Richtlijn 85/408/EEG van de Commissie van 11 juli 1985 houdende aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 84/536/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het toelaatbare geluidsvermogensniveau van energieaggregaten
Richtlijn 85/408/EEG van de Commissie van 11 juli 1985 houdende aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 84/536/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het toelaatbare geluidsvermogensniveau van energieaggregaten
RICHTLIJN VAN DE COMMISSIE
van 11 juli 1985
houdende aanpassing aan de stand van de techniek van Richtlijn 84/536/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het toelaatbare geluidsvermogensniveau van energieaggregaten
(85/408/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,Gelet op Richtlijn 84/536/EEG van de Raad van 17 september 1984 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het toelaatbare geluidsvermogensniveau van energieaggregaten (1), inzonderheid op artikel 7,Overwegende dat, in het licht van de opgedane ervaring en gezien de huidige stand van de techniek, de voorschriften van bijlage I bij Richtlijn 84/536/EEG thans dienen te worden aangepast aan de feitelijke beproevingsomstandigheden;Overwegende dat de bepalingen van deze richtlijn in overeenstemming zijn met het advies van het Comité voor aanpassing aan de stand van de techniek van de richtlijn betreffende de bepaling van het geluidsniveau van bouwmachines en -materieel,
HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage I van Richtlijn 84/536/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage van deze richtlijn.
Artikel 2
Vóór 26 maart 1986 gaan de Lid-Staten over tot goedkeuring en publikatie van de maatregelen die nodig zijn om aan het bepaalde in deze richtlijn te voldoen; zij stellen de Commissie hiervan onverwijld in kennis.
Artikel 3
Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 11 juli 1985.Voor de Commissie
Stanley CLINTON DAVIS
Lid van de Commissie
(1) PB nr. L 300 van 19. 11. 1984, blz. 149.
BIJLAGE
WIJZIGINGEN VAN BIJLAGE I BIJ RICHTLIJN 84/536/EEG
6.3.MeetterreinPunt 6.3 wordt door onderstaande tekst vervangen:De meetplaats moet vlak en horizontaal zijn. De meetplaats, met inbegrip van de plaatsen waar de microfoons zijn opgesteld, is een vlak van beton of niet-poreus asfalt.Op een onderstel (skid) gemonteerde energieaggregaten zonder wielen worden op schragen geplaatst die 0,40 m hoog zijn, behoudens andersluidende eisen in verband met door de fabrikant gegeven installatievoorschriften.6.4.1.Meetoppervlak, meetafstandPunt 6.4.1 wordt door onderstaande tekst vervangen:Voor de proef wordt een halfbolvormig meetoppervlak gebruikt.De straal bedraagt:4 m indien de grootste afmeting van het te beproeven energieaggregaat niet meer dan 1,5 m bedraagt;10 m indien de grootste afmeting van het te beproeven energieaggregaat groter is dan 1,5 m, maar niet meer dan 4 m bedraagt;16 m indien de grootste afmeting van het te beproeven energieaggregaat meer dan 4 m bedraagt.6.4.2.1.AlgemeenPunt 6.4.2.1 wordt door onderstaande tekst vervangen:Voor de meting worden zes meetpunten gekozen, te weten de punten 2, 4, 6, 8, 10 en 12, opgesteld volgens punt 6.4.2.2 van bijlage I bij Richtlijn 79/113/EEG.Voor de proeven met het energieaggregaat bevindt het geometrische middelpunt van het energieaggregaat zich loodrecht boven het middelpunt van de basispunt van de halve bol.De x-as van het cooerdinatenstelsel waarin de plaats van de meetpunten wordt bepaald, is evenwijdig aan de hoofdas van het energieaggregaat.