Home

Verordening (EEG) nr. 678/85 van de Raad van 18 februari 1985 inzake de vereenvoudiging van de formaliteiten in het goederenverkeer binnen de Gemeenschap

Verordening (EEG) nr. 678/85 van de Raad van 18 februari 1985 inzake de vereenvoudiging van de formaliteiten in het goederenverkeer binnen de Gemeenschap

++++

VERORDENING ( EEG ) Nr . 678/85 VAN DE RAAD

van 18 februari 1985

inzake de vereenvoudiging van de formaliteiten in het goederenverkeer binnen de Gemeenschap

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN ,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap , inzonderheid op artikel 235 ,

Gezien het voorstel van de Commissie ( 1 ) ,

Gezien het advies van het Europese Parlement ( 2 ) ,

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité ( 3 ) ,

Overwegende dat de formaliteiten die momenteel in het goederenverkeer tussen de Lid-Staten door de gebruikers dienen te worden vervuld , vrijwel identiek zijn met die welke in het kader van het verkeer met derde landen vereist zijn ; dat een dergelijke situatie niet gerechtvaardigd is en onverenigbaar is met de doeleinden van het Verdrag ; dat het thans derhalve van belang is de voorwaarden waaronder het goederenverkeer tussen de Lid-Staten plaatsvindt , zoveel mogelijk te doen aansluiten bij die waaronder dit verkeer binnen de afzonderlijke Lid-Staten plaatsvindt ;

Overwegende dat een vereenvoudiging van de formaliteiten op dit gebied een gunstige invloed zal hebben op de ontwikkeling van het betrokken verkeer ; dat de ondernemingen , en vooral de kleine , erdoor zullen worden aangezet hun activiteiten te richten op de gehele interne markt van de Gemeenschap ;

Overwegende dat , om dit doel te kunnen bereiken , in de eerste plaats een algemene vereenvoudiging van de documenten dient te worden doorgevoerd waarbij de diverse communautaire of nationale formulieren welke momenteel worden gebruikt in het betrokken verkeer voor de verzending , het communautair douanevervoer , het aangeven tot verbruik van communautaire goederen of het plaatsen daarvan onder enige andere regeling in de Lid-Staat van bestemming , door één enkel administratief document worden vervangen ; dat deze vereenvoudiging moet gelden voor alle communautaire goederen in de zin van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal die het voorwerp zijn van goederenverkeer tussen de Lid-Staten ; dat het model van het enig document door de Raad met eenparigheid van stemmen op voorstel van de Commissie dient te worden vastgesteld ;

Overwegende dat een dergelijke vereenvoudiging niet tot gevolg mag hebben dat de thans voor sommige gebruikers geldende vereenvoudigde regelingen in het gedrang komen ; dat zij geen beletsel mag vormen voor verdergaande vereenvoudigingen in het kader van overeenkomsten tussen twee of meer Lid-Staten ; dat zij niet van invloed mag zijn op de regels voor de vertegenwoordiging ten opzichte van de douane of op de aansprakelijkheid die uit de eventueel gekozen wijze van vertegenwoordiging voortvloeit ; dat zij in beginsel geen beletsel vormt voor het gebruik van moderne technieken , met name op het gebied van de informatica , de transmissie en het verwerken van gegevens ;

Overwegende dat de invoering van één enkel administratief document een tussenstadium vormt op de weg naar de afschaffing van alle administratieve documenten bij het goederenverkeer tussen de Lid-Staten ; dat een volgende stap naar deze afschaffing zal kunnen worden gezet dank zij de ontwikkeling van de computertechnieken ; dat administratieve procedures , zelfs al zijn deze geautomatiseerd , evenwel slechts gerechtvaardigd zullen zijn zolang in het bedoelde verkeer administratieve formaliteiten noodzakelijk blijven , aangezien het in het Verdrag vastgestelde doel de volledige afschaffing van al deze formaliteiten is ;

