Home

87/306/EEG: Beschikking van de Raad van 30 maart 1987 waarbij bepaalde Lid-Staten worden gemachtigd om voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Cuba afwijkingen van sommige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG toe te staan

87/306/EEG: Beschikking van de Raad van 30 maart 1987 waarbij bepaalde Lid-Staten worden gemachtigd om voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Cuba afwijkingen van sommige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG toe te staan

*****

BESCHIKKING VAN DE RAAD

van 30 maart 1987

waarbij bepaalde Lid-Staten worden gemachtigd om voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Cuba afwijkingen van sommige bepalingen van Richtlijn 77/93/EEG toe te staan

(87/306/EEG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 77/93/EEG van de Raad van 21 december 1976 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen op het grondgebied van de Lid-Staten van voor planten of voor plantaardige produkten schadelijke organismen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 87/298/EEG (2), inzonderheid op artikel 14, lid 3, en artikel 17,

Gezien de verzoeken van het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat op grond van Richtlijn 77/93/EEG aardappelknollen die niet overeenkomstig andere communautaire bepalingen officieel als pootaardappelen zijn gecertificeerd en die van oorsprong zijn uit buiten Europa gelegen derde landen, vanwege het gevaar voor insleep van in de Gemeenschap onbekende exotische aardappelziekten in beginsel niet in de Gemeenschap mogen worden ingevoerd;

Overwegende evenwel dat op grond van artikel 14, lid 3, van genoemde richtlijn afwijkingen van deze bepalingen kunnen worden toegestaan als vaststaat dat er geen gevaar is voor verspreiding van schadelijke organismen;

Overwegende dat de teelt van vroege consumptieaardappelen in Cuba uit door bepaalde Lid-Staten van de Gemeenschap geleverde pootaardappelen een gevestigde praktijk is; dat in de behoefte van de Gemeenschap van vroege consumptieaardappelen gedeeltelijk wordt voorzien door invoer uit Cuba;

Overwegende dat uit door en in Cuba verstrekte informatie blijkt dat er goede redenen zijn om aan te nemen dat in Cuba aardappelen kunnen worden geteeld in uit gezondheidsoogpunt adequate omstandigheden en dat er momenteel geen gevaar is voor insleep van exotische aardappelziekten uit dat land; dat Cuba bovendien adequate gezondheids- en kwaliteitsnormen voor de aardappelproduktie hanteert en dat, althans voor aardappelen die uit door de Gemeenschap geleverde pootaardappelen zijn geteeld, in de Gemeenschap onbekende exotische aardappelziekten er waarschijnlijk niet voorkomen;

Overwegende evenwel dat er ten aanzien van de controle na de oogst op voor de Gemeenschap bestemde aardappelen op dient te worden toegezien dat rekening wordt gehouden met het specifieke belang van de Gemeenschap;

Overwegende dat derhalve op grond van de beschikbare informatie kan worden gesteld dat er geen gevaar bestaat voor verspreiding van schadelijke organismen als aan bepaalde technische voorwaarden wordt voldaan; dat de aardappelen worden ingevoerd op een tijdstip waarop zij de gezondheid van de in de Gemeenschap geteelde aardappelen niet kunnen beïnvloeden;

Overwegende dat de verzoekende Lid-Staten derhalve moeten worden gemachtigd om, als aan de bovengenoemde bijzondere technische voorwaarden is voldaan, voor het komende seizoen van nieuwe aardappelen (primeurs) afwijkingen toe te staan voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Cuba; dat deze regeling opnieuw zal worden bekeken in het licht van de resultaten van het te verrichten onderzoek naar de regeling inzake controle na de oogst;

Overwegende dat het Permanent Planteziektenkundig Comité geen advies heeft uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden worden gemachtigd om overeenkomstig het bepaalde in lid 2 afwijkingen toe te staan van artikel 4, lid 1, ten aanzien van de verbodsbepalingen van deel A, punt 9 a), van bijlage III bij Richtlijn 77/93/EEG voor consumptieaardappelen van oorsprong uit Cuba, met het oog op de afzet van deze produkten op hun respectieve grondgebied of in hun onderlinge handelsverkeer.

2. Onverminderd het bepaalde in Richtlijn 77/93/EEG moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

a) de aardappelen moeten consumptieaardappelen zijn;

b) de aardappelen moeten onrijp zijn, dat wil zeggen dat het aardappelen zonder suberine met loszittende schil moeten zijn, of dat zij behandeld moeten zijn tegen ontkieming;

c) de aardappelen moeten zijn geteeld in de provincie Pinar del Rio;

d) de aardappelen moeten behoren tot rassen waarvan in Cuba alleen uit de Lid-Staten pootgoed is ingevoerd;

e) de aardappelen moeten hetzij rechtstreeks geteeld zijn uit pootgoed dat in 1986 in een of meer van de Lid-Staten die aan Cuba hebben geleverd als »basispootgoed" of »gecertificeerd pootgoed" is gecertificeerd, hetzij uit pootgoed dat is geteeld uit dergelijk in 1985 officieel gecertificeerd pootgoed, op voorwaarde dat het in Cuba geteelde pootgoed is geteeld in de provincie Pinar del Rio en overeenkomstig de in Cuba geldende regels als pootgoed is aangemerkt;

f) de aardappelen moeten geteeld zijn hetzij op bedrijven die de laatste vijf jaar geen andere aardappelrassen dan de onder d) vermelde hebben geteeld of, voor zover het staatsboerderijen betreft, op percelen die gescheiden worden gehouden van de percelen waarop in de laatste vijf jaar aardappelen van andere rassen dan de onder d) vermelde zijn geteeld;

