85/634/EEG: Beschikking van de Commissie van 19 december 1985 houdende machtiging van bepaalde Lid-Staten om voor eikehout van oorsprong uit Canada of de Verenigde Staten van Amerika afwijking van sommige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad toe te staan (Slechts de teksten in de Franse, Deense, Duitse, Italiaanse en de Nederlandse taal zijn authentiek)
85/634/EEG: Beschikking van de Commissie van 19 december 1985 houdende machtiging van bepaalde Lid-Staten om voor eikehout van oorsprong uit Canada of de Verenigde Staten van Amerika afwijking van sommige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad toe te staan (Slechts de teksten in de Franse, Deense, Duitse, Italiaanse en de Nederlandse taal zijn authentiek)
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE van 19 december 1985 houdende machtiging van bepaalde Lid-Staten om voor eikehout van oorsprong uit Canada of de Verenigde Staten van Amerika afwijking van sommige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG van de Raad toe te staan (Slechts de teksten in de Deense, de Duitse, de Franse, de Italiaanse en de Nederlandse taal zijn authentiek) (85/634/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESEGEMEENSCHAPPEN, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, Gelet op Richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de Lid-Staten van voor planten of voor plantaardige produkten schadelijke organismen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 85/173/EEG (2), en met name op artikel 14, lid 3, Gezien de verzoeken van België, Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland, Overwegende dat het op grond van Richtlijn 77/93/EEG in beginsel verboden is om in verband met het gevaar voor insleep van ,,Ceratocystis fagacearum'', de oorzaak van eikeverwelking, in de Gemeenschap eikehout met bast, van oorsprong uit Noordamerikaanse landen, binnen te brengen; Overwegende evenwel dat op grond van artikel 14, lid 3, van genoemde richtlijn afwijkingen van die bepaling kunnen worden toegestaan, als vaststaat dat er voor verspreiding van schadelijke organismen geen gevaar is; Overwegende dat bij Beschikking 80/566/EEG van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 82/92/EEG (4), voor eikehout van oorsprong uit Canada reeds afwijkingen zijn toegestaan; Overwegende dat bij Beschikking 83/78/EEG van de Commissie (5), gewijzigd bij Beschikking 84/96/EEG (6), ook herziene afwijkingen zijn toegestaan voor eikehout van oorsprong uit de Verenigde Staten van Amerika; Overwegende dat het in de praktijk niet mogelijk is gebleken belangrijke gedeelten van laatstgenoemde beschikking toe te passen; Overwegende dat de Gemeenschap op grond van recente, in april 1985 verzamelde gegevens verbeterde bepalingen heeft kunnen vaststellen aangaande de door de Verenigde Staten van Amerika te verstrekken garanties en de officiële controles bij aankomst in de Gemeenschap; dat met name de destijds aanvaarde opzet inzake vaststelling van de ,,white-county-origin'', dit wil zeggen eikehout van oorsprong uit een officieel als vrij van eikeverwelking erkende ,,county'', moet worden prijsgegeven; Overwegende dat de Commissie op grond van de nu beschikbare gegevens heeft vastgesteld dat voor Canada of voor de Verenigde Staten van Amerika het risico voor verspreiding van ,,Ceratocystis fagacearum'' wordt vermeden, mits aan de herziene bijzondere technische voorwaarden wordt voldaan; Overwegende dat de seizoengebonden soepeler voorzieningen voor de verscheping van hout van witte eiken alleen verantwoord zijn voor die delen van de Gemeenschap waar potentiële dragers van ,,Ceratocystis fagacearum'' in de winter nauwelijks of niet actief zijn, dat wil zeggen in gebieden ten noorden van 45° noorderbreedte; Overwegende dat de verzoekende Lid-Staten daarom moeten worden gemachtigd om, onder deze bijzondere technische voorwaarden, voor een periode die geschikt is om praktijkervaring met de regeling op te doen, voor eikehout van oorsprong uit Canada of uit de Verenigde Staten van Amerika afwijkingen toe te staan; dat in het licht van die ervaring de regeling zal worden verbeterd of verlengd; Overwegende dat de machtiging moet worden beperkt tot eikestammen, dat wil zeggen eikehout dat nog volledig zijn natuurlijk rond oppervlak heeft; dat ten aanzien van ander eikehout, zoals stammen zonder bast, ,,flitches'', planken, enz., de voor eikehout van oorsprong uit landen in Noord-Amerika geldende algemene bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG van toepassing blijven; Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Planteziektenkundig Comité, HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
