89/632/EEG: Beschikking van de Commissie van 19 juli 1989 inzake spoedmaatregelen in de visserijsector van de deelstaten Nedersaksen, Bremen en Hamburg (Steunmaatregelen van de staten/Duitsland) (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
89/632/EEG: Beschikking van de Commissie van 19 juli 1989 inzake spoedmaatregelen in de visserijsector van de deelstaten Nedersaksen, Bremen en Hamburg (Steunmaatregelen van de staten/Duitsland) (Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
*****
BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE
van 19 juli 1989
inzake spoedmaatregelen in de visserijsector van de deelstaten Nedersaksen, Bremen en Hamburg
(STEUNMAATREGELEN VAN DE STATEN/DUITSLAND)
(Artikel 93, lid 2, van het EEG-Verdrag)
(Slechts de tekst in de Duitse taal is authentiek)
(89/632/EEG)
Bij schrijven nr. SG(88)D/13728 van 25 november 1988 is Uw Regering in kennis gesteld van het besluit van de Commissie om de onderzoekprocedure van artikel 93, lid 2, van het EEG-Verdrag in te leiden ten aanzien van de steun die is toegekend in het kader van een aantal door de deelstaten Bremen, Nedersaksen en Hamburg genomen maatregelen. Aanleiding voor deze maatregelen was een sterke daling van het verbruik van visserijprodukten in Duitsland in de tweede helft van 1987 als gevolg van een televisie-uitzending.
Bij schrijven van 3 april 1989 hebben de Duitse autoriteiten hun standpunt aan de Commissie medegedeeld: volgens deze Lid-Staat zouden de bovengenoemde maatregelen het intracommunautaire handelsverkeer niet nadelig hebben beïnvloed en de concurrentie niet vervalsen. De betrokken maatregelen zouden bovendien kunnen worden beschouwd als verenigbaar met de gemeenschappelijke markt overeenkomstig artikel 92, lid 2, onder b), van het EEG-Verdrag. Voorts zou de Commissie zich niet hebben gehouden aan de termijn voor het maken van opmerkingen ten aanzien van de door de deelstaat Hamburg verleende steun.
Bij schrijven van 1, 3 en 9 februari 1989 hebben een Lid-Staat en vier andere belanghebbenden hun opmerkingen inzake de betrokken steunmaatregelen aan de Commissie medegedeeld.
I
Al deze maatregelen zijn door de deelstaten aangenomen zonder dat uitdrukkelijk werd bepaald dat de Commissie in het kader van artikel 93 van het EEG-Verdrag vooraf over deze steunmaatregelen een besluit moest nemen. De Commissie betreurt dan ook ten zeerste dat de betrokken autoriteiten de krachtens artikel 93, lid 3, van het EEG-Verdrag op hen rustende verplichtingen niet zijn nagekomen en zij behoudt zich het recht voor alle maatregelen te nemen om de betrokken voorschriften te doen naleven.
II
Na de in het kader van de betrokken maatregelen verleende steun aan de hand van vollediger gegevens nader te hebben onderzocht is de Commissie, rekening houdend met het feit dat het gaat om een regeling met een beperkte looptijd en beperkte steunbedragen, gerelateerd aan de consequenties van de buitengewoon sterke daling van het verbruik van visserijprodukten in Duitsland, die de financiële positie van de ondernemingen voor de verwerking en de afzet van visserijprodukten in gevaar heeft gebracht en met de in verhouding tot de totale afzet voor visserijprodukten op de Duitse markt, de uit andere Lid-Staten ingevoerde produkten meegerekend, sterke concentratie van betrokken ondernemingen in de voornoemde deelstaten, van mening dat de voorwaarden voor het handelsverkeer door deze steunmaatregelen niet zodanig zijn gewijzigd dat het communautaire belang wordt geschaad, en is zij van oordeel dat deze maatregelen in aanmerking komen voor toepassing van artikel 92, lid 3, onder c), van het EEG-Verdrag.
Ik heb dan ook de eer U mede te delen dat de Commissie heeft besloten de procedure van artikel 93, lid 2, van het EEG-Verdrag die ten aanzien van de in het kader van bovengenoemde maatregelen verleende steun was ingeleid, te beëindigen.
Gedaan te Brussel, 19 juli 1989.
Voor de Commissie
Jean DONDELINGER
Lid van de Commissie