Home

VERORDENING (EEG) Nr. 4218/88 VAN DE RAAD van 19 december 1988 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor pulp van abrikozen, van oorsprong uit Tunesie en Israel (1989) #

VERORDENING (EEG) Nr. 4218/88 VAN DE RAAD van 19 december 1988 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor pulp van abrikozen, van oorsprong uit Tunesie en Israel (1989) #

VERORDENING ( EEG ) Nr . 4218/88 VAN DE RAAD van 19 december 1988 betreffende de opening en de wijze van beheer van communautaire tariefcontingenten voor pulp van abrikozen, van oorsprong uit Tunesie en Israel ( 1989 )

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat de Samenwerkingsovereenkomsten tussen de Europese Economische Gemeenschap enerzijds en de Republiek Tunesië ( 1 ) en de Staat Israël ( 2 ) anderzijds, gecompleteerd door de Aanvullende Protocollen bij deze Overeenkomsten ( 3 ) ( 4 ), voorzien in de opening door de Gemeenschap van jaarlijkse communautaire tariefcontingenten van respectievelijk 4 300 en 150 ton pulp van abrikozen van GN-code ex 2008 50 91, van oorsprong uit deze landen;

Overwegende dat binnen de grenzen van deze tariefcontingenten het douanerecht geleidelijk wordt afgeschaft over dezelfde periode en in hetzelfde tempo als bepaald in de artikelen 75 en 243 van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal; dat, voor het jaar 1989, het contingentrecht 50 % bedraagt van het basisrecht; dat het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek binnen de grenzen van deze contingenten douanerechten toepassen die worden berekend overeenkomstig Verordening ( EEG ) nr . 2573/87 van de Raad van 11 augustus 1987 houdende vaststelling van de regeling welke van toepassing is op het handelsverkeer van Spanje en Portugal met Algerije, Egypte, Jordanië, Libanon, Tunesië en Turkije ( 5 ), voor wat Tunesië betreft, en Verordening ( EEG ) nr . 4162/87 van de Raad van 21 december 1987 tot vaststelling van de regeling die van toepassing is op het handelsverkeer van Spanje en Portugal met Israël en tot wijziging van de Verordeningen ( EEG ) nr . 449/86 en (EEG ) nr . 2573/87 ( 6 ), voor wat Israël betreft; dat het derhalve dienstig is de betrokken communautaire tariefcontingenten voor 1989 te openen;

Overwegende dat met name dient te worden gewaarborgd dat alle importeurs van de Gemeenschap te allen tijde en in gelijke mate gebruik kunnen maken van genoemde contin - genten en dat de aan die contingenten verbonden rechten in alle Lid-Staten zonder onderbreking worden toegepast op alle invoer van de betrokken produkten tot het tijdstip waarop het contingent geheel is uitgeput; dat het in het onderhavige geval dienstig lijkt om niet in een verdeling tussen de Lid-Staten te voorzien, onverminderd het opnemen uit het contingent van hoeveelheden die overeenstemmen met hun behoeften onder de voorwaarden en volgens de procedure van artikel 2, lid 1; dat deze wijze van beheer een nauwe samenwerking vereist tussen de Lid-Staten en de Commissie, die met name de uitputtingsgraad van het contingent moet kunnen volgen en de Lid-Staten daarover moet kunnen inlichten;

Overwegende dat, indien tijdens de contingentperiode het contingent bijna geheel is benut, de Lid-Staten alle eventueel niet benutte hoeveelheden in dat contingent moeten terugstorten, zulks om te voorkomen dat een deel van een communautair tariefcontingent in een Lid-Staat onbenut blijft, terwijl het in andere Lid-Staten benut zou kunnen worden;

Overwegende dat, aangezien het Koninkrijk België, het Koninkrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg verenigd zijn in en vertegenwoordigd worden door de Benelux Economische Unie, elke handeling met betrekking tot het beheer van de door genoemde Economische Unie opgenomen quota kan worden verricht door een van haar leden,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD :

Artikel 1 Van 1 januari tot en met 31 december 1989 worden de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van het volgende produkt van oorsprong uit Tunesië en Israël geschorst tot het niveau en binnen de grenzen van de communautaire tariefcontingenten aangegeven bij het produkt :

Volgnummer GN-code Omschrijving Oorsprong Omvang van het contingent ( in ton ) Contingent - recht ( in %) ex 2008 50 91 Pulp van abrikozen, zonder toegevoegde alcohol, zonder toegevoegde suiker, in verpakkingen met een netto-inhoud per onmiddellijke verpakking van 4,5 kg of meer 09.1203 Tunesië 4 300 8,5 09.1001 Israël 150 8,5 Binnen de grenzen van deze tariefcontingenten passen het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek rechten toe die worden berekend overeenkomstig de Verordeningen ( EEG ) nr . 2573/87 en ( EEG ) nr . 4162/87 .