Overwegende dat het eveneens van belang is dat in het goederenverkeer tussen de Lid-Staten versoepelde regelingen worden ingesteld wegens het geprivilegieerde kader waarin dit goederenverkeer plaatsvindt en het bijzondere karakter van de heffingen en voorschriften die daarop van toepassing zijn ; dat met name zoveel mogelijk moet worden vermeden dat de goederen die het voorwerp zijn van een zodanig verkeer , bij het vervullen van de vereiste formaliteiten meer dan noodzakelijk worden opgehouden , in het bijzonder wanneer de ingediende aangifte onvolledig is ; dat een vergaande administratieve samenwerking het mogelijk moet maken talrijke problemen snel tot een oplossing te brengen ;

Overwegende dat het van belang is de uniforme toepassing van deze verordening te verzekeren en te dien einde te voorzien in een communautaire procedure die het mogelijk maakt binnen redelijke termijnen een aantal uitvoeringsbepalingen en faciliteiten ter aanvulling van de bepalingen van deze verordening vast te stellen ; dat te dien einde in het kader van een comité een nauwe en doeltreffende samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand moet worden gebracht ;

Overwegende dat een dergelijke vereenvoudiging noodzakelijk is om één der doelstellingen van de Gemeenschap te verwezenlijken ; dat , aangezien het Verdrag niet in de daartoe vereiste specifieke bevoegdheden voorziet , deze verordening op artikel 235 van het Verdrag dient te worden gebaseerd ,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1

Onverminderd andere communautaire bepalingen , worden in deze verordening bepaalde maatregelen vastgesteld die ertoe strekken de formaliteiten in het goederenverkeer tussen de Lid-Staten te vereenvoudigen , inzonderheid door de invoering van één enkel document dat voor de verzending , het communautair douanevervoer en het aangeven tot verbruik van communautaire goederen of het plaatsen daarvan onder enige andere regeling in de Lid-Staat van bestemming , moet worden gebruikt .

TITEL I

ALGEMEEN

Artikel 2

Toepassingsgebied

Deze verordening is van toepassing op goederen :

- die voldoen aan de voorwaarden van artikel 9 , lid 2 , van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap ,

- die , wanneer zij onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen , overeenkomstig dat Verdrag in de Gemeenschap in het vrije verkeer zijn ,

hierna te noemen " communautaire goederen " , en die het voorwerp zijn van verkeer tussen twee Lid-Staten .

Artikel 3

Definitie

In de zin van deze verordening wordt onder verzending verstaan de regeling betreffende het verzenden van communautaire goederen van een Lid-Staat naar een andere Lid-Staat .

Artikel 4

Kenmerken van het enig document

1 . Wanneer communautaire goederen het voorwerp zijn van verkeer tussen twee Lid-Staten , worden de aan dit verkeer verbonden formaliteiten verricht door middel van één enkel document dat is afgegeven op basis van een aangifte , opgemaakt op een formulier waarvan het model , op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europese Parlement , met eenparigheid van stemmen door de Raad wordt vastgesteld . Dit document of deze aangifte geldt , al naar gelang van het geval , als document of aangifte tot verzending , voor intern communautair douanevervoer , tot verbruik of tot plaatsing van de genoemde goederen onder enige andere regeling in de Lid-Staat van bestemming .

2 . Naast het in lid 1 bedoelde document , mogen de Lid-Staten geen andere administratieve documenten eisen dan die welke :

- uitdrukkelijk door communautaire besluiten in het leven zijn geroepen of daarin zijn voorgeschreven ;

- worden verlangd krachtens internationale overeenkomsten die verenigbaar zijn met het Verdrag ;

- onder naleving van de bepalingen van het Verdrag , met name van de artikelen 30 en volgende , worden verlangd voor de tenuitvoerlegging van niet-geharmoniseerde nationale voorschriften waaraan niet kan worden voldaan door uitsluitend gebruik te maken van het in lid 1 bedoelde document ;

- van de ondernemers worden verlangd ten einde hen op hun verzoek in het genot te stellen van een bepaald voordeel of een bepaalde faciliteit .

