Verordening (EEG) nr. 871/84 van de Raad van 31 maart 1984 houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 1837/80 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees, en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief
Verordening (EEG) nr. 871/84 van de Raad van 31 maart 1984 houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 1837/80 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees, en houdende wijziging van Verordening (EEG) nr. 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief
++++
VERORDENING ( EEG ) Nr . 871/84 VAN DE RAAD
van 31 maart 1984
houdende vierde wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 1837/80 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape - en geitevlees , en houdende wijziging van Verordening ( EEG ) nr . 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 43 ,
Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ) ,
Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ) ,
Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ) ,
Overwegende dat in artikel 34 van Verordening ( EEG ) nr . 1837/80 ( 4 ) , laatstelijk gewijzigd bij Verordening ( EEG ) nr . 1195/82 ( 5 ) , is bepaald dat de Commissie voor 1 oktober 1983 bij de Raad een verslag indient over de werking van de gemeenschappelijke marktordening in de sector schape - en geitevlees ; dat uit het door de Commissie ingediende verslag blijkt dat de regeling voor de betrokken sector dient te worden gewijzigd ;
Overwegende dat de in artikel 3 , lid 4 , sub b ) , van Verordening ( EEG ) nr . 1837/80 bedoelde periode van vier jaar die bij de invoering van de gemeenschappelijke marktordening is ingegaan en waarin de produktie - en afzetstructuur in de verschillende Lid-Staten geleidelijk moet worden aangepast , aan het einde van het verkoopseizoen 1983/1984 afloopt ; dat het niet verantwoord is een uniforme referentieprijs vast te stellen op een peil dat verschilt van dat van de basisprijs ; dat die prijs voortaan met de basisprijs dient samen te vallen ;
Overwegende dat door een gedeeltelijke hergroepering van de regio's als bedoeld in artikel 3 , lid 1 , van die verordening , de regio's die tot op grote hoogte dezelfde produktie - en verbruiksstructuur voor lamsvlees hebben , kunnen worden samengevoegd ;
Overwegende dat de mogelijkheid dient te worden geschapen voor de Lid-Staten een voorschot uit te betalen voor de producenten van de probleemgebieden in de zin van Richtlijn 75/268/EEG ( 6 ) ; dat ten dien einde dient te worden voorzien in een raming van het inkomensverlies bij het begin van het verkoopseizoen ;
Overwegende dat het , afgezien van het feit dat om bovengenoemde redenen met ingang van het in 1984 beginnende verkoopseizoen geen referentieprijs meer wordt vastgesteld , wenselijk is gebleken de wijze van berekening van de premie voor de schapevleesproducenten te vereenvoudigen ; dat het inkomensverlies voor de producenten van een bepaalde regio moet worden berekend aan de hand van het eventuele verschil tussen de communautaire basisprijs en het rekenkundig gemiddelde van de in de betrokken regio geconstateerde marktprijzen ; dat op dit inkomensverlies een coëfficiënt moet worden toegepast die voor de betrokken regio de normale gemiddelde jaarlijkse produktie van lamsvlees aangeeft ;
Overwegende dat het , uit een oogpunt van efficiënt beheer en adequate marktondersteuning , dienstig is om voor de regionale differentiëring van de inwerkingtreding van de maatregelen inzake particuliere opslag regels vast te stellen die analoog zijn aan die welke bestaan voor de interventieaankopen ; dat bovendien moet worden voorzien in de mogelijkheid om het toegekende steunbedrag naar regio te differentiëren ;
