87/75/EEG: Besluit van de Commissie van 7 januari 1987 betreffende de instelling van een Raadgevend Comité voor suiker
87/75/EEG: Besluit van de Commissie van 7 januari 1987 betreffende de instelling van een Raadgevend Comité voor suiker
BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 7 januari 1987 betreffende de instelling van een Raadgevend Comité voor suiker ( 87/75/EEG )
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Overwegende dat een Raadgevend Comité voor suiker is ingesteld bij Besluit 69/146/EEG van de Commissie ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij Besluit 86/57/EEG ( 2 );
Overwegende dat het aantal zetels na de toetreding van de nieuwe Lid-Staten moet worden uitgebreid en herverdeeld; dat ook de procedure van vervanging van de leden moet worden aangepast;
Overwegende dat de bepalingen die betrekking hebben op het Raadgevend Comité voor suiker herhaaldelijk zijn gewijzigd en daardoor moeilijk hanteerbaar zijn geworden; dat zij daarom gecodificeerd dienen te worden;
Overwegende dat het voor de Commissie van belang is adviezen in te winnen van beroepskringen en consumenten over de vraagstukken welke zich voordoen ten aanzien van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker;
Overwegende dat alle beroepsgroepen die rechtstreeks betrokken zijn bij de totstandbrenging van deze marktordening, alsook de consumenten, in de gelegenheid moeten worden gesteld deel te nemen aan de opstelling van de door de Commissie gevraagde adviezen;
Overwegende dat de betrokken beroepsverenigingen en de groeperingen van consumenten uit de Lid-Staten in het kader van de Gemeenschap organisaties hebben opgericht die in staat zijn de respectieve kringen uit alle Lid-Staten te vertegenwoordigen,
BESLUIT :
Artikel 1
1 . Bij de Commissie wordt een Raadgevend Comité voor suiker ingesteld, hierna het "Comité" te noemen .
2 . In het Comité zijn de volgende economische groeperingen vertegenwoordigd : de landbouwproducenten, de landbouwcooeperaties, de landbouw - en voedingsmiddelenindustrie, de handel in landbouwprodukten en voedingsmiddelen, de werknemers in de landbouw - en voedingsmiddelensector, alsmede de consumenten .
( 3 ) PB nr . L 122 van 22 . 5 . 1969, blz . 2 .
( 4 ) PB nr . L 68 van 11 . 3 . 1986, blz . 20 .
Artikel 2
1 . Het Comité kan door de Commissie worden geraadpleegd over alle aangelegenheden betreffende de toepassing van de verordeningen inzake de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, en met name over de maatregelen welke de Commissie in het kader van die verordeningen meent te moeten nemen.
2 . De voorzitter van het Comité kan de aandacht van de Commissie vestigen op de wenselijkheid dat het Comité geraadpleegd wordt over een aangelegenheid ten aanzien waarvan het bevoegd is en waarover aan het Comité geen advies is gevraagd . Hij doet zulks met name op verzoek van één der vertegenwoordigde economische groeperingen .
3 . Voor aangelegenheden betreffende
a ) leveringscontracten voor suikerbieten,
b ) betaling van suikerbieten en suikerriet,
c ) de afzetgebieden voor de suikerproduktie,
d ) vergoeding van de opslagkosten voor suiker,
e) de toewijzing van quota met name bij de fusie van ondernemingen,
kan de Commissie volgens de procedure van artikel 5 van dit besluit uitsluitend de vertegenwoordigers van de telers van suikerbieten en suikerriet en van de suikerfabrikanten raadplegen .
Artikel 3
1 . Het Comité bestaat uit 52 leden .
2 . De zetels worden als volgt verdeeld :
- 26 voor de in deze bedrijfstak werkzame producenten en landbouwcooeperaties,
- dertien voor de industrie die suiker en isoglucose produceert en de industrie die suiker verwerkt, namelijk :
- zeven voor de suikerfabrikanten,
- één voor de isoglucoseproducenten,
- één voor de industrie die ruwe suiker raffineert,
- vier voor de suikerverwerkende industrie,
- drie voor de suiker - en melassehandel,
- vijf voor de werknemers in de landbouw en in de voedingsmiddelensector,
- vijf voor de consumenten .
Artikel 4
1. De leden van het Comité worden door de Commissie benoemd op voordracht van de op het vlak van de Gemeenschap bestaande beroepsorganisaties die het meest representatief zijn voor de in artikel 1, lid 2, bedoelde economische groeperingen en waarvan de activiteiten in het kader van de gemeenschappelijke marktordening in de sector suiker vallen; de vertegenwoordigers van de consumenten worden echter benoemd op voorstel van het Raadgevend Comité van consumenten .
