Home

Verordening (EEG) nr. 1854/86 van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor Sherrywijn (Xereswijn) van post ex 22.05 C van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Spanje (1986/1987)

Verordening (EEG) nr. 1854/86 van de Raad van 12 juni 1986 betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor Sherrywijn (Xereswijn) van post ex 22.05 C van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Spanje (1986/1987)

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1854/86 VAN DE RAAD

van 12 juni 1986

betreffende de opening, de verdeling en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor Sherrywijn (Xereswijn) van post ex 22.05 C van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Spanje (1986/1987)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal, inzonderheid op de artikelen 30 en 75,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat krachtens de artikelen 30 en 75 van de Toetredingsakte de douanerechten die van toepassing zijn bij de invoer in de Gemeenschap van de Tien op Sherrywijn van post ex 22.05 C van het gemeenschappelijk douanetarief, van oorsprong uit Spanje, in het kader van gemeenschappelijke tariefcontingenten van 108 120 hl in verpakkingen inhoudende twee liter of minder en van 685 000 hl in verpakkingen inhoudende meer dan twee liter, geleidelijk afgeschaft worden; dat deze rechten op 1 maart 1986 tot 87,5 % en op 1 januari 1987 tot 75 % van de basisrechten zijn, respectievelijk worden verlaagd; dat, in afwijking van artikel 30 van de voornoemde Akte, Verordening (EEG) nr. 443/86 (1) bepaalt dat de basisrechten die zijn die daadwerkelijk van toepassing waren op 1 januari 1986; dat derhalve, voor het bepalen van de toepasselijke rechten bij de invoer van deze wijnen, voor de periode van 1 juli 1986 tot 30 juni 1987 gemeenschappelijke tariefcontingenten dienen te worden geopend voor:

- 108 120 hectoliter Sherrywijn, van oorsprong uit Spanje, van tariefposten ex 22.05 C III a) 1 en ex 22.05 C IV a) 1 en

- 685 000 hectoliter Sherrywijn, van oorsprong uit Spanje, van tariefposten ex 22.05 C III b) 1 en ex 22.05 C IV b) 1

tegen de rechten opgenomen in de tabel in artikel 1;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 3792/85 van de Raad van 20 december 1985 tot vaststelling van de regeling voor het handelsverkeer van landbouwprodukten tussen Spanje en Portugal (2) voorziet in een bijzondere regeling bij de invoer in Portugal van de betrokken produkten van oorsprong uit Spanje; dat de gemeenschappelijke tariefcontingenten bijgevolg slechts in de Gemeenschap van de Tien van toepassing zijn;

Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in gelijke mate gebruik kunnen maken van de door de bedoelde contingenten geboden mogelijkheden en dat de daaraan verbonden rechten in alle Lid-Staten zonder onderbreking worden toegepast op alle invoer van de betrokken produkten tot op het tijdstip waarop de contingenten geheel zijn uitgeput; dat een regeling voor het beheer van de communautaire tariefcontingenten, gebaseerd op een verdeling over de Lid-Staten, in overeenstemming lijkt te zijn met het communautaire karakter van die contingenten in het licht van de hierboven uiteengezette beginselen; dat die verdeling, om zo goed mogelijk de werkelijke ontwikkeling op de markt van de bedoelde produkten weer te geven, moet geschieden naar verhouding van de behoeften van de Lid-Staten, berekend enerzijds op grond van de statistische gegevens betreffende de invoer van de betrokken produkten uit Spanje over een representatieve referentieperiode, en anderzijds op grond van de economische vooruitzichten voor de betrokken contingentsperiode;

Overwegende dat van de invoer in de Gemeenschap van de betrokken produkten uit Spanje gedurende de laatste drie jaren waarover statistische gegevens beschikbaar zijn, de afzonderlijke Lid-Staten de hierna genoemde percentages voor hun rekening namen:

1.2.3.4 // // // // // // 1983 // 1984 // 1985 // // // // // Sherrywijn: // // // // - in verpakkingen inhoudende twee liter of minder: // // // // Benelux // 37,13 // 40,93 // 40,80 // Denemarken // 1,73 // 1,95 // 1,71 // Duitsland // 32,68 // 27,58 // 26,63 // Griekenland // 0,04 // 0,02 // 0,01 // Frankrijk // 0,24 // 0,31 // 0,23 // Ierland // 1,03 // 1,24 // 1,11 // Italië // 0,32 // 0,26 // 0,33 // Verenigd Koninkrijk // 26,83 // 27,71 // 29,18 // - in verpakkingen inhoudende meer dan twee liter: // // // // Benelux // 39,75 // 41,96 // 41,27 // Denemarken // 3,58 // 2,39 // 2,45 // Duitsland // 2,58 // 2,18 // 2,05 // Griekenland // - // - // - // Frankrijk // 0,06 // 0,03 // 0,01 // Ierland // 0,67 // 0,66 // 0,87 // Italië // - // - // - // Verenigd Koninkrijk // 53,36 // 52,78 // 53,35 // // // //

