Home

Verordening (EEG) nr. 1442/88 van de Raad van 24 mei 1988 inzake de toekenning van premies voor definitieve stopzetting van de wijnbouw op wijnbouwareaal in de wijnoogstjaren 1988/1989 tot en met 1995/1996

Verordening (EEG) nr. 1442/88 van de Raad van 24 mei 1988 inzake de toekenning van premies voor definitieve stopzetting van de wijnbouw op wijnbouwareaal in de wijnoogstjaren 1988/1989 tot en met 1995/1996

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1442/88 VAN DE RAAD

van 24 mei 1988

inzake de toekenning van premies voor definitieve stopzetting van de wijnbouw op wijnbouwareaal in de wijnoogstjaren 1988/1989 tot en met 1995/1996

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Overwegende dat in verband met het voortdurend toenemende gebrek aan evenwicht op de wijnbouwmarkt maatregelen met een zodanige omvang en een zodanig effect moeten worden getroffen dat het produktiepeil op middellange termijn definitief wordt verlaagd tot het niveau van de vraag;

Overwegende dat de ervaring die is opgedaan op het stuk van de beperking van het wijnbouwpotentieel, met name bij de toepassing van Verordening (EEG) nr. 777/85 van de Raad van 26 maart 1985 inzake de toekenning van premies voor definitieve stopzetting van de wijnbouw op bepaalde met wijnstokken beplante oppervlakten in de wijnoogstjaren 1985/1986 tot en met 1989/1990 (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3775/85 (4), heeft aangetoond dat de maatregelen op dit gebied dienen te worden geïntensiveerd; dat het met name noodzakelijk is om de werkingssfeer van de stopzettingsregeling te verruimen tot alle categorieën wijnbouwareaal;

Overwegende dat de stopzetting van de wijnbouw op wijnbouwareaal in de komende acht wijnoogstjaren dient te worden gestimuleerd door verlening van premies waarvan het bedrag wordt gedifferentieerd naar gelang van de produktiviteit van de percelen, ten einde zowel rekening te houden met de kosten van het rooien en het verlies van het herbeplantingsrecht als met de inkomensderving in de toekomst;

Overwegende dat voor wijnbouwers die hun landbouwactiviteiten definitief beëindigen, de maatregel aantrekkelijker kan worden gemaakt door te bepalen dat de eenmalige premie kan worden vervangen door een jaarlijkse premie;

Overwegende dat door een vermindering van het aantal wijnbouwbedrijven de versnippering van het aanbod op de markt kan worden beperkt en het marktbeheer kan worden vereenvoudigd; dat wijnbouwers die de wijnbouw voor hun gehele wijnbouwareaal beëindigen derhalve extra dienen te worden aangemoedigd;

Overwegende dat rekening dient te worden gehouden met de situatie van institutionele prijzen en marktprijzen in Spanje gedurende de overgangsperiode voorzien bij de Toetredingsakte ten einde het evenwicht tussen het niveau van de stopzettingspremies en het inkomen dat voor de wijnbouwers uit bovengenoemde prijzen voortvloeit te verzekeren;

Overwegende dat met het oog op een deugdelijk administratief beheer van de toekenning van de stopzettingspremies uiterste data dienen te worden vastgesteld voor de indiening van de aanvragen en de voorwaarden die door de aanvragers in acht moeten worden genomen, dienen te worden bepaald;

Overwegende dat de stopzetting van de wijnbouw door wijnbouwers die zijn aangesloten bij cooeperaties die de door hun leden geoogste druiven gemeenschappelijk verwerken, kan leiden tot een vermindering van de druivenaanvoer van de betrokken cooeperaties en tot een stijging van de verwerkingskosten; dat het derhalve billijk is te bepalen dat voor dergelijke negatieve gevolgen compensatie kan worden verleend; dat het, gezien de verschillen op het stuk van de wijnbouwstructuur binnen de Gemeenschap, wenselijk is te bepalen dat de eventuele compensatieregeling wordt vastgesteld door de Lid-Staten;

Overwegende dat het billijk is dat aan wijnbouwers die deze maatregel ten uitvoer leggen en zodoende bijdragen tot een duurzame sanering van de markt, een voordeel wordt toegekend dat kan gaan tot vrijstelling van de verplichte distillatie van tafelwijn bedoeld in artikel 39 van Verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad van 16 maart 1987 houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt (5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1441/88 (6); dat het gerechtvaardigd is te bepalen dat dit voordeel afhankelijk is van de verlaging van het wijnbouwpotentieel die is verwezenlijkt en voor het toekennen van dit voordeel te eisen dat de verlaging ten minste 50 hl bedraagt;

