88/244/EEG: Beschikking van de Commissie van 23 maart 1988 houdende machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk om zaaizaad van harde tarwe dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/402/EEG van de Raad voldoet, tijdelijk tot de handel toe te laten
88/244/EEG: Beschikking van de Commissie van 23 maart 1988 houdende machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk om zaaizaad van harde tarwe dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/402/EEG van de Raad voldoet, tijdelijk tot de handel toe te laten
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 23 maart 1988
houdende machtiging van de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk om zaaizaad van harde tarwe dat niet aan de eisen van Richtlijn 66/402/EEG van de Raad voldoet, tijdelijk tot de handel toe te laten
(88/244/EEG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE
GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Gelet op Richtlijn 66/402/EEG van de Raad van 14 juni 1966 betreffende het in de handel brengen van zaaigranen (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 87/120/EEG van de Commissie (2), en met name op artikel 17,
Gezien het verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk,
Overwegende dat in Duitsland en het Verenigd Koninkrijk in 1987 te weinig zaaizaad van harde tarwe is geproduceerd dat voldoet aan de eisen van Richtlijn 66/402/EEG, zodat niet in de behoeften van die landen kan worden voorzien;
Overwegende dat in deze behoeften niet in voldoende mate kan worden voorzien met zaad dat afkomstig is uit de overige Lid-Staten of uit derde landen en dat aan alle in de genoemde richtlijn vastgestelde eisen voldoet;
Overwegende dat Duitsland en het Verenigd Koninkrijk derhalve moeten worden gemachtigd om gedurende een periode die op 30 april 1988 afloopt, zaaizaad van harde tarwe tot de handel toe te laten waarvoor minder strenge eisen gelden;
Overwegende dat het bovendien dienstig is de overige Lid-Staten die in de behoeften van Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kunnen voorzien met zaad dat niet aan de eisen van voornoemde richtlijn voldoet, te machtigen dit zaad tot de handel toe te laten, mits het voor Duitsland en het Verenigd Koninkrijk bestemd is;
Overwegende dat de in deze beschikking vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor teeltmateriaal voor land-, tuin- en bosbouw,
HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:
Artikel 1
De Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk worden gemachtigd om tot en met 30 april 1988 op hun grondgebied voor Duitsland ten hoogste 1 400 ton zaaizaad van harde zomertarwe (Triticum durum Desf.) van de categorie »gecertificeerd zaad van de eerste vermeerdering", en voor het Verenigd Koninkrijk ten hoogste 66 ton zaaizaad van harde zomertarwe van de categorie »gecertificeerd zaad van de tweede vermeerdering", tot de handel toe te laten dat niet aan de voorwaarden van bijlage II bij Richtlijn 66/402/EEG voldoet voor wat de minimumkiemkracht betreft, mits aan de volgende eisen wordt voldaan:
a) de kiemkracht moet ten minste 80 % van het zuivere zaad bedragen;
b) op het officiële etiket moeten de volgende vermeldingen voorkomen:
- »minimumkiemkracht 80 %",
- »uitsluitend bestemd voor Duitsland" of »uitsluitend bestemd voor het Verenigd Koninkrijk", al naar gelang van het geval.
Artikel 2
De overige Lid-Staten worden gemachtigd om, mits de in artikel 1 vastgestelde voorwaarden in acht genomen worden, ten hoogste 1 466 ton zaaizaad van harde zomertarwe tot de handel op hun grondgebied toe te laten, als dat zaad uitsluitend voor Duitsland of het Verenigd Koninkrijk bestemd is. Op het officiële etiket moeten de in artikel 1, onder b), bedoelde vermeldingen voorkomen.
Artikel 3
De Lid-Staten delen de Commissie vóór 30 juni 1988 mee hoeveel zaad op grond van deze beschikking op hun grondgebied in de handel is gebracht. De Commissie stelt de andere Lid-Staten daarvan in kennis.
Artikel 4
Deze beschikking is gericht tot de Lid-Staten.
Gedaan te Brussel, 23 maart 1988.
Voor de Commissie
Frans ANDRIESSEN
Vice-Voorzitter
(1) PB nr. 125 van 11. 7. 1966, blz. 2309/66.
(2) PB nr. L 49 van 18. 2. 1987, blz. 39.