3 . De aangifte moet worden gesteld in een van de officiële talen van de Gemeenschap die wordt aanvaard door de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waar de formaliteiten in verband met de verzending worden vervuld . De douane van de Lid-Staat van bestemming kan , voor zover nodig , de aangever of diens vertegenwoordiger in deze Lid-Staat verzoeken om een vertaling van genoemde aangifte in de officiële taal of een van de officiële talen van laatstgenoemde Lid-Staat . Deze vertaling komt in de plaats van de overeenkomende vermeldingen van de desbetreffende aangifte .

In afwijking van de eerste alinea moet de aangifte worden gesteld in de officiële taal of een van de officiële talen van de Lid-Staat van bestemming in alle gevallen waarin de aangifte in deze laatste Lid-Staat geschiedt op andere aangifte-exemplaren dan die welke oorspronkelijk bij de douane van de Lid-Staat van verzending zijn ingediend .

TITEL II

FORMALITEITEN

A . Beginselen

Artikel 5

Verzending

Onverminderd de artikelen 12 en 14 is de verzending afhankelijk van het indienen bij een bevoegd douanekantoor van de voor de verzending nodige aangifte-exemplaren , die daartoe naar behoren zijn ingevuld en die vergezeld moeten gaan van de aangifte-exemplaren voor het vervullen van de formaliteiten in verband met :

- in voorkomend geval , het communautair douanevervoer en

- het aangeven tot verbruik of het plaatsen onder enige andere regeling in de Lid-Staat van bestemming .

De aangifte die voor de verzendingsformaliteiten wordt gebruikt , moet ondertekend zijn door de aangever of diens vertegenwoordiger , conform de geldende bepalingen in de Lid-Staat van verzending .

Artikel 6

Douanevervoer

1 . Onverminderd de vereenvoudigingen die gelden voor sommige wijzen van vervoer , bestaat de aangifte voor intern communautair douanevervoer uit de daartoe naar behoren ingevulde aangifte-exemplaren die zijn ondertekend door de aangever als gedefinieerd in artikel 11 , sub a ) , van Verordening ( EEG ) nr . 222/77 van de Raad van 13 december 1976 betreffende communautair douanevervoer ( 4 ) .

2 . Het douanevervoer van communautaire goederen binnen de Gemeenschap geschiedt overeenkomstig de bepalingen van Verordening ( EEG ) nr . 222/77 . De verplichting van de aangever heeft met name alleen betrekking op de krachtens Verordening ( EEG ) nr . 222/77 vereiste gegevens .

3 . Wanneer goederen niet met toepassing van de regeling voor intern communautair douanevervoer worden vervoerd , wordt het communautaire karakter van deze goederen bewezen door het in artikel 4 bedoelde enig document dat door de douane van de Lid-Staat van verzending is geviseerd .

Artikel 7

Aankomst

Onverminderd de artikelen 12 en 14 is het aangeven tot verbruik of het plaatsen onder enige andere regeling in een Lid-Staat van bestemming van uit een andere Lid-Staat verzonden communautaire goederen afhankelijk van het indienen bij een bevoegd douanekantoor van de aangifte-exemplaren die nodig zijn voor het plaatsen van de goederen onder de betrokken regeling .

Deze exemplaren moeten :

- de gevraagde regeling vermelden ,

- naar behoren zijn aangevuld en met name alle vermeldingen bevatten die nodig zijn voor het plaatsen van de goederen onder die regeling ,

- door de aangever of diens vertegenwoordiger zijn ondertekend conform de geldende bepalingen in de Lid-Staat van bestemming .

B . Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 8

Indiening van de aangifte

1 . De aangifte moet , met inachtneming van artikel 4 , lid 2 , vergezeld gaan van de documenten die nodig zijn voor het plaatsen van de betrokken goederen onder de gevraagde regeling .

2 . Het indienen bij een douanekantoor van een aangifte die door de aangever of diens vertegenwoordiger is ondertekend , is een uiting van de wil van de belanghebbende om de betrokken goederen voor de gevraagde regeling aan te geven en geldt , onverminderd de eventuele toepassing van strafbepalingen , als het op zich nemen van de aansprakelijkheid overeenkomstig de geldende bepalingen in de Lid-Staten voor :

- de juistheid van de in de aangifte verstrekte gegevens ,

- de authenticiteit van de bijgevoegde stukken en

- het nakomen van alle verplichtingen die samenhangen met het plaatsen van de betrokken goederen onder de desbetreffende regeling .