Overwegende dat vermindering van de landbouwactiviteit, in bepaalde wijnbouwgebieden, aanleiding kan geven tot ernstige problemen, met name uit het gezichtspunt van ontvolking, en het kwaliteitsbeleid waarmee een aanvang is gemaakt, in gevaar kan brengen; dat derhalve in de mogelijkheid dient te worden voorzien de stopzettingsregeling niet of slechts gedeeltelijk toe te passen, waarbij wel grenzen worden gesteld om te waarborgen dat toepassing van de maatregel doeltreffend is en het noodzakelijke evenwicht tussen de verschillende wijnbouwgebieden van de Gemeenschap in acht neemt; dat het voorts dienstig is te voorzien in procedures die het mogelijk maken eventuele moeilijkheden te verhelpen en, in uiterst dringende gevallen, in de mogelijkheid de toepassing van de stopzettingsregeling te schorsen of te beperken;

Overwegende dat de premie voor definitieve stopzetting een maatregel van communautair belang is en gericht is op het bereiken van de in artikel 39, lid 1, onder a), van het Verdrag omschreven doeleinden; dat de premie terzelfder tijd ten doel heeft bij te dragen tot het herstel van het evenwicht tussen produktie en gebruik; dat derhalve voor een aanvankelijke periode van twee wijnoogstjaren dient te worden bepaald dat deze maatregel in gelijke delen wordt gefinancierd door de afdelingen Garantie en Oriëntatie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw;

Overwegende dat, om te garanderen dat de voorgenomen maatregel een maximaal effect sorteert, een termijn voor het uitkeren van de premies aan de begunstigden moet worden vastgesteld, in de mogelijkheid moet worden voorzien om voorschotten uit te keren op voorwaarde dat een zekerheid wordt gesteld, en moet worden bepaald dat het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw aan de Lid-Staten voorschotten uitkeert die overeenkomen met de bijdrage van de Gemeenschap, waarbij erop moet worden toegezien dat de uitkering van de premies en de definitieve bijdrage van het Fonds afhankelijk worden gesteld van de uitvoering van de rooiing overeenkomstig de gestelde voorwaarden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Wijnbouwers:

a) waarvan het wijnbouwareaal is bestemd voor de produktie van:

- tafelwijn,

- tafeldruiven,

- rozijnen en krenten, of

b) waarvan het wijnbouwareaal beplant is met een moederplantenopstand voor onderstammen, voor zover de rassen voorkomen in de indeling van de wijnstokrassen,

komen in de wijnoogstjaren 1988/1989 tot en met 1995/1996, op hun verzoek en onder de in deze verordening vastgestelde voorwaarden, voor de definitieve stopzetting van de wijnbouw in aanmerking voor:

- een premie voor definitieve stopzetting,

- een voorkeursregeling met betrekking tot de distillatie.

2. De toekenning van de premie voor definitieve stopzetting brengt voor de wijnbouwer het verlies mee van het herbeplantingsrecht voor de oppervlakte waarvoor de premie is toegekend.

Artikel 2

1. Het bedrag van de premie per ha wordt als volgt vastgesteld:

a) voor oppervlakten van ten minste 10 are en ten hoogste 25 are die beplant zijn met wijndruivenrassen en die het volledige wijnbouwareaal van het betrokken bedrijf uitmaken: 3 600 Ecu;

b) voor oppervlakten van meer dan 25 are die beplant zijn met wijndruivenrassen:

- 1 200 Ecu indien de gemiddelde opbrengst per hectare niet hoger is dan 20 hectoliter;

- 2 800 Ecu indien de gemiddelde opbrengst per hectare hoger is dan 20 hectoliter, doch niet hoger dan 30 hectoliter;

- 3 500 Ecu indien de gemiddelde opbrengst per hectare hoger is dan 30 hectoliter, doch niet hoger dan 40 hectoliter;

- 3 800 Ecu indien de gemiddelde opbrengst per hectare hoger is dan 40 hectoliter, doch niet hoger dan 50 hectoliter;

- 5 250 Ecu indien de gemiddelde opbrengst per hectare hoger is dan 50 hectoliter, doch niet hoger dan 90 hectoliter;

- 7 150 Ecu indien de gemiddelde opbrengst per hectare hoger is dan 90 hectoliter, doch niet hoger dan 130 hectoliter;

