Verordening (EEG) nr. 1625/84 van de Commissie van 8 juni 1984 tot vaststelling van de referentieprijzen voor perziken, nectarines daaronder begrepen, voor het verkoopseizoen 1984
Verordening (EEG) nr. 1625/84 van de Commissie van 8 juni 1984 tot vaststelling van de referentieprijzen voor perziken, nectarines daaronder begrepen, voor het verkoopseizoen 1984
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 1625/84 VAN DE COMMISSIE
van 8 juni 1984
tot vaststelling van de referentieprijzen voor perziken, nectarines daaronder begrepen, voor het verkoopseizoen 1984
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1035/72 van de Raad van 18 mei 1972 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1332/84 (2), en met name op artikel 27, lid 1,
Overwegende dat er luidens artikel 23, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1035/72 jaarlijks, vóór het begin van het verkoopseizoen, referentieprijzen worden vastgesteld die voor de gehele Gemeenschap gelden;
Overwegende dat, in verband met de betekenis van de perzikenproduktie in de Gemeenschap, voor dit produkt een referentieprijs dient te worden vastgesteld, die eveneens geldt voor nectarines;
Overwegende evenwel dat, zowel op de markt van de Gemeenschap als bij de invoer, de prijzen van nectarines dezelfde ontwikkeling te zien geven als die voor perziken, zij het op verschillende niveaus; dat de prijzen voor nectarines op deze markten niet regelmatig worden genoteerd en dat het derhalve met het oog op de toepassing van artikel 23, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1035/72 niet nodig is de produktieprijzen van deze twee produkten in aanmerking te nemen;
Overwegende dat de in een bepaald produktieseizoen geoogste perziken worden afgezet over een periode die zich uitstrekt van mei tot en met oktober; dat de kleine hoeveelheden die in de maand mei en de eerste tien dagen van de maand juni, alsmede tijdens de maand oktober worden geoogst, de vaststelling van referentieprijzen voor deze perioden niet rechtvaardigen; dat bijgevolg slechts voor de periode van 11 juni tot en met 30 september referentieprijzen worden vastgesteld;
Overwegende dat overeenkomstig artikel 67 van de Akte van Toetreding van Griekenland de Griekse noteringen moeten worden aangepast om rekening te houden met het geconstateerde verschil tussen de prijzen enerzijds in de Gemeenschap van de Negen en anderzijds in Griekenland;
Overwegende dat krachtens artikel 23, lid 2, sub b), van Verordening (EEG) nr. 1035/72 de referentieprijzen worden vastgesteld op een peil dat gelijk is aan dat van het voorafgaande verkoopseizoen, verhoogd, na aftrek van het forfaitair bedrag van de vervoerkosten voor het voorafgaande verkoopseizoen die op de communautaire produkten drukken vanaf de produktiegebieden tot de verbruikscentra van de Gemeenschap,
- met de ontwikkeling van de produktiekosten in de sector groenten en fruit, verminderd met de stijging van de produktiviteit,
- met het forfaitair bedrag van de vervoerkosten voor het betrokken verkoopseizoen;
dat het aldus verkregen peil evenwel niet hoger mag zijn dan het rekenkundig gemiddelde van de producentenprijzen van elke Lid-Staat, verhoogd met de vervoerkosten voor het betrokken verkoopseizoen, waarbij het aldus verkregen bedrag wordt verhoogd met de ontwikkeling van de produktiekosten, verminderd met de stijging van de produktiviteit; dat de referentieprijs voorts niet lager mag zijn dan de voor het voorafgaande verkoopseizoen geldende referentieprijs;
Overwegende dat, om rekening te houden met de seizoenverschillen in de prijzen, het verkoopseizoen in verscheidene perioden dient te worden verdeeld en voor elke periode een referentieprijs dient te worden vastgesteld;
Overwegende dat de producentenprijzen gelijk zijn aan het gemiddelde van de prijzen die in de drie jaren voorafgaande aan de datum van vaststelling van de referentieprijs voor een binnenlands produkt waarvan de handelskenmerken zijn bepaald, op de representatieve markt of markten in de produktiegebieden met de laagste prijzen zijn genoteerd voor de produkten of variëteiten die een aanzienlijk deel uitmaken van de in het gehele jaar of gedurende een deel daarvan in de handel gebrachte produktie en die qua verpakking aan bepaalde eisen voldoen; dat voor de vaststelling van het gemiddelde voor elke representatieve markt de prijzen die, gelet op de op de betrokken markt geconstateerde normale schommelingen, uitzonderlijk hoog of uitzonderlijk laag kunnen worden geacht, buiten beschouwing moeten worden gelaten;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor groenten en fruit,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Voor het verkoopseizoen 1984 worden de referentieprijzen voor perziken, nectarines daaronder begrepen, van post 08.07 B van het gemeenschappelijk douanetarief, uitgedrukt in Ecu per 100 kg nettogewicht, voor de produkten van kwaliteitsklasse I, alle groottesorteringen, in verpakking, als volgt vastgesteld:
- juni (van 11 t/m 20): 74,50
(van 21 t/m 30): 68,42
- juli: 67,61
- augustus: 52,00
- september: 51,33.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op 11 juni 1984.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 8 juni 1984.
Voor de Commissie
Poul DALSAGER
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 118 van 20. 5. 1972, blz. 1.
(2) PB nr. L 130 van 16. 5. 1984, blz. 1.