Home

Verordening (EEG) nr. 1201/89 van de Commissie van 3 mei 1989 houdende uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor katoen

Verordening (EEG) nr. 1201/89 van de Commissie van 3 mei 1989 houdende uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor katoen

*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1201/89 VAN DE COMMISSIE

van 3 mei 1989

houdende uitvoeringsbepalingen van de steunregeling voor katoen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op de Akte van Toetreding van Griekenland, en met name op Protocol nr. 4 betreffende katoen, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 4006/87 (1),

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2169/81 van de Raad van 27 juli 1981 tot vaststelling van de algemene voorschriften van de steunregeling voor katoen (2), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 791/89 (3), en met name op artikel 11,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 1676/85 van de Raad van 11 juni 1985 inzake de waarde van de rekeneenheid en de omrekeningskoersen die in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid moeten worden toegepast (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1636/87 (5), en met name op artikel 12,

Overwegende dat, gezien de op de wereldmarkt gebruikelijke prijsschommelingen, moet worden bepaald dat de wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen ten minste eenmaal per maand wordt vastgesteld;

Overwegende dat, bij ontbreken van representatieve noteringen en aanbiedingen voor niet-geëgreneerde katoen, voor de vaststelling van de wereldmarktprijs van dat produkt dient te worden uitgegaan van de waarde van de door egrenering verkregen produkten;

Overwegende dat de aanpassingen moeten worden vastgesteld die op de in aanmerking genomen aanbiedingen en prijzen moeten worden toegepast voor eventuele verschillen ten opzichte van de aanbiedingsvorm, de kwaliteit, de plaats van levering en de leveringscondities waarvoor de wereldmarktprijs moet worden vastgesteld; dat eventueel ook rekening moet worden gehouden met het compenserende bedrag dat op grond van Verordening nr. 143/67/EEG van de Raad van 21 juni 1967 betreffende het compenserende bedrag bij de invoer van bepaalde plantaardige oliën (6), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2077/71 (7), bij invoer wordt geheven;

Overwegende dat, om de controle op het recht op steun, en met name op de naleving van de minimumprijs, te vergemakkelijken, nader moet worden bepaald aan welke voorwaarden de in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2169/81 bedoelde contracten moeten voldoen;

Overwegende dat in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 2169/81 is bepaald dat de steun over de hoeveelheden vóór egrenering wordt uitgekeerd, op voorwaarde dat egrenering heeft plaatsgehad, en dat in artikel 10 van die verordening is bepaald dat de Lid-Staten de aanvoer van produkten in het egreneringsbedrijf en de egrenering van die produkten controleren; dat met het oog op een doeltreffende controle, enerzijds het begrip egreneringsbedrijf moet worden omschreven en anderzijds moet worden bepaald hoe deze controle moet worden verricht;

Overwegende dat voor de controle moet worden uitgegaan van de voorraadboekhouding van de bedrijven;

Overwegende dat, om de afzet van niet-geëgreneerde katoen te vergemakkelijken, moet worden bepaald dat het steunbedrag dat geldt op de dag waarop het egreneringsbedrijf de steunaanvraag indient, moet worden toegepast;

Overwegende dat in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2169/81 is bepaald dat de Lid-Staten een regeling moeten invoeren waarbij het ingezaaide areaal wordt opgegeven; dat nader moet worden bepaald hoe deze regeling en de bijbehorende controles moeten worden toegepast;

Overwegende dat, met het oog op de vlotte werking van de steunregeling, moet worden bepaald dat de Lid-Staten een certificaat moeten opstellen waarin de hoeveelheid waarvoor recht op steun bestaat en het bedrag van deze steun worden vermeld; dat voor een goed administratief beheer moet worden voorgeschreven dat de egrenering binnen een bepaalde termijn moet plaatsvinden;

Overwegende dat in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2169/81 is bepaald dat, om voor de belanghebbenden het nadeel van laattijdige uitbetaling van de steun te ondervangen, dient te worden bepaald dat een voorschot wordt uitgekeerd;

Overwegende dat, om de uniforme toepassing van de steunregeling te waarborgen, de wijze van uitkering van de steun moet worden vastgesteld;