Voor elk van de beschikbare zetels stellen deze organisaties twee kandidaten van verschillende nationaliteit voor .
2 . De leden van het Comité worden voor een periode van drie jaar benoemd . Zij zijn herbenoembaar . Voor de functies welke de leden van het Comité vervullen wordt geen bezoldiging toegekend .
Na afloop van deze periode van drie jaar blijven de leden van het Comité in functie totdat in hun vervanging of in de verlenging van hun ambtstermijn wordt voorzien .
Bij aftreden of overlijden van een lid of in geval van vervanging op verzoek van de instantie die het lid heeft voorgedragen, wordt in zijn vervanging voorzien volgens de in lid 1 aangegeven procedure .
3 . De lijst van de leden wordt ter informatie door de Commissie bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .
Artikel 5
1 . Er wordt in het kader van het Comité een paritaire groep ingesteld, bestaande uit elf vertegenwoordigers van de suikerbieten - en suikerriettelers en elf vertegenwoordigers van de suikerfabrikanten, die door de Commissie op voorstel van de belanghebbende beroepsorganisaties worden benoemd op dezelfde wijze als bepaald in artikel 4 van dit besluit .
De leden van de paritaire groep hoeven geen lid van het Comité te zijn .
2 . Indien en uitsluitend voor zover een lid van de paritaire groep een vergadering niet kan bijwonen, kan een plaatsvervanger worden aangewezen . De beroepsorganisatie waartoe het verhinderd lid behoort, stelt eventueel een plaatsvervanger aan de voorzitter voor .
3 . De voorzitter van de paritaire groep kan de aandacht van de Commissie vestigen op de wenselijkheid dat de paritaire groep wordt geraadpleegd over een aangelegenheid als bedoeld in lid 3 van artikel 2 en waarover de groep niet geraadpleegd is . Hij doet zulks met name op verzoek van één van de in de paritaire groep vertegenwoordigde economische groeperingen .
Artikel 6
1 . Na raadpleging van de Commissie kiest het Comité voor een periode van drie jaar een voorzitter .
De voorzitter is in de eerste stemronde verkozen bij een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden en in de volgende stemronden bij gewone meerderheid van de aanwezige leden . Bij staking van de stemmen wordt het voorzitterschap tijdelijk waargenomen door de Commissie .
2 . Het Comité kiest voor een periode van drie jaar twee vice-voorzitters . De vice-voorzitters worden gekozen uit de
vertegenwoordigers van de andere economische groeperingen dan die waartoe de voorzitter behoort .
De verkiezing geschiedt volgens de in lid 1 beschreven procedure .
Het Comité kan volgens dezelfde procedure andere leden van het bureau benoemen . In dat geval bestaat het bureau, behalve uit de voorzitter, uit ten hoogste één vertegenwoordiger van elk der in het Comité vertegenwoordigde economische groeperingen .
Het bureau zorgt voor de voorbereiding en de organisatie van de werkzaamheden van het Comité .
3 . De paritaire groep kiest uit zijn leden voor de duur van één jaar een voorzitter en een vice-voorzitter . De verkiezing geschiedt volgens de in lid 1 beschreven procedure .
De voorzitter en de vice-voorzitter mogen niet tot dezelfde economische groepering behoren . Zij worden afwisselend gekozen uit de twee vertegenwoordigde economische groeperingen .
Artikel 7
1 . Alleen de vertegenwoordigers van de Commissie, de leden van de Comités of afdelingen of, indien zij verhinderd zijn, hun vervangers, alsmede de overeenkomstig lid 3, 4 of 7 uitgenodigde personen mogen aan de vergaderingen deelnemen of deze bijwonen .
2 . Aan de vergaderingen van de paritaire groep mag slechts worden deelgenomen door de vertegenwoordigers van de Commissie, de leden van de paritaire groep of, indien zij verhinderd zijn, hun vervanger, de voorzitter van het Comité en de overeenkomstig lid 5 of 7 uitgenodigde personen .
3 . Wanneer een lid van het Comité verhinderd is, mag de organisatie of mogen de organisaties waaraan een zetel is toegekend, een vervanger afvaardigen die moet worden gekozen uit een in overleg tussen de Commissie en de betrokken organisatie of organisaties opgestelde lijst . Op deze lijst moeten half zoveel namen voorkomen als het aantal vertegenwoordigende leden van de betrokken organisatie of organisaties .
Dit aantal is ten minste één en ten hoogste twaalf .
