Home

Verordening (EEG) nr. 3201/84 van de Commissie van 16 november 1984 houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/84 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten

Verordening (EEG) nr. 3201/84 van de Commissie van 16 november 1984 houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/84 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 3201/84 VAN DE COMMISSIE

van 16 november 1984

houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/84 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing in de sector melk en zuivelprodukten

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1557/84 (2), en met name op artikel 5 quater, lid 7,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 857/84 van de Raad van 31 maart 1984 houdende algemene voorschriften voor de toepassing van de in artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde heffing in de sector melk en zuivelprodukten (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1557/84 en met name op artikel 13,

Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 1371/84 van de Commissie (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3010/84 (5), de nadere voorschriften voor de toepassing van de extra heffing zijn vastgesteld;

Overwegende dat in artikel 15, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1371/84 is bepaald dat de extra heffing voor de eerste maal wordt geïnd binnen de 45 dagen volgende op het einde van het tweede kwartaal; dat het, gelet op de moeilijkheden die in sommige Lid-Staten worden ondervonden, dienstig is uitstel van enige dagen voor de inning van de heffing toe te staan;

Overwegende dat het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten geen advies heeft uitgebracht binnen de door de voorzitter vastgestelde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 15, lid 1, sub c), van Verordening (EEG) nr. 1371/84 wordt gelezen:

»c) worden de andere Lid-Staten dan Griekenland en Italië gemachtigd om voor de eerste twee kwartalen van toepassing 50 % van de voor deze periode verschuldigde heffing te innen binnen 55 dagen na 30 september 1984 en het saldo te innen binnen 55 dagen na het einde van de eerste periode van twaalf maanden.

De Lid-Staten worden bovendien gemachtigd deze termijn van 55 dagen te verlengen tot 75 dagen voor de producenten die de toewijziging van een specifieke of extra-referentiehoeveelheid hebben gevraagd ter uitvoering van de artikelen 3 en 4 van Verordening (EEG) nr. 857/84 of, in het geval van een overdracht van referentiehoeveelheden ter uitvoering van artikel 7 van de genoemde verordening, en aan welke de hun toegewezen definitive referentiehoeveelheid niet kon worden meegedeeld op 30 september 1984 of eerder, wegens de achterstand die was opgelopen bij het onderzoek van hun situatie. Bij toepassing van formule B kan de termijn worden verlengd tot 75 dagen voor een percentage van de normaal verschuldigde heffing dat overeenkomt met de verhouding tussen de door deze producenten geleverde hoeveelheden en de referentiehoeveelheid van de koper.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 16 november 1984.

Voor de Commissie

Poul DALSAGER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.

(2) PB nr. L 150 van 6. 6. 1984, blz. 6.

(3) PB nr. L 90 van 1. 4. 1984, blz. 13.

(4) PB nr. L 132 van 18. 5. 1984, blz. 11.

(5) PB nr. L 283 van 27. 10. 1984, blz. 34.