 van 30 . 12 . 1981 , blz . 49 .

( 8 ) Van deze richtlijn is op 26 september 1984 kennis gegeven aan de Lid-Staten .

BIJLAGE I

MEETMETHODE VOOR HET DOOR AGGREGATEN VOOR LASWERK UITGESTRAALDE LUCHTGELUID

TOEPASSINGSGEBIED

Onderhavige meetmethode is van toepassing op aggregaten voor laswerk . Hierin zijn de beproevingsprocedures aangegeven voor de meting van het geluidsvermogensniveau van aggregaten voor laswerk met het oog op hun EEG-typeonderzoek en conformiteitscontrole .

Deze technische procedures komen overeen met de voorschriften in bijlage I van Richtlijn 79/113/EEG .

Alle punten van bijlage I van Richtlijn 79/113/EEG zijn van toepassing op aggregaten voor laswerk , met inachtneming van de volgende bijzondere wijzigingen :

4 . BEOORDELINGSFACTOREN VOOR HET WEERGEVEN VAN DE RESULTATEN

4.1 . Het naar de omgeving van aggregaten voor laswerk uitgestraalde geluid wordt uitgedrukt door hun geluidsvermogensniveau .

6 . MEETOMSTANDIGHEDEN

6.2 . Werking van de geluidsbron gedurende de metingen

6.2.1 . Wordt buiten beschouwing gelaten .

6.2.2 . Genormaliseerde bedrijfstoestand

Het aggregaat voor laswerk moet worden gebruikt volgens de aanwijzingen van de fabrikant . Het moet , zoals bepaald in aanbeveling ISO/R700 - 1968 , eerste uitgave 1968 , in de nominale bedrijfstoestand werken en daarbij de nominale lasstroom afgeven aan een weerstand .

6.3 . Meetterrein

Het aggregaat voor laswerk wordt opgesteld op een weerkaatsend vlak van beton of niet-poreus asfalt . Op een onderstel ( skid ) gemonteerde aggregaten voor laswerk zonder wielen worden op schragen geplaatst die 0,40 m hoog zijn , behoudens andersluidende eisen in verband met de door de fabrikant gegeven installatievoorschriften .

6.4.1 . Meetoppervlak

Voor de proef wordt een halfbolvormig meetoppervlak gebruikt . Het middelpunt daarvan is de verticale projectie van het geometrische middelpunt van het aggregaat voor laswerk op het weerkaatsende oppervlak . De straal bedraagt :

- 4 m indien de grootste afmeting van het te beproeven aggregaat voor laswerk niet groter is dan 1,5 m ;

- 10 m indien de grootste afmeting van het te beproeven aggregaat voor laswerk groter is dan 1,5 m , maar niet groter dan 4 m ;

- 16 m indien de grootste afmeting van het te beproeven aggregaat voor laswerk meer dan 4 m bedraagt .

In tabel I van bijlage I van Richtlijn 79/113/EEG zijn de coordinaten van de meetpunten vastgesteld .

6.4.2.1 . De X-as van het coordinatenstelsel waarin de plaats van de meetpunten wordt bepaald is evenwijdig aan de hoofdas van het aggregaat voor laswerk .

7 . UITVOERING VAN DE METINGEN

7.1.1 . Bij de correcties wordt alleen rekening gehouden met het achtergrondgeluid .

7.1.5 . Aanwezigheid van obstakels

Visuele controle in een cirkelvormig gebied met een straal die gelijk is aan driemaal de straal van het halfbolvormig meetoppervlak en waarvan het middelpunt samenvalt met het middelpunt van dat meetoppervlak is voldoende om na te gaan of wordt voldaan aan het bepaalde in punt 6.3 , derde alinea , van bijlage I van Richtlijn 79/113/EEG .

7.2 . Meting van het geluidsdrukniveau L pA

Worden de geluidsdrukniveaus op de meetpunten bepaald uitgaande van door een geluidsniveaumeter aangegeven waarden , dan moeten er ten minste vijf waarden zijn ; deze moeten met regelmatige tussenpozen worden opgenomen .

8 . VERWERKING VAN DE RESULTATEN

8.2 . Wordt buiten beschouwing gelaten .

8.6.2 . Rekening houdend met punt 6.3 moet punt 8.6.2 buiten beschouwing worden gelaten en is C = 0 .

BIJLAGE II

MODEL

INLICHTINGENFORMULIER BETREFFENDE EEN TYPE AGGREGAAT VOOR LASWERK , DAT MOET WORDEN OVERGELEGD MET HET OOG OP HET EEG-TYPEONDERZOEK

1 . Algemene gegevens

1.1 . Naam en adres van de fabrikant

1.2 . Naam en adres van de eventuele gemachtigde van de fabrikant

1.3 . Merk ( firmanaam )

1.4 . Handelsbenaming

1.5 . Type

2 . Afmetingen van het aggregaat voor laswerk

2.1 .

Lengte ... m

Breedte ... m

Hoogte ... m

Massa ... kg

2.2 . Uitvoering van het aggregaat : onderstel ( skid ) - aanhangwagen - andere uitvoering ( 1 )

3 . Werking

3.1 . Werking van de aandrijfmotor

3.1.1 . Merk en type

3.1.2 . Gebruikte energie : benzine , dieselolie , elektriciteit , gas ( 1 )

3.1.3 . Toerental omwentelingen/min

3.2 . Werking van de generator

3.2.1 . Merk en type

3.2.2 . Toerental omwentelingen/min

3.2.3 . Nominale lasstroom A

3.2.4 . Maximale nominale stroomsterkte A

4 . De commerciële beschrijving bijvoegen indien zij bestaat .

( 1 ) Doorhalen wat niet van toepassing is .

BIJLAGE III

MODEL VOOR DE VERMELDING WAARMEE HET GELUIDSVERMOGENSNIVEAU WORDT AANGEGEVEN : zie P.b .

BIJLAGE IV

TECHNISCHE BEPALINGEN VOOR DE CONTROLE OP DE OVEREENSTEMMING VAN DE PRODUKTEN MET HET ONDERZOCHTE TYPE

De controle op de overeenstemming van de produkten met het onderzochte type wordt , zo mogelijk , door middel van steekproeven uitgevoerd .