- 9 200 Ecu indien de gemiddelde opbrengst per hectare hoger is dan 130 hectoliter, doch niet hoger dan 160 hectoliter;

- 10 200 Ecu indien de gemiddelde opbrengst per hectare hoger is dan 160 hectoliter;

c) voor oppervlakten die zijn beplant met rassen die voor de betrokken administratieve eenheid zijn ingedeeld bij de tafeldruivenrassen of zowel bij de tafeldruivenrassen als bij de wijndruivenrassen:

- 10 800 Ecu bij teelt in pergolavorm van rassen met grote druiven, opgenomen in een vast te stellen lijst;

- 8 400 Ecu bij teelt in pergolavorm van andere dan in het eerste streepje bedoelde rassen;

- 7 200 Ecu bij teelt volgens een andere leimethode dan in pergolavorm van in het eerste streepje bedoelde rassen;

- 6 000 Ecu bij teelt volgens een andere leimethode dan in pergolavorm van andere rassen dan de in het eerste streepje bedoelde;

d) voor oppervlakten die bestemd zijn voor de produktie van wijn die kan worden verwerkt tot wijnbrandewijn met benaming van oorsprong in het gebied Charentes: 7 200 Ecu;

e) voor oppervlakten die zijn beplant met rassen die voor de betrokken administratieve eenheid zijn ingedeeld bij de rassen voor de produktie van rozijnen en krenten of zowel bij die rassen als bij andere rassen: 7 200 Ecu;

f) voor de oppervlakten die worden gebruikt als moederplantenopstand voor onderstammen: 6 000 Ecu.

2. Met uitzondering van het in lid 1, onder a), genoemde bedrag worden de in lid 1 vermelde bedragen met 600 Ecu per hectare verhoogd indien de betrokken oppervlakten het volledige wijnbouwareaal van de aanvrager uitmaken.

3. De opbrengst per hectare van de in lid 1, onder b), bedoelde gerooide oppervlakten wordt bepaald op de grondslag van de voor het bedrijf van de begunstigde aangegeven gemiddelde opbrengst en de vóór de rooiing door de bevoegde instantie van de Lid-Staat ter plaatse geconstateerde capaciteit van de te rooien wijngaard.

4. Voor Spanje worden de in lid 1 bedoelde premies en het in lid 2 bedoelde bedrag volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87 op zodanige wijze vastgesteld dat het verschil tussen de in artikel 2, lid 1 bis, van Verordening (EEG) nr. 777/85 bedoelde bedragen en de bedragen voorkomend in lid 1 en lid 2 bij het begin van het wijnoogstjaar 1988/1989 met drie zevende en vervolgens bij het begin van elk volgend wijnoogstjaar op uniforme wijze wordt verkleind, terwijl in deze Lid-Staat met ingang van het wijnoogstjaar 1992/1993 de communautaire bedragen gelden.

Artikel 3

Voor de premie voor definitieve stopzetting komen niet in aanmerking:

a) het wijnbouwareaal van éénzelfde bedrijf dat in totaal 25 are of minder beslaat, met uitzondering van oppervlakten van ten minste 10 are die het volledige wijnbouwareaal van het betrokken bedrijf uitmaken;

b) het wijnbouwareaal waarvoor een overtreding van de communautaire of nationale voorschriften inzake de aanplantregeling is geconstateerd in de periode sinds 1976;

c) het wijnbouwareaal dat niet meer onderhouden wordt;

d) het wijnbouwareaal dat na de inwerkingtreding van deze verordening met wijnstokken is beplant.

Artikel 4

1. De premieaanvragen moeten uiterlijk 31 december van het wijnoogstjaar worden ingediend bij de door de Lid-Staten aangewezen diensten.

Voor oppervlakten die zijn beplant met wijnstokken van wijndruivenrassen dienen de aanvragen te worden aangevuld met een officiële verklaring waaruit de overeenkomstig artikel 2, lid 3, bepaalde opbrengst per hectare blijkt.

2. De premie wordt slechts toegekend na overlegging van een schriftelijke verklaring waarin de aanvrager zich ertoe verbindt om vóór 15 mei van het jaar na dat waarin de aanvraag is ingediend de wijnstokken op de oppervlakten waarvoor de premie is aangevraagd te rooien of te doen rooien.

3. Bovendien wordt de premie slechts toegekend indien de aanvrager:

- bij de indiening van de aanvraag, volgens de nationale wetgeving gerechtigd is over het betrokken perceel te beschikken,

- ingeval hij niet aan de in het eerste streepje genoemde voorwaarde voldoet, de schriftelijke instemming van de eigenaar van het perceel overlegt.

