Home

86/36/EEG: Besluit van de Commissie van 26 februari 1986 houdende aanvaarding van de verbintenissen in het kader van de anti-dumpingprocedures betreffende de invoer in Griekenland van bepaalde categorieën vlakglas van oorsprong uit Turkije, Joegoslavë, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Tsjechoslowakije, en houdende beëindiging van het onderzoek

86/36/EEG: Besluit van de Commissie van 26 februari 1986 houdende aanvaarding van de verbintenissen in het kader van de anti-dumpingprocedures betreffende de invoer in Griekenland van bepaalde categorieën vlakglas van oorsprong uit Turkije, Joegoslavë, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Tsjechoslowakije, en houdende beëindiging van het onderzoek

*****

BESLUIT VAN DE COMMISSIE

van 26 februari 1986

houdende aanvaarding van de verbintenissen in het kader van de anti-dumpingprocedures betreffende de invoer in Griekenland van bepaalde categorieën vlakglas van oorsprong uit Turkije, Joegoslavë, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Tsjechoslowakije, en houdende beëindiging van het onderzoek

(86/36/EEG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2176/84 van de Raad van 23 juli 1984 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping of subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), en met name op artikel 10,

Na overleg in het kader van het in genoemde verordening bedoelde Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. Procedure

(1) De Commissie heeft in januari 1985 een klacht ontvangen volgens welke bij de invoer van bepaalde categorieën vlakglas van oorsprong uit Turkije dumpingprijzen worden toegepast waardoor schade wordt berokkend aan een bedrijfstak in de Gemeenschap. De klacht werd ingediend door het Permanent Comité van de glasindustrieën van de Europese Economische Gemeenschap (CPIV) en door de Griekse federatie voor glas, namens de Griekse producent die de gehele produktie van de betrokken produkten voor zijn rekening neemt, te weten »The Hellenic Chemical and Fertilizers Company Ltd", te Athene.

(2) De klacht bevatte bewijsmateriaal voor het bestaan van dumping en van een aanzienlijke daaruit voortvloeiende schade voor de Griekse bedrijfstak. Dit materiaal werd voldoende geacht om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen en de Commissie heeft derhalve in een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (2) de inleiding van een antidumpimgprocedure betreffende de invoer in Griekenland van bepaalde categorieën vlakglas van oorsprong uit Turkije bekendgemaakt en is met een onderzoek begonnen.

Het produkt waarop de dumpingklacht betrekking heeft bestaat uit een bepaalde soort getrokken of geblazen glas, zogenaamd vensterglas, onbewerkt, (alsmede geplateerd glas dat in één arbeidsgang is verkregen), in vierkante of rechthoekige platen, met een dikte van 2,5 mm tot en met 5,5 mm, vallende onder post ex 70.05 van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomende met de NIMEXE-codes ex 70.05-61, 70.05-63, 70.05-65 en ex 70.05-69, en uit een bepaalde soort glas - zogenaamd »float"-glas - gegoten of gewalst en zogenaamd vensterglas (alsmede draadglas en geplateerd glas, welke in één arbeidsgang zijn verkregen), enkel geslepen of gepolijst op één of beide zijden, in vierkante of rechthoekige platen, met een dikte van 2,5 mm tot en met 5,5 mm, vallende onder post ex 70.06 van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomende met de NIMEXE-codes 70.06-61, 70.06-65, 70.06-71 en 70.06-75.

(3) De Commissie heeft de naar bekend betrokken exporteurs en importeurs, alsmede de vertegenwoordigers van het uitvoerende land en de indieners van de klacht officieel van de inleiding van de procedure in kennis gesteld en de rechtstreeks betrokken partijen de gelegenheid geboden hun standpunt

schriftelijk kenbaar te maken en desgevraagd mondeling toe te lichten.

De, voor zover haar bekend, betrokken Turkse exporteur, de onderneming Cam Pazarlama AS en de betrokken importeur, de onderneming Makedoniki, alsmede de indiener van de klacht hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en mondeling toe te lichten. Bepaalde argumenten werden ook door de verwerkers van deze produkten ter kennis van de Commissie gebracht.

(4) De Commissie ontving in juni 1985 van het CPIV en van de Griekse federatie voor glas, namens de Griekse producent, een aanvullende klacht waarin werd verzocht om uitbreiding van de procedure tot de invoer van deze produkten van oorsprong uit Joegoslavië, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Tsjechoslowakije.