Overwegende dat in verband met de sterke groei van het intracommunautaire handelsverkeer van bepaalde bereidingen van schapevlees , moet worden bepaald dat op die bereidingen het aan de variabele premie gelijkwaardige bedrag , als bedoeld in artikel 9 , lid 3 , van Verordening ( EEG ) nr . 1837/80 , moet worden geheven , wanneer zij de betrokken regio verlaten ,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :
Artikel 1
Verordening ( EEG ) nr . 1837/80 wordt als volgt gewijzigd :
1 . in artikel 1 , wordt de tekst sub c ) vervangen door de onderstaande tekst :
" c ) 16.02 B III b ) 2 aa ) 11 :
Andere bereidingen en conserven , van niet-gekookt of niet-gebakken vlees of van niet-gekookte of niet-gebakken slachtafvallen van schapen of van geiten , met uitzondering van die welke vlees of slachtafvallen van varkens ( huisdieren ) of runderen bevatten ; mengsels van gekookt of gebakken vlees of gekookte of gebakken slachtafvallen met niet-gekookt en niet-gebakken vlees of niet-gekookte of niet-gebakken slachtafvallen ;
d ) 16.02 B III b ) 2 aa ) 22 :
Andere bereidingen en conserven , van vlees of van slachtafvallen van schapen of van geiten , met uitzondering van die welke vlees of slachtafvallen van varkens ( huisdieren ) of runderen bevatten ; overige . " ;
2 . artikel 3 wordt als volgt gelezen :
" Artikel 3
1 . Jaarlijks wordt volgens de procedure van artikel 43 , lid 2 , van het Verdrag , voor het volgende verkoopseizoen een basisprijs vastgesteld voor geslachte schapen , vers of gekoeld .
2 . Bij de vaststelling van de basisprijs wordt met name rekening gehouden met :
a ) de marktsituatie in de sector schapevlees in het lopende jaar ;
b ) de vooruitzichten inzake de ontwikkeling van produktie en verbruik van schapevlees ;
c ) de produktiekosten voor schapevlees ;
d ) de marktsituatie in de andere sectoren van dierlijke produkten , met name in de sector rundvlees ;
e ) de opgedane ervaring .
3 . De Raad stelt op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde meerderheid van stemmen naar seizoen gedifferentieerde basisprijzen vast om rekening te houden met de normale seizoenschommelingen op de communautaire markt voor schapevlees .
4 . Tenzij de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en op voorstel van de Commissie anders besluit , vangt het verkoopseizoen aan op de eerste maandag van april en eindigt het op de dag die voorafgaat aan deze dag van het daaropvolgende jaar .
5 . Voor de toepassing van deze verordening wordt de volgende indeling in regio's aangehouden :
- regio 1 : Italië en Griekenland ,
- regio 2 : Frankrijk ,
- regio 3 : België , Denemarken , Bondsrepubliek Duitsland , Luxemburg , Nederland ,
- regio 4 : Ierland ,
- regio 5 : Groot-Brittannië ,
- regio 6 : Noord-Ierland . " ;
3 . artikel 4 wordt als volgt gelezen :
" Artikel 4
1 . Voor geslachte schapen , vers of gekoeld , wordt op de representatieve markten van de Gemeenschap een prijs geconstateerd op basis van de prijzen die op de representatieve markt of markten van iedere regio of , voor de regio's 1 en 3 van iedere betrokken Lid-Staat , voor de verschillende categorieën geslachte schapen , vers of gekoeld , zijn geconstateerd met inachtneming van de belangrijkheid van elk van deze categorieën en van de relatieve omvang van de schapestapel van elke regio of , voor de regio's 1 en 3 , van iedere betrokken Lid-Staat .
2 . De bepalingen ter uitvoering van dit artikel en met name de definitie van " geslacht gewicht " worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 26 . " ;
4 . artikel 5 wordt als volgt gelezen :
" Artikel 5
1 . Voor zover nodig om het eventuele inkomensverlies van de schapevleesproducenten in een of meer regio's in de loop van een verkoopseizoen te compenseren , wordt na afloop van het betrokken verkoopseizoen onverwijld een premie vastgesteld .
