87/87/EEG: Besluit van de Commissie van 7 januari 1987 betreffende de instelling van een Raadgevend Comité voor oliën en vetten
87/87/EEG: Besluit van de Commissie van 7 januari 1987 betreffende de instelling van een Raadgevend Comité voor oliën en vetten
BESLUIT VAN DE COMMISSIE van 7 januari 1987 betreffende de instelling van een Raadgevend Comité voor olien en vetten ( 87/87/EEG )
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Overwegende dat een Raadgevend Comité voor oliën en vetten is ingesteld bij Besluit 67/388/EEG van de Commissie ( 1 ), vervangen door Besluit 73/421/EEG ( 2 ), laatstelijk gewijzigd bij Besluit 83/77/EEG ( 3 );
Overwegende dat het aantal zetels na de toetreding van de nieuwe Lid-Staten moet worden uitgebreid en herverdeeld; dat ook de procedure van vervanging van de leden moet worden aangepast;
Overwegende dat de bepalingen die betrekking hebben op het Raadgevend Comité voor oliën en vetten herhaaldelijk zijn gewijzigd en daardoor moeilijk hanteerbaar zijn geworden; dat zij daarom gecodificeerd dienen te worden;
Overwegende dat het voor de Commissie van belang is adviezen in te winnen van beroepskringen en consumenten over de vraagstukken welke zich voordoen ten aanzien van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten;
Overwegende dat alle beroepsgroepen die rechtstreeks betrokken zijn bij de totstandbrenging van deze marktordening, alsook de consumenten, in de gelegenheid moeten worden gesteld deel te nemen aan de opstelling van de door de Commissie gevraagde adviezen;
Overwegende dat de betrokken beroepsverenigingen en de groeperingen van consumenten uit de Lid-Staten in het kader van de Gemeenschap organisaties hebben opgericht die in staat zijn de respectieve kringen uit alle Lid-Staten te vertegenwoordigen,
BESLUIT :
Artikel 1
1 . Bij de Commissie wordt een Raadgevend Comité voor oliën en vetten ingesteld, hierna het "Comité" te noemen .
2 . In het Comité zijn de volgende economische groeperingen vertegenwoordigd : de landbouwproducenten, de landbouwcooeperaties, de landbouw - en voedingsmiddelenindustrie, de handel in landbouwprodukten en voedingsmid -
( 4 ) PB nr . 119 van 20 . 6 . 1967, blz . 2343/67 .
( 5 ) PB nr . L 355 van 24 . 12 . 1973, blz . 40 .
( 6 ) PB nr . L 51 van 24 . 2 . 1983, blz . 34 .
delen, de werknemers in de landbouw - en voedingsmiddelensector, alsmede de consumenten .
3 . Het Comité is samengesteld uit de volgende twee gespecialiseerde afdelingen, die bestaan uit leden van het Comité :
- afdeling "olijven en afgeleide produkten",
- afdeling "oliehoudende zaden en vruchten en afgeleide produkten ".
Artikel 2
1 . Het Comité en elk van zijn gespecialiseerde afdelingen kunnen door de Commissie worden geraadpleegd over alle aangelegenheden betreffende de toepassing van de veror -
deningen inzake de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector oliën en vetten, en met name over de maatregelen welke de Commissie in het kader van die verordeningen meent te moeten nemen .
2 . De voorzitter van het Comité kan de aandacht van de Commissie vestigen op de wenselijkheid dat het Comité of de gespecialiseerde afdelingen geraadpleegd worden over een aangelegenheid ten aanzien waarvan zij bevoegd zijn en waarover aan het Comité of aan de gespecialiseerde afdelingen geen advies is gevraagd . Hij doet zulks met name op verzoek van één der vertegenwoordigde economische groeperingen .
Artikel 3
1 . Het Comité bestaat uit 68 leden .