(5) Deze aanvullende klacht bevatte bewijsmateriaal voor het bestaan van dumping en van aanzienlijke, daaruit voortvloeiende schade voor de Griekse bedrijfstak. Dit bewijsmateriaal werd voldoende geacht om de inleiding van een procedure te rechtvaardigen en de Commissie heeft derhalve in een bericht dat in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (1) werd gepubliceerd, aangekondigd dat de anti-dumpingprocedure tot de invoer van deze produkten van oorsprong uit Joegoslavië, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Tsjechoslowakije wordt uitgebreid.

(6) De Commissie heeft de naar bekend hierbij betrokken exporteurs en importeurs, de vertegenwoordigers van de uitvoerende landen en de indiener van de klacht officieel van de uitbreiding van de procedure op de hoogte gesteld en heeft de rechtstreeks betrokken partijen de gelegenheid geboden schriftelijk hun standpunt kenbaar te maken en desgevraagd mondeling toe te lichten.

De, voor zover haar bekend, betrokken exporteurs, te weten:

- Jugoslovenska Industrija Ravnog Stakla (Joegoslavië);

- Romsit, Boekarest, Roemenië;

- Industrialimport, Sofia, Bulgarije;

- Ferunion, Boedapest, Hongarije;

- Glassexport, Praag, Tsjechoslowakije;

alsmede de meeste betrokken Griekse importeurs met name:

- Athanassopoulos, Athene,

- Aslanidis, Athene;

- Hellas Glass, Karditsa;

- Garifallou, Kavala,

en de indiener van de klacht hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en dit mondeling toe te lichten.

(7) De Commissie heeft alle gegevens die zij met het oog op de vaststelling van dumping en schade nodig achtte, verzameld en geverifieerd en zij heeft ter plaatse controles verricht bij de producent die de klacht had ingediend, bij de Turkse exporteur, bij de Joegoslavische exporteur en bij onderstaande Griekse importeurs:

- Makedoniki, Thessalonika,

- Athanassopoulos, Athene,

- Aslanidis, Athene,

- Hellas Glass, Karditsa,

- Garifallou, Kavala.

De Commissie heeft van de indiener van de klacht alsmede van alle exporteurs en van het merendeel van de belanghebbende importeurs op haar verzoek gedetailleerde inlichtingen ontvangen over het punt van de schade en de oorzaak ervan; de aldus vergaarde gegevens zijn, voor zover nodig, door de Commissie geverifieerd.

(8) Het door de Commissie verrichte onderzoek inzake mogelijke dumping had betrekking op het tijdvak 1 januari 1984 tot en met 28 februari 1985.

B. Omschrijving van het produkt

(9) De produkten waarop de dumpingklachten betrekking hebben, zijn:

- transparant getrokken glas, in vierkante of rechthoekige platen, met een dikte van 2,5 mm tot en met 5,5 mm;

- transparant gegoten glas verkregen via het »float"-bad-procédé (gewoonlijk genoemd »float"-glas), in vierkante of rechthoekige platen, met een dikte van 2,5 mm tot en met 5,5 mm.

Volgens de klacht zouden deze beide produkten soortgelijke produkten zijn in de zin van de anti-dumpingregels.

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt in feite dat dit niet het geval is. Het is weliswaar juist dat de beide produkten, hoewel verkregen via verschillende vervaardigingsprocédés, van dezelfde grondstoffen gebruik maken, en dat de chemische samenstelling ervan volledig identiek is. Voorts hebben beide produkten precies dezelfde vorm en zijn over het algemeen voorgesneden volgens standaardafmetingen met een dikte van 2,5 mm tot en met 5,5 mm. Tenslotte vertonen zij vrij identieke kenmerken wanneer zij recht van voren worden bekeken.

Getrokken glas vertoont evenwel, wegens golvingen die inherent zijn aan het fabricageprocédé, optische gebreken wanneer men er schuin langs kijkt. Bovendien kunnen bij het procédé van vervaardiging in een »float"-bad platen van grotere afmetingen worden verkregen, die alleen voor bepaalde toepassingen bruikbaar zijn. Dientengevolge biedt getrokken glas geen afzetmogelijkheden voor de meeste moderne

industriële toepassingen (dubbel vensterglas, spiegelglas, automobielglas, glassoorten voor technisch gebruik, enz.), welk terrein door »float"-glas wordt ingenomen.