2 . Het in lid 1 bedoelde inkomensverlies is , per 100 kg geslacht gewicht , gelijk aan het eventuele verschil tussen de in artikel 3 , lid 1 , bedoelde basisprijs en het rekenkundig gemiddelde van de voor elke regio overeenkomstig artikel 4 geconstateerde marktprijzen .
3 . Het bedrag van de premie per ooi en per regio wordt berekend door op het in lid 2 bedoelde inkomensverlies een coëfficiënt toe te passen die voor elke regio de normale gemiddelde jaarlijkse produktie van lamsvlees per ooi aangeeft , uitgedrukt in 100 kg geslacht gewicht .
4 . Indien evenwel voor een of meer gebieden in de zin van artikel 3 , lid 5 , een te verwachten inkomensverlies wordt geraamd tijdens het verkoopseizoen rekening houdend met de te verwachten ontwikkeling van de marktprijzen bedoeld in artikel 4 en van de variabele premie bedoeld in artikel 9 kunnen de betrokken Lid-Staat of de betrokken Lid-Staten volgens de procedure van artikel 26 in het desbetreffende gebied of de desbetreffende gebieden overgaan tot het uitbetalen van een voorschot aan de producenten van schapevlees die zich bevinden in de probleemgebieden die zijn afgebakend overeenkomstig artikel 3 , leden 3 , 4 en 5 , van Richtlijn 75/268/EEG .
Overeenkomstig de leden 1 , 2 en 3 wordt , na het einde van het betrokken verkoopseizoen , het bedrag van de definitieve premie vastgesteld en wordt , in voorkomed geval , overgegaan tot de betaling van een saldo in de in de eerste alinea bedoelde agrarische probleemgebieden .
5 . Wanneer een premie wordt toegekend voor gebied 2 kan evenwel op verzoek van belanghebbende een bedrag worden toegekend dat gelijk is aan de premie per schaap in gebied 2 ten aanzien van gebied 1 wanneer de begunstigden ten overstaan van de bevoegde autoriteit hebben aangetoond dat de lammeren afkomstig van de schapen die zij houden niet zijn geslacht voor de leeftijd van 2 maanden .
6 . Voor regio 5 wordt bij toepassing van de in artikel 9 bedoelde variabele premie het inkomensverlies verminderd met het gewogen gemiddelde van de werkelijk toegekende variabele premies .
Dit gemiddelde , per 100 kg geslacht gewicht , wordt berekend door het totale bedrag van de uitgekeerde premies te delen door de produktie van de gecertificeerde dieren waarvoor de variabele premie kan worden betaald bij de slacht dan wel wanneer zij voor het eerst op de markt worden gebracht .
7 . Voor de berekening van het in lid 2 bedoelde rekenkundig gemiddelde van de marktprijzen wordt , wanneer in een regio interventiemaatregelen als bedoeld in artikel 6 , lid 1 , sub b ) , worden toegepast , en voor de periode gedurende welke de aankopen werkelijk plaatsvinden , de marktprijs vervangen door de naar seizoen gedifferentieerde interventieprijs .
8 . De aan de producent uitgekeerde premie wordt berekend op basis van het aantal ooien die gedurende een minimumperiode , waarvan de duur wordt bepaald overeenkomstig de procedure van artikel 26 , op het bedrijf zijn gehouden .
9 . Op voorstel van de Commissie stelt de Raad , met gekwalificeerde meerderheid van stemmen , de algemene voorschriften betreffende de in dit artikel opgenomen regeling vast , en bepaalt hij met name welke producenten voor de premie in aanmerking komen en voor welke ooien de premie geldt . Volgens dezelfde procedure kan de Raad bepalen dat de premie uitsluitend wordt toegekend aan producenten met een minimumaantal ooien .
10 . De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 26 vast :
- eventueel , de premie per ooi en per regio ,
- de bepalingen ter uitvoering van dit artikel , met name die betreffende het indienen van de premieaanvragen , de controles en de uitkering van de premie .
