Verordening (EEG) Nr. 1258/87 van de Commissie van 6 mei 1987 tot afwijking van Verordening (EEG) nr. 1729/78 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de restitutie bij de produktie voor suiker die in de chemische industrie wordt gebruikt
Verordening (EEG) Nr. 1258/87 van de Commissie van 6 mei 1987 tot afwijking van Verordening (EEG) nr. 1729/78 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de restitutie bij de produktie voor suiker die in de chemische industrie wordt gebruikt
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 1258/87 VAN DE COMMISSIE
van 6 mei 1987
tot afwijking van Verordening (EEG) nr. 1729/78 houdende uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de restitutie bij de produktie voor suiker die in de chemische industrie wordt gebruikt
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 1785/81 van de Raad van 30 juni 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 229/87 (2), en met name op artikel 9, lid 6,
Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 1729/78 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3834/86 (4), is voorgeschreven dat bepaalde administratieve procedures moeten zijn afgewikkeld voordat het bewijs voor restitutie bij de produktie kan worden afgegeven; dat met name wegens de termijn die de Lid-Staten nodig hebben om de nieuwe regeling vanaf 1 juli 1986 toe te passen, voornoemde procedures niet altijd bijtijds konden worden afgewikkeld, met name wat betreft de eventuele erkenning van de verwerker, de verificatie van de in de aanvraag voor een restitutiebewijs te verstrekken gegevens en het stellen van de zekerheid; dat een en ander tot gevolg heeft gehad dat de bevoegde autoriteiten het restitutiebewijs in een aantal gevallen niet onverwijld hebben kunnen afgeven; dat de verwerkers daardoor voor het niet in acht nemen van de bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1729/78 niet verantwoordelijk kunnen worden gesteld; dat het dientengevolge dienstig is te voorzien in een overgangsperiode waarbinnen de verwerkers ook in die gevallen, waarin het basisprodukt vóór de aanvraag van het certificaat is verwerkt, de restitutie kunnen ontvangen op voorwaarde dat de administratieve controles naar behoren kunnen worden verricht; dat het dienstig is een periode vast te stellen die de eerste zes maanden van het verkoopseizoen 1986/1987 omvat;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor suiker,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
1. Op het verzoek van de verwerker, dat uiterlijk op 29 mei 1987 moet zijn ingediend, mogen de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten in afwijking van Verordening (EEG) nr. 1729/78 voor de basisprodukten die tussen 1 juli en 31 december 1986 tot de in de bijlage van Verordening (EEG) nr. 1010/86 van de Raad (5) genoemde chemische produkten zijn verwerkt voordat de certificaataanvraag werd ingediend en/of de zekerheid werd gesteld, restitutiebewijzen afgeven mits de verwerker voldoende bewijs kan verstrekken opdat de bevoegde autoriteiten de nodige controles kunnen uitvoeren en kunnen vaststellen dat de verwerker aan de in de leden 2 en 3 bedoelde voorwaarden voldoet.
2. Bij de overlegging van het in lid 1 bedoelde verzoek moet de betrokken verwerker, onder de vorm van een verklaring, het bewijs leveren dat voor de chemische produkten die in aanmerking komen voor de aanvraag van de restitutiebewijzen, geen uitvoerrestituties zijn verleend die worden toegepast voor bepaalde produkten van de sector suiker die in de vorm van niet in bijlage II van het Verdrag vermelde goederen worden uitgevoerd.
3. De in lid 1 bedoelde afwijking geldt slechts voor de verwerker die vóór de verwerking van het betrokken basisprodukt door omstandigheden buiten zijn wil niet aan de bepalingen van de artikelen 2 en 6 van Verordening (EEG) nr. 1729/78 kon voldoen.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 6 mei 1987.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 177 van 1. 7. 1981, blz. 4.
(2) PB nr. L 25 van 28. 1. 1987, blz. 1.
(3) PB nr. L 201 van 25. 7. 1978, blz. 26.
(4) PB nr. L 356 van 17. 12. 1986, blz. 13.
(5) PB nr. L 94 van 9. 4. 1986, blz. 9.