Zowel uit het oogpunt van de optische kenmerken als uit dat van de afzetmarkten blijken »float"-glas en getrokken glas geen soortgelijke produkten te zijn in de zin van artikel 2, lid 12, van Verordening (EEG) nr. 2176/84.

(10) Uit het onderzoek blijkt voorts dat binnen de onder de procedure vallende schaal van dikten de betrokken produkten gewoonlijk worden afgezet met de in de handel gebruikelijke dikten 3 mm, 4 mm en 5 mm.

C. Produktie van de Gemeenschap

(11) De Griekse producent, Hellenic Chemical and Fertilizers Company Ltd, beschikt niet over het »float"-bad-procédé en vervaardigt derhalve alleen getrokken glas.

De vraag of de Griekse industrie een bedrijfstak van de Gemeenschap vormt in de zin van artikel 4, lid 5, tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 2176/84 is dan ook alleen voor getrokken glas relevant. Uit het onderzoek is gebleken dat de Griekse producent bijna zijn gehele produktie op de Griekse markt afzet en dat door de elders in de Gemeenschap gevestigde producenten van getrokken glas aan de vraag naar getrokken glas op deze markt niet in aanzienlijke mate wordt voldaan. Het aandeel van de intracommunautaire invoer op de regionale markt van getrokken glas is sinds 1981 namelijk nooit hoger geweest dan 0,7 %.

Onder deze omstandigheden is men van mening dat de producent die de klacht heeft ingediend, een bedrijfstak van de Gemeenschap voor de betrokken produkten van getrokken glas vertegenwoordigt.

D. Normale waarde

(12) Wat de invoer van oorsprong uit Turkije betreft is de normale waarde vastgesteld op basis van de bij normale handelstransacties werkelijk betaalde of te betalen vergelijkbare prijzen voor soortgelijke produkten die voor verbruik op de Turkse markt zijn bestemd. De berekening van de normale waarde geschiedde op grond van een gewogen gemiddelde.

(13) Voor wat de invoer van oorsprong uit Joegoslavië betreft is de normale waarde voor glas van 3 mm, 4 mm en 4,5 mm vastgesteld op basis van de bij normale handelstransacties werkelijk betaalde of te betalen vergelijkbare prijzen voor soortgelijke produkten die voor verbruik op de Joegoslavische markt zijn bestemd. De berekening van de normale waarde geschiede voor deze produkten op grond van een gewogen gemiddelde. Voor wat getrokken glas van 5 mm dikte betreft waarvoor geen transacties op de Joegoslavische markt bestaan, is bij de vaststelling van de normale waarde rekening gehouden met het verschil in materiële kenmerken (extra dikte) van dit produkt ten opzichte van de kenmerken van de in Joegoslavië in de handel gebrachte produkten, op grond van de op de binnenlandse markt daarvoor betaalde of te betalen prijzen.

(14) Ten einde vast te stellen of op de invoer van oorsprong uit Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Tsjechoslowakije dumping wordt toegepast, diende de Commissie rekening te houden met het feit dat deze landen geen markteconomie hebben; om deze reden moest zij haar constateringen betreffende deze landen op de normale waarde van een land met markteconomie baseren. In verband hiermede had de indiener van de klacht voorgesteld de Turkse binnenlandse markt als referentie aan te houden hetgeen aanleiding was voor de Bulgaarse en de Tjechoslowaakse exporteurs om hiertegen bezwaren in te brengen wegens de monopolistische structuur en het zeer hoge niveau van douanebescherming van deze markt. De Commissie heeft gemeend, en deze keuze werd door geen van de partijen betwist, dat de op de binnenlandse Joegoslavische markt geldende prijzen een juiste en niet onredelijke basis van vergelijking boden.

E. Prijs bij uitvoer

(15) Ten aanzien van de prijs bij uitvoer heeft de Commissie zowel voor de uitvoer van oorsprong uit Turkije en Joegoslavië als voor die uit Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Tsjechoslowakije de bij uitvoer naar Griekenland werkelijk betaalde of te betalen prijs aangehouden.

F. Vergelijking

(16) Bij het vergelijken van de normale waarde met de exportprijzen in het stadium af fabriek voor elk der soortgelijke produkten heeft de Commissie rekening gehouden met de verschillen die aan de vergelijkbaarheid van de prijzen afbreuk doen en heeft zij de nodige aanpassingen aangebracht toen de belanghebbende partijen het bewijs leverden dat een verzoek in deze zin gerechtvaardigd was (met name wat vervoerkosten en betalingsvoorwaarden betreft). Alle vergelijkingen werden gemaakt in het stadium af fabriek.

