Verordening (EEG) nr. 940/84 van de Commissie van 5 april 1984 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2661/80 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de variabele slachtpremie voor schapen
Verordening (EEG) nr. 940/84 van de Commissie van 5 april 1984 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2661/80 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de variabele slachtpremie voor schapen
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 940/84 VAN DE COMMISSIE
van 5 april 1984
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2661/80 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de variabele slachtpremie voor schapen
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1837/80 van de Raad van 27 juni 1980 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector schape- en geitevlees (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 871/84 (2), en met name op artikel 9, lid 4,
Overwegende dat bij artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 1837/80 de mogelijkheid is geopend om een variabele slachtpremie voor schapen toe te kennen;
Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 2661/80 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3678/83 (4), de uitvoeringsbepalingen inzake die premie zijn vastgesteld;
Overwegende dat in artikel 9, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1837/80 is bepaald dat bij toekenning van de premie in een Lid-Staat, op de in artikel 1, sub a) en c), van genoemde verordening bedoelde produkten een overeenkomstig bedrag moet worden geheven wanneer deze het grondgebied van de betrokken Lid-Staat, of, wanneer het het Verenigd Koninkrijk betreft, de regio('s) waar de premie wordt toegekend, verlaten;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer »schapen en geiten",
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Artikel 4, leden 1, 2 en 3, van Verordening (EEG) nr. 2661/80 wordt gelezen:
»1. Voor elke betrokken Lid-Staat wordt het bedrag dat overeenkomstig artikel 9, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1837/80 moet worden geheven wanneer de in artikel 1, sub a) en c), van die verordening bedoelde produkten het grondgebied van deze Lid-Staat of, wanneer het het Verenigd Koninkrijk betreft, de regio('s) waar de premie wordt toegekend, verlaten, wekelijks door de Commissie vastgesteld. Dit bedrag is gelijk aan het overeenkomstig artikel 3, lid 1, vastgestelde premiebedrag voor de week waarin de betrokken produkten het grondgebied van de betrokken Lid-Staat of de bedoelde regio('s) verlaten.
2. Wanneer de in artikel 1, sub a) en c), van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde produkten het grondgebied van de betrokken Lid-Staat of, wanneer het het Verenigd Koninkrijk betreft, de regio('s) waar de premie wordt toegekend verlaten, wordt een waarborg gesteld. Deze waarborg wordt door de betrokken Lid-Staat vastgesteld op een niveau dat voldoende is om het bedrag te garanderen dat overeenkomstig lid 1 verschuldigd is en dat ten minste gelijk moet zijn aan het premiebedrag dat wordt verwacht voor de week die voorafgaat aan die waarin de produkten het grondgebied van de betrokken Lid-Staat of de bedoelde regio('s) verlaten. Deze waarborg wordt vrijgegeven zodra het in lid 1 bedoelde bedrag is betaald.
3. De in lid 1 en lid 2 bedoelde bedragen worden vastgesteld voor geslachte schapen, vers of gekoeld. Voor de overige in artikel 1, sub a), van Verordening (EEG) nr. 1837/80 bedoelde produkten worden de betrokken bedragen vastgesteld met behulp van de coëfficiënten bedoeld in de artikelen 12, lid 3, en 13, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1837/80.
Voor de in artikel 1, sub c), van Verordening (EEG) nr. 1837/80 genoemde produkten worden de toe te passen bedragen vastgesteld met behulp van de in artikel 12, lid 3, van voornoemde verordening bedoelde coëfficiënten die gelden voor vlees dat is opgenomen in bijlage I onder post 02.06 C II a).
Voor de in artikel 1, sub c), van voornoemde verordening genoemde produkten moet de kolom »bestemming van de goederen" op de exportverklaring een aanduiding bevatten of het vlees al of niet ontbeend is.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is van toepassing met ingang van 9 april 1984.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 5 april 1984.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 183 van 16. 7. 1980, blz. 1.
(2) PB nr. L 90 van 1. 4. 1984, blz. 35.
(3) PB nr. L 276 van 20. 10. 1980, blz. 19.
(4) PB nr. L 366 van 28. 12. 1983, blz. 53.