Verordening (EEG) nr. 1337/87 van de Commissie van 14 mei 1987 houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 3461/85 betreffende het voeren van reclamecampagnes tot stimulering van het verbruik van druivesap
Verordening (EEG) nr. 1337/87 van de Commissie van 14 mei 1987 houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 3461/85 betreffende het voeren van reclamecampagnes tot stimulering van het verbruik van druivesap
*****
VERORDENING (EEG) Nr. 1337/87 VAN DE COMMISSIE
van 14 mei 1987
houdende vierde wijziging van Verordening (EEG) nr. 3461/85 betreffende het voeren van reclamecampagnes tot stimulering van het verbruik van druivesap
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (1), en met name op artikel 46, lid 5, en artikel 81,
Overwegende dat in artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3461/85 van de Commissie (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2887/86 (3), is bepaald dat vóór 5 september voor elk wijnoogstjaar wordt overgegaan tot vaststelling van de Lid-Staten waar de reclamecampagnes zullen worden gevoerd en van de daarvoor bestemde bedragen; dat in de praktijk is gebleken dat op die datum het effect van de voorafgaande reclamecampagne nog niet kan worden vastgesteld; dat deze datum daarom moet worden geschrapt en de daarmee samenhangende termijnen moeten worden aangepast;
Overwegende dat het nodig is dat de beroepsorganisaties worden geraadpleegd voor de aanwijzing, door de betrokken Lid-Staat, van de instantie die wordt belast met het opstellen en het uitvoeren van het programma voor de reclamecampagne;
Overwegende dat, om bij de reclamecampagnes een optimaal effect te behalen, dient te worden bepaald dat een voorafgaande studie mag worden uitgevoerd wanneer een campagne voor het eerst in een Lid-Staat zal plaatsvinden;
Overwegende dat, om het effect van de reclamecampagnes goed te kunnen beoordelen, en de in de toekomst te voeren campagnes beter te kunnen oriënteren, dient te worden bepaald dat studies moeten worden uitgevoerd om de doeltreffendheid van de campagnes te bepalen, en dat deze studies moeten worden medegedeeld aan de Commissie;
Overwegende dat de specifieke bepalingen voor het wijnoogstjaar 1985/1986 thans kunnen worden ingetrokken;
Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor wijn,
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EEG) nr. 3461/85 wordt als volgt gewijzigd:
1. In artikel 1
- worden in lid 2, eerste zin, de woorden »Vóór 5 september worden, volgens de procedure van artikel 67 van Verordening (EEG) nr. 337/79, voor elk verkoopseizoen vastgesteld:" vervangen door »Voor elk wijnoogstjaar worden volgens de procedure van artikel 67 van Verordening (EEG) nr. 337/79 vastgesteld:";
- vervalt lid 3.
2. Artikel 2, lid 2, wordt gelezen:
»2. Iedere betrokken Lid-Staat:
- wijst de in lid 1 bedoelde instantie aan, na raadpleging van de voor de produktie en/of afzet van druivesap meest representatieve beroepsorganisaties. Deze instantie wordt aangewezen binnen twee weken nadat is vastgesteld in welke Lid-Staten de in artikel 1, lid 2, bedoelde reclamecampagnes zullen worden gevoerd;
- legt binnen drie maanden nadat de in het eerste streepje bedoelde aanwijzing van de instantie heeft plaatsgevonden, aan de Commissie de door die instantie opgestelde programma's voor, alsmede een met redenen omkleed advies over de overeenstemming van deze programma's met het bepaalde in artikel 3 en over het effect ervan op de ontwikkeling van het verbruik.".
3. Artikel 2 bis, lid 1, wordt gelezen:
»1. Wanneer een reclamecampagne voor het eerst zal worden gevoerd, mogen de betrokken Lid-Staten een studie laten uitvoeren met het oog op de opstelling van het in artikel 2 bedoelde programma.
De betrokken Lid-Staat dient daartoe een voorstel bij de Commissie in dat ten minste de volgende gegevens bevat:
a) naam en adres van de door de Lid-Staat aangewezen instantie die met de bovenbedoelde studie wordt belast;
b) alle bijzonderheden over het voorgestelde onderzoek, met opgave van de uitvoeringstermijnen, de verwachte resultaten en de eventueel bij de uitvoering betrokken derden;
c) de voor dit onderzoek gevraagde nettoprijs, exclusief belastingen, uitgedrukt in de valuta van de Lid-Staat waar de instantie is gevestigd, met een specificatie per post en met opgave van het desbetreffende financieringsplan.
De totale kosten van de in de eerste alinea bedoelde studies worden slechts ten laste genomen tot ten hoogste 5 % van het in artikel 1, lid 2, bedoelde totale bedrag voor de financiering van de reclamecampagnes in de betrokken Lid-Staat.".
4. In artikel 3 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
- lid 2, vierde streepje, wordt gelezen:
»- de uitvoeringstermijnen en het tijdschema voor de onderscheiden acties; de acties moeten worden uitgevoerd binnen de achttien maanden volgende op de dag van ondertekening van het contract;";
- lid 4 wordt gelezen:
»4. Tijdens of na de uitvoering van de acties worden studies uitgevoerd om de doeltreffendheid ervan na te gaaan. De resultaten van deze studies moeten worden medegedeeld aan de Commissie, die ze ter kennis brengt van het Comité van beheer.".
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.
Gedaan te Brussel, 14 mei 1987.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. L 84 van 27. 3. 1987, blz. 1.
(2) PB nr. L 332 van 10. 12. 1985, blz. 22.
(3) PB nr. L 267 van 19. 9. 1986, blz. 11.