4. De Lid-Staten kunnen de in lid 1, eerste alinea, en lid 2 vermelde data vervroegen.

Artikel 5

Voor de toekenning van de premie voor definitieve stopzetting worden de oppervlakten met gecombineerde teelt omgerekend in oppervlakten met zuivere teelt aan de hand van de voor het betrokken produktiegebied gebruikelijke omrekeningscoëfficiënt.

Artikel 6

De premie voor definitieve stopzetting wordt uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin de premieaanvraag is ingediend, uitbetaald, op voorwaarde evenwel dat de aanvrager het bewijs heeft geleverd dat de rooiing effectief is uitgevoerd.

Op verzoek van de wijnbouwer wordt de premie hem voorgeschoten, op voorwaarde dat hij een nader te bepalen zekerheid heeft gesteld.

Artikel 7

1. De Lid-staten kunnen voor wijnbouwers die aangesloten zijn bij een wijnbouwcooeperatie of een andere vereniging van wijnbouwers, bepalen dat de in artikel 2, lid 1, bedoelde premies worden verlaagd met een bedrag dat ten hoogste gelijk mag zijn aan 15 %. In dat geval worden de met deze verlaging overeenkomende bedragen uitgekeerd aan de betrokken cooeperaties of verenigingen.

2. Onverminderd het bepaalde in lid 1, kunnen de Lid-Staten bepalingen vaststellen die voorzien in de toekenning van een nationale compensatie aan wijnbouwcooeperaties en andere verenigingen van wijnbouwers die het bewijs leveren dat:

- zij hun activiteit hebben moeten inkrimpen in verband met een vermindering van de aanvoer van de leden als gevolg van de toekenning van de premie voor definitieve stopzetting;

- de door hun leden geëxploiteerde oppervlakte met ten minste 10 % is verminderd ten opzichte van het wijnoogstjaar 1987/1988.

De nationale compensatie mag niet hoger liggen dan de als gevolg van de activiteitsinkrimping geleden verliezen.

3. De Lid-Staten doen de Commissie mededeling van de eventueel krachtens dit artikel vastgestelde bepalingen.

Artikel 8

1. Bovendien worden wijnbouwers die recht hebben op de premie in verband met definitieve stopzetting van de produktie op percelen voor tafelwijnproduktie op hun verzoek van de in artikel 39 van Verordening (EEG) nr. 822/87 bedoelde verplichting vrijgesteld

- voor 100 % wanneer het tafelwijnproduktiepotentieel van het bedrijf met meer dan 50 % is verminderd;

- voor een of meer volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87 nader te bepalen niveaus wanneer de vermindering van het produktiepotentieel is gelegen tussen 20 en 50 %,

op voorwaarde dat de vermindering van het potentieel ten minste 50 hectoliter bedraagt. Geen enkele vrijstelling is toegestaan wanneer de vermindering van het potentieel lager is dan 20 %.

De in de eerste alinea bedoelde vrijstelling geldt niet voor het produktievolume dat voortvloeit uit een vergroting, na de toekenning van de premie voor definitieve stopzetting, van het produktiepotentieel als gevolg van areaalverhoging en/of opbrengstverhoging.

2. De procentuele vermindering van het tafelwijnproduktiepotentieel is gelijk aan de verhouding tussen enerzijds de hoeveelheid die wordt verkregen door de overeenkomstig artikel 2, lid 3, bepaalde opbrengst te vermenigvuldigen met de gerooide oppervlakte en anderzijds de gemiddelde tafelwijnproduktie die voor het bedrijf is aangegeven over de vijf wijnoogstjaren vóór het rooien; de produktievolumes van het belangrijkste en het minst belangrijke wijnoogstjaar worden echter niet in aanmerking genomen voor het berekenen van bovengenoemde gemiddelde produktie.

Artikel 9

Indien de wijnbouwer de jaarlijkse uitkering bedoeld in artikel 3, lid 1, eerste streepje, van Verordening (EEG) nr. 1096/88 van de Raad van 25 april 1988 houdende instelling van een communautaire regeling ter bevordering van de bedrijfsbeëindiging in de landbouw (1) ontvangt, kan op zijn verzoek de premie voor definitieve stopzetting bedoeld in artikel 1 van de onderhavige verordening worden toegekend in de vorm van een jaarlijkse premie waarvan het voor financiering in aanmerking komende bedrag ten hoogste 1 350 Ecu per hectare bedraagt en die zal worden toegekend zolang die jaarlijkse uitkering wordt verstrekt. In dat geval mag voor het wijnbouwareaal de aanvullende premie per hectare bedoeld in artikel 3, lid 1, tweede streepje, van Verordening (EEG) nr. 1096/88 niet worden toegekend.