Overwegende dat het dienstig is de minimumfrequentie te bepalen waarmee de steun wordt vastgesteld; dat volstaat de steun maandelijks vast te stellen en tevens de mogelijkheid open te houden tot tussentijdse wijziging over te gaan;

Overwegende dat als koers voor de omrekening in de nationale valuta voor de minimumprijs de representatieve koers van de datum van sluiting van het contract dient te worden aangehouden en voor het steunbedrag die van de datum van indiening van de aanvraag;

Overwegende dat het, om het goede beheer van de steunregeling te vergemakkelijken, dienstig is dat de Lid-Staten aan de Commissie regelmatig over de produktie en de egrenering van niet-geëgreneerde katoen bepaalde gegevens verstrekken;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 2183/81 van de Commissie (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2993/88 (2), duidelijkheidshalve dient te worden ingetrokken en door de onderhavige verordening dient te worden vervangen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor vlas en hennep,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

TITEL I

Wereldmarktprijs

Artikel 1

1. De wereldmarktprijs voor niet-geëgreneerde katoen wordt eenmaal per maand bepaald. Bij een belangrijke wijziging van de marktsituatie kan deze prijs evenwel tussentijds worden gewijzigd.

2. De prijs, die wordt vastgesteld per 100 kg, is gelijk aan de som van de waarde van 32 kg geëgreneerde katoen en die van 54 kg katoenzaad, welke som wordt verminderd met de egreneringskosten die op 13,25 ecu per 100 kg worden geraamd.

Deze waarden worden vastgesteld op grond van de prijzen die zijn bepaald overeenkomstig de artikelen 2, 3 en 4.

Artikel 2

1. Voor het bepalen van de wereldmarktprijs voor geëgreneerde katoen neemt de Commissie de aanbiedingen en noteringen in aanmerking die voor de wereldmarktsituatie voor dit produkt het meest representatief zijn en die met name worden geconstateerd bij de handel te Liverpool en betrekking hebben op verschepingen in de eerstkomende maanden na de datum waarop de prijs is bepaald en op het verkoopseizoen waarvoor de prijs is bepaald.

Voor het bepalen van deze prijs kan de Commissie een gemiddelde vaststellen van de op één of meer Europese beurzen geconstateerde aanbiedingen en noteringen voor produkten uit de verschillende leverende landen die voor de internationale handel het meest representatief worden geacht.

2. Wanneer de in aanmerking genomen aanbiedingen en noteringen betrekking hebben op:

a) geëgreneerde katoen van een andere kwaliteit dan die waarvoor de streefprijs is vastgesteld, wordt het bedrag ervan aangepast zoals aangegeven in bijlage A;

b) produkten die cif worden geleverd voor een andere plaats van grensoverschrijding dan Piraeus, wordt het bedrag ervan aangepast rekening houdende met het verschil in vervoer- en verzekeringskosten ten opzichte van een cif Piraeus geleverd produkt, tenzij lid 1, tweede alinea, wordt toegepast;

c) c & f geleverde produkten, wordt het bedrag ervan verhoogd met 0,2 % ten einde rekening te houden met de kosten van verzekering;

d) produkten die franco kade, franco boord of op andere condities worden geleverd, wordt het bedrag ervan naar gelang van het geval verhoogd met de kosten van het laden, het vervoer en de verzekering vanaf de plaats van inlading of lading tot de plaats van grensoverschrijding;

e) cif geleverde produkten, wordt het bedrag ervan verhoogd met 1 ecu per 100 kg ten einde rekening te houden met de kosten van uitladen en vervoer in Piraeus.

3. Voor de toepassing van lid 2 worden uitsluitend de laagste kosten in aanmerking genomen.

Artikel 3

1. Voor het bepalen van de wereldmarktprijzen voor katoenzaad neemt de Commissie de aanbiedingen en noteringen in aanmerking die betrekking hebben op de eerstkomende verschepingen na de datum waarop de prijs is bepaald.