Artikel 2 1 . Indien een importeur melding maakt van op handen zijnde invoer van het betrokken produkt in een Lid-Staat en indien hij verzoekt om voor het contingent in aanmerking te komen, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming van een hoeveelheid die overeenstemt met die behoeften, voor zover het beschikbare saldo van het contingent zulks toelaat .

2 . Onverminderd artikel 3 zijn de opnemingen krachtens lid 1 geldig tot het einde van de contingentperiode .

Artikel 3 1 . Zodra het in artikel 1 omschreven contingent voor ten minste 80 % is uitgeput, stelt de Commissie de Lid-Staten daarvan in kennis .

2 . In dat geval stelt zij de Lid-Staten ook in kennis van de datum met ingang waarvan de opnemingen uit het contingent moeten plaatsvinden volgens de volgende bepalingen :

Indien een importeur in een Lid-Staat, voor een produkt bedoeld in deze verordening, een aangifte tot het in het vrije verkeer brengen indient waarin een aanvraag om voor een preferentie in aanmerking te komen is opgenomen, en indien deze aangifte door de douaneautoriteiten wordt aanvaard, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming uit het contingent van een gedeelte dat met die behoeften overeenstemt .

De verzoeken tot opneming met opgave van de datum waarop de betrokken aangiften zijn aanvaard, worden onverwijld aan de Commissie meegedeeld .

De opnemingen worden door de Commissie toegestaan met inachtneming van de datum waarop de aangiften tot het in het vrije verkeer brengen zijn aanvaard door de douaneautoriteiten van de betrokken Lid-Staat, voor zover het saldo dit toelaat .

Indien een Lid -Staat de opgenomen hoeveelheden niet benut, stort hij deze zo spoedig mogelijk terug in het contingent .

Indien de gevraagde hoeveelheden hoger zijn dan het beschikbare saldo van het contingent, geschiedt de toedeling pro rata de verzoeken . De Lid-Staten worden dienovereenkomstig door de Commissie ingelicht .

3 . Binnen een door de Commissie gestelde termijn, te rekenen vanaf de in lid 2, eerste alinea, bedoelde datum, moeten de Lid-Staten alle hoeveelheden die op die datum niet zijn gebruikt overeenkomstig artikel 4, leden 3 en 4, in het contingent terugstorten .

Artikel 4 1 . De Lid-Staten treffen alle dienstige maatregelen opdat de opnemingen krachtens artikel 2, lid 1, zonder onderbreking kunnen worden afgeboekt op hun gecumuleerde aandeel in de communautaire contingenten .

2 . Elke Lid-Staat waarborgt de importeurs van het betrokken produkt vrije toegang tot de contingenten zolang het saldo van het contingent zulks toelaat .

3 . De Lid-Staten boeken de ingevoerde hoeveelheden op hun opnemingen af naar gelang het betrokken produkt bij de douane ten invoer in het vrije verkeer wordt aangegeven .

4 . De uitputtingsgraad van de contingenten wordt vastgesteld op grond van de ingevoerde hoeveelheden die op de in lid 3 omschreven wijze zijn afgeboekt .

Artikel 5 Op verzoek van de Commissie stellen de Lid-Staten de Commissie op de hoogte van de invoer van het betrokken produkt die daadwerkelijk van het contingent is afgeboekt .

Artikel 6 De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om te bereiken dat deze verordening wordt nageleefd .

Artikel 7 Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1989 .

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat .

Gedaan te Brussel, 19 december 1988 .

Voor de Raad De Voorzitter Th . PANGALOS EWG :L371UMBH01.93 FF : 3UHO; SETUP : 01; Hoehe : 846 mm; 184 Zeilen; 8211 Zeichen;

Bediener : MARL Pr .: C;

Kunde : ................................

( 1 ) PB nr . L 265 van 27 . 9 . 1978, blz . 1 . ( 2 ) PB nr . L 136 van 28 . 5 . 1975, blz . 1 . ( 3 ) PB nr . L 297 van 21 . 10 . 1987, blz . 36 . ( 4 ) PB nr . L 327 van 30 . 11 . 1988, blz . 36 . ( 5 ) PB nr . L 250 van 1 . 9 . 1987, blz . 1 . ( 6 ) PB nr . L 396 van 31 . 12 . 1987, blz . 1 .