Home

Verordening (EEG) nr. 1428/86 van de Commissie van 14 mei 1986 met betrekking tot de bepalingen voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bewaarkaas gedurende het melkprijsjaar 1986/1987

Verordening (EEG) nr. 1428/86 van de Commissie van 14 mei 1986 met betrekking tot de bepalingen voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bewaarkaas gedurende het melkprijsjaar 1986/1987

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1428/86 VAN DE COMMISSIE

van 14 mei 1986

met betrekking tot de bepalingen voor de toekenning van steun voor de particuliere opslag van bewaarkaas gedurende het melkprijsjaar 1986/1987

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1335/86 (2), en met name op artikel 9, lid 3, en artikel 28,

Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 508/71 van de Raad (3) wordt bepaald dat kan worden besloten tot het verlenen van steun aan de particuliere opslag voor bepaalde soorten bewaarkaas indien door seizoenopslag een ernstig gebrek aan evenwicht op de markt kan worden opgeheven of verminderd;

Overwegende dat de seizoengebondenheid van de produktie van Emmentaler en Gruyère nog wordt verergerd door de omgekeerde seizoengebondenheid van het verbruik van deze kaassoorten; dat het bijgevolg dienstig is over te gaan tot de opslag van deze kaassoorten, voor een hoeveelheid die overeenkomt met het verschil tussen de produktie in de zomermaanden en die in de wintermaanden;

Overwegende dat het met betrekking tot de uitvoeringsbepalingen van deze maatregel dienstig is grotendeels de bepalingen aan te houden die voor een analoge maatregel gedurende de vorige melkprijsjaren, in het bijzonder voor het seizoen 1985/1986, bij Verordening (EEG) nr. 1083/85 van de Commissie (4), werden vastgesteld;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Er wordt steun verleend voor de particuliere opslag van 22 150 ton Emmentaler en Gruyère, die zijn vervaardigd in de Gemeenschap en die aan de in de artikelen 2 en 3 vastgestelde voorwaarden voldoen.

Artikel 2

1. Het interventiebureau sluit slechts een opslagcontract wanneer aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) de partij kaas, waarop de overeenkomst betrekking heeft, is samengesteld uit ten minste 5 ton;

b) op de kazen moet, in onuitwisbare letters, de aanduiding, in voorkomend geval in de vorm van een nummer, van de onderneming waar zij werden vervaardigd en van de dag en de maand van vervaardiging zijn aangebracht;

c) de kazen werden ten minste 10 dagen voor de aanvangsdatum van de in de overeenkomst vermelde opslag vervaardigd;

d) de kazen hebben voldaan aan een kwaliteitsonderzoek waaruit is gebleken dat zij voldoende waarborgen bieden om na hun rijping te worden ingedeeld:

- in klasse A in Frankrijk,

- in »Markenkaese" of »Klasse fein" in Duitsland,

- als eerste kwaliteit in Denemarken,

- als »Special Grade" in Ierland;

e) de depothouder verbindt zich ertoe:

- tijdens de gehele duur van de opslag de kazen te bewaren in ruimten waarvan de maximumtemperatuur in lid 2 is aangeduid,

- tijdens de duur van de overeenkomst de samenstelling van de in het contract begrepen partij niet zonder machtiging van het interventiebureau te wijzigen. Voor zover de voorwaarde betreffende de per partij vastgestelde minimale hoeveelheid in acht genomen blijft, mag het interventiebureau een tot uitslag of vervanging van de kaas beperkt blijvende wijziging toestaan, indien wordt vastgesteld dat de opslag wegens kwaliteitsverlies niet mag voortduren.

Bij uitslag van bepaalde hoeveelheden wordt het contract:

i) indien bedoelde hoeveelheden met toestemming van het interventieorganisme worden vervangen, beschouwd als geen enkele wijziging te hebben ondergaan;

ii) indien bedoelde hoeveelheden niet worden vervangen, beschouwd als van de aanvang af voor de nog opgeslagen gebleven hoeveelheid te zijn afgesloten.

