Verordening (EEG) nr. 881/86 van de Raad van 24 maart 1986 betreffing de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor wortelen van post ex 07.01 G II van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Cyprus (1986)
Verordening (EEG) nr. 881/86 van de Raad van 24 maart 1986 betreffing de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor wortelen van post ex 07.01 G II van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Cyprus (1986)
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 881/86 VAN DE RAAD
van 24 maart 1986
betreffing de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor wortelen van post ex 07.01 G II van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Cyprus (1986)
DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Overwegende dat artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 3700/83 van de Raad van 22 december 1983 tot vaststelling van de regeling die van toepassing is op het handelsverkeer met Cyprus na 31 december 1983 (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3682/85 (2), voorziet in de opening van een communautair tariefcontingent van 2 500 ton wortelen van post ex 07.01 G II van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Cyprus, tegen een invoerrecht dat gelijk is aan 40 % van het recht van het gemeenschappelijk douanetarief, voor de periode van 1 april tot en met 15 mei 1986; dat het betrokken communautaire tariefcontingent derhalve dient te worden geopend voor deze periode;
Overwegende dat de Raad overeenkomstig de artikelen 180 en 367 van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal Verordening (EEG) nr. 449/86 tot vaststelling van de regeling die het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek op het handelsverkeer met bepaalde derde landen moeten toepassen (3) heeft vastgesteld; dat de onderhavige verordening derhalve geldt voor de Gemeenschap van de Tien;
Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contingent en dat het aan dat contingent verbonden recht in alle Lid-Staten zonder onderbreking wordt toegepast op alle invoer van de betrokken produkten tot op het tijdstip waarop het contingent geheel is uitgeput; dat het evenwel, aangezien het om een tariefcontingent met zeer korte toepassingsperiode gaat, aangewezen lijkt om niet in een verdeling tussen de Lid-Staten te voorzien, zonder evenwel afbreuk te doen aan voorafnamen uit het contingent van hoeveelheden die overeenstemmen met hun behoeften onder de voorwaarden en volgens de procedure voorzien in artikel 1, lid 2; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie, die met name de uitputtingsgraad van het contingent moet kunnen volgen en de Lid-Staten daarover moet kunnen inlichten;
Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van de aan genoemde Economische Unie toegewezen quota kan worden verricht door één van haar leden,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Van 1 april en tot en met 15 mei 1986 wordt voor de Gemeenschap van de Tien, het recht van het gemeenschappelijk douanetarief voor wortelen van post ex 07.01 G II van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Cyprus, binnen de grenzen van een communautair tariefcontingent ter grootte van 2 500 ton geschorst tot 6,8 %.
Het Protocol betreffende de definitie van het begrip »produkten van oorsprong" en de methoden van administratieve samenwerking (4), dat is gehecht aan het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Cyprus, is van toepassing.
2. Indien een importeur melding maakt van op handen zijnde invoer van het betrokken produkt in een Lid-Staat en indien hij verzoekt om voor het contingent in aanmerking te komen, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming van een hoeveelheid die overeenstemt met zijn behoeften, voor zover het beschikbare saldo van het contingent zulks toelaat.
3. De opnemingen krachtens lid 2 zijn geldig tot het einde van de contingentsperiode.
Artikel 2
1. De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat de opgenomen hoeveelheden in uitvoering van artikel 1, lid 2, zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op hun gecumuleerde aandelen in het communautaire contingent.
2. Elke Lid-Staat waarborgt de importeurs van de betrokken produkten vrije toegang tot het contingent zolang het saldo van het contingent dit toelaat.
3. De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden op hun opnemingen af naar gelang de betrokken produkten bij de douane ten invoer in het vrije verkeer worden aangegeven.
4. De uitputtingsgraad van het contingent wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelheden die op de in lid 3 omschreven wijze zijn afgeboekt.
Artikel 3
Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de Commissie op de hoogte van de invoer van het betrokken produkt, die daadwerkelijk op het contingent is afgeboekt.
Artikel 4
De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te bereiken dat deze verordening wordt nagekomen.
Artikel 5
Deze verordening treedt in werking op 1 april 1986.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 24 maart 1986.
Voor de Raad
De Voorzitter
G. BRAKS
(1) PB nr. L 369 van 30. 12. 1983, blz. 1.
(2) PB nr. L 351 van 28. 12. 1985, blz. 9.
(3) PB nr. L 50 van 28. 2. 1986, blz. 40.
(4) PB nr. L 339 van 28. 12. 1977, blz. 19.