11 . De uitgaven in het kader van de in dit artikel opgenomen regeling worden beschouwd als onderdeel van de interventie-uitgaven ter regulering van de landbouwmarkten . " ;
5 . artikel 7 , lid 1 en lid 2 , eerste alinea , wordt als volgt gelezen :
" 1 . Wanneer de overeenkomstig artikel 4 geconstateerde prijs lager ligt dan 90 % van de in artikel 3 , lid 3 , bedoelde , naar seizoen gedifferentieerde basisprijs en waarschijnlijk onder dat niveau zal blijven , kan voor de gehele Gemeenschap tot toepassing van de in artikel 6 , lid 1 , sub a ) , bedoelde interventiemaatregelen worden besloten .
Tot de in de eerste alinea bedoelde maatregelen kan worden besloten voor een of meer regio's van de Gemeenschap wanneer de op de representatieve markt of markten van een of meer regio's geconstateerde prijs lager ligt dan 90 % van de in artikel 3 , lid 3 , bedoelde , naar seizoen gedifferentieerde basisprijs en in de betrokken regio of regio's waarschijnlijk onder dat niveau zal blijven ; deze maatregelen kunnen naar regio worden gedifferentieerd .
2 . Wanneer in de periode van 15 juli tot en met 15 december van ieder jaar , de overeenkomstig artikel 4 geconstateerde prijs gelijk is aan of lager is dan een naar seizoen gedifferentieerde interventieprijs die overeenkomt met 85 % van de naar seizoen gedifferentieerde basisprijs en terzelfder tijd de op de representatieve markten van een bepaalde regio geconstateerde prijs gelijk is aan of lager dan de naar seizoen gedifferentieerde interventieprijs of , naar gelang van het geval , de naar seizoen gedifferentieerde afgeleide interventieprijs , worden op verzoek van een of meer Lid-Staten de in artikel 6 , lid 1 , sub b ) , bedoelde interventiemaatregelen voor de betrokken regio ten uitvoer gelegd . Voor de regio's 1 en 3 kunnen deze interventiemaatregelen echter ten uitvoer worden gelegd voor de Lid-Staat of de Lid-Staten die tot deze regio behoren . " ;
6 . artikel 9 wordt als volgt gelezen :
" Artikel 9
1 . Het Verenigd Koninkrijk kan in regio 5 een premie voor het slachten van schapen toekennen , voor zover het in die regio de bepalingen van artikel 6 , lid 1 , sub b ) , niet toepast , wanneer de op de representatieve markten van deze regio geconstateerde prijzen lager liggen dan een " richtniveau " dat overeenkomt met 85 % van de in artikel 3 , lid 1 , bedoelde basisprijs . Het in de eerste alinea bedoelde richtniveau wordt op dezelfde wijze naar seizoen gedifferentieerd als de basisprijs .
2 . De in lid 1 bedoelde premie is gelijk aan het verschil tussen het naar seizoen gedifferentieerde richtniveau en de in de betrokken regio geconstateerde marktprijs .
3 . In geval van betaling van de in lid 1 bedoelde premie in regio 5 stelt de Commissie maatregelen vast om ervoor te zorgen dat op alle in artikel 1 , sub a ) en sub c ) , bedoelde produkten , wanneer zij de betrokken regio verlaten , een bedrag wordt geheven dat gelijk is aan de werkelijk uitgekeerde premie .
4 . De Commissie stelt volgens de procedure van artikel 26 de bepalingen ter uitvoering van dit artikel vast . Deze bepalingen kunnen met name maatregelen omvatten om te voorkomen dat als gevolg van de toepassing van de in lid 1 bedoelde premieregeling het handelsverkeer in levende dieren , vlees en bereidingen , wordt verstoord .
5 . De uitgaven in het kader van de in dit artikel opgenomen regeling worden beschouwd als onderdeel van de interventie-uitgaven ter regulering van de landbouwmarkten . " ;
7 . artikel 10 , lid 1 , wordt als volgt gelezen :
" 1 . Op de in artikel 1 , sub b ) , c ) en d ) , bedoelde produkten wordt het gemeenschappelijk douanetarief toegepast . " .