1. België, Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland worden hierbij met ingang van 1 december 1985 gemachtigd om met toepassing van de in lid 2 vastgestelde voorwaarden voor stammen van ,,Quercus'' met bast, van oorsprong uit Canada of uit de Verenigde Staten van Amerika, afwijkingen toe te staan van artikel 5, lid 1, en artikel 12, lid 1, sub a), derde streepje, van Richtlijn 77/93/EEG voor wat de in bijlage IV, deel A, punt 2, vastgestelde eisen betreft. 2. In het kader van het bepaalde in lid 1 moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan: a) alle stammen moeten, wanneer zij van oorsprong zijn: i) uit Canada:- hetzij, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I, berookt en gemerkt zijn;-hetzij in het gebied van oorsprong onder toezicht van beambten van ,,Agriculture Canada'' met een door ,,Agriculture Canada'' erkend merkteken dat de Canadese oorsprong van de stam waarborgt, gemerkt zijn; ii)uit de Verenigde Staten van Amerika, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I, berookt en gemerkt zijn; voor stammen die van oorsprong zijn uit de Verenigde Staten van Amerika, maar die verscheept zullen worden via Canadese havens, mogen alle maatregelen die op grond van bijlage I door de betrokken officiële planteziektenkundige dienst moeten worden uitgevoerd of een aantal daarvan, door ,,Agriculture Canada'' worden verricht; b)de stammen mogen uitsluitend over de volgende havens in de Gemeenschap worden ingevoerd:- Amsterdam- Livorno - Antwerpen- Marseille - AArhus- Napoli - Bremen- Nordenham - Bremerhaven- Ravenna - Hamburg- Rotterdam - Koebenhavn- Salerno. - Le Havre Na kennisgeving door de betrokken Lid-Staten kunnen, na raadpleging van de overige Lid-Staten, door de Commissie wijzigingen in de bovenstaande lijst van loshavens worden vastgesteld; c)de krachtens artikel 12 van Richtlijn 77/93/EEG te verrichten controles moeten in de sub b) genoemde havens of in de sub e) bedoelde plaats van eerste opslag worden uitgevoerd door speciaal met het oog op deze beschikking geïnstrueerde of opgeleide beambten; voor het geval dat de loshaven niet in dezelfde Lid-Staat ligt als de plaats van eerste opslag, moeten de regels over mededeling van gegevens over de aankomst van de zending en de plaats waar de controles worden uitgevoerd, in overleg tussen de betrokken officiële planteziektenkundige diensten worden vastgesteld; d)de sub c) bedoelde controles omvatten ten minste:- een grondige controle van ieder gezondheidscertificaat,-een controle waarbij de merktekens op iedere stam en het aantal stammen worden vergeleken met de gegevens op het bijbehorende gezondheidscertificaat;-voor als berookt aangegeven stammen, een berokingsreactietest als beschreven in bijlage II, die op een passend aantal, willekeurig uit een zending gekozen stammen wordt uitgevoerd.Wanneer uit de controles niet duidelijk blijkt dat is voldaan aan de sub a) vastgestelde voorwaarden, wordt de hele zending geweigerd en uit de Gemeenschap verwijderd en worden de bijzonderheden over de betrokken zending onmiddellijk per telex aan de planteziektenkundige diensten van alle andere Lid-Staten en aan de Commissie medegedeeld; in buitengewone gevallen mag de planteziektenkundige dienst van de betrokken Lid-Staat anders beslissen, op voorwaarde evenwel dat andere passende maatregelen worden genomen om de verspreiding van ,,Ceratocystis fagacearum'' te voorkomen; in die gevallen moet de beslissing in bovenbedoelde mededeling met redenen zijn omkleed en moeten bijzonderheden over die andere voorzorgsmaatregelen worden verstrekt; e)de stammen mogen alleen worden opgeslagen op plaatsen met passende voorzieningen voor natte opslag die ten minste voor de sub f) aangegeven periode beschikbaar zijn en aan de officiële planteziektenkundige dienst van de betrokken Lid-Staat zijn gemeld; f)de stammen moeten uiterlijk vanaf het tijdstip waarop de nabijgelegen eikenopstanden uitbotten, ononderbroken nat worden opgeslagen; g)de nabijgelegen eikenopstanden moeten regelmatig op de daartoe geëigende tijdstippen door de officiële planteziektenkundige dienst van de betrokken Lid-Staat op symptomen van ,,Ceratocystis fagacearum'' worden geïnspecteerd. Wanneer bij die inspecties symptomen van ,,Ceratocystis fagacearum'' worden geconstateerd, moet volgens de geëigende methoden officieel worden onderzocht of de schimmel voorkomt of niet; als de schimmel voorkomt, moet dat onmiddellijk per telex aan de Commissie worden meegedeeld; h)de bast en andere afval van be- of verwerking moeten onmiddellijk ter plaatse worden vernietigd; i)berookte stammen mogen worden vrijgesteld van het sub e) bepaalde, wat de natte opslag betreft, alsmede van het sub f) en h) bepaalde; k)elke invoer wordt door de importeur of diens agenten lang genoeg van tevoren gemeld aan de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar de eerste opslag is gepland. Daarbij moet worden medegedeeld:- de hoeveelheid,- of de stammen berookt zijn of niet,- het land van oorsprong,- de laadhaven,- de loshavens,- de plaats(en) van opslag,- de plaats(en) waar de verwerking zal plaats vinden; l)de importeur of zijn agenten worden, vooraleer invoer plaatsvindt, officieel van de in deze beschikking vastgestelde voorwaarden in kennis gesteld; exemplaren van deze kennisgeving moeten aan de officiële autoriteiten die ten aanzien van de loshaven bevoegd zijn, officieel worden toegezonden.