2. Wanneer de aanbiedingen en noteringen betrekking hebben op:

a) katoenzaad van een andere kwaliteit dan omschreven in artikel 4, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2169/81, wordt het bedrag ervan verhoogd of verlaagd met 2 % voor ieder punt olie minder of meer ten opzichte van de standaardkwaliteit;

b) c & f geleverde produkten, wordt het bedrag ervan verhoogd met 0,2 %, ten einde rekening te houden met de kosten van verzekering;

c) produkten die cif worden geleverd voor een andere plaats van grensoverschrijding dan Piraeus, wordt het bedrag ervan aangepast, rekening houdende met het verschil in vervoer- en verzekeringskosten ten opzichte van een cif Piraeus geleverd produkt;

d) produkten die franco kade, franco boord of op andere condities worden geleverd, wordt het bedrag ervan naar gelang van het geval verhoogd met de kosten van het laden, het vervoer- en de verzekering vanaf de plaats van inlading of lading tot de plaats van grensoverschrijding;

e) cif geleverde produkten, wordt het bedrag ervan verhoogd met 0,300 ecu per 100 kg ten einde rekening te houden met de kosten van uitladen en vervoer in Piraeus.

3. Voor de toepassing van lid 2 worden uitsluitend de laagste kosten van inladen, vervoer en verzekering in aanmerking genomen.

Artikel 4

1. Bij toepassing van artikel 4, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 2169/81 is de wereldmarktprijs van katoenzaad gelijk aan de som van de waarde van 12 kg ruwe katoenzaadolie en die van 75 kg katoenzaadkoeken, welke som wordt verminderd met de verwerkingskosten, die op 7,45 ecu per 100 kg worden geraamd. Deze waarden worden vastgesteld op grond van de overeenkomstig lid 2 bepaalde prijzen.

2. Voor het bepalen van de wereldmarktprijs voor katoenzaadolie en katoenzaadkoeken neemt de Commissie de aanbiedingen en noteringen in aanmerking

a) die voor een produkt, los gestort, van communautaire oorsprong of ingevoerd, geleverd in Piraeus, aan de hand van de gunstigste aanbiedingen en noteringen zijn geconstateerd;

b) die betrekking hebben:

- op de eerstkomende verschepingen, en

- voor zover het olie betreft, op een ongeraffineerd produkt, en voor zover het koeken betreft, op een produkt met een vet- en eiwitgehalte van 27 %.

3. Wanneer de in aanmerking genomen aanbiedingen en noteringen betrekking hebben op andere dan ongeraffineerde olie of op katoenzaadkoeken met een vet- en eiwitgehalte dat afwijkt van 27 %, worden de bedragen ervan aangepast op grond van het tijdens een referentieperiode op de markt geconstateerde prijsverschil met de in lid 2 bedoelde kwaliteit.

4. Wat ingevoerde produkten betreft worden wanneer de aanbiedingen en noteringen niet in Piraeus geleverde produkten betreffen, met inachtneming van de aard van het produkt de nodige aanpassingen verricht onder overeenkomstige toepassing van de bepalingen voor katoenzaad.

Bij deze aanpassingen neemt de Commissie uitsluitend de laagste kosten in aanmerking.

De aanbiedingen en noteringen voor olie worden verhoogd met de douanerechten die in de Gemeenschap gelden en, in voorkomend geval, met het compenserende bedrag dat op grond van Verordening nr. 143/67/EEG bij invoer wordt toegepast.

5. Wat produkten van communautaire oorsprong betreft worden bij ontbreken van aanbiedingen en noteringen voor in Piraeus geleverde produkten, los gestort, de gunstigste aanbiedingen en noteringen in aanmerking genomen die op de andere belangrijke markten van de Gemeenschap zijn geconstateerd.

TITEL II

Steun

Artikel 5

1. De Commissie stelt het bedrag van de steun voor niet-geëgreneerde katoen eenmaal per maand op een zodanig tijdstip vast dat het bedrag op de eerste dag van de maand na de datum van vaststelling van toepassing wordt. Bij een belangrijke wijziging in de marktsituatie kan de steun echter tussentijds worden gewijzigd.

2. De Commissie stelt de Lid-Staten in kennis van het steunbedrag dat per 100 kg niet-geëgreneerde katoen wordt toegekend, zodra dat bedrag is vastgesteld en in elk geval vóór de datum waarop het van toepassing wordt.

3. Onverminderd artikel 5, lid 2, en artikel 7, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2169/81 moet de steun worden toegekend die geldt op de dag waarop, overeenkomstig artikel 7 van deze verordening, de in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2169/81 bedoelde steunaanvraag is ingediend.