Artikel 2
1 . Voor 1 oktober 1988 dient de Commissie bij de Raad een tweede verslag in over de werking van de gemeenschappelijke marktordening , en met name over de interventie - en premieregeling , ten einde de Raad in staat te stellen deze regelingen opnieuw te onderzoeken en zo nodig met gekwalificeerde meerderheid van stemmen en op voorstel van de Commissie voor 1 april 1989 adequate maatregelen te nemen .
2 . In het verslag van de Commissie moet rekening worden gehouden met de volgende elementen :
- ontwikkeling van de markt en van het inkomen van de schapevleesproducenten in de Gemeenschap en in de verschillende Lid-Staten ;
- ontwikkeling van de invoer uit derde landen ;
- weerslag van deze ontwikkeling op de communautaire begroting .
Artikel 3
De bijlage " gemeenschappelijk douanetarief " bij Verordening ( EEG ) nr . 950/68 wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening .
Artikel 4
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .
Zij is van toepassing vanaf het begin van het verkoopseizoen dat in 1984 aanvangt .
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .
Gedaan te Brussel , 31 maart 1984 .
Voor de Raad
De Voorzitter
M . ROCARD
( 1 ) PB nr . C 62 van 5 . 3 . 1984 , blz . 68 .
( 2 ) Advies uitgebracht op 15 maart 1984 ( nog niet verschenen in het Publikatieblad ) .
( 3 ) Advies uitgebracht op 29 maart 1984 ( nog niet verschenen in het Publikatieblad ) .
( 4 ) PB nr . L 183 van 16 . 7 . 1980 , blz . 1 .
( 5 ) PB nr . L 140 van 20 . 5 . 1982 , blz . 22 .
( 6 ) PB nr . L 128 van 19 . 5 . 1975 , blz . 8 .
BIJLAGE
Het gemeenschappelijk douanetarief wordt als volgt gewijzigd :
1 . post 16.02 B III b ) 2 aa ) wordt als volgt gelezen :
Nr . * Omschrijving * Invoerrecht *
* * autonoom % of heffing H * conventioneel % *
1 * 2 * 3 * 4 *
16.02 * Andere bereidingen en conserven , van vlees of van slachtafvallen : * * *
* B . ( ongewijzigd ) * * *
* III . ( ongewijzigd ) * * *
* a ) ( ongewijzigd ) * * *
* b ) ( ongewijzigd ) * * *
* 1 . ( ongewijzigd ) * * *
* 2 . ( ongewijzigd ) * * *
* aa ) ( ongewijzigd ) * * *
* 11 . niet gekookt en niet gebakken ; mengsels van gekookt of gebakken vlees of gekookte of gebakken slachtafvallen met niet-gekookt en niet-gebakken vlees of niet-gekookte en niet-gebakken slachtafvallen * 20 * ( a ) *
* 22 . andere * 20 * ( a ) *
( a ) Zie bijlage .
2 . in de bijlage wordt onder post 16.02 de volgende tekst ingevoegd :
Nr . * Omschrijving * Conventioneel invoerrecht % *
16.02 * Andere bereidingen en conserven , van vlees of van slachtafvallen : * *
* B . andere : * *
* III . overige : * *
* b ) andere : * *
* 2 . overige : * *
* aa ) van schapen of van geiten : * *
* 11 . niet gekookt en niet gebakken vlees of niet-gekookte of niet-gebakken slachtafvallen ; mengsels van gekookt of gebakken vlees of gekookte of gebakken slachtafvallen met niet-gekookt en niet-gebakken vlees of niet-gekookte en niet-gebakken slachtafvallen : * *
* - van schapen * 20 *
* - van geiten * 26 *
* 22 . andere : * *
* - van schapen * 20 *
* - van geiten * 26