Artikel 9

Aanvaarding van de aangifte

1 . Aangiften die aan de in artikel 5 , artikel 7 en artikel 8 , lid 1 , gestelde voorwaarden voldoen , worden onverwijld door de douane aanvaard zodra de betrokken goederen bij haar zijn aangeboden .

De datum van aanvaarding van elk van deze aangiften is de datum die in aanmerking dient te worden genomen voor de toepassing van de maatregelen die respectievelijk gelden voor de verzending van de betrokken goederen , het aangeven tot verbruik of het plaatsen ervan onder enige andere gevraagde regeling in de Lid-Staat van bestemming .

2 . Op verzoek van de aangever of zijn vertegenwoordiger kan de douane , in afwijking van lid 1 , met name ter bescherming van het handelsgeheim , een aangifte aanvaarden die niet alle vereiste gegevens bevat of die niet vergezeld gaat van bepaalde stukken waarvan de overlegging is vereist . De douane stelt de voorwaarden vast waaronder de ontbrekende gegevens en stukken aan haar moeten worden overgelegd .

In ieder geval moet de aangifte de gegevens bevatten die nodig zijn voor de identificatie van de goederen waarop de aangifte betrekking heeft . Tevens moeten ten minste de stukken zijn bijgevoegd die moeten worden overgelegd om de goederen onder de betrokken regeling te kunnen plaatsen .

De aanvaarding van een dergelijke aangifte mag geen belemmering vormen of vertraging opleveren voor de toestemming om de betrokken goederen te verzenden of daarover te beschikken , zodra niets anders zich daartegen verzet .

Artikel 10

Intrekking of rectificatie van de aangifte

1 . De aangever of zijn vertegenwoordiger kan , onder de in de leden 2 en 3 vastgestelde voorwaarden , de aangifte intrekken of rectificeren . In alle gevallen is voor intrekking of rectificatie van de aangifte de toestemming van de douane vereist .

2 . De in lid 1 bedoelde toestemming tot intrekking wordt slechts verleend :

a ) met betrekking tot de formaliteiten bij de verzending , voor zover :

- de belanghebbende ten genoegen van de bevoegde autoriteiten het bewijs levert dat de betrokken goederen het grondgebied van de betrokken Lid-Staat niet hebben verlaten ;

- de belanghebbende , in voorkomend geval , overeenkomstig de geldende bepalingen voldoet aan de verplichtingen die kunnen worden opgelegd om de situatie van de goederen te regulariseren ;

b ) met betrekking tot de formaliteiten ter bestemming , voor zover de douane nog geen toestemming heeft verleend om over de goederen te beschikken .

Wanneer de douane de belanghebbende in kennis heeft gesteld van haar voornemen om de goederen waarop de aangifte betrekking heeft aan een onderzoek te onderwerpen , kan het verzoek om intrekking slechts in overweging worden genomen nadat dit onderzoek heeft plaatsgevonden .

3 . De in lid 1 bedoelde toestemming tot rectificatie wordt slechts verleend onder de volgende voorwaarden :

a ) om rectificatie moet zijn verzocht :

- wat betreft de formaliteiten bij verzending , voordat de goederen het douanekantoor verlaten hebben , tenzij dit verzoek betrekking heeft op gegevens waarvan de douane ook bij afwezigheid van de goederen de juistheid kan nagaan ,

- wat betreft de formaliteiten ter bestemming , voordat de douane toestemming heeft verleend om over de goederen te beschikken ;

b ) de rectificatie kan niet meer worden toegestaan wanneer het verzoek wordt gedaan nadat de douane de belanghebbende in kennis heeft gesteld van haar voornemen om de goederen te onderzoeken of van de door haarzelf vastgestelde onjuistheid van de betreffende gegevens ;

c ) de rectificatie mag niet tot gevolg hebben dat de aangifte betrekking heeft op andere goederen dan die waarvoor zij oorspronkelijk was opgesteld .

