87/76/EEG: Besluit van de Commissie van 7 januari 1987 betreffende de instelling van een Raadgevend Comité voor veevoeder
87/76/EEG: Besluit van de Commissie van 7 januari 1987 betreffende de instelling van een Raadgevend Comité voor veevoeder
BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 7 januari 1987 betreffende de instelling van een Raadgevend Comité voor veevoeder ( 87/76/EEG )
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Overwegende dat een Raadgevend Comité voor veevoeder is ingesteld bij Besluit 77/532/EEG van de Commissie ( 1 ), laatstelijk gewijzigd bij Besluit 83/77/EEG ( 2 );
Overwegende dat het aantal zetels na de toetreding van de nieuwe Lid-Staten moet worden uitgebreid en herverdeeld; dat ook de procedure van vervanging van de leden moet worden aangepast;
Overwegende dat de bepalingen die betrekking hebben op het Raadgevend Comité voor veevoeder herhaaldelijk zijn gewijzigd en daardoor moeilijk hanteerbaar zijn geworden; dat zij daarom gecodificeerd dienen te worden;
Overwegende dat een synthese moet worden gemaakt van alle factoren waardoor de produktie van de handel in en het verbruik van veevoeder worden bepaald en dat hierover met de beroepskringen en de consumenten overleg moet worden gepleegd;
Overwegende dat de betrokken beroepsverenigingen en de groeperingen van consumenten uit de Lid-Staten in het kader van de Gemeenschap organisaties hebben opgericht die in staat zijn de respectieve kringen uit alle Lid-Staten te vertegenwoordigen;
Overwegende dat tevens een taakomschrijving van de permanente werkgroep "erwten, tuin - en veldbonen" moet worden opgesteld,
BESLUIT :
Artikel 1
1 . Bij de Commissie wordt een Raadgevend Comité voor veevoeder ingesteld, hierna "het Comité" te noemen .
2 . In het Comité zijn de volgende economische groeperingen vertegenwoordigd : de landbouwproducenten, de landbouwcooeperaties, de industrie, de handel, de werknemers en de consumenten .
( 3 ) PB nr . L 211 van 19 . 8 . 1977, blz . 7 .
( 4 ) PB nr . L 51 van 24 . 2 . 1983, blz . 34 .
Artikel 2
Het Comité gaat over tot instelling van
- een permanente werkgroep "statistiek",
- een permanente werkgroep "proteïnen",
- een permanente werkgroep "kunstmatig gedroogde voedergewassen",
- een permanente werkgroep "erwten, tuin - en veldbonen ".
Het Comité kan in overleg met de diensten van de Commissie andere werkgroepen instellen om zijn werkzaamheden te vergemakkelijken .
Artikel 3
1 . Het Comité kan door de Commissie worden geraadpleegd over alle aangelegenheden betreffende de produktie, de afzet en het verbruik van veevoeder .
Het Comité is belast met de organisatie en de voorbereiding van de werkzaamheden van de permanente en de andere werkgroepen . Het Comité ziet erop toe dat deze groepen uitsluitend bestaan uit vertegenwoordigers van de sectoren die het meest direct zijn betrokken bij de onderwerpen die in deze groepen worden behandeld .
2 . De permanente werkgroep "statistiek" wordt belast met het onderzoek van de problemen inzake vraag en aanbod in de sector veevoeder .
3 . De permanente werkgroep "proteïnen" wordt belast met het onderzoek van de problemen inzake de proteïnevoorziening van de Gemeenschap .
4 . De permanente werkgroep "kunstmatig gedroogde voedergewassen" moet nagaan hoe de verordeningen betreffende de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector kunstmatig gedroogde veevoedergewassen worden toegepast en moet met name de maatregelen onderzoeken die de Commissie in het kader van de verordeningen meent te moeten nemen .