2 . De zetels worden als volgt verdeeld :
a ) afdeling "olijven en afgeleide produkten ":
- twaalf voor de in deze bedrijfstak werkzame producenten en landbouwcooeperaties,
- vier voor de industrie welke olijfolie producert,
- drie voor de olijfoliehandel,
- drie voor de werknemers in de landbouw en in de voedingsmiddelensector,
- twee voor de consumenten;
b ) afdeling "oliehoudende zaden en vruchten en afgeleide produkten ":
- 22 voor de in deze bedrijfstak werkzame producenten en landbouwcooeperaties,
- tien voor de landbouw - en voedingsmiddelenindu -
strie en andere industrieën, waarvan :
- zes voor de industrieën welke andere olie dan olijfolie produceren,
- één voor de margarine-industrie,
- één voor de industrie die spijsolie verwerkt,
- één voor de industrie die olie voor technische doeleinden verwerkt,
- één voor de industrie die perskoeken verwerkt,
- drie voor de handel in oliehoudende zaden,
- drie voor de werknemers in de landbouw en in de voedingsmiddelensector,
- zes voor de consumenten .
Artikel 4
1 . De leden van het Comité worden door de Commissie benoemd op voordracht van de op het vlak van de Gemeenschap bestaande beroepsorganisaties die het meest representatief zijn voor de in artikel 1, lid 2, bedoelde economische groeperingen en waarvan de activiteiten in het kader van de gemeenschappelijke marktordening in de sector oliën en vetten vallen; de vertegenwoordigers van de consumenten worden echter benoemd op voorstel van het Raadgevend Comité van consumenten .
Voor elk van de beschikbare zetels stellen deze organisaties twee kandidaten van verschillende nationaliteit voor .
2 . De leden van het Comité worden voor een periode van drie jaar benoemd . Zij zijn herbenoembaar . Voor de functies welke de leden van het Comité vervullen wordt geen bezoldiging toegekend .
Na afloop van deze periode van drie jaar blijven de leden van het Comité in functie totdat in hun vervanging of in de verlenging van hun ambtstermijn wordt voorzien .
Bij aftreden of overlijden van een lid of in geval van vervanging op verzoek van de instantie die het lid heeft voorgedragen, wordt in zijn vervanging voorzien volgens de in lid 1 aangegeven procedure .
3 . De lijst van de leden wordt ter informatie door de Commissie bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen .
Artikel 5
Na raadpleging van de Commissie kiest elke afdeling voor een periode van drie jaar een voorzitter en een vice-voorzitter .
De vice-voorzitters worden gekozen uit de vertegenwoordigers van de andere economische groeperingen dan die waartoe de voorzitter behoort .
De voorzitter is in de eerste stemronde verkozen bij meerderheid van twee derde van de aanwezige leden en in de volgende stemronden bij gewone meerderheid van stemmen
van de aanwezige leden . Bij staking van de stemmen wordt het voorzitterschap tijdelijk waargenomen door de Commissie .
Het voorzitterschap van het Comité wordt door elk van de voorzitters van de twee afdelingen voor de helft van de duur van het mandaat waargenomen .
Het Comité of de afdelingen kunnen, volgens dezelfde procedure, andere leden van het bureau benoemen . In dat geval bestaat het bureau, behalve uit de voorzitter, uit ten hoogste één vertegenwoordiger van elk der in het Comité of de afdelingen vertegenwoordigde economische groeperingen .
Het bureau zorgt voor de voorbereiding en de organisatie van de werkzaamheden van het Comité of de afdelingen .
Artikel 6
1 . Alleen de vertegenwoordigers van de Commissie, de leden van de Comités of afdelingen of, indien zij verhinderd zijn, hun vervangers, alsmede de overeenkomstig lid 3 of lid 4 uitgenodigde personen mogen aan de vergaderingen deelnemen of deze bijwonen .
2 . Wanneer een lid verhinderd is, mag de organisatie of mogen de organisaties waaraan een zetel is toegekend, een vervanger afvaardigen die moet worden gekozen uit een in overleg tussen de Commissie en de betrokken organisatie of organisaties opgestelde lijst . Op deze lijst moeten half zoveel namen voorkomen als het aantal vertegenwoordigende leden van de betrokken organisatie of organisaties . Dit aantal is ten minste één en ten hoogste twaalf .
Indien een vervanger wordt afgevaardigd moet het secreta -
riaat van het Comité daarvan ten minste zeven dagen vóór de vergadering in kennis worden gesteld .