Indien een vervanger wordt afgevaardigd moet het secretariaat van het Comité daarvan ten minste zeven dagen vóór de vergadering in kennis worden gesteld .
4 . Op verzoek van een organisatie waaraan een of meer zetels in het Comité zijn toegekend, kan de voorzitter van het Comité, in overleg met de diensten van de Commissie, de algemene secretaris van die organisatie of een lid van het secretariaat uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen van het Comité bij te wonen .
Bij verhindering mag de algemene secretaris een door hem aangewezen waarnemer afvaardigen .
5 . Op verzoek van een organisatie waaraan een of meer zetels in de paritaire groep zijn toegekend, kan de voorzitter
van de paritaire groep, in overleg met de diensten van de Commissie, de algemene secretaris van de organisatie of een lid van het secretariaat uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen van de paritaire groep bij te wonen .
Bij verhindering mag de algemene secretaris een door hem aangewezen waarnemer afvaardigen .
6 . Waarnemers hebben niet het recht het woord te nemen . De voorzitter kan hun evenwel, in overleg met de diensten van de Commissie, verzoeken het woord te voeren .
7 . Op verzoek van een organisatie waaraan een of meer zetels zijn toegekend, kan, wanneer de onderwerpen op de agenda buitengewoon technisch zijn, de voorzitter, in overleg met de diensten van de Commissie, een of meer deskundigen uitnodigen aan de werkzaamheden van het Comité of de paritaire groep deel te nemen .
De Commissie kan op eigen initiatief personen die bijzonder deskundig zijn inzake een van de op de agenda vermelde onderwerpen, verzoeken aan de besprekingen van het Comité of de paritaire groep deel te nemen als deskundige .
Deskundigen mogen echter alleen deelnemen aan de bespreking van die punten die reden zijn voor hun aanwezigheid ter vergadering .
Artikel 8
Het Comité of de paritaire groep kan in overleg met de diensten van de Commissie werkgroepen instellen om de werkzaamheden te vergemakkelijken .
Artikel 9
1 . Het Comité en de paritaire groep worden door de Commissie bijeengeroepen en vergaderen in de plaats waar de Commissie haar zetel heeft . Het bureau wordt in overleg met de Commissie door de voorzitter bijeengeroepen .
2 . De vertegenwoordigers van de betrokken diensten van de Commissie wonen de vergaderingen van het Comité, van het bureau, van de paritaire groep en van de werkgroepen bij .
3 . De diensten van de Commissie belasten zich met het secretariaat van het Comité, van het bureau, van de paritaire groep en van de werkgroepen .
Artikel 10
De besprekingen in het Comité hebben betrekking op de door de Commissie gevraagde adviezen . Er wordt niet over gestemd .
De Commissie mag, wanneer zij het Comité om advies verzoekt, de termijn bepalen waarbinnen het advies moet worden uitgebracht .
De standpunten van de in het Comité vertegenwoordigde economische groeperingen worden vermeld in een verslag dat aan de Commissie wordt toegezonden .
Indien er met betrekking tot het gevraagde advies eenstemmigheid bestaat in het Comité, stelt het Comité gemeenschappelijke conclusies op, welke bij het verslag van de besprekingen worden gevoegd .
De resultaten van de besprekingen in het Comité worden door de Commissie ter kennis gebracht van de Raad of de Comités van beheer, indien deze organen daarom verzoeken .
Artikel 11
De voorzitter van de paritaire groep stelt het Comité op de hoogte van de werkzaamheden van deze groep .
Artikel 12
Onverminderd het bepaalde in artikel 214 van het Verdrag, zijn de leden van het Comité en van de paritaire groep, alsmede de plaatsvervangers bedoeld in artikel 5, lid 2, gehouden de inlichtingen, welke in verband met de werkzaamheden van het Comité, van de paritaire groep of van de werkgroepen aan hen zijn verstrekt, niet openbaar te maken, indien de Commissie mededeelt dat het gevraagde advies of de gestelde vraag betrekking heeft op een aangelegenheid welke een vertrouwelijk karakter draagt .
In dat geval nemen alleen de leden van het Comité en van de paritaire groep, de plaatsvervangers hierboven bedoeld en de vertegenwoordigers van de diensten van de Commissie aan de vergaderingen deel .
Artikel 13
Besluit 69/146/EEG van de Commissie wordt ingetrokken .
Artikel 14
Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 1987 .
Gedaan te Brussel, 7 januari 1987 .
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
EWG:L111UMBH05.95
FF : 1UHO; SETUP : 01; Hoehe : 1442 mm; 279 Zeilen; 12993 Zeichen;
Bediener : FRST Pr .: A;
Kunde :