Artikel 2
De andere in artikel 1 genoemde Lid-Staten dan Italië mogen stammen van tot de witte eiken gerekende ,,Quercus''-soorten van de in artikel 1, lid 2, sub a), vastgestelde voorwaarde inzake beroking vrijstellen, mits aan de volgende bepalingen wordt voldaan: a) de stammen moeten deel uitmaken van zendingen die uitsluitend bestaan uit stammen van soorten die tot de witte eiken behoren en moeten overeenkomstig het bepaalde in bijlage III gemerkt zijn; b)de stammen mogen niet vóór 15 oktober uit de laadhavens zijn verscheept en mogen, afgezien van bepaalde toleranties die voor onvoorziene vertraging door de planteziektenkundige dienst van de betrokken Lid-Staat kunnen worden toegestaan, niet later dan 30 april in de loshavens aankomen op voorwaarde dat uiterlijk op laatstgenoemde datum natte opslag als bedoeld in artikel 1, lid 2, sub f), is gewaarborgd; c)niet mag worden toegestaan dat deze stammen in of over gebieden ten zuiden van 45° noorderbreedte worden ingevoerd. Marseille mag echter als loshaven worden gebruikt op voorwaarde dat wordt gewaarborgd dat de zending onverwijld naar gebieden ten noorden van 45° noorderbreedte wordt vervoerd; d)de in artikel 1, lid 2, sub c) en d), bedoelde controles omvatten in plaats van de berokingstest een witte-eiktest als beschreven in bijlage III op een willekeurige steekproef van ten minste 10 % van de stammen in iedere zending.
Artikel 3
1. Stammen die onder de in artikel 1 of artikel 2 vastgestelde voorwaarden in een van de Lid-Staten zijn ingevoerd, mogen alleen naar een andere Lid-Staat worden doorverzonden nadat tussen de officiële planteziektenkundige diensten van de betrokken Lid-Staten gegevens zijn uitgewisseld volgens regels die voor een dergelijke invoer tussen hen zijn overeengekomen. 2. De in artikel 1, lid 2, sub e) en f), en artikel 3, lid 1, vastgestelde bepalingen zijn niet van toepassing, wanneer duidelijk blijkt dat de stammen een behandeling of bewerking zoals beschreven in Richtlijn 77/93/EEG, bijlage IV, deel A, punt 2, hebben ondergaan. 3. Voor eikehout met bast dat afkomstig is uit een Lid-Staat of een derde land en dat een andere Lid-Staat als bestemming heeft, moet in het op grond van Richtlijn 77/93/EEG vereiste gezondheidscertificaat de oorsprong van het hout worden vermeld, wanneer die oorsprong is vastgesteld door de officiële planteziektenkundige dienst van de Lid-Staat die of het derde land dat het certificaat afgeeft. In andere gevallen moet met betrekking tot de oorsprong worden vermeld ,,Onbekend'' of dient de vermelding ,,Aangegeven oorsprong'' te worden gebruikt. 4. Lid-Staten waar eikehout met bast wordt ingevoerd met gebruikmaking van een gezondheidscertificaat waarop de oorsprong is vermeld zoals aangegeven in lid 3, tweede zin, mogen dat eikehout behandelen alsof het van oorsprong is uit Canada of uit de Verenigde Staten van Amerika.
Artikel 4
De in de artikelen 1 en 2 verleende machtiging loopt af op 31 oktober 1990. Zij wordt ingetrokken zodra wordt vastgesteld dat de daarin vastgestelde voorwaarden niet toereikend zijn om insleep van ,,Ceratocystis fagacearum'' te voorkomen of dat zij niet in acht zijn genomen.
Artikel 5
De betrokken Lid-Staten stellen de Commissie en de andere Lid-Staten op de hoogte van de bepalingen in het kader waarvan zij de in de artikelen 1 en 2 verleende machtigingen toepassen.
Artikel 6
De bij de Beschikkingen 80/566/EEG en 83/78/EEG van de Commissie verleende machtigingen worden hierbij met ingang van 1 januari 1986 ingetrokken.
Artikel 7
Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.
Gedaan te Brussel, 19 december 1985. Voor de Commissie Frans ANDRIESSEN Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 26 van 31. 1. 1977, blz. 20.
(2) PB nr. L 65 van 6. 3. 1985, blz. 23.
(3) PB nr. L 149 van 17. 6. 1980, blz. 42.
(4) PB nr. L 42 van 13. 2. 1982, blz. 19.
(5) PB nr. L 51 van 24. 2. 1983, blz. 42.
(6) PB nr. L 51 van 22. 2. 1984, blz. 21.