5 . De permanente werkgroep "erwten, tuin - en veldbonen" heeft tot taak om de toepassing van de reglementering inzake de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector erwten, tuin - en veldbonen te bezien, met name de maatregelen die de Commissie in het kader van deze regels moet treffen .
6 . De werkgroepen brengen aan het Comité verslag uit over de resultaten van hun werkzaamheden .
De werkgroepen wijzen een voorzitter en een rapporteur aan .
7 . De voorzitter van het Comité kan de aandacht van de Commissie vestigen op de wenselijkheid dat het Comité geraadpleegd wordt over een aangelegenheid ten aanzien waarvan het bevoegd is en waarover aan het Comité geen advies is gevraagd . Hij doet zulks met name op verzoek van een der vertegenwoordigde economische groeperingen .
Artikel 4
1 . Het Comité bestaat uit dertig leden .
2 . De zetels worden als volgt verdeeld :
- vijftien voor de in deze bedrijfstak werkzame producenten en landbouwcooeperaties,
- vijf voor de industrie,
- vier voor de handel,
- drie voor de werknemers,
- drie voor de consumenten .
Artikel 5
1 . De leden van het Comité worden door de Commissie benoemd op voordracht van de op het vlak van de Gemeenschap bestaande beroepsorganisaties die het meest representatief zijn voor de in artikel 1, lid 2, bedoelde economische groeperingen . De vertegenwoordigers van de consumenten worden echter benoemd op voorstel van het Raadgevend Comité van verbruikers, opgericht bij besluit van de Commissie van 25 september 1973 .
Voor elk van de beschikbare zetels stellen deze organisaties twee kandidaten van verschillende nationaliteit voor, die onderdaan van een Lid-Staat van de Gemeenschap dienen te zijn .
2 . De leden van het Comité worden voor een periode van drie jaar benoemd . Zij zijn herbenoembaar . Voor de functies welke de leden van het Comité vervullen wordt geen bezoldiging toegekend .
Na afloop van deze periode van drie jaar blijven de leden van het Comité in functie totdat in hun vervanging of in de verlenging van hun ambtstermijn wordt voorzien .
Bij aftreden of overlijden van een lid of in geval van vervanging op verzoek van de instantie die het lid heeft voorgedragen, wordt in zijn vervanging voorzien volgens de in lid 1 aangegeven procedure .
3 . De lijst van de leden wordt ter informatie door de Commissie bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .
Artikel 6
1 . Na raadpleging van de Commissie kiest het Comité voor een periode van drie jaar een voorzitter .
De voorzitter is in de eerste stemronde verkozen bij een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden en in volgende stemronden bij gewone meerderheid van stemmen van de aanwezige leden . Bij staking van de stemmen wordt het voorzitterschap tijdelijk waargenomen door de Commissie .
2 . Het Comité kiest voor een periode van drie jaar twee vice-voorzitters . De vice-voorzitters worden gekozen uit de vertegenwoordigers van de andere economische groeperingen dan die waartoe de voorzitter behoort .
De verkiezing geschiedt volgens de in lid 1 beschreven procedure .
Het Comité kan volgens dezelfde procedure andere leden van het bureau benoemen . In dat geval bestaat het bureau, behalve uit de voorzitter, uit ten hoogste één vertegenwoordiger van elk der in het Comité vertegenwoordigde economische groeperingen .
Het bureau zorgt voor de voorbereiding en de organisatie van de werkzaamheden van het Comité .
Artikel 7
1 . Alleen de vertegenwoordigers van de Commissie, de leden van het Comité of, indien zij verhinderd zijn, hun vervangers, alsmede de overeenkomstig lid 3 of 4 uitgenodigde personen mogen aan de vergaderingen deelnemen of deze bijwonen .
2 . Wanneer een lid van het Comité verhinderd is, mag de organisatie of mogen de organisaties waaraan een zetel is toegekend, een vervanger afvaardigen die moet worden gekozen uit een in overleg tussen de Commissie en de betrokken organisatie of organisaties opgestelde lijst . Deze lijst bevat half zoveel namen als het aantal vertegenwoordigende leden van de betrokken organisatie of organisaties .