(17) Wat de invoer van oorsprong uit Turkije betreft heeft de Commissie in het licht van de haar ter beschikking staande gegevens geen verschil opgemerkt tussen de kenmerken van het in Turkije verkochte getrokken glas en de kenmerken van het naar Griekenland uitgevoerde getrokken glas waardoor de vergelijkbaarheid van de prijs in aanzienlijke mate zou kunnen worden aangetast. Een verzoek om aanpassing ten einde het verschil in betaalde commissie weer te geven, enerzijds voor de binnenlandse verkopen en anderzijds voor de uitvoer door Cam Pazarlama AS naar haar moederonderneming, Turkish Glassworks Inc., werd afgewezen omdat het bewijsmateriaal dit niet rechtvaardigde. Voorts werd een door de Turkse exporteur ingediend verzoek om aanpassing ten einde de niveauverschillen van de in stand te houden voorraden, enerzijds voor de binnenlandse verkopen en anderzijds voor de verkopen bij uitvoer, weer te geven, welke volgens de exporteur tot uiting kwamen in hogere financiële kosten voor de binnenlandse verkopen, afgewezen. De genoemde verschillen in kosten zijn namelijk in feite het gevolg van de verschillen in produktiekosten.

G. Marges

(18) Uit het onderzoek van de feiten is gebleken dat op alle betrokken transacties dumping werd toegepast. De berekening van de dumpingmarges die gelijk zijn aan de verschillen tussen de vastgestelde normale waarden en het gemiddelde van de prijzen bij uitvoer naar Griekenland heeft aangetoond dat er belangrijke dumping plaatsvindt met betrekking tot de uitvoer van Cam Pazarlama AS (Turkije), Jugoslovenska Industrija Ravnog Stakla (Joegoslavië), Romsit (Roemenië), Industrialimport (Bulgarije), Ferunion (Hongarije) en Glassexport (Tsjechoslowakije).

(19) Deze dumping is meer of minder opvallend al naar gelang de dikte van het getrokken glas en de exporteur; zo beliepen de gewogen gemiddelde dumpingmarges de volgende percentages van de cif-prijs franco Griekse grens, niet ingeklaard:

- Cam Pazarlama AS: meer dan 100 % voor alle dikten;

- Jugoslovenska Industrija Ravnog Stakla: van 35,5 % tot 81 %;

- Romsit: van 43,2 % tot meer dan 100 %;

- Industrialimport: van 73,9 % tot meer dan 100 %;

- Ferunion: van 16,6 % tot 66,9 %;

- Glassexport: van 75,8 % tot meer dan 100 %.

H. Schade

(20) Met betrekking tot de door de invoer met dumping aan de Griekse industrie berokkende schade blijkt uit de door de Commissie verrichte verificaties dat de totale omvang van het met dumping in Griekenland ingevoerde getrokken glas van 1 199 ton in 1981 tot 2 318 ton in 1983 en tot 15 183 ton in 1984 is gestegen.

Dienovereenkomstig is het marktaandeel van deze invoer op de Griekse markt aanzienlijk gestegen en wel van 2,8 % in 1981 tot 7,3 % in 1983 en tot 55 % in 1984.

In dit verband zij opgemerkt dat de penetratie van de invoer van getrokken glas van oorsprong uit de bij de procedure betrokken landen elders in de Gemeenschap veel lager is (ter hoogte van 25 % in 1984).

(21) Bij het grondige onderzoek van de exportprijzen van het bewuste getrokken glas van oorsprong uit Turkije, Joegoslavië, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Tsjechoslowakije is gebleken dat er gedurende de gehele onderzoekperiode permanente prijsonderbiedingen ten opzichte van de prijzen van de Griekse producent, zoals vastgesteld door de nationale administratie, plaatsvonden. De waargenomen gemiddelde prijsonderbiedingen schommelen al naar gelang de dikten en de exporteurs, hetgeen het volgende beeld oplevert:

(in %)

1.2 // // // Cam Pazarlama AS // van 16,4 tot 29,7 // Jugoslovenska Industrija Ravnog Stakla // van 24,6 tot 56,7 // Romsit // van 16,1 tot 30,8 // Industrialimport // van 39,5 tot 40,2 // Ferunion // van 11,2 tot 21,2 // Glassexport // van 28,3 tot 34,0 // //

