Home

Verordening (EEG) nr. 1649/86 van de Raad van 26 mei 1986 betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor bepaalde dierlijke oliën en vetten van mariene oorsprong, van post ex 15.12 B van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Noorwegen

Verordening (EEG) nr. 1649/86 van de Raad van 26 mei 1986 betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor bepaalde dierlijke oliën en vetten van mariene oorsprong, van post ex 15.12 B van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Noorwegen

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1649/86 VAN DE RAAD

van 26 mei 1986

betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van een communautair tariefcontingent voor bepaalde dierlijke oliën en vetten van mariene oorsprong, van post ex 15.12 B van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Noorwegen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gelet op de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat er op 14 mei 1973 een Overeenkomst is gesloten tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen; dat als gevolg van de toetreding tot de Gemeenschap van Spanje en Portugal er binnenkort een Aanvullend Protocol zal worden ondertekend; dat, in afwachting van de inwerkingtreding van dit Protocol, de Raad bij Verordening (EEG) nr. 774/86 (1) de regeling heeft vastgesteld die van toepassing is op het handelsverkeer inzake landbouwprodukten, met name met Noorwegen;

Overwegende dat voornoemde verordening voorziet in de opening, vanaf 1 maart 1986, van een communautair tariefcontingent tegen verlaagd recht, voor bepaalde dierlijke oliën en vetten van mariene oorsprong, andere dan van walvis of van potvis, van oorsprong uit Noorwegen; dat het bedoelde tariefcontingent derhalve dient te worden geopend voor de periode van 1 maart tot en met 31 december 1986; dat in afwezigheid van een clausule »pro rata temporis" het voorziene jaarlijkse contingent voor die periode dient te worden geopend;

Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemd contingent en dat het aan dat contingent verbonden recht in alle Lid-Staten zonder onderbreking wordt toegepast op alle invoer van het betrokken produkt tot op het tijdstip waarop het contingent geheel is uitgeput; dat het evenwel, aangezien het gaat om een tariefcontingent dat behoeften moet dekken die niet met voldoende nauwkeurigheid kunnen worden vastgesteld, dienstig is om niet in een verdeling tussen de Lid-Staten te voorzien, onverminderd het opnemen uit het contingent van hoeveelheden die overeenstemmen met hun behoeften onder nader te bepalen voorwaarden en volgens een nader te bepalen procedure; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie, die met name de uitputtingsgraad van het contingent moet kunnen volgen en de Lid-Staten daarover moet kunnen inlichten;

Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van de aan genoemde Economische Unie toegewezen quota kan worden verricht door een van haar leden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Tot en met 31 december 1986 wordt het recht van het gemeenschappelijk douanetarief voor dierlijke oliën en vetten van mariene oorsprong, andere dan van walvis of van potvis, in verpakkingen met een inhoud van meer dan 1 kilogram, vallende onder post ex 15.12 B van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Noorwegen, binnen de grenzen van een communautair tariefcontingent van 1 000 ton geschorst tot op een niveau van 8,5 %.

Binnen de grenzen van dit tariefcontingent passen Spanje en Portugal rechten toe die berekend worden overeenkomstig de ter zake in de Toetredingsakte van 1985 vastgestelde bepalingen.

Het Protocol betreffende de definitie van het begrip »produkten van oorsprong" en betreffende de methoden van administratieve samenwerking, dat aan de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en het Koninkrijk Noorwegen is gehecht, is van toepassing.

2. Indien een importeur melding maakt van op handen zijnde invoer van het betrokken produkt in een Lid-Staat en indien hij verzoekt om voor het contingent in aanmerking te komen, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming van een hoeveelheid die overeenstemt met zijn behoeften, voor zover het beschikbare saldo van het contingent zulks toelaat.

3. De opnemingen krachtens lid 2 zijn geldig tot het einde van de contingentsperiode.

Artikel 2

1. De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat de opnemingen krachtens artikel 1, lid 2, zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op hun gecumuleerde aandelen in het communautaire contingent.

2. Elke Lid-Staat waarborgt de importeurs van het betrokken produkt vrije toegang tot het contingent zolang het saldo van het contingent zulks toelaat.

3. De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden op hun opnemingen af al naar gelang dat de betrokken produkten bij de douane ten invoer in het vrije verkeer worden aangegeven.

4. De uitputtingsgraad van het contingent wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelheden die op de in lid 3 omschreven wijze zijn afgeboekt.

Artikel 3

Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de Commissie op de hoogte van de invoer van het betrokken produkt, die daadwerkelijk van het contingent is afgeboekt.

Artikel 4

De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te bereiken dat deze verordening wordt nageleefd.

Artikel 5

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing vanaf 1 maart 1986.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 26 mei 1986.

Voor de Raad

De Voorzitter

G. BRAKS

(1) PB nr. L 56 van 1. 3. 1986, blz. 113.