De douane kan toestaan of eisen dat de in lid 1 bedoelde rectificaties worden aangebracht door een nieuwe aangifte in te dienen die in de plaats moet komen van de oorspronkelijke aangifte .

4 . De intrekking of rectificatie van de aangifte vormt op generlei wijze een beletsel voor de toepassing van de strafbepalingen die gelden in geval van door de belanghebbende begane overtredingen .

Artikel 11

Bewijskracht van de vaststellingen

De vaststellingen die in het kader van de toepassing van deze verordening door de bevoegde autoriteiten van een Lid-Staat worden gedaan , kunnen door de bevoegde autoriteiten van de andere Lid-Staten worden ingeroepen . In dat geval hebben zij dezelfde bewijskracht als de vaststellingen die door de bevoegde autoriteiten van elk van deze Lid-Staten zijn gedaan .

Artikel 12

Splitsing

1 . In afwijking van artikel 5 , eerste alinea , en artikel 7 , eerste alinea , kunnen de belanghebbenden voor elk der fasen van een goederenbeweging tussen twee Lid-Staten de aangifte-exemplaren gebruiken die nodig zijn bij het vervullen van de formaliteiten voor die ene fase , eventueel onder bijvoeging van de exemplaren die bij het vervullen van de formaliteiten voor een volgende fase van die beweging nodig zijn .

2 . Het gebruik van de bepalingen van lid 1 wordt van geen enkele bijzondere voorwaarde van de zijde van de bevoegde autoriteiten afhankelijk gesteld .

De in de eerste alinea bedoelde autoriteiten kunnen evenwel voorschrijven dat de formaliteiten betreffende de verrichtingen van verzending en communautair douanevervoer op een zelfde formulier worden vervuld door middel van de exemplaren die voor deze formaliteiten zijn bestemd .

Artikel 13

Overeenstemming

In de in artikel 12 bedoelde gevallen vergewissen de bevoegde autoriteiten zich ervan dat de vermeldingen die in de loop van de verschillende fasen van de betrokken verrichtingen op de exemplaren van de aangifte zijn aangebracht , met elkaar overeenstemmen .

Artikel 14

Vereenvoudiging en informatica

1 . Aan een afzender of geadresseerde mogen vereenvoudigde procedures , al dan niet gebaseerd op het gebruik van informatica , worden toegestaan , met name om hem in staat te stellen de goederen niet bij een douanekantoor aan te bieden , de aangifte voor deze goederen niet in te dienen of een onvolledige aangifte op te stellen . In deze gevallen dient achteraf binnen de door de bevoegde autoriteiten vastgestelde termijn , een aangifte te worden ingediend , welke met goedvinden van de bevoegde autoriteiten een periodieke algemene aangifte mag zijn .

In de in de eerste alinea genoemde gevallen kan de douane de belanghebbenden toestaan gebruik te maken van handelsdocumenten in plaats van het in artikel 4 , lid 1 , bedoelde enig document .

Wanneer gebruik wordt gemaakt van het enig document , kunnen de belanghebbenden , met toestemming van de bevoegde autoriteiten , daarbij , voor de vervulling van de formaliteiten inzake verzending , aangifte tot verbruik of plaatsing onder enige andere regeling in de Lid-Staat van bestemming , lijsten voegen waarin de goederen worden beschreven .

2 . Deze verordenig vormt geen beletsel voor :

- de mogelijkheid voor de Lid-Staten om ontheffing te verlenen van het gebruik van het in artikel 4 , lid 1 , bedoelde enig document , in geval van toepassing van de speciale bepalingen die zijn vastgesteld voor zendingen per briefpost en postpakketten ;

- het verlenen van ontheffing van een schriftelijke aangifte waarin in bepaalde gevallen kan worden voorzien voor verzending of voor aangifte tot verbruik ;