(22) Wat de gevolgen voor de Griekse bedrijfstak betreft heeft de Commissie een onderzoek ingesteld naar de uitwerking van de gehele invoer waarvan vaststaat dat deze met dumping is geschied. Uit de door de Commissie geverifieerde inlichtingen blijkt dat de produktie van getrokken glas van de Griekse producent van 43 706 ton in 1981 tot 14 280 ton in 1984 is gedaald, hetgeen overeenkomt met een daling van 67,3 %, welk percentage veel hoger is dan dat van de daling van het verbruik in Griekenland gedurende dezelfde periode (42 862 ton in 1981, 27 743 ton in 1984, of wel een daling van 35,3 %). De benuttingsgraad van de produktiecapaciteit is dan ook van 54,6 % in 1981 tot 15,5 % in 1984 gedaald. Door de verslechtering van de situatie was de Griekse producent gedwongen de exploitatie van zijn voornaamste oven eind 1983 stop te zetten.

Als gevolg van de drastische daling van haar verkopen (41 372 ton in 1981, 12 373 ton in 1984, of wel een daling van 70 %) werd bij de Griekse bedrijfstak een sterke stijging van de voorraden waargenomen (3 033 ton eind 1981, 8 220 ton eind 1984). Het marktaandeel ervan is van 96,5 % in 1981 tot 44,6 % in 1984 gedaald.

Wegens de daling van zijn bedrijfsactiviteiten moest de Griekse producent tevens zijn personeelsbezetting inkrimpen van 577 in 1981 tot 260 in 1984.

Dientengevolge deed zich in de Griekse bedrijfstak een aanzienlijke teruggang van rentabiliteit voor en wel in dusdanige mate dat in 1984 zeer grote verliezen zijn geleden.

(23) De Commissie heeft vervolgens de andere gegevens onderzocht die, afzonderlijk of gezamenlijk, eveneens de Griekse producent kunnen hebben benadeeld.

Zij heeft met name een onderzoek ingesteld naar de gevolgen van de invoer in Griekenland ten aanzien waarvan geen dumpingklacht is ingediend, het verbruiksniveau van getrokken glas in Griekenland en het vraagstuk van de geleidelijke vervanging ervan door »float"-glas, en tenslotte de invloed die het overheidsmechanisme van prijscontrole heeft uitgeoefend op de rentabiliteit van de bedrijfstak die de klacht heeft ingediend.

- De omvang van de invoer van oorsprong uit landen ten aanzien waarvan geen klacht inzake dumping was ingediend, was in 1981, 1982 en 1983 vrijwel nihil en bedroeg in 1984 slechts 80 ton. Aangezien de intracommunautaire invoer op de Griekse markt eveneens te verwaarlozen was (107 ton in 1984), blijkt bijna de gehele invoer van getrokken glas in Griekenland van oorsprong te zijn uit de onder de procedure vallende landen, en derhalve met dumping te geschieden.

- Voorts heeft de zeer aanzienlijke daling van het verbruik van getrokken glas in Griekenland, zowel als gevolg van een afremming van de activiteiten in de bouwsector als van een geleidelijke vervanging van getrokken glas door »float-"glas voor bepaalde toepassingen, ontegenzeggelijk gevolgen gehad voor de verkopen van de producent die de klacht heeft ingediend; de grote teruggang van de verkopen die deze producent tussen 1981 en 1984 op de Griekse markt ondervond (minus 70 %), overschrijdt evenwel in grote mate de daling van de vraag (minus 35,3 %).

- Bij de schatting van de gevolgen van de oorzaken van schade, andere dan de invoer waarvan vaststaat dat deze met dumping is geschied, heeft de Commissie rekening gehouden met het feit dat sinds 1983 voor de verkoopprijzen van de Griekse producent een stelsel van prijscontrole door de Griekse autoriteiten is ingesteld. Voor zover de kostprijzen van de Griekse producent aanzienlijk hoger zijn dan de hem opgelegde verkoopprijzen, mogen de daaruit voortvloeiende verliezen niet worden toegeschreven aan de invoer met dumping. Voor het analyseren van de schadelijke gevolgen van de betrokken invoer op het gebied van de prijzen, heeft de Commissie alleen gekeken naar de verschillen tussen de prijzen van de Griekse producent zoals deze door de nationale overheid waren vastgesteld en de verkoopprijzen op de markt van de invoer met dumping.