g) de aardappelen moeten zijn behandeld met speciaal voor aardappelen gereserveerde machines of met machines die na gebruik voor andere doeleinden adequaat zijn gedesinfecteerd;

h) de aardappelen mogen niet zijn opgeslagen in opslagplaatsen waar aardappelen van andere dan de onder d) vermelde rassen in opslag zijn geweest;

i) de aardappelen moeten vrij zijn van aarde, met een tolerantie van 0,5 gewichtspercent, van bladeren en van andere planteresten;

k) de aardappelen moeten door de Cubaanse Fytosanitaire Dienst overeenkomstig internationale normen zijn bemonsterd en bij het door deze dienst uitgevoerde officiële onderzoek moet zijn gebleken dat de voor de Cubaanse kwaliteitsklasse I geldende in bijlage I vermelde toleranties inzake knollen met gebreken niet zijn overschreden, waarbij de totale tolerantie 4,5 % van het aantal knollen voor alle gebreken samen en 2 % van het aantal knollen voor alle andere gebreken dan groene verkleuring, afwijkende maat en afwijkende rassen, bedraagt, op voorwaarde dat de aardappelen vrij zijn van levende larven, poppen of volwassen exemplaren van boorinsekten; de aardappelen moeten ook bij onderzoek door andere instanties of voor andere doeleinden aan deze eisen hebben voldaan;

l) de aardappelen moeten zijn verpakt:

- hetzij in nieuwe zakken,

- hetzij in adequaat gedesinfecteerde recipiënten; op iedere zak of recipiënt moet een officieel etiket zijn aangebracht dat de in bijlage II vermelde gegevens bevat;

m) in het op grond van artikel 12, lid 1, onder b), van Richtlijn 77/93/EEG vereiste officieel gezondheidscertificaat moeten:

- in de rubriek »bestrijdings- en/of ontsmettingsbehandeling" alle gegevens worden vermeld betreffende behandelingen als bedoeld onder b), tweede mogelijkheid, en/of l), tweede streepje,

- in de rubriek »toegevoegde verklaring" worden vermeld:

- de naam van het ras,

- het identificatienummer of de naam en het adres van het bedrijf waar de aardappelen zijn geteeld,

- een referentie waardoor de partij pootgoed als bedoeld onder e) kan worden geïdentificeerd,

- de resultaten van het onder k) bedoelde onderzoek op de aanwezigheid van aardappelen met gebreken;

n) door een op verzoek van de Commissie aangewezen inspecteur moet zijn gecontroleerd of aan het bepaalde onder b) tot en met m) is voldaan; de betrokkene moet de controle bevestigen op het onder m) bedoelde officiële gezondheidscertificaat;

o) bij aankomst van de aardappelen moet door de Lid-Staat van invoer een inspectie worden verricht om na te gaan of het produkt voldoet aan het bepaalde onder k); van elk officieel gezondheidscertificaat moet aan de Commissie een afschrift worden toegezonden;

p) bij aankomst van de aardappelen moet door de Lid-Staat van invoer per 50 ton ingevoerde aardappelen een monster van 400 knollen worden genomen met het oog op het onderzoek op de aanwezigheid van schadelijke organismen. De aanwezigheid van schadelijke organismen en de bijzonderheden van het onderzoek worden vastgesteld in overleg met de fytosanitaire diensten van de Lid-Staten.

Artikel 2

1. De volgens artikel 1 verleende machtiging loopt af op 17 april 1987, met dien verstande dat door de fytosanitaire diensten van de betrokken Lid-Staat ter zake bepaalde afwijkingen kunnen worden toegestaan in verband met niet te voorziene vertragingen bij de invoer.

2. De machtiging wordt ingetrokken zodra wordt geconstateerd dat de vastgestelde voorwaarden niet toereikend zijn om de insleep van schadelijke organismen te voorkomen of dat deze voorwaarden niet in acht zijn genomen.

Artikel 3

De betrokken Lid-Staten stellen de Commissie en de andere Lid-Staten in kennis van de nationale bepalingen op grond waarvan zij de in artikel 1 verleende machtiging toepassen.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden.

Gedaan te Brussel, 30 maart 1987.

Voor de Raad

De Voorzitter

P. DE KEERSMAEKER

(1) PB nr. L 26 van 31. 1. 1977, blz. 20.

(2) PB nr. L 151 van 11. 6. 1987, blz. 1.

BIJLAGE I

Toleranties wat betreft knollen met gebreken, zoals die gelden voor de Cubaanse

kwaliteitsklasse 1

(artikel 1, lid 2, onder k))

1.2 // // // Soort gebreken // Percentage van het aantal knollen // // // Grove gebreken // // Ernstige beschadigingen door machines // 1,0 // Schade door ziekten (schurft) // 0,5 // Groene knollen // 2,0 // Natte rot // 0,0 // Droge rot // 0,5 // Kleine gebreken // // Aanwezigheid van aarde // 0,5 // Geringe beschadigingen door machines // 1,0 // Schade door insekten // 1,0 // Knollen van afwijkende grootte // 1,0 // Knollen van andere rassen // 0,0 // //

BIJLAGE II

Op het etiket te vermelden gegevens

(artikel 1, lid 2, onder l))

1. Naam van de instantie die het etiket heeft afgegeven.

2. Naam van de exportorganisatie.

3. Vermelding »Cubaanse consumptieaardappelen".

4. Ras.

5. Provincie waar de aardappelen zijn geteeld.

6. Grootte.

7. Aangegeven nettogewicht.

8. Vermelding »Voldoet aan de EEG-eisen 1987".

9. Een stempel of gedrukt zegel van de Cubaanse Fytosanitaire Dienst.