3 . Op verzoek van een organisatie waaraan een of meer zetels zijn toegekend, kan de voorzitter, in overleg met de diensten van de Commissie, de algemene secretaris van die organisatie of een lid van het secretariaat uitnodigen om als waarnemer de vergaderingen van het Comité of de afdelingen bij te wonen .
Bij verhindering mag de algemene secretaris een door hem aangewezen waarnemer afvaardigen .
Waarnemers hebben niet het recht het woord te nemen . De voorzitter kan hun evenwel, in overleg met de diensten van de Commissie, verzoeken het woord te voeren .
4 . Op verzoek van een organisatie waaraan een of meer zetels zijn toegekend kan, wanneer de onderwerpen op de agenda buitengewoon technisch zijn, de voorzitters, in overleg met de diensten van de Commissie, een of meer deskundigen uitnodigen aan de werkzaamheden van het Comité of de afdelingen deel te nemen .
De Commissie kan op eigen initiatief personen die bijzonder deskundig zijn inzake een van de op de agenda vermelde onderwerpen, verzoeken aan de besprekingen van het Comité of de afdelingen deel te nemen als deskundige .
Deskundigen mogen echter alleen deelnemen aan de bespreking van die punten die reden zijn voor hun aanwezigheid ter vergadering .
Artikel 7
Het Comité of de afdelingen kunnen in overleg met de diensten van de Commissie werkgroepen instellen om de werkzaamheden te vergemakkelijken .
Artikel 8
1 . Het Comité en de gespecialiseerde afdelingen worden door de Commissie bijeengeroepen en vergaderen in de plaats waar de Commissie haar zetel heeft . Het bureau wordt in overleg met de Commissie door de voorzitter bijeengeroepen .
2 . De vertegenwoordigers van de betrokken diensten van de Commissie wonen de vergaderingen van het Comité, van de gespecialiseerde afdelingen, van het bureau en van de werkgroepen bij .
3 . De diensten van de Commissie belasten zich met het secretariaat van het Comité, van de gespecialiseerde afdelingen, van het bureau en van de werkgroepen .
Artikel 9
De besprekingen in het Comité en in de gespecialiseerde afdelingen hebben betrekking op de door de Commissie gevraagde adviezen . Er wordt niet over gestemd .
De Commissie mag, wanneer zij het Comité of de gespecialiseerde afdelingen om advies verzoekt, de termijn bepalen waarbinnen het advies moet worden uitgebracht .
De standpunten van de vertegenwoordigde economische groeperingen worden vermeld in een verslag dat aan de Commissie wordt toegezonden .
Indien er met betrekking tot het gevraagde advies eenstemmigheid bestaat in het Comité of in een van de gespecialiseerde afdelingen, stellen deze gemeenschappelijke conclusies op, welke bij het verslag van de besprekingen worden gevoegd .
De resultaten van de besprekingen worden door de Commissie ter kennis gebracht van de Raad of de Comités van beheer, indien deze organen daarom verzoeken .
Artikel 10
Onverminderd het bepaalde in artikel 214 van het Verdrag, zijn de leden van het Comité gehouden de inlichtingen, welke in verband met de werkzaamheden van het Comité, van de gespecialiseerde afdelingen of van de werkgroepen aan hen zijn verstrekt, niet openbaar te maken, indien de Commissie mededeelt dat het gevraagde advies of de gestelde vraag betrekking heeft op een aangelegenheid welke een vertrouwelijk karakter draagt .
In dat geval nemen alleen de leden van het Comité en de vertegenwoordigers van de diensten van de Commissie aan de vergaderingen deel .
Artikel 11
Besluit 73/421/EEG van de Commissie wordt ingetrokken .
Artikel 12
Dit besluit wordt van kracht op 1 januari 1987 .
Gedaan te Brussel, 7 januari 1987 .
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice -Voorzitter
EWG:L111UMBH17.95
FF : 1UHO; SETUP : 01; Hoehe : 1374 mm; 247 Zeilen; 11285 Zeichen;
Bediener : UTE0 Pr .: C;
Kunde : ................................