Verordening (EEG) nr. 1384/84 van de Raad van 8 mei 1984 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3667/83 inzake de voortzetting van de invoer, onder bijzondere voorwaarden, van boter uit Nieuw-Zeeland in het Verenigd Koninkrijk
Verordening (EEG) nr. 1384/84 van de Raad van 8 mei 1984 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3667/83 inzake de voortzetting van de invoer, onder bijzondere voorwaarden, van boter uit Nieuw-Zeeland in het Verenigd Koninkrijk
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 1384/84 VAN DE RAAD
van 8 mei 1984
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3667/83 inzake de voortzetting van de invoer, onder bijzondere voorwaarden, van boter uit Nieuw-Zeeland in het Verenigd Koninkrijk
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op de Toetredingsakte van 1972, inzonderheid op artikel 5, lid 2, van het daaraan gehechte Protocol nr. 18,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 3667/83 (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 864/84 (2), het Verenigd Koninkrijk een tijdelijke machtiging is verleend onder bijzondere voorwaarden van januari tot en met mei 1984 boter uit Nieuw-Zeeland in te voeren;
Overwegende dat de Raad niet bij machte is geweest tijdig overeenstemming te bereiken over een nieuwe invoerregeling voor een langere periode; dat, ten einde onderbreking van de invoer te voorkomen, een verdere tijdelijke machtiging dient te worden verleend voor de maanden juni en juli 1984,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 3667/83 wordt als volgt gewijzigd:
1. artikel 2, lid 1: in de eerste alinea wordt de datum 31 mei 1984 vervangen door 31 juli 1984 en in de tweede alinea wordt de hoeveelheid van 34 583 ton vervangen door 48 416 ton;
2. artikel 2, lid 3, wordt vervangen door:
»3. Vóór 1 augustus 1984 beziet de Raad, op voorstel van de Commissie, de werking van deze regeling opnieuw ten einde tot een beslissing te komen over een regeling voor de invoer van boter uit Nieuw-Zeeland na 31 juli 1984.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 1 juni 1984.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 8 mei 1984.
Voor de Raad
De Voorzitter
M. ROCARD
(1) PB nr. L 366 van 28. 12. 1983, blz. 16.
(2) PB nr. L 90 van 1. 4. 1984, blz. 24.