Artikel 10

1. De Lid-Staten controleren of de in artikel 4, lid 2 en lid 3, bedoelde verbintenissen worden nagekomen.

2. De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de resultaten van deze controle.

Artikel 11

De Raad voert vóór 1 april 1990 een zeer grondige analyse uit van alle aspecten van de goedgekeurde rooimaatregelen en beslist met gekwalificeerde meerderheid op de grondslag van een voorstel van de Commissie over de aanpassingen die nodig mochten blijken.

Artikel 12

1. Op een met redenen omkleed verzoek kan de Commissie, volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87, een Lid-Staat toestaan om tot ten hoogste 10 % van zijn produktiepotentieel de in deze verordening bedoelde maatregelen niet toe te passen in gebieden waar redenen in verband met

- de natuurlijke omstandigheden, of

- het gevaar voor ontvolking, of

- het gevoerde kwaliteitsbeleid, of

- uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 458/80 van de Raad van 18 februari 1980 betreffende de herstructurering van wijngaarden in het kader van collectieve maatregelen (2) toegekende herstructureringspremies

tegen produktievermindering pleiten.

2. De Commissie kan rekening houden met de sociaal-economische problemen van bepaalde andere gebieden dan die welke in lid 1 worden bedoeld, met name die waar de mogelijkheden voor alternatieve teelten beperkt zijn. Indien deze problemen bijzonder ernstig zijn kan de Commissie de betrokken Lid-Staat toestaan in deze gebieden de in de onderhavige verordening bedoelde maatregelen boven een door de Commissie volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87 vast te stellen percentage van het produktiepotentieel van het betrokken gebied niet toe te passen.

3. In de zin van de leden 1 en 2 komt een gebied overeen met een administratieve geografische regio die gekenmerkt wordt door homogeniteit van de wijngaard.

4. De in de leden 1 en 2 bedoelde maatregelen kunnen slechts worden toegepast op ten hoogste 10 % van het produktiepotentieel van de betrokken Lid-Staat. Het produktiepotentieel wordt berekend op de grondslag van de gemiddelde produktie tijdens de wijnoogstjaren 1985/1986, 1986/1987 en 1987/1988.

5. De Raad kan op voorstel van de Commissie, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, de nodige maatregelen nemen om een duidelijk onevenwichtige toepassing van deze verordening in de verschillende Lid-Staten of regio's van Lid-Staten ten opzichte van elkaar, en met name in gebieden die te kampen hebben met ernstige sociaal-economische problemen, te voorkomen.

In afwachting van een besluit van de Raad kan de Commissie, indien zulks urgent is, en mochten rooiingen op grote schaal te vrezen zijn, de toepassing van deze verordening in een of meer administratieve eenheden opschorten of beperken.

Artikel 13

De Commissie neemt de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de gegadigden voor de in deze verordening vervatte maatregel volledig en uitvoerig worden geïnformeerd. De wijnbouwers moeten daardoor kunnen beschikken over alle elementen die nodig zijn om te kunnen beslissen of zij de wijnbouw, volledig of gedeeltelijk, stopzetten.

Artikel 14

1. De door de Lid-Staten uit hoofde van deze verordening gedane uitgaven komen in aanmerking voor financiering uit het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw, afdelingen Garantie en Oriëntatie, hierna »het Fonds" te noemen.

2. Het Fonds vergoedt de Lid-Staten 70 % van de uit hoofde van deze verordening gedane uitgaven.

Voor de wijnoogstjaren 1988/1989 en 1989/1990 geschiedt de vergoeding voor 50 % door de afdeling Garantie en voor 50 % door de afdeling Oriëntatie.

De verdeling tussen de afdeling Garantie en de afdeling Oriëntatie zal in het kader van de in artikel 11 beoogde maatregelen worden herzien in het licht van de resultaten van de marktsanering.

