Verordening (EEG) nr. 1211/87 van de Commissie van 30 april 1987 houdende vijftiende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/84 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing
Verordening (EEG) nr. 1211/87 van de Commissie van 30 april 1987 houdende vijftiende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/84 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 1211/87 VAN DE COMMISSIE
van 30 april 1987
houdende vijftiende wijziging van Verordening (EEG) nr. 1371/84 tot vaststelling van de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 804/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelprodukten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 773/87 (2), en met name op artikel 5 quater, lid 7,
Overwegende dat de in artikel 5 quater, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde communautaire reserve over de betrokken Lid-Staten moet worden verdeeld voor de derde periode van twaalf maanden van toepassing van de regeling inzake de extra heffing; dat de situatie waarvan is uitgegaan bij de verdeling voor de eerste twee perioden van twaalf maanden niet is veranderd; dat derhalve dezelfde hoeveelheden dienen te worden toegewezen voor de derde periode van twaalf maanden;
Overwegende dat de nadere voorschriften voor de toepassing van de bij artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 ingestelde extra heffing zijn vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 1371/84 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 439/87 (4);
Overwegende dat krachtens artikel 7, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 857/84 van de Raad (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 774/87 (6), de Lid-Staten kunnen bepalen dat, wanneer een bedrijf wordt overgedragen of een koper in de plaats treedt van een andere, een gedeelte van de betrokken hoeveelheden wordt toegevoegd aan de nationale reserve; dat, ten einde de Lid-Staten in de gelegenheid te stellen bij de overdracht van bedrijven de herstructurering van de melkproduktie ter hand te nemen, dient te worden bepaald dat de Lid-Staten, met inachtneming van de grens voor het gedeelte dat daartoe kan worden aangewend, de aan de reserve toe te voegen hoeveelheden mogen differentiëren;
Overwegende dat in artikel 9 van Verordening (EEG) nr. 1371/84 is bepaald dat de kenmerken van melk die als representatief worden beschouwd, de kenmerken zijn welke zijn geconstateerd voor melk die is geleverd of gekocht in de tweede periode van toepassing van de regeling inzake de extra heffing; dat rekening moet worden gehouden met de producenten of kopers in wier geval het vetgehalte van de tijdens de referentieperiode geleverde of gekochte melk de invloed van een uitzonderlijke gebeurtenis heeft ondergaan;
Overwegende dat krachtens artikel 5 quater van Verordening (EEG) nr. 804/68 de perioden van toepassing van de regeling inzake de extra heffing, met uitdrukkelijke uitzondering van de eerste periode, twaalf maanden moeten bestrijken, en de perioden van toepassing en de referentieperiode van gelijke duur moeten zijn; dat, wanneer een Lid-Staat op grond van artikel 10 van Verordening (EEG) nr. 1371/84 de periode van twaalf maanden vervangt door een periode van 52 weken, de op basis van een periode van twaalf maanden vastgestelde gegarandeerde totale hoeveelheid dienovereenkomstig moet worden verlaagd; dat artikel 10 van genoemde verordening duidelijkheidshalve in die zin moet worden aangepast;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor melk en zuivelprodukten,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 1371/84 wordt als volgt gewijzigd:
1. Artikel 1 wordt gelezen:
»Artikel 1
Voor de periode van 2 april 1984 tot en met 31 maart 1985, de periode van 1 april 1985 tot en met 31 maart 1986 en de periode van 1 april 1986 tot en met 31 maart 1987 wordt de in artikel 5 quater, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde communautaire reserve als volgt verdeeld:
- Ierland: 303 000 ton,
- Luxemburg: 25 000 ton,
- Verenigd Koninkrijk
(voor Noord-Ierland): 65 000 ton.".
2. Aan artikel 5 wordt de volgende tekst als derde alinea toegevoegd:
»Bij toepassing van artikel 7, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 857/84 kunnen de Lid-Staten, met inachtneming van de in die bepaling vastgestelde grens, de aan de reserve toe te voegen hoeveelheden differentiëren aan de hand van objectieve criteria met betrekking tot de bedrijfsgrootte.".
3. Artikel 9, lid 1, tweede alinea, tweede streepje, wordt gelezen:
»- wier levering of aankoop van melk tijdens de in de voorgaande alinea bedoelde periode onderbroken is geweest, of in wier geval het vetgehalte van de melk die tijdens de in de voorgaande alinea bedoelde periode is geleverd of gekocht de invloed van een uitzonderlijke gebeurtenis heeft ondergaan, kan de Lid-Staat, op verzoek van de belanghebbende, besluiten dat het vetgehalte dat als representatief wordt beschouwd, het gemiddelde gehalte is dat is geconstateerd in de periode van twaalf maanden van toepassing van de extra heffing voorafgaande aan de betrokken onderbreking of uitzonderlijke gebeurtenis. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de maatregelen die zij nemen bij toepassing van bovenstaande bepaling;".
4. Artikel 10 wordt gelezen:
»Artikel 10
Voor de toepassing van de artikelen 9 en 10 van Verordening (EEG) nr. 857/84 kunnen de Lid-Staten de periode van twaalf maanden vervangen door een periode van 52 weken. In dat geval:
- begint de eerste periode van 52 weken op de eerste zondag of de eerste maandag na 2 april 1984;
- worden de in artikel 5 quater, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 804/68 bedoelde gegarandeerde totale hoeveelheid en de in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 857/84 bedoelde gegarandeerde totale hoeveelheid, in voorkomend geval, dienovereenkomstig verlaagd.".
5. In artikel 16, lid 3, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- in het tweede streepje wordt »vóór 1 januari 1986" vervangen door »vóór 1 januari van de betrokken periode van twaalf maanden";
- in het derde streepje wordt »aan het einde van de tweede periode van 12 maanden" vervangen door »aan het einde van elke betrokken periode van twaalf maanden";
- het volgende streepje wordt toegevoegd:
»- berekeningswijze en resultaat van de berekening voor de in artikel 10, tweede streepje, bedoelde verlaging.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 30 april 1987.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 13.
(2) PB nr. L 78 van 20. 3. 1987, blz. 1.
(3) PB nr. L 132 van 18. 5. 1984, blz. 11.
(4) PB nr. L 43 van 13. 2. 1987, blz. 25.
(5) PB nr. L 90 van 1. 4. 1984, blz. 13.
(6) PB nr. L 78 van 20. 3. 1987, blz. 3.