Artikel 6

Wanneer voor een bepaald verkoopseizoen tussen de werkelijke en de geraamde produktie een verschil bestaat, wordt de door de Raad voor het volgende verkoopseizoen vastgestelde maximumhoeveelheid:

- verhoogd met het genoemde verschil indien de werkelijke produktie lager is dan de geraamde,

- verminderd met het genoemde verschil in het tegenovergestelde geval.

Voor de berekening van het verschil worden de werkelijke en de geraamde produktie evenwel binnen de volgende grenzen in aanmerking genomen:

- een minimum gelijk aan de gegarandeerde maximumhoeveelheid van het verkoopseizoen waarop zij betrekking hebben, in voorkomend geval aangepast overeenkomstig de eerste alinea,

en, voor de verkoopseizoenen 1987/1988, 1988/1989 en 1989/1990:

- een maximum gelijk aan genoemde gegarandeerde maximumhoeveelheid vermeerderd met respectievelijk 225 000 ton, 300 000 ton en 375 000 ton.

Artikel 7

1. De steunaanvraag wordt schriftelijk ingediend. De aanvraag wordt door het betrokken egreneringsbedrijf ingediend bij de door de betrokken producerende Lid-Staat voor de controle van de egreneringsbedrijven aangewezen instantie. De aanvraag wordt voor iedere oogst ingediend tussen 1 mei voorafgaande aan het verkoopseizoen waarvoor de steun wordt gevraagd en 30 april daaropvolgend, en uiterlijk bij het indienen van het verzoek om het produkt onder controle te plaatsen.

2. Een steunaanvraag die wordt ingediend voordat het verzoek om het produkt onder controle te plaatsen is ingediend, is slechts ontvankelijk indien een zekerheid van 10 ecu per 100 kg wordt gesteld.

3. De in lid 2 bedoelde zekerheid wordt gesteld in een van de vormen als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2220/85 van de Commissie (1).

(1) PB nr. L 377 van 31. 12. 1987, blz. 49.

(2) PB nr. L 211 van 31. 7. 1981, blz. 2.

(3) PB nr. L 85 van 30. 3. 1989, blz. 7.

(4) PB nr. L 164 van 24. 6. 1985, blz. 1.

(5) PB nr. L 153 van 13. 6. 1987, blz. 1.

(6) PB nr. 125 van 26. 6. 1967, blz. 2463/67.

(7) PB nr. L 220 van 30. 9. 1971, blz. 1.

(1) PB nr. L 211 van 31. 7. 1981, blz. 35.

(2) PB nr. L 270 van 30. 9. 1988, blz. 61.

(1) PB nr. L 205 van 3. 8. 1985, blz. 5.

De zekerheid wordt vrijgegeven in verhouding tot de hoeveelheden waarvoor aan de in artikel 9, lid 1, bedoelde verplichting is voldaan. De zekerheid wordt verbeurd in verhouding tot de hoeveelheden waarvoor niet aan de in artikel 9, lid 1, bedoelde verplichting is voldaan.

4. In de steunaanvraag moeten worden vermeld:

- de naam, de voornamen, het adres en de handtekening van de aanvrager;

- de datum van indiening;

- de hoeveelheid niet-geëgreneerde katoen waarvoor de steun wordt aangevraagd.

Artikel 8

1. Iedere katoenproducent moet jaarlijks behoudens overmacht vóór een door de betrokken Lid-Staat vastgestelde datum en uiterlijk 1 juli een aangifte van het ingezaaide areaal indienen.

2. Wanneer bij de in artikel 12, lid 1, onder a), bedoelde controle wordt geconstateerd dat het aangegeven areaal verschilt van het geconstateerde areaal, worden de betrokken aangiften door de Lid-Staten aangepast. Bij het bepalen van het totaal van het aangegeven areaal houden de Lid-Staten hiermee rekening.

Artikel 9

1. Ieder egreneringsbedrijf dient bij de aanvoer van niet-geëgreneerde katoen een verzoek in om het produkt onder controle te plaatsen.

2. Dit verzoek moet schriftelijk worden gedaan. Het moet bij de door de betrokken producerende Lid-Staat voor de controle van de egreneringsbedrijven aangewezen instantie uiterlijk 30 april van het jaar volgend op dat van inzaai worden ingediend. Het verzoek mag alleen voor een of meer partijen worden ingediend.

