Verordening (EEG) nr. 2154/84 van de Raad van 24 juli 1984 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1724/80 tot vaststelling van de algemene voorschriften inzake de bijzondere maatregelen voor sojabonen
Verordening (EEG) nr. 2154/84 van de Raad van 24 juli 1984 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1724/80 tot vaststelling van de algemene voorschriften inzake de bijzondere maatregelen voor sojabonen
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 2154/84 VAN DE RAAD
van 24 juli 1984
tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1724/80 tot vaststelling van de algemene voorschriften inzake de bijzondere maatregelen voor sojabonen
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1614/79 van de Raad van 24 juli 1979 tot vaststelling van bijzondere maatregelen voor sojabonen (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1037/84 (2), inzonderheid op artikel 2, leden 2 en 5,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1037/84 de verwijzing in Verordening (EEG) nr. 1614/79 naar de meest representatieve periode voor de afzet van sojabonen van oorsprong uit de Gemeenschap, waarin de wereldmarktprijs voor sojabonen werd vastgesteld, is komen te vervallen; dat derhalve de voorschriften voor de bepaling van de wereldmarktprijs dienen te worden gewijzigd;
Overwegende dat de Lid-Staten krachtens artikel 2, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1614/79 voor het verkoopseizoen 1984/1985 steun kunnen toekennen aan oliefabrieken die aan een aantal nader te bepalen voorwaarden voldoen; dat deze voorwaarden derhalve dienen te worden vastgesteld;
Overwegende dat, om aan de behoeften van de handel te voldoen, de mogelijkheid moet worden geopend om de steun aan te vragen vóór de levering van de sojabonen aan de eerste koper of vóór het binnenbrengen in de oliefabriek; dat om speculatieve transacties te voorkomen in dit geval een waarborg moet worden geëist om de levering aan of het binnenbrengen in de oliefabriek binnen een bepaalde termijn te garanderen;
Overwegende dat moet worden vastgesteld wanneer de steun aan de eerste koper of aan de oliefabriek uiteindelijk moet worden uitgekeerd;
Overwegende dat derhalve Verordening (EEG) nr. 1724/80 (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2251/83 (4), dient te worden gewijzigd,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 1724/80 wordt als volgt gewijzigd:
1. artikel 1, lid 3, wordt vervangen door:
»3. Bij de bepaling van de wereldmarktprijs wordt rekening gehouden met de aanbiedingen op de wereldmarkt, alsmede met de op de voor de internationale handel belangrijke beurzen genoteerde prijzen.";
2. de aanhef van artikel 2 wordt vervangen door:
»De in artikel 2, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1614/79 bedoelde steun wordt, na verificatie van de daadwerkelijke levering door de producent, op verzoek van de koper en voor de geleverde hoeveelheid uitbetaald aan iedere eerste koper van in de Gemeenschap geoogste sojabonen die:";
3. het volgende artikel wordt ingevoegd:
»Artikel 2 bis
1. Indien een Lid-Staat besluit gebruik te maken van de in artikel 2, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1614/79 bedoelde mogelijkheid, wordt de steun, na verificatie van de daadwerkelijke levering door de producent, op verzoek van de oliefabriek en voor de geleverde hoeveelheid uitbetaald aan elke in deze Lid-Staat gelegen oliefabriek, indien de oliefabriek:
a) ten minste aan onderstaande voorwaarden voldoet:
- zij moet een voorraadboekhouding voeren die voldoet aan nader te bepalen voorschriften;
- zij moet zich ertoe verbinden eventuele andere bewijsstukken voor te leggen die nodig zijn voor de controle van het recht op steun;
b) aan de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar de sojabonen zullen worden verwerkt, vóór een nader vast te stellen datum het bewijs voorlegt dat een contract is gesloten tussen de producent van sojabonen en de oliefabriek, ofwel tussen de producent en een andere koper, waarin is bepaald dat aan de producent een prijs wordt betaald die ten minste gelijk is aan de minimumprijs;
c) aan dezelfde instantie voorlegt:
- een door de producent ondertekende opgave van de daadwerkelijk geoogste hoeveelheid;
- een opgave van de daadwerkelijk door de producent geleverde hoeveelheid die moet zijn ondertekend door de partijen die het onder b) bedoelde contract hebben gesloten.
2. De steun wordt na verificatie van de daadwerkelijke verwerking van de bonen aan de oliefabriek uitgekeerd.
Wanneer deze daarom verzoekt kan evenwel een voorschot op de steun aan de oliefabriek worden verleend zodra de sojabonen de oliefabriek zijn binnengebracht, mits een waarborg wordt gesteld waarvan het bedrag gelijk is aan het bedrag van de steun.";
4. artikel 3 wordt vervangen door:
»Artikel 3
1. Het bedrag van de steun is het bedrag dat van toepassing is op de dag waarop de betrokkene bij de bevoegde instantie van de producerende Lid-Staat een aanvraag om steun indient.
2. Indien de aanvraag om steun wordt ingediend door de eerste koper, moet zij betrekking hebben op de totale te leveren hoeveelheid ingevolge een of meer contracten en moet de indiening plaatsvinden na die van dit contract of deze contracten en vóór het ogenblik waarop de produkten het bedrijf verlaten.
3. Indien de aanvraag om steun wordt ingediend door de oliefabriek verplicht zij ertoe de desbetreffende hoeveelheid binnen een nader te bepalen termijn in de oliefabriek binnen te brengen.
De aanvraag om steun wordt uiterlijk bij het binnenbrengen in de oliefabriek ingediend.
Indien de aanvraag om steun wordt ingediend voor het binnenbrengen in de oliefabriek dient zij vergezeld te gaan van een waarborg die zeker stelt dat bovenbedoelde verplichting wordt nageleefd.
Behoudens overmacht wordt deze waarborg geheel of gedeeltelijk verbeurd indien, binnen de gestelde termijn, het binnenbrengen in de oliefabriek niet of slechts gedeeltelijk plaatsvindt.";
5. aan artikel 4, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:
»Indien een Lid-Staat gebruik maakt van de in artikel 2, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1614/79 bedoelde mogelijkheid, worden de bonen gewogen en bemonsterd bij het binnenbrengen in de oliefabriek.";
6. het volgende artikel wordt ingevoegd:
»Artikel 6 bis
Indien een Lid-Staat gebruik maakt van de in artikel 2, lid 2, tweede alinea, van Verordening (EEG) nr. 1614/79 bedoelde mogelijkheid, stelt hij de Commissie daarvan in kennis vóór 1 september 1984.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Zij is slechts van toepassing op sojabonen die zijn geoogst in 1980, 1981, 1982, 1983 en 1984.
Artikel 2 bis, artikel 3, lid 3, artikel 4, lid 2, tweede alinea, en artikel 6 bis zijn evenwel slechts van toepassing op sojabonen die de oliefabriek zijn binnengebracht in het verkoopseizoen 1984/1985.
Artikel 5 bis is slechts van toepassing op sojabonen die zijn geoogst uit hoofde van de verkoopseizoenen 1982/1983, 1983/1984 en 1984/1985.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 24 juli 1984
Voor de Raad
De Voorzitter
J. O'KEEFFE
(1) PB nr. L 190 van 28. 7. 1979, blz. 8.
(2) PB nr. L 107 van 19. 4. 1984, blz. 46.
(3) PB nr. L 170 van 3. 7. 1980, blz. 1.
(4) PB nr. L 216 van 6. 8. 1983, blz. 1.