Overwegende dat, gelet op deze gegevens en de ramingen van bepaalde Lid-Staten, de percentages voor de eerste verdeling van de contingenten bij benadering als volgt kunnen worden vastgesteld:

1.2,3 // // // Lid-Staten // Sherrywijn in verpakkingen inhoudende // 1.2.3 // // twee liter of minder // meer dan twee liter // // // // Benelux // 39,59 // 41,00 // Denemarken // 1,79 // 2,80 // Duitsland // 29,00 // 2,26 // Griekenland // 0,02 // 0,01 // Frankrijk // 0,26 // 0,03 // Ierland // 1,12 // 0,74 // Italië // 0,32 // 0,01 // Verenigd Koninkrijk // 27,90 31. 12. 1985, blz. 7.

Overwegende dat het, ten einde rekening te houden met de ontwikkeling van de invoer van de betrokken produkten in de verschillende Lid-Staten, dienstig is de contingenten in twee gedeelten te splitsen, waarvan het eerste gedeelte over de Lid-Staten wordt verdeeld, terwijl het tweede gedeelte een reserve vormt ter voorziening in de verdere behoeften van de Lid-Staten die hun aanvankelijke quota hebben opgebruikt; dat het, ten einde aan de importeurs van elke Lid-Staat enige zekerheid te verschaffen, dienstig is het eerste gedeelte van elk communautair contingent vast te stellen op niveaus die in het onderhavige geval 95 % en 90 % van het volume van de contingenten zouden kunnen bedragen;

Overwegende dat de aanvankelijke quota van de Lid-Staten meer of minder spoedig kunnen zijn opgebruikt; dat het, ten einde daarmee rekening te houden en elke onderbreking te voorkomen, van belang is dat iedere Lid-Staat die een van zijn aanvankelijke quota nagenoeg geheel heeft opgebruikt, overgaat tot opneming van een extra quotum uit de overeenkomstige reserve; dat dergelijke opnemingen door elke Lid-Staat moeten worden verricht wanneer elk van zijn extra quota vrijwel geheel is benut, en wel zo vaak als de reserve dit toelaat; dat de aanvankelijke en de extra quota moeten gelden tot aan het einde van de contingentsperiode; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie, die met name de benuttingsgraad van de contingenten moet kunnen volgen en de Lid-Staten daarover moet kunnen inlichten;

Overwegende dat het noodzakelijk is dat een Lid-Staat die op een bepaald tijdstip van de contingentsperiode een aanzienlijk overschot heeft, daarvan een aanmerkelijk percentage terugstort in de reserve, ten einde te voorkomen dat in een Lid-Staat een gedeelte van het communautaire tariefcontingent onbenut blijft, terwijl andere Lid-Staten er gebruik van zouden kunnen maken;

Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van de aan de genoemde Economische Unie toegewezen quota kan worden verricht door een van haar leden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Van 1 juli 1986 tot en met 30 juni 1987 worden de rechten van het gemeenschappelijk douanetarief voor de onderstaande Sherrywijn, van oorsprong uit Spanje, in de Gemeenschap van de Tien binnen de grenzen der volgende communautaire tariefcontingenten gedeeltelijk geschorst tot de hieronder aangegeven niveaus.

1.2.3,4.5 // // // // // Nr. van het gemeenschappelijk douanetarief // Omschrijving // Invoerrechten (in Ecu/hl) // Grootte van het contingent (in hl) // 1.2.3.4.5 // // // van 1 juli tot 31 december 1986 // van 1 januari tot 30 juni 1987 // // // // // // // ex 22.05 C III a) 1 // Sherrywijn // 5,6 // 4,8 // 108 120 // ex 22.05 C IV a) 1 // Sherrywijn // 6,1 // 5,2 // // ex 22.05 C III b) 1 // Sherrywijn // 5,7 // 4,9 // 685 000 // ex 22.05 C IV b) 1 // Sherrywijn // 6,3 // 5,4 // // // // // //

Artikel 2

1. De in artikel 1 bedoelde tariefcontingenten worden in twee gedeelten gesplitst.

2. Een eerste gedeelte van ieder contingent wordt over de Lid-Staten verdeeld; de quota die, behoudens artikel 5, tot en met 30 juni 1987 gelden, bedragen de volgende hoeveelheden:

(in hl)

1.2,3 // // // Lid-Staten // Sherrywijn van de posten // 1.2.3 // // ex 22.05 C III a) 1 en ex 22.05 C IV a) 1 // ex 22.05 C III b) 1 en ex 22.05 C IV b) 1 // // // // Benelux // 40 600 // 252 560 // Denemarken // 1 840 // 17 250 // Duitsland // 29 755 // 13 920 // Griekenland // 10 // 60 // Frankrijk // 265 // 190 // Ierland // 1 153 // 4 560 // Italië // 327 // 60 // Verenigd Koninkrijk // 28 610 // 327 400 // // // // Totaal // 102 560 // 616 000 // // //

3. Het tweede gedeelte van ieder contingent, ter grootte van respectievelijk 5 560 en 69 000 hectoliter, vormt de overeenkomstige reserve.