De analyse van de aldus omschreven verschillen bracht tussen 11,2 % en 56,7 % variërende prijsonderbiedingen aan het licht. Los van de door het prijzencontrolestelsel veroorzaakte schade blijkt derhalve dat de prijzen van de invoer waarvan vaststaat dat deze met dumping is geschied, veel lager zijn dan die van de Griekse producent hetgeen tot de sterke daling van zijn activiteiten heeft bijgedragen en, als weerslag daarvan, tot de verhoging van diens kostprijzen.

(24) Uit de resultaten van het onderzoek blijkt derhalve dat de Griekse producent van getrokken glas met ernstige moeilijkheden te kampen heeft die ten dele reeds vóór de aanzienlijke stijging van de invoer in 1984 bestonden. Van de schadeoorzaken, andere dan de invoer met dumping, moeten worden genoemd de zeer aanzienlijke daling van het verbruik van getrokken glas in Griekenland, de geleidelijke vervanging van getrokken glas door »float"-glas - dat de Griekse bedrijfstak niet produceert - en het stelsel van prijscontrole.

Met inachtneming van alle, onder de overwegingen 22 en 23 behandelde schadefactoren en van het feit dat met name het penetratiepercentage van de invoer met dumping in 1984 aanzienlijk is gestegen, is de Commissie op grond van het haar ter beschikking staande bewijsmateriaal ervan overtuigd dat de schade die gedurende de onderzoekperiode door de invoer met dumping is veroorzaakt, afzonderlijk genomen, aanzienlijk moet worden geacht, omdat daardoor de moeilijkheden van de Griekse producent aanzienlijk zijn vergroot.

I. Belang van de Gemeenschap

(25) Onder deze omstandigheden en gezien het feit dat deze producent, wat getrokken glas betreft, voor Griekenland de enige autonome bevoorradingsbron is, is het in het belang van de Gemeenschap dat tegen de invoer waarvan vaststaat dat deze met dumping plaatsvindt, een beschermende maatregel wordt getroffen.

J. Verbintenissen

(26) De betrokken exporteurs en de indiener van de klacht zijn op de hoogte gesteld van de voornaamste resultaten van het onderzoek en hebben de mogelijkheid gekregen hun opmerkingen kenbaar te maken. Bovendien heeft de Commissie, aangezien het hier om een regionaal geval gaat, overeenkomstig artikel 13, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 2176/84 de exporteurs de gelegenheid geboden verbintenissen voor de betrokken markt aan te bieden. Door alle exporteurs zijn voor wat hun uitvoer naar de Griekse markt betreft prijsverbintenissen aangeboden.

De verbintenissen hebben tot doel de verschillen tussen de prijzen van de invoer en de door de Griekse Regering vastgestelde prijzen uit de weg te ruimen en derhalve de door de invoer met dumping veroorzaakte schade op te heffen. Bovendien lijkt de tenuitvoerlegging van deze verbintenissen op doeltreffende wijze te kunnen worden gecontroleerd.

Onder deze omstandigheden worden de aangeboden prijsverbintenissen aanvaardbaar geacht en de procedure kan derhalve zonder instelling van antidumpingrechten worden beëindigd.

Door het Raadgevend Comité werden daartegen geen bezwaren gemaakt, BESLUIT:

Artikel 1

De door Cam Pazarlama AS (Turkije), Jugoslavenska Industrija Ravnog Stakla (Joegoslavië), Romsit (Roemenië), Industrialimport (Bulgarije), Ferunion (Hongarije) en Glassexport (Tsjechoslowakije) tijdens het antidumpingonderzoek betreffende de invoer in Griekenland van bepaalde categorieën getrokken glas, onbewerkt, in vierkante of rechthoekige platen, vallende onder post ex 70.05 van het gemeenschappelijk douanetarief, overeenkomende met de NIMEXE-codes ex 70.05-61, 70.05-63, 70.05-65 en ex 70.05-69 van oorsprong uit Turkije, Joegoslavië, Roemenië, Bulgarije, Hongarije en Tsjechoslowakije aangeboden verbintenissen worden hierbij aanvaard.

Artikel 2

Het onderzoek bedoeld in artikel 1 wordt hiermede afgesloten.

Gedaan te Brussel, 26 februari 1986.

Voor de Commissie

Willy DE CLERCQ

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 201 van 30. 7. 1984, blz. 1.

(2) PB nr. C 66 van 14. 3. 1985, blz. 13.

(1) PB nr. C 200 van 8. 8. 1985, blz. 3.