- de mogelijkheid voor de Lid-Staten om ontheffing te verlenen van het gebruik van het in artikel 4 , lid 1 , bedoelde enig document , in geval van tussen twee of meer Lid-Staten gesloten of te sluiten overeenkomsten of regelingen die een verdere vereenvoudiging van de formaliteiten voor het gehele verkeer of een deel daarvan tussen deze Staten ten doel hebben ;

- de mogelijkheid voor de belanghebbenden om , voor zendingen die uit verscheidene soorten communautaire goederen bestaan , voor het vervullen van de formaliteiten voor communautair douanevervoer gebruik te maken van ladingslijsten ;

- het vervaardigen , in voorkomend geval op blanco papier , van aangiften met behulp van particuliere of overheidscomputers , zulks onder door de Lid-Staten vastgestelde voorwaarden ;

- de mogelijkheid voor de Lid-Staten om te eisen dat de gegevens die voor het vervullen van de betrokken formaliteiten noodzakelijk zijn , in hun geautomatiseerde systeem voor de verwerking van de aangiften worden ingevoerd , in voorkomend geval zonder dat door de betrokken Lid-Staat een schriftelijke aangifte wordt geëist ;

- de mogelijkheid voor de Lid-Staten om , wanneer de aangiften door middel van een geautomatiseerd systeem worden verwerkt , te bepalen dat de aangifte in de zin van artikel 4 , lid 1 , moet bestaan uit het door dit systeem vervaardigde enig document , dan wel , indien dit document niet wordt vervaardigd , het in de computer invoeren van de gegevens .

3 . Naast de in deze verordening bedoelde faciliteiten kunnen nog andere faciliteiten worden vastgesteld overeenkomstig de procedure van artikel 17 , leden 2 en 3 .

TITEL III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 15

1 . Er wordt een Comité verkeer van goederen ingesteld , hierna " Comité " te noemen , dat bestaat uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en onder voorzitterschap staat van een vertegenwoordiger van de Commissie .

2 . Het Comité stelt zijn reglement van orde vast .

Artikel 16

Het Comité kan elk vraagstuk betreffende de toepassing van deze verordening onderzoeken dat door zijn voorzitter , hetzij op diens initiatief , hetzij op verzoek van de vertegenwoordiger van een Lid-Staat , aan de orde wordt gesteld .

Artikel 17

1 . De voor de toepassing van deze verordening noodzakelijke bepalingen worden vastgesteld overeenkomstig de in de leden 2 en 3 omschreven procedure .

2 . De vertegenwoordiger van de Commissie legt aan het Comité een ontwerp voor van de vast te stellen bepalingen . Het Comité brengt over dit ontwerp advies uit binnen een termijn die de voorzitter kan bepalen naar gelang van de urgentie van het vraagstuk . Het Comité spreekt zich uit met een meerderheid van 45 stemmen , waarbij de stemmen van de Lid-Staten worden gewogen overeenkomstig artikel 148 , lid 2 , van het Verdrag . De voorzitter neemt niet deel aan de stemming .

3 . De Commissie stelt de beoogde bepalingen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het Comité .

Wanneer de beoogde bepalingen niet in overeenstemming zijn met het advies van het Comité of bij gebreke van een advies , doet de Commissie onverwijld een voorstel aan de Raad betreffende de vast te stellen bepalingen . De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen .

Indien de Raad drie maanden nadat het voorstel bij hem is ingediend nog geen besluit heeft genomen , worden de voorgestelde bepalingen door de Commissie vastgesteld .

Artikel 18

Elke Lid-Staat stelt de Commissie in kennis van de maatregelen die hij treft voor de toepassing van deze verordening .

De Commissie deelt deze inlichtingen aan de overige Lid-Staten mee .

Artikel 19

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1988 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel , 18 februari 1985 .

Voor de Raad

De Voorzitter

G . ANDREOTTI

( 1 ) PB nr . C 203 van 6 . 8 . 1982 , blz . 5 .

( 2 ) PB nr . C 42 van 14 . 2 . 1983 , blz . 65 .

( 3 ) PB nr . C 90 van 5 . 4 . 1983 , blz . 16 .

( 4 ) PB nr . L 38 van 9 . 2 . 1977 , blz . 1 .