Onder partij wordt verstaan, een welbepaalde hoeveelheid niet-geëgreneerde katoen die bij aanvoer in het egreneringsbedrijf wordt genummerd en waarvoor overeenkomstig artikel 12, lid 5, een analyse wordt uitgevoerd.

3. In het verzoek om een produkt onder controle te plaatsen, moeten worden vermeld:

- de naam, de voornamen, het adres en de handtekening van de aanvrager;

- de datum van indiening;

- de hoeveelheid niet-geëgreneerde katoen waarvoor het verzoek wordt ingediend;

- het nummer of de nummers van de betrokken partij of partijen;

- de verwijzing naar de steunaanvraag.

4. De onder controle geplaatste hoeveelheden worden van de steunaanvragen afgeboekt in de chronologische volgorde waarin die aanvragen zijn ingediend.

5. Voor een steunaanvraag mag:

- niet meer dan 10 % meer,

- noch meer dan 2 % minder

katoen onder controle worden geplaatst dan in deze aanvraag is vermeld.

6. Het gewicht van de onder controle geplaatste hoeveelheid wordt bepaald na aanpassing volgens de in bijlage C aangegeven methode.

7. Ingeval een hoeveelheid onder controle wordt geplaatst die kleiner is dan de in de aanvraag vermelde hoeveelheid, vermindert de bevoegde instantie de in de aanvraag vermelde hoeveelheid tot die welke onder controle is geplaatst.

Overschrijdt de onder controle geplaatste hoeveelheid de overeenkomstig lid 5 bepaalde hoeveelheid, dan kent de bevoegde instantie voor het verschil de steun toe die geldt op de dag waarop het produkt onder controle wordt geplaatst.

8. Zodra het verzoek om het produkt onder controle te plaatsen is ingediend, keren de Lid-Staten aan de belanghebbenden die erom verzoeken, een voorschot op de steun uit gelijk aan het bedrag van de steun, op voorwaarde dat een zekerheid wordt gesteld die ten minste gelijk is aan het voor te schieten steunbedrag. Deze zekerheid wordt gesteld in een van de vormen als bedoeld in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2220/85. De zekerheid wordt vrijgegeven naar rata van de hoeveelheden waarvoor aan de in lid 9 vastgestelde verplichting is voldaan. De zekerheid wordt verbeurd naar rata van de hoeveelheden waarvoor niet aan de in lid 9 vastgestelde verplichting is voldaan.

9. Behoudens overmacht moet de onder controle geplaatste hoeveelheid binnen een door de betrokken Lid-Staat bepaalde termijn en in ieder geval binnen 180 dagen nadat zij onder controle is geplaatst, worden geëgreneerd.

10. De in lid 9 genoemde verplichting wordt geacht te zijn nagekomen, wanneer de geëgreneerde hoeveelheid, bepaald overeenkomstig de in bijlage C vastgestelde methode, niet meer dan 2 % kleiner is dan de opgegeven hoeveelheid.

Deze hoeveelheid heeft betrekking op een produkt waarvan het vochtgehalte en het gehalte aan onzuiverheden overeenkomen met die waarvoor de steun is vastgesteld.

Artikel 10

1. Uiterlijk bij het onder controle plaatsen moeten bij de in artikel 7, lid 1, bedoelde instantie voor elke steunaanvraag een of meer overeenkomstig de leden 2 en 3 opgestelde contracten en/of verklaringen worden overgelegd.

2. In het in lid 1 bedoelde contract moeten voorkomen:

a) de naam, het adres en de handtekening van de contracterende partijen;

b) de datum van sluiting;

c) het jaar van inzaai;

d) de hoeveelheid waarop het contract betrekking heeft; de som van de hoeveelheden die zijn vermeld in de contracten die op een steunaanvraag betrekking hebben, moet ten minste gelijk zijn aan de hoeveelheid die in de betrokken steunaanvraag is vermeld. Wanneer het contract vóór de oogst wordt gesloten, wordt de vermelding van de hoeveelheid vervangen door de verbintenis van de producent en de koper om de hoeveelheid die op het betrokken areaal wordt geoogst, te leveren, respectievelijk af te nemen; in die gevallen wordt de hoeveelheid door de Lid-Staat bepaald aan de hand van de opbrengsten in het betrokken gebid en, in voorkomend geval, andere door de betrokkene verstrekte gegevens;

e) het areaal, aangegeven in hectare en are, met vermelding van de nodige gegevens voor de identificatie van het betrokken perceel;

f) de verkoopprijs van de niet-geëgreneerde katoen per gewichtseenheid met de vermelding dat:

1. deze prijs is vastgesteld voor een produkt van de standaardkwaliteit, af landbouwbedrijf,

2. voor het produkt alleen de toeslagen of kortingen ten opzichte van de standaardkwaliteit gelden die in bijlage B zijn vermeld;

g) een beding inhoudende dat bij toepassing van artikel 7, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 2169/81 de overeengekomen prijs zal worden verlaagd met het bedrag waarmee de steun wordt verlaagd;

h) een verwijzing naar de in artikel 8 bedoelde aangifte van het ingezaaide areaal; als bij het sluiten van het contract geen aangifte beschikbaar is, wordt het contract aangevuld met de verwijzing naar die aangifte, zodra zij is ingediend.

3. Wanneer de katoen zal worden geëgreneerd in het bedrijf van de producent, of in een ander egreneringsbedrijf, maar voor rekening van een individuele of in samenwerkingsverband werkende producent, of in een bedrijf van in samenwerkingsverband werkende producenten, dient, naar gelang van het geval, te worden overgelegd:

- een verklaring dat de katoen in het bedrijf van de producent zal worden geëgreneerd,

- een verklaring dat de katoen voor rekening van de producent zal worden geëgreneerd; deze verklaring omvat de verbintenis dat de steun aan de producent zal worden doorgegeven. Zij wordt door beide partijen ondertekend.

Lid 2, onder h), is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11

De steun wordt betaald nadat is vastgesteld dat aan de voorwaarden van deze verordening is voldaan en met name dat de onder controle geplaatste katoen tijdens de in artikel 9, lid 9, bedoelde periode is geëgreneerd.

Wanneer de totale hoeveelheid die binnen de betrokken periode is geëgreneerd, in voorkomend geval teruggerekend door toepassing van de rendementen bedoeld in artikel 1, lid 2, minder dan 98 % van de onder controle geplaatste hoeveelheid bedraagt, wordt de steun naar rata van de geëgreneerde hoeveelheden betaald.

Artikel 12

1. De door de producerende Lid-Staat aangewezen instantie verifieert:

a) door middel van een ter plaatse steekproefsgewijze uitgevoerde controle van ten minste 5 % van de aangiften van het ingezaaide areaal, of deze juist zijn;

b) of de ingediende contracten aan de in artikel 10 gestelde voorwaarden voldoen, met name aan die ten aanzien van de inachtneming van de minimumprijs;

c) of de hoeveelheid katoen waarvoor de steun wordt aangevraagd, overeenkomt met de hoeveelheid niet-geëgreneerde katoen uit de Gemeenschap die wordt geproduceerd op het areaal dat in het contract, respectievelijk in de contracten is aangegeven;

d) of de hoeveelheid katoen waarvoor de steun wordt uitbetaald, overeenkomt met de werkelijk geëgreneerde hoeveelheid katoen uit de Gemeenschap;

e) of de in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2169/81 bedoelde voorraadboekhouding overeenkomstig artikel 13 van de onderhavige verordening is gevoerd. Met name wordt nagegaan of de in artikel 13, tweede streepje, bedoelde aankoopfacturen en andere documenten door de producenten zijn ondertekend en of daarin een prijs is vermeld die ten minste gelijk is aan de minimumprijs, eventueel op grond van de geleverde kwaliteit gecorrigeerd overeenkomstig bijlage B.

2. De bevoegde instantie kent de steun slechts toe voor de hoeveelheid katoen waarvoor aan alle gestelde voorwaarden is voldaan.

3. Behoudens overmacht mag niet-geëgreneerde katoen waarvan de aanvoer in het egreneringsbedrijf overeenkomstig lid 1 is geverifieerd, tenzij de controle-instantie vooraf toestemming heeft gegeven, dat bedrijf, op straffe van verlies van het recht op steun, niet meer in ongewijzigde staat verlaten.

De bedoelde toestemming kan met name worden verleend voor de hoeveelheden die voor rekening van de producent worden geëgreneerd.

4. In deze verordening wordt onder egreneringsbedrijf verstaan:

a) elke ruimte of plaats op het terrein van het bedrijf dat de katoen egreneert,

b) indien de betrokken produkten niet op dit terrein kunnen worden opgeslagen, elke daarbuiten gelegen opslagplaats die voor de controle van de opgeslagen produkten voldoende waarborgen biedt en waarmee de met deze controle belaste instantie vooraf heeft ingestemd.

5. Het nemen van de monsters, het reduceren van laboratoriummonsters tot analysemonsters en de bepaling van de kwaliteit, het gehalte aan onzuiverheden en het vochtgehalte van de katoen geschieden volgens een voor de gehele Gemeenschap uniforme methode. In afwachting van de vaststelling van de communautaire methode, passen de Lid-Staten de methode hunner keuze toe. Artikel 13

In de in artikel 6, punt 2, van Verordening (EEG) nr. 2169/81 bedoelde voorraadboekhouding moeten voor niet-geëgreneerde, in de Gemeenschap geoogste en niet-geëgreneerde, buiten de Gemeenschap geoogste katoen, elk afzonderlijk, ten minste worden vermeld:

- de hoeveelheden niet-geëgreneerde en geëgreneerde katoen, katoenzaad, katoenzaadolie en linters die op de eerste dag van iedere maand in voorraad zijn;

- voor elke partij van deze produkten, het nummer van de aankoopfactuur of, in voorkomend geval, het nummer van het ontvangstbewijs of elk ander soortgelijk, per partij opgesteld document, met vermelding van de betrokken hoeveelheid;

- voor elke afgeleverde partij van deze produkten, het nummer van de verkoopfactuur of, in voorkomend geval, het nummer van het afleveringsbewijs of elk ander, per partij opgesteld document met vermelding van de betrokken hoeveelheid.

TITEL III

Algemene bepalingen

Artikel 14

1. De producerende Lid-Staten verstrekken de Commissie de volgende gegevens:

a) de naam en het adres van de instanties waaraan de toepassing van deze verordening is opgedragen, zodra die instanties zijn aangewezen;

b) maandelijks, uiterlijk de vijftiende, de hoeveelheden waarvoor in de voorafgaande maand steun is aangevraagd;

c) maandelijks, uiterlijk de vijftiende, de hoeveelheden die in de voorafgaande maand onder controle zijn geplaatst;

d) jaarlijks, uiterlijk 15 augustus:

- het tijdens het lopende jaar ingezaaide katoenareaal, eventueel aangepast overeenkomstig artikel 8, lid 2,

- de in het lopende verkoopseizoen geconstateerde gemiddelde kwaliteit van de geëgreneerde katoen en gemiddelde opbrengsten aan geëgreneerde katoen en katoenzaad;

- het overzicht van de hoeveelheden waarvoor voor het lopende verkoopseizoen het recht op steun is erkend.

2. Wanneer bij 6 % of meer van de overeenkomstig artikel 12, lid 1, onder a), uitgevoerde controles onregelmatigheden worden vastgesteld, meldt de Lid-Staat onverwijld dit gegeven en de genomen maatregelen aan de Commissie.

3. De Commissie geeft de Lid-Staten op gezette tijden een overzicht van de verstrekte gegevens.

Artikel 15

De op de minimumprijs toe te passen omrekeningskoers is de representatieve koers van de datum van sluiting van het contract.

De op het steunbedrag toe te passen omrekeningskoers is de representatieve koers van de datum van indiening van de steunaanvraag.

Artikel 16

1. Verordening (EEG) nr. 2183/81 wordt ingetrokken.

2. Verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 2183/81 of naar bepaalde artikelen van die verordening, gelden als verwijzingen naar deze verordening of naar de corresponderende artikelen van deze verordening.

Artikel 17

Deze verordening treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing voor de katoen die vanaf het begin van het verkoopseizoen 1989/1990 wordt geoogst.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 3 mei 1989.

Voor de Commissie

Ray MAC SHARRY

Lid van de Commissie

BIJLAGE A

Gelijkwaardigheidscoëfficiënten voor geëgreneerde katoen

Verhoging of verlaging van de prijs met:

a) 1 % per millimeter meer of minder dan 28 mm,

b) 1,5 % per halve klasse hoger of lager ten opzichte van klasse 5.

BIJLAGE B

Toeslagen en kortingen voor niet-geëgreneerde katoen

1. Verhoging of verlaging van de prijs met:

a) 1,2 % per procentpunt vochtigheid minder of meer,

b) 1,2 % per procent onzuiverheden minder of meer,

c) 1,0 ecu/100 kg per half procentpunt vezels meer of minder.

2. Coëfficiënten betreffende het verschil in millimeter ten opzichte van de standaardkwaliteit voor geëgreneerde katoen:

1.2.3 // // // // Lengte // % waarmee de prijs moet worden verhoogd // % waarmee de prijs moet worden verlaagd // // // // 32 // 4 // // 31 // 3 // // 30 // 2 // // 29 // 1 // // 28 // - // - // 27 // // 0,5 // 26 // // 1 // 25 // // 1,8 // // //

3. Coëfficiënten betreffende het verschil in klasse ten opzichte van de standaardkwaliteit voor geëgreneerde katoen:

1.2.3 // // // // Klasse // % waarmee de prijs moet worden verhoogd // % waarmee de prijs moet worden verlaagd // // // // 3 en 3,5 // 7,5 // // 4 // 4,5 // // 4,5 // 2 // // 5 // - // // 5,5 // // 2 // 6 // // 5 // 6,5 // // 9 // 7 // // 14 // 8 // // 20 // 9 // // 27 // // //

Wanneer de kwaliteit van de katoen lager is dan klasse 9, wordt de prijs van de niet-geëgreneerde katoen door de contractanten overeengekomen. BIJLAGE C

Methode voor de berekening van het gewicht van niet-geëgreneerde katoen

1.2 // 100 - (i + h) 100 - (i1 + h1) // × q = X 1.2.3 // i // = // gehalte aan onzuiverheden van de niet-geëgreneerde katoen waarvan het gewicht moet worden bepaald. // h // = // vochtgehalte van de niet-geëgreneerde katoen waarvan het gewicht moet worden bepaald. // i1 // = // gehalte aan onzuiverheden van de standaardkwaliteit. // h1 // = // vochtgehalte van de standaardkwaliteit. // q // = // hoeveelheid niet-geëgreneerde katoen als zodanig, uitgedrukt in kilogram, waarvan het gewicht moet worden bepaald. // X // = // in aanmerking te nemen gewicht van de niet-geëgreneerde katoen, uitgedrukt in kilogram.

Opmerking:

Voor het vochtgehalte en het gehalte aan onzuiverheden worden slechts de eerste twee decimalen in aanmerking genomen.

BIJLAGE C

METHODE VOOR DE BEREKENING VAN HET GEWICHT VAN NIET-GEEGRENEERDE KATOEN

1.2100 _ ( I + H ) 100 _ ( I1 + H1 )

X Q = X

1.2.3I

=

GEHALTE AAN ONZUIVERHEDEN VAN DE NIET-GEEGRENEERDE KATOEN WAARVAN HET GEWICHT MOET WORDEN BEPAALD .

H

=

VOCHTGEHALTE VAN DE NIET-GEEGRENEERDE KATOEN WAARVAN HET GEWICHT MOET WORDEN BEPAALD .

I1

=

GEHALTE AAN ONZUIVERHEDEN VAN DE STANDAARDKWALITEIT .

H1

=

VOCHTGEHALTE VAN DE STANDAARDKWALITEIT .

Q

=

HOEVEELHEID NIET-GEEGRENEERDE KATOEN ALS ZODANIG, UITGEDRUKT IN KILOGRAM, WAARVAN HET GEWICHT MOET WORDEN BEPAALD .

X

=

IN AANMERKING TE NEMEN GEWICHT VAN DE NIET-GEEGRENEERDE KATOEN, UITGEDRUKT IN KILOGRAM .

OPMERKING :

VOOR HET VOCHTGEHALTE EN HET GEHALTE AAN ONZUIVERHEDEN WORDEN SLECHTS DE EERSTE TWEE DECIMALEN IN AANMERKING GENOMEN .