De uit een dergelijke wijziging voortvloeiende controlekosten komen ten laste van de opslaghouder;

- een voorraadboekhouding te voeren en iedere week het interventiebureau in kennis te stellen van de inslag en uitslag die gedurende de verstreken week hebben plaatsgevonden.

2. De maximumtemperatuur van de opslagruimten bedraagt + 6 °C voor Emmentaler en + 10 °C voor Gruyère-soorten. De Lid-Staten worden gemachtigd een temperatuur van ten hoogste + 10 °C toe te staan voor Emmentaler in het geval dat de kaas waarop de overeenkomst betrekking heeft reeds van te voren is gerijpt.

3. De opslagovereenkomst

a) wordt schriftelijk gesloten en in de overeenkomst wordt de datum van het begin van de contractuele opslag vermeld; deze datum mag ten vroegste de dag zijn die volgt op de dag van de beëindiging van de inslag van de partij kaas waarop de overeenkomst betrekking heeft;

b) wordt gesloten na beëindiging van de inslag van de partij kaas waarop de overeenkomst betrekking heeft en uiterlijk 40 dagen na de datum van het begin van de contractuele opslag.

Artikel 3

1. De steun wordt slechts verleend voor de kaas die is ingeslagen gedurende de periode van inslag. Deze begint op 1 mei 1986 en eindigt uiterlijk op 30 september van hetzelfde jaar.

2. De opgeslagen kaas kan slechts worden uitgeslagen gedurende de periode van uitslag. Deze begint op 1 oktober 1986 en eindigt op 31 maart van het volgende jaar.

Artikel 4

1. Het bedrag van de steun wordt vastgesteld op 2,24 Ecu per ton en per dag. De omrekening ervan in nationale munteenheid vindt plaats met behulp van de representatieve koers die van toepassing is op de laatste dag van de contractuele opslag.

2. Er wordt geen steun verleend wanneer de duur van de contractuele opslag minder dan 90 dagen bedraagt. Het maximumbedrag van de steun kan niet hoger zijn dan het bedrag dat overeenkomt met een contractuele opslagduur van 180 dagen.

In afwijking van artikel 2, lid 1, sub e), tweede streepje, mag de opslaghouder aan het einde van het in de eerste alinea bedoelde tijdvak van 90 dagen, en na het begin van de in artikel 3, lid 2, bedoelde periode van uitslag, een gehele onder contract staande partij of een gedeelte ervan uitslaan.

De hoeveelheid die mag worden uitgeslagen bedraagt ten minste 500 kg. De Lid-Staten kunnen echter deze hoeveelheid verhogen tot 2 ton.

De datum van het begin van de uitslag van de partij kaas waarop de overeenkomst betrekking heeft, is niet begrepen in de periode van contractuele opslag.

Artikel 5

De in deze verordening bedoelde termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden worden vastgesteld overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 (1).

Artikel 3, lid 4, van die verordening is evenwel niet van toepassing voor de vaststelling van de in deze verordening bedoelde termijnen.

Artikel 6

Het interventiebureau treft de nodige maatregelen om de controle op de partijen die onder contract staan te verzekeren. Het bepaalt met name dat een merkteken moet worden aangebracht op de kazen waarop de overeenkomst betrekking heeft.

Artikel 7

De Lid-Staten delen aan de Commissie uiterlijk op de dinsdag van iedere week mee:

a) de hoeveelheden kaas waarvoor in de loop van de voorafgaande week opslagovereenkomsten zijn gesloten;

b) eventueel de hoeveelheden waarvoor de in artikel 2, lid 1, sub e), tweede streepje, bedoelde machtiging werd verleend.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 mei 1986.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 14 mei 1986.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.

(2) PB nr. L 119 van 8. 5. 1986, blz. 19.

(3) PB nr. L 58 van 11. 3. 1971, blz. 1.

(4) PB nr. L 114 van 27. 4. 1985, blz. 31.

(1) PB nr. L 124 van 8. 6. 1971, blz. 1.