Artikel 3

1. Indien een van de aanvankelijke quota van een Lid-Staat, zoals vastgesteld in artikel 2, lid 2, dan wel datzelfde quotum verminderd met het bij toepassing van artikel 5 in de reserve teruggestorte gedeelte, voor 90 % of meer is benut, gaat deze Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, onverwijld over tot opneming, voor zover in de reserve nog een voldoende hoeveelheid aanwezig is, van een tweede quotum ter grootte van 10 % van zijn aanvankelijk quotum, eventueel op de volgende eenheid naar boven afgerond.

2. Indien een Lid-Staat, na volledige benutting van een van zijn aanvankelijke quota, het door hem opgenomen tweede quotum voor 90 % of meer heeft aangewend, gaat hij, op de wijze als bepaald in lid 1, over tot opneming van een derde quotum, gelijk aan 5 % van zijn aanvankelijk quotum, eventueel op de volgende eenheid naar boven afgerond. 3. Indien een Lid-Staat, na volledige benutting van zijn tweede quotum, het door hem opgenomen derde quotum voor 90 % of meer heeft aangewend, gaat hij op dezelfde wijze over tot opneming van een vierde quotum, dat gelijk is aan het derde.

Deze procedure wordt toegepast totdat de reserve is uitgeput.

4. In afwijking van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 kunnen de Lid-Staten overgaan tot opneming van geringere hoeveelheden dan de in die leden vastgestelde quota, wanneer er aanleiding is om aan te nemen dat die quota wellicht niet geheel zullen worden benut. Zij delen aan de Commissie de redenen mede die tot toepassing van het onderhavige lid hebben geleid.

Artikel 4

Alle overeenkomstig artikel 3 opgenomen extra quota gelden tot en met 30 juni 1987.

Artikel 5

De Lid-Staten storten uiterlijk op 1 april 1987 van het niet-benutte gedeelte van hun aanvankelijk quotum in de reserve terug, het deel dat op 15 maart 1987 20 % van het aanvankelijk quotum te boven gaat. Zij kunnen een grotere hoeveelheid terugstorten, wanneer er aanleiding is om aan te nemen dat deze wellicht onbenut zal blijven.

De Lid-Staten geven uiterlijk op 1 april 1987 de Commissie kennis van de totale invoer van de betrokken produkten, die tot en met 15 maart 1987 heeft plaatsgevonden en op het communautaire contingent is afgeboekt, alsmede eventueel van het gedeelte van hun aanvankelijk quotum dat zij in de reserve terugstorten.

Artikel 6

De Commissie houdt boek van de door de Lid-Staten overeenkomstig de artikelen 2 en 3 geopende quota, en brengt, zodra de opgaven haar bereiken, elke Lid-Staat op de hoogte van de in de reserves nog aanwezige hoeveelheden.

Zij stelt de Lid-Staten uiterlijk op 5 april 1987 in kennis van de stand der reserve, na de overeenkomstig artikel 5 verrichte terugstortingen.

Zij ziet erop toe dat de opneming waardoor een van de reserves volledig wordt uitgeput, tot de nog beschikbare hoeveelheid beperkt blijft en deelt te dien einde aan de Lid-Staat die deze laatste opneming verricht mede, hoeveel het saldo bedraagt.

Artikel 7

1. De Lid-Staten nemen alle dienstige maatregelen opdat bij opening van de met toepassing van artikel 3 door hen opgenomen extra quota, de door hen ingevoerde hoeveelheden zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op hun gecumuleerd aandeel in de communautaire tariefcontingenten.

2. De Lid-Staten waarborgen de importeurs van de betrokken produkten vrije toegang tot de hun toegewezen quota.

3. De uitputtingsgraad van de quota van de Lid-Staten wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelheden van de betrokken produkten die bij de douane ten invoer in het vrije verkeer worden aangegeven.

Artikel 8

Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de Commissie op de hoogte van de invoer van de betrokken produkten, die daadwerkelijk op hun quota is afgeboekt.

Artikel 9

De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te bereiken dat deze verordening wordt nagekomen.

Artikel 10

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 1986.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Luxemburg, 12 juni 1986.

Voor de Raad

De Voorzitter

P. WINSEMIUS // 53,15 // // //

(1) PB nr. L 50 van 28. 2. 1986, blz. 9. (2) PB nr. L 367 van