3. Het Fonds betaalt de Lid-Staten een voorschot dat wordt bepaald op de grondslag van een kennisgeving die de volgende elementen dient te bevatten:

- een overzicht van de oppervlakten waarvoor aanvragen voor premies voor definitieve stopzetting zijn ingediend vóór de overeenkomstig artikel 4 vastgestelde uiterste datum,

- de verbintenis om de van het Fonds ontvangen bedragen vóór het einde van het jaar over te maken aan de begunstigden die aan de in artikel 4, lid 2, vermelde voorwaarden hebben voldaan.

Dit voorschot is ten hoogste gelijk aan 70 % van het bedrag van de aangevraagde premies.

Artikel 15

1. De aanvragen voor de financiële bijdrage van het Fonds moeten vóór 1 mei van elk jaar door de Lid-Staten worden ingediend.

2. De Commissie beslist zo spoedig mogelijk over deze aanvragen volgens de procedure van artikel 7, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 729/70.

Artikel 16

1. Het door het Fonds aan de Lid-Staten verschuldigde bedrag wordt definitief vastgesteld nadat, vóór 1 april van elk jaar, een overzicht is ingediend van de premies voor definitieve stopzetting die in het vorige jaar aan de begunstigden zijn uitgekeerd.

2. Voorschotten die niet zijn uitgegeven tijdens het jaar waarvoor ze zijn ontvangen, komen in mindering op de voor het daaropvolgende jaar uit te keren bedragen.

3. De bepalingen ter uitvoering van de artikelen 14 en 15 en van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 729/70.

Artikel 17

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 729/70 treffen de Lid-Staten overeenkomstig de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen de nodige maatregelen om de uitbetaalde bedragen terug te vorderen indien de in artikel 4 bedoelde verbintenissen niet worden nagekomen. Zij stellen de Commissie in kennis van de getroffen maatregelen en brengen haar met name op gezette tijden op de hoogte van de stand van de desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures.

2. De teruggevorderde bedragen worden overgemaakt aan de instellingen of diensten die ze hebben uitbetaald en worden door deze instellingen of diensten naar rata van de bijdrage van de Gemeenschap in mindering gebracht op de door het Fonds gefinancierde uitgaven.

3. De financiële consequenties van de onmogelijkheid tot terugvordering van uitbetaalde bedragen worden door de Gemeenschap gedragen naar rata van haar bijdrage.

4. De bepalingen ter uitvoering van dit artikel worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 729/70.

Artikel 18

In het kader van de in artikel 9, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 822/87 bedoelde kennisgeving doen de Lid-Staten de Commissie in de in artikel 1, lid 1, genoemde wijnoogstjaren mededeling van het wijnbouwareaal dat is gerooid en waarvoor de overeenkomstige premie is betaald. De Commissie houdt met deze gegevens rekening bij het opstellen van het in artikel 9, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 822/87 bedoelde verslag.

Artikel 19

Deze verordening vormt geen beletsel voor de toekenning van op grond van de nationale voorschriften verleende steun waarmee hetzelfde doel wordt beoogd als met deze verordening. De toekenning van deze steun, met uitzondering van de in artikel 7 bedoelde compensatie, wordt evenwel afhankelijk gesteld van het onderzoek ervan in het kader van de artikelen 92, 93 en 94 van het Verdrag.

Artikel 20

Onverminderd bijzondere voorschriften worden de bepalingen ter uitvoering van deze verordening, met name die betreffende:

- de in artikel 6, tweede alinea, bedoelde garantie,

- de toepassing van de in artikel 8 bedoelde vrijstelling van de verplichte distillatie op wijnbouwers die aangesloten zijn bij een wijnbouwcooeperatie,

vastgesteld volgens de procedure van artikel 83 van Verordening (EEG) nr. 822/87.

Artikel 21

In de titel, in artikel 1, lid 1, eerste alinea, en in artikel 9, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 777/85 wordt »1989/1990" vervangen door »1987/1988".

Artikel 22

Deze verordening is niet van toepassing in Portugal.

Artikel 23

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 24 mei 1988.

Voor de Raad

De Voorzitter

H.-D. GENSCHER

(1) PB nr. C 100 van 15. 4. 1988, blz. 11.

(2) Advies uitgebracht op 20 mei 1988 (nog niet verschenen in het Publikatieblad).

(3) PB nr. L 88 van 28. 3. 1985, blz. 8.

(4) PB nr. L 362 van 31. 12. 1985, blz. 39.

(5) PB nr. L 84 van 27. 3. 1987, blz. 1.

(6) Zie bladzijde 1 van dit Publikatieblad.

(1) PB nr. L 110 van 29. 4. 1988, blz. 1.

(2) PB nr. L 57 van 29. 2. 1980, blz. 27.