Dit aantal is ten minste één en ten hoogste twaalf .
Indien een vervanger wordt afgevaardigd moet het secretariaat van het Comité daarvan ten minste zeven dagen vóór de vergadering in kennis worden gesteld .
3 . Op verzoek van een organisatie waaraan een of meer zetels in het Comité zijn toegekend, kan de voorzitter van het Comité, in overleg met de diensten van de Commissie, de algemene secretaris van die organisatie of een lid van het secretariaat uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen van het Comité bij te wonen .
Bij verhindering mag de algemene secretaris een door hem aangewezen waarnemer afvaardigen .
Waarnemers hebben niet het recht het woord te nemen . De voorzitter kan hun evenwel, in overleg met de diensten van de Commissie, verzoeken het woord te voeren .
4 . Op verzoek van een organisatie waaraan een of meer zetels zijn toegekend kan, wanneer de onderwerpen op de
agenda buitengewoon technisch zijn, de voorzitter, in overleg met de diensten van de Commissie, een of meer deskundigen uitnodigen aan de werkzaamheden van het Comité deel te nemen .
De Commissie kan op eigen initiatief personen die bijzonder deskundig zijn inzake een van de op de agenda vermelde onderwerpen, verzoeken aan de besprekingen van het Comité deel te nemen .
Deskundigen mogen echter alleen deelnemen aan de bespreking van die punten die reden zijn voor hun aanwezigheid ter vergadering .
Artikel 8
1 . Het Comité wordt door de Commissie bijeengeroepen en vergadert in de plaats waar de Commissie haar zetel heeft . Het bureau wordt in overleg met de Commissie door de voorzitter bijeengeroepen .
2 . De vertegenwoordigers van de betrokken diensten van de Commissie wonen de vergaderingen van het Comité, van het bureau en van de werkgroepen bij .
3 . De diensten van de Commissie belasten zich met het secretariaat van het Comité, van het bureau en van de werkgroepen .
Artikel 9
De besprekingen in het Comité hebben betrekking op de door de Commissie gevraagde adviezen . Er wordt niet over gestemd .
De Commissie mag, wanneer zij het Comité om advies verzoekt, de termijn bepalen waarbinnen een advies moet worden uitgebracht .
De standpunten van de in het Comité vertegenwoordigde economische groeperingen worden vermeld in een verslag dat aan de Commissie wordt toegezonden .
Indien er met betrekking tot het gevraagde advies eenstemmigheid bestaat in het Comité, stelt het Comité gemeenschappelijke conclusies op, welke bij het verslag van de besprekingen worden gevoegd .
De resultaten van de besprekingen worden door de Commissie ter kennis gebracht van de Raad of van de Comités van beheer, indien deze organen daarom verzoeken .
Artikel 10
Onverminderd het bepaalde in artikel 214 van het Verdrag, zijn de leden van het Comité gehouden de inlichtingen, welke in verband met de werkzaamheden van het Comité of van de werkgroepen aan hen ter kennis zijn gekomen, geheim te houden, indien de Commissie hun mededeelt dat het gevraagde advies of de gestelde vraag betrekking heeft op een aangelegenheid welke een vertrouwelijk karakter draagt .
In dat geval nemen alleen de leden van het Comité en de vertegenwoordigers van de diensten van de Commissie aan de vergaderingen deel.
Artikel 11
Besluit 77/532/EEG van de Commissie wordt ingetrokken .
Artikel 12
Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 1987 .
Gedaan te Brussel, 7 januari 1987 .
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
EWG:L111UMBH06.94
FF : 1UHO; SETUP : 01; Hoehe : 1374 mm; 242 Zeilen; 10889 Zeichen;
Bediener : UTE0 Pr .: C;
Kunde : ................................