Verordening (EEG) nr. 683/85 van de Commissie van 13 maart 1985 houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 4 van Verordening nr. 136/66/EEG met betrekking tot de wijziging in de loop van het verkoopseizoen van de representatieve marktprijs en de drempelprijs voor olijfolie
Verordening (EEG) nr. 683/85 van de Commissie van 13 maart 1985 houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 4 van Verordening nr. 136/66/EEG met betrekking tot de wijziging in de loop van het verkoopseizoen van de representatieve marktprijs en de drempelprijs voor olijfolie
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 683/85 VAN DE COMMISSIE
van 13 maart 1985
houdende bepalingen ter uitvoering van artikel 4 van Verordening nr. 136/66/EEG met betrekking tot de wijziging in de loop van het verkoopseizoen van de representatieve marktprijs en de drempelprijs voor olijfolie
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening nr. 136/66/EEG van de Raad van 22 september 1966 houdende de totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 231/85 (2), en met name op artikel 4,
Overwegende dat bij artikel 4 van Verordening nr. 136/66/EEG is bepaald dat, wanneer in de factoren die bij de vaststelling van de representatieve marktprijs voor olijfolie in aanmerking zijn genomen, in de loop van het verkoopseizoen een wijziging optreedt die als aanzienlijk kan worden beschouwd, tot een wijziging van de representatieve marktprijs en de drempelprijs kan worden besloten; dat derhalve de criteria dienen te worden vastgesteld volgens welke deze wijziging als aanzienlijk kan worden beschouwd; dat deze criteria met name gebaseerd moeten zijn op de marktsituatie voor olijfolie en de daarmee concurrerende produkten;
Overwegende dat tevens de procedure die moet worden gevolgd in geval van aanpassing van de representatieve marktprijs, alsmede van de op de consumptiesteun in te houden percentages bedoeld in artikel 11, leden 5 en 6, van Verordening nr. 136/66/EEG dient te worden vastgesteld;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor oliën en vetten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Wanneer op de belangrijkste consumptiemarkten voor olijfolie de prijzen van de concurrerende produkten gedurende een periode van twee maanden met meer dan 15 % afwijken van de prijs die is aangehouden voor de vaststelling van de geldende representatieve marktprijs, onderzoekt het Comité van beheer voor oliën en vetten alle factoren die in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van de representatieve marktprijs en die van invloed kunnen zijn op het peil daarvan, en met name:
a) de verwachte prijsontwikkeling voor de concurrerende produkten,
b) de ontwikkeling van de verhouding tussen de als representatief voor de consumptie beschouwde prijs van olijfolie en de overeenkomstige prijs van zaadolie, alsmede de ontwikkeling, in absolute cijfers, van de prijzen van deze oliesoorten,
c) de huidige en toekomstige beschikbare hoeveelheden olijfolie op de communautaire markt en met name de stand van de interventievoorraden,
d) de noodzaak de olijfolieconsumptie op een bepaald niveau te handhaven.
In buitengewone omstandigheden kan het Comité van beheer deze factoren onderzoeken voordat bovengenoemde voorwaarden vervuld zijn.
2. Wanneer op grond van het onderzoek van alle in lid 1 bedoelde factoren een aanzienlijke wijziging in de situatie kan worden geconstateerd sinds de vaststelling van de geldende representatieve marktprijs, wijzigt de Commissie vorengenoemde prijs en de drempelprijs volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG.
Artikel 2
Ingeval de representatieve marktprijs en bijgevolg ook de consumptiesteun in de loop van het verkoopseizoen worden gewijzigd, kan de Commissie volgens de procedure van artikel 38 van Verordening nr. 136/66/EEG de op die steun in te houden percentages bedoeld in artikel 11, leden 5 en 6, van die verordening zodanig aanpassen dat het totaalbedrag dat de eerder vastgestelde inhouding oplevert altijd gehandhaafd blijft.
Artikel 3
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 13 maart 1985.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. 172 van 30. 9. 1966, blz. 3025/66.
(2) PB nr. L 